Table of Contents

    Naast een aantal verplichtingen die slechts van toepassing zijn op schuldinvorderaars die over een inschrijving moeten beschikken, bijv. incassobureaus, zijn er een aantal verboden praktijken die van toepassing zijn op iedereen die, op minnelijke wijze, onbetaalde schulden invordert bij consumenten.

    De incassowet verbiedt in artikel 3, § 1, iedere gedraging of praktijk die:

    1. of het privéleven van de consument schendt;

    2. of de consument kan misleiden;

    3. of een inbreuk maakt op de menselijke waardigheid van de consument.

    Dit is de algemene regel. De incassowet voorziet ook, in artikel 3, § 2, tien concrete voorbeelden, hierna uiteengezet.

    Deze opsomming is echter niet volledig: indien een concrete situatie niet terug te vinden is tussen deze voorbeelden, geldt nog altijd de algemene regel.

    Inbreuken op deze bepalingen worden bestraft.

    Wie?

    De verboden gedragingen en praktijken gelden voor iedereen die een consument aanzet tot betaling van onbetaalde schulden, buiten een uitvoerbare titel (bijv. een vonnis) om (minnelijk): zowel de schuldeiser zelf, eventueel een nieuwe schuldeiser die de schuld heeft overgenomen, als een tussenpersoon die optreedt voor rekening van een (andere) schuldeiser.

    Ook buitenlandse personen die onbetaalde schulden innen bij consumenten die hun gewone verblijfplaats in België hebben moeten deze verbodsbepalingen naleven.

    Het zelfde geldt voor advocaten, gerechtelijk mandatarissen (bijv. gerechtsdeurwaarders) en ministeriële ambtenaren.

    Voor eventuele klachten over verboden gedragingen of praktijken, bedoeld in dit hoofdstuk, van advocaten of gerechtsdeurwaarders wendt men zich echter tot, respectievelijk, de Orde van Advocaten (regionaal de Orde van Vlaamse Balies) of de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders van België.

    Bijzonder verbod 1: het creëren van verwarring over de hoedanigheid van de schuldinvorderaar

    Elk geschrift dat of elke gedraging die verkeerdelijk de indruk geeft dat het gaat om een document dat van een gerechtelijke overheid, een ministeriële ambtenaar of een advocaat uitgaat, is verboden, zelfs indien die indruk slechts door zijn vormgeving of door een handelsbenaming ontstaat.

    Er kan bijvoorbeeld op de praktijk gewezen worden waarbij een weegschaal wordt afgebeeld op het briefpapier, een handelsbenaming met de vermelding ”justitia”, of het vermelden van een graad of een functie van een ministeriële ambtenaar, bijvoorbeeld ”inspecteur”.

    Een brief die daadwerkelijk uitgaat van een advocaat of een gerechtsdeurwaarder valt hier uiteraard niet onder. Een benaming als “Juristenkantoor” of “Juridisch kantoor” is aanvaardbaar.

    Bijzonder verbod 2: elke mededeling die onjuiste juridische bedreigingen of onjuiste inlichtingen over de gevolgen van een wanbetaling bevat

    Bijvoorbeeld een incassobureau dat dreigt met inbeslagname van de inboedel: een incassobureau is daar nooit toe gerechtigd. Enkel een gerechtsdeurwaarder kan beslag laten leggen. Bovendien moet hij hiertoe over een uitvoerbare titel (bijv. een vonnis, een dwangbevel) beschikken, tenzij in het bijzondere geval van bewarend beslag, bedoeld in artikel 1445, Ger.W..

    Wanneer men slechts beschikt over “een mandaat” om schulden in te vorderen kan men niet laten uitschijnen dat men zelf, als loutere lasthebber, een beslissingsrecht heeft om voor de rechtbank te gaan: het is de schuldeiser voor wie men optreedt die moet beslissen.

    Bijzonder verbod 3: elke vermelding op een omslag waaruit blijkt dat de briefwisseling de invordering van een schuld betreft

    Bijvoorbeeld vermeldingen op de omslag in de aard van “onbetaalde schuld”, “betalingsachterstand”, “incasso”, enz.

    Bijzonder verbod 4: de inning van niet voorziene of niet wettelijk toegestane bedragen

    1. Met “niet voorziene” bedragen wordt er bedoeld dat de bedragen in de onderliggende overeenkomst (de overeenkomst waaruit de schuld is ontstaan) moeten overeengekomen zijn.

    Met “bedragen” wordt bedoeld dat de gevraagde vergoedingen zodanig nauwkeurig beschreven worden in de onderliggende overeenkomst dat ze bepaald of bepaalbaar zijn louter op basis ven het lezen van de overeenkomst.

    Bijvoorbeeld, indien er in de onderliggende overeenkomst enkel sprake is van “inningskosten” zonder nadere bepaling van deze kosten, kunnen die niet gevraagd worden.

    2. Met “niet wettelijk toegestane” bedragen worden, bijvoorbeeld, de bedragen bedoeld die de wettelijk maximaal toegestane bedragen in de wet op het consumentenkrediet overschrijden of bedragen die in strijd met de bepalingen van de wet handelspraktijken worden gevraagd.

    Bijzonder verbod 5: de stappen die worden ondernomen bij de buren, de familie of de werkgever van de schuldenaar

    Onder stappen wordt onder meer verstaan elke mededeling van inlichtingen of elke vraag om inlichtingen die verband houdt met de schuldvordering of met de solvabiliteit van de schuldenaar, onverminderd de handelingen gesteld in het raam van wettelijke inningprocedures.

    Een voorbeeld van een wettelijke inningsprocedure is de procedure van loonsoverdracht die in overeenstemming met de artikelen 27 tot 35 van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers moet gebeuren. Indien, bijvoorbeeld, de werkgever werd ingelicht over een intentie van loonsoverdracht zonder dat er een eisbare schuld bestaat maar louter om voorrang te krijgen indien er meerdere schuldeisers zouden opduiken, kan dit beschouwd worden als een inbreuk op artikel 28 van de wet van 1965, maar ook op deze bepaling van de incassowet.

    Bijzonder verbod 6: de invordering of poging tot invordering bij een persoon die niet de schuldenaar is

    Dit verbod heeft tot doel te vermijden dat er onredelijke druk op de schuldenaar zou worden uitgeoefend door een ‑ poging tot ‑ schuldinvordering bij bijv. derden die zelf tegenover de consument bedragen verschuldigd zijn (bv. een schuldenaar van de consument zelf, zijn werkgever, het OCMW).

    Bijzonder verbod 7: iedere poging tot inning in aanwezigheid van een derde, behalve wanneer dit gebeurt met instemming van de schuldenaar

    Een derde is ieder die vreemd is aan de schuldvordering, dus ieder ander persoon dan de schuldeiser of de persoon die namens de schuldeiser wordt belast met de invordering van de schuld.

    De consument mag niet in aanwezigheid van een “onwetende” derde geconfronteerd worden met zijn schuldenlast zodat er op hem een onaanvaardbare druk wordt uitgeoefend. Dit is vooral het geval met bv. de naaste vriendenkring, werkgever, enz. Advocaten hebben normaliter een “algemeen mandaat” en zijn gehouden tot het beroepsgeheim. Bij OCMW’s en andere derden is dit minder vanzelfsprekend en lijkt telkens de instemming van betrokkene vereist, desgevallend op grond van een bijzondere volmacht.

    Bijzonder verbod 8: alle stappen om de schuldenaar een wisselbrief te doen ondertekenen of om een overdracht van vordering of een schuldbekentenis te eisen

    Bijvoorbeeld, het actief aanbieden van een betalingsregeling of domiciliëring kan beschouwd worden als een drukkingsmiddel om van de schuldenaar een schuldbekentenis af te dwingen in de mate dat de consument hierbij misleid wordt.

    M.a.w., men mag de consument vragen om een overdracht van schuldvordering of een schuldbekentenis te ondertekenen, maar men mag het niet “eisen” of “camoufleren” door het te verbinden aan een betalingsregeling.

    Bijzonder verbod 9: het belagen van de schuldenaar, die uitdrukkelijk en gemotiveerd heeft te kennen gegeven de schuld te betwisten

    De consument die gegronde redenen heeft om het gevraagde bedrag te betwisten, en dit gemotiveerd uitlegt in een best aangetekende brief aan degene die het bedrag opvraagt, mag niet verder lastiggevallen worden.

    Bijzonder verbod 10: de telefonische oproepen en de huisbezoeken tussen tweeëntwintig uur en acht uur

    Dit bijzondere verbod behoeft geen verdere commentaar.

    Sancties

    Naast de strafrechtelijke sanctie (boetes), en eventuele administratieve sanctie (schrapping of schorsing van de inschrijving), geldt dat de schuldinvorderaar die de wettelijke bepalingen, onder andere de verbodsbepalingen in dit hoofdstuk, niet naleeft de betalingen die de consument aan hem gedaan heeft moet terugbetalen, tenzij het om een vergissing zou gaan die de consument niet schaadt. Indien de invordering uitging van een schuldinvorderaar die tussenkomt voor een andere schuldeiser, worden deze betalingen bovendien ook als geldig beschouwd ten aanzien van deze andere schuldeiser.

    Indien er een onverschuldigd bedrag werd ingevorderd, is degene die de betaling ontvangt ertoe gehouden het terug te betalen aan de consument, vermeerderd met de nalatigheidsinteresten te rekenen van de dag van de betaling.

    Geschillen en klachten

    1. Voor inbreuken op bepalingen van de incassowet kan men online een probleem signaleren, behalve indien het gaat om advocaten of gerechtsdeurwaarders.
    2. Voor klachten tegen advocaten dient men zich te wenden tot de Orde van Advocaten, voor het Vlaamse landsgedeelte is dit de Orde van Vlaamse Balies.
    3. Voor klachten tegen gerechtsdeurwaarders dient men zich te wenden tot de Raad van de Arrondissementskamer van de betreffende gerechtsdeurwaarder.
    Laatst bijgewerkt
    21 februari 2018

    Laatste nieuws voor dit thema

    1. Consumentenbescherming
      Financiële diensten

      Een goede verzekering voor een zorgeloze reis

    2. Financiële diensten

      Een voertuig op krediet kopen… Welke formule kiezen?