Artikel 4 van de Richtlijn 2023/1791 betreffende energie-efficiëntie stelt het doel vast van 11,7 % vermindering van de finale energieconsumptie in 2030 van de Europese Unie ten opzichte van het EU-referentiescenario van 2020.

Volgens de prognoses (WAM-scenario) zal het primaire energiegebruik in 2030 41,3 Mtoe bedragen en het finaal energiegebruik 29,0 Mtoe. Vergeleken met het referentiescenario 2020, waar uitgegaan wordt van een primair energieverbruik van 38,3 Mtoe in 2030 en een finaal energieverbruik van 33,1 Mtoe in 2030, betekent dit een toename van het primaire energieverbruik van 3,0 Mtoe of 7,8 % op het primair energieverbruik ten opzichte van referentiescenario 2020 in 2030 en omgezet een besparing van 4,1 Mtoe of 12,4 % op het finaal verbruik ten opzichte van het referentiescenario 2020 in 2030. Het geraamde eindenergieverbruik in 2030 maakt het mogelijk om de nieuwe doelstelling te behalen die Europa in maart 2024 aan België heeft opgelegd in het kader van het “ambition gap mechanism”, namelijk 29,02 Mtoe.

 

Bron: FOD Economie – Algemene Directie Energie.

In de energie-efficiëntierichtlijn wordt primaire energieconsumptie gedefinieerd als het bruto binnenlands verbruik (dat internationale luchtvaart bevat, maar niet het verbruik geleverd aan de internationale zeeschepen), waarvan het niet-energetisch verbruik wordt afgetrokken. Evenzo omvat de finale energieconsumptie de internationale luchtvaart en het verbruik in de hoogovens, maar niet het niet-energetisch verbruik. Deze definities wijken dus af van de definities gebruikt in de energiestatistieken.

In 2024 stegen zowel de primaire als de finale energieconsumptie opnieuw. 
De dalingen die op lange termijn worden waargenomen in zowel de primaire als de finale energieconsumptie zijn van een verschillende grootteorde: de daling in het primaire energieverbruik is veel groter dan de daling in het finale energieverbruik. Daaruit kan besloten worden dat de grootste verbeteringen op het vlak van efficiëntie behaald werden bij de transformatiesector (elektriciteitsproductie, olieraffinaderijen, cokesfabrieken, enz.). Domeinen die voor verbetering vatbaar zijn, zijn niet alleen het ontwerp en de werking van energieproductie- en transmissiefaciliteiten, maar ook de samenstelling van de gebruikte energiemix. De efficiëntie waarmee verschillende energiebronnen worden omgezet in elektriciteit varieert. De productie van elektriciteit uit fossiele brandstoffen en kernenergie genereert verliezen (voornamelijk in de vorm van warmte), en is minder efficiënt dan de productie van elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen zoals wind- en zonne-energie. Voor eenzelfde niveau van finale energieconsumptie kan de vervanging van fossiele of nucleaire energiebronnen door hernieuwbare energiebronnen dus leiden tot een vermindering van de transformatieverliezen en van de hoeveelheid verbruikte primaire energie.

Laatst bijgewerkt
13 januari 2026