Maximumprijzen aardolieproducten

Table of Contents

    De belangrijkste aardolieproducten die aan de eindverbruikers worden verkocht, zijn motorbrandstoffen (benzine, diesel) en vloeibare brandstoffen (stookolie).

    In België geldt voor elk aardolieproduct een maximumprijs. Het is dus niet toegelaten om het te verkopen aan een prijs die hoger is dan de vastgestelde maximumprijs.

    De maximumprijs wordt berekend in functie van de bepalingen die zijn vastgelegd door de programma-overeenkomst tussen de Belgische Staat en de Belgische Petroleum Federatie (BPF). De Belgische Petroleum Federatie (BPF) is de officiële woordvoerder van de voornaamste petroleummaatschappijen die actief zijn in de raffinage, marketing, distributie en opslag in België.

    Het doel van deze overeenkomst is de bevoorrading van aardolieproducten in België te waarborgen en de volatiliteit van de consumentenprijzen van deze producten te beperken.

    De programma-overeenkomst

    Het betreft een overeenkomst tussen de ministers van Economie en Energie en de Belgische Petroleum Federatie (BPF).

    De programma-overeenkomst bepaalt voor de meest courante aardolieproducten de maximumprijzen waarboven deze producten niet mogen worden verkocht en de manier waarop deze prijzen kunnen wijzigen.

    De programma-overeenkomst is van toepassing op de verkoop aan de eindgebruiker. Tussen aardoliemaatschappijen geldt er geen maximumprijs (deze prijzen worden er natuurlijk wel door beïnvloed).

    De programma-overeenkomst bestaat uit een hoofdovereenkomst die het algemeen kader schetst waarbinnen de maximumprijzen dienen te worden bepaald. Bij de programma-overeenkomst hoort een "Technische bijlage" waarin de prijsformules zijn gedefinieerd op basis waarvan de maximumprijs voor de belangrijkste aardolieproducten wordt bepaald.

    De programma-overeenkomst heeft een looptijd van drie jaar die stilzwijgend kan worden verlengd voor opnieuw drie jaar. Zij kan op elk ogenblik door elke partij worden opgezegd op voorwaarde van een vooropzeg van 12 maanden vanaf de datum van opzegging.

    Wat is het nut van een programma-overeenkomst?

    De eerste programma-overeenkomst dateert van 1974 en is het gevolg van de oliecrisis begin jaren 70.

    Na de eerste oliecrisis in 1973 kwam de bevoorrading van België in gevaar als gevolg van de trage aanpassing van de maximumprijzen van de aardolieproducten aan de evolutie op de globale markt. Aanpassingen van de prijzen dienden in die tijd door de Prijzencommissie goedgekeurd te worden. Deze weinig flexibele procedure leidde tot een verschil tussen enerzijds de olienoteringen op de internationale markten (= maatstaf voor de aankoopprijs van aardolieproducten) en anderzijds de verkoopprijzen waartegen de producten konden worden verkocht op de Belgische markt.

    In 1974 ontwikkelde de overheid daarom een nieuw mechanisme waardoor de schommelingen van de noteringen van de aardolieproducten op de internationale markten zich automatisch vertalen naar een maximumprijs aan de pomp.

    De rol van de FOD Economie

    De Algemene Directie Energie van de FOD Economie berekent op elke werkdag de maximale prijzen van de afgewerkte producten (benzine, diesel, stookolie, petroleumgas, lamppetroleum en residuele stookolie) volgens de bepalingen van de programma-overeenkomst.

    Zij publiceert vervolgens deze prijzen op de website van de FOD, en verspreidt deze ook per e-mail en fax.
    Wilt u deze informatie gratis krijgen? Registreer u dan bij de FOD Economie via Petrol.Prices@economie.fgov.be.

    De prijsstructuur van aardolieproducten

    Het basisprincipe is dat de prijsstructuur rekening houdt met alle relevante kosten in de totale toeleveringsketen.

    Voor welke producten berekent men de maximumprijs?

    De Algemene Directie Energie berekent de maximumprijs van de volgende aardolieproducten:

    • benzine (95 RON, 95 RON E10, 98 RON, 98 RON E10),
    • diesel 10 S,
    • residuele stookolie 1,0 % S,
    • gasolie verwarming 50 S
    • gasolie extra,
    • lpg,
    • lamppetroleum (type A, B en C).

    Voor de producten gasolie verwarming 50 S, gasolie verwarming extra en lamppetroleum type C, bestaat er een maximumprijs voor leveringen vanaf 2.000 liter en voor leveringen van minder dan 2.000 liter.

    Voor de producten gasolie verwarming 50 S, gasolie verwarming extra en lamppetroleum type C bestaat er bovendien ook een afzonderlijke maximumprijs indien ze verkocht worden via een tankstation.

    Welke factoren worden in aanmerking genomen bij de berekening van de maximumprijzen?

    De volgende elementen worden in acht genomen bij de berekening van de maximumprijs van elk product.

    Prijs van het geraffineerd product

    De prijs van het geraffineerd product is afhankelijk van de notering van het afgewerkt product op de markt van Rotterdam. Deze wordt uitgedrukt in dollar per ton en omgezet in euro per 1.000 liter.

    Als noteringen in de programma-overeenkomst worden voor de berekening van de maximumprijs de noteringen van Argus gebruikt. Argus is een referentiecentrum voor energieprijzen dat dagelijks de indicatieve noteringen van afgewerkte producten op de belangrijkste wereldmarkten publiceert.

    Hierbij komen de transportkosten voor het traject Rotterdam-Antwerpen, het vervoer naar de Belgische raffinaderijen (steeds via Rotterdam) en de verzekeringen en verliezen.

    Maximale brutodistributiemarge

    De programma-overeenkomst legt een maximale brutodistributiemarge per product vast.

    De maximale brutomarge die aan oliebedrijven wordt toegekend, dekt de distributiekosten en de logistieke kosten om het product tot bij de eindgebruiker te brengen.

    Deze kosten omvatten het vervoer vanaf de raffinaderij naar de opslagplaats, de opslag, het transport naar de tankstations, de distributie bij de tankstations, de distributie van gasolie voor verwarming aan klanten, de marketing en promotie.

    De distributiemarge wordt tweemaal per jaar geïndexeerd, nl. op 1 april en op 1 oktober.

    Wettelijke bijdragen

    Aan de dagprijs worden vervolgens de wettelijke lasten toegevoegd:

    • de bijdrage voor APETRA,
    • de bijdrage voor BOFAS en
    • de bijdrage voor Sociaal Verwarmingsfonds Stookolie.

    De bijdrage voor APETRA is een bijdrage voor verplichte voorraden. Deze bijdrage dient voor de financiering van de maatschappij APETRA (Agence pétrolière – Petroleumagentschap) dat verantwoordelijk is voor het aanhouden van de strategische voorraden van ruwe aardolie en aardolieproducten van België. Deze voorraden zorgen voor de bevoorrading van België in geval van crisis. De bijdrage wordt 4 keer per jaar geïndexeerd: op 1 april, 1 juli, 1 oktober en 1 januari.

    De bijdrage voor BOFAS is een bijdrage aan het bodemsaneringsfonds voor tankstations in België. Deze bijdrage is enkel van toepassing op de maximumverkoopprijs van benzine en diesel bestemd voor de eindgebruiker. Zij dient voor de financiering van het BOFAS-fonds dat operationele en financiële hulp biedt aan tankstations die hun bodem saneren.

    De bijdrage voor het Sociaal Verwarmingsfonds Stookolie wordt enkel geïntegreerd in de maximumprijs van propaan (in bulk en in fles), kerosine en gasolie verwarming. Deze dient enkel voor de gedeeltelijke financiering van de verwarmingsfactuur van gezinnen met een bescheiden inkomen.

    Accijnzen en belastingen

    De accijnzen op energieproducten vormen vaste belastingen (vast bedrag per product in absolute waarde). Ze zijn niet afhankelijk van de prijs van het afgewerkt product. Ze vertegenwoordigen een groot deel van de totale maximumprijs, vooral voor benzine en diesel.

    Daarbovenop komt 21 % btw op de som van alle voorgaande posten, inclusief de accijnzen.

    Hoe zit het met de prijs aan de pomp?

    De maximumprijzen zijn niet noodzakelijk de finale verkoopprijs die de eindgebruiker betaalt.

    Vaak geven verkopers van aardolieproducten een korting op het maximumtarief.

    De verkopers zijn verplicht om de toegepaste korting te afficheren ten opzichte van de maximumprijs.

    Wettelijke basis

    De Belgische Petroleum Federatie (BPF) is de officiële woordvoerder van de voornaamste petroleummaatschappijen die actief zijn in de raffinage en de distributie in België. Ze vertegenwoordigt 12 leden waarvan 4 raffinaderijen, 7 ondernemingen actief in de distributie van petroleumproducten, en één stockagebedrijf. Op deze manier dekt de BPF 100 % van de raffinagecapaciteit en bijna 80 % van de verkoop van brandstoffen in België. (www.petrolfed.be).

    Deze technische bijlage kan op elk moment worden aangepast via een zogenaamd “avenant” als beide partijen akkoord zijn. Daarmee kan snel ingespeeld worden op gewijzigde productspecificaties of wijzigingen van andere parameters. 

    officiële tarieven van de maximumprijzen

    Laatst bijgewerkt
    13 februari 2018

    Laatste nieuws voor dit thema

    1. Consumentenbescherming
      Energie

      Europese harmonisatie van brandstofetiketten

    2. Energie

      Ontwerp van federaal ontwikkelingsplan voor de periode 2020-2030 - publieksraadpleging