Energie-efficiëntie

Table of Contents

    Belang van energie-efficiëntie

    Europa definieert energie-efficiëntie als de verhouding tussen de verkregen prestatie, dienst, goederen of energie, en de hiertoe gebruikte input van energie.

    Een vermindering van de vraag naar fossiele energie in België biedt veel voordelen.

    • Onze energieafhankelijkheid en onze kwetsbaarheid verminderen ten overstaan van de prijsschommelingen van de niet-hernieuwbare energiebronnen.
    • De Belgische doelstellingen van het Europese klimaat-energiepakket bereiken op een economisch doeltreffende wijze en streven naar een duurzaam energiebeleid.
    • Jobcreatie stimuleren met behulp van carpoolingcentra, de nieuwe informatie- en communicatietechnologie, de productie van gedecentraliseerde hernieuwbare energie, de fabricatie van nieuwe meer energiebesparende toestellen, enz.
    • De uitgaven van de gezinnen verminderen. De energie-uitgaven van de gezinnen gaan voor 50% (rechtstreeks of onrechtstreeks) gepaard met hun verbruikskeuzes: type woning en de ligging ervan, transportmiddelen, reizen, verzekeringen, verwarming, verlichting, huishoudtoestellen, enz.
    • De Europese industrieën versterken door hun productiekosten te verminderen en nieuwe markten en diensten te creëren (windenergie, minder vervuilende auto’s, toestellen met een laag energieverbruik, enz.)

    Europees energie-efficiëntiebeleid

    Energie-efficiëntie staat centraal in de Europa 2020-strategie voor slimme, duurzame en inclusieve groei van de EU en de overgang naar een hulpbronnenefficiënte economie. Dat is de reden waarom de Unie zich als doel heeft gesteld om in 2020 20% te besparen op haar primaire energieverbruik in vergelijking met de huidige prognoses en waarom deze doelstelling in de mededeling van de Commissie inzake Energie 2020 als een cruciale stap is omschreven om de langetermijnenergie- en ‑klimaatdoelstellingen van de Unie te verwezenlijken.

    De Europese Commissie heeft een actieplan aangenomen met als doel het behalen van de 20% reductie in energieverbruik tegen 2020. Ze hoopt hiermee publiek en beleidsmakers, samen met de marktdeelnemers, te mobiliseren en de interne markt voor energie zodanig om te vormen dat de burgers van de Europese Unie kunnen beschikken over de meest energie-efficiënte infrastructuur (waaronder ook gebouwen), producten (onder meer apparaten en auto's), processen, transportmiddelen en energiesystemen.

    Het doel van het actieplan is de energievraag te beheersen en te beperken en op een gerichte wijze in te grijpen op verbruik en voorziening teneinde tegen 2020 20% van het huidige jaarlijkse verbruik van primaire energie te besparen (ten opzichte van het verwachte energieverbruik voor 2020 bij afwezigheid van actie). Deze doelstelling houdt in dat tot 2020 jaarlijks ongeveer 1,5% op energie moet worden bespaard.

    Dit plan wordt uitgevoerd samen met andere beleidsacties in het kader van het onder de Europa 2020-strategie vallende vlaggenschipinitiatief voor een hulpbronnenefficiënt Europa, inclusief het stappenplan voor een koolstofarme economie in 2050. Op die manier wordt ernaar gestreefd de samenhang van het beleid te waarborgen, het evenwicht tussen de verschillende beleidsgebieden te bewaren en eventuele synergieën te benutten. De energie-efficiëntiemaatregelen zullen ten uitvoer worden gelegd als onderdeel van de bredere EU-doelstelling voor hulpbronnenefficiëntie die betrekking heeft op het efficiënte gebruik van alle natuurlijke rijkdommen en waarbij een hoog niveau van milieubescherming wordt beoogd.

    Net zoals voor 2020 werd voor 2030 een nieuw energie- en klimaatkader ontwikkeld met volgende doelstellingen:

    • de uitstoot van broeikasgassen met 40% verminderen;
    • minstens 27% van de energie moet duurzaam worden opgewerkt;
    • een energie-efficiëntieverbetering met 27-30%;
    • 15% elektriciteitsinterconnectie (d.w.z. dat 15% van alle in de EU opgewekte elektriciteit naar andere EU-landen kan worden getransporteerd).

    De Europese Commissie bouwt met de Energie-unie voort op het huidige EU-energiebeleid, waaronder het ”energie- en klimaatkader voor 2030” en de ”Europese strategie voor energiezekerheid”. Europa moet zich ontwikkelen tot een duurzame, koolstofarme en milieuvriendelijke economie. Het moet zorgen voor gegarandeerde, betaalbare en klimaatvriendelijke energie voor de burgers en bedrijven in de EU. Energie moet bovendien door de hele EU vrij kunnen circuleren, over de binnengrenzen heen.

    Energie-efficiëntie vormt één van de 5 dimensies voor het verkleinen van de vraag. Ze maakt bijgevolg een belangrijk deel uit van de Europese 2030 en Energie-unie-dossiers.

    Richtlijn energie-efficiëntie

    In het kader van de Richtlijn 2006/32/EG van 5 april 2006 betreffende energie-efficiëntie bij het eindgebruik en energiediensten werden reeds twee Belgische Energie-Efficiëntie Actieplannen (NEEAP) opgesteld: het eerste actieplan 2008-2010 werd opgevolgd door het tweede Belgische NEEAP 2011-2013. Deze en de actieplannen van de andere EU lidstaten zijn beschikbaar op de site van de Europese Commissie.

    De Richtlijn 2012/27/EU van 25 oktober 2012, betreffende energie-efficiëntie werd gerealiseerd in het kader van het Europees energie-efficiëntieplan 2011 dat 20% energiebesparing beoogt tegen 2020. De richtlijn legt de berekening van een indicatieve nationale energiebesparingsdoelstelling en een aantal bindende (verplichte) energiebesparende maatregelen aan de lidstaten op.

    • Een verplichting voor energiedistributeurs en/of -handelaars in energie om energieverkopen aan de eindgebruikers te verminderen met 1,5% jaarlijks – met de mogelijkheid van de lidstaten om energiebesparingen die zijn behaald in de energietransformatie-, distributie- en transmissiesectoren mee te tellen, met inbegrip van efficiënte wijkverwarmings- en koelinginfrastructuur, om deze doelstelling te bereiken (art. 7).
    • Een 3% renovatietempo-verplichting – „van de totale oppervlakte van verwarmde en/of gekoelde gebouwen” – in de publieke sector voor gebouwen “eigendom van en in gebruik door” de centrale overheid (art.5).
    • Nationale langetermijnstrategie voor de renovatie van gebouwen – met inbegrip van commerciële, woon-, publieke en privégebouwen (art. 4).
    • Energieaudits en het beheer van systemen voor grote bedrijven (art. 8).
    • Een uitgebreide beoordeling van het potentieel van hoogrenderende warmtekrachtkoppeling en efficiënte stadsverwarming en -koeling per 31 december 2015; deze moet om de 5 jaar worden bijgewerkt (art. 14).

    De lidstaten hebben de nodige maatregelen genomen om te voldoen aan de eisen van de Richtlijn 2012/27/EG. De wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen ter omzetting van de richtlijn in Belgische wetgeving werden aan de Europese Commissie meegedeeld.

    In de context van deze richtlijn werd een derde actieplan 2014-2016 van energie-efficiëntie opgesteld, ter realisatie van de indicatief bepaalde nationale doelstelling.

    Ten slotte moet België jaarlijks verslag uitbrengen aan de Europese Commissie over de bereikte vooruitgang om de nationale energie-efficiëntiestreefcijfers te halen.

    Samenwerking gewestelijke en federale energie-instanties

    Bevoegdheidsverdeling

    Na een herziening van de grondwet in 1980 werden de bevoegdheden van gewesten en gemeenschappen uitgebreid. De bijzondere wet van 8 augustus 1980 (BS van 15.08.1980, p.9434) realiseerde een hervorming van de instellingen. Artikel 6 §1 VII van deze wet geeft een lijst van de materies die voortaan tot de gewestelijke bevoegdheden behoren, waaronder het rationeel energiegebruik.

    De gewestelijke energiebesparende maatregelen zijn terug te vinden op de respectieve websites:

    ENOVER

    De spreiding van de bevoegdheden over energieaangelegenheden noodzaakt de gewesten en de federale overheid met elkaar samen te werken en overleg te plegen. Dit overleg werd geformaliseerd in het samenwerkingsakkoord over de coördinatie van de activiteiten die verband houden met energie. Het werd op 18 december 1991 door de federale overheid, het Waals Gewest, het Vlaams Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest ondertekend. In de praktijk leidde dit tot de oprichting van een overleggroep tussen staat en gewesten voor energie: ENOVER (in het Frans: CONCERE).

    ENOVER Energie-efficiëntie

    ENOVER Energie-efficiëntie is één van de werkgroepen die geregeld samenkomen om te komen tot een Belgische positie over Europese en internationale energie-efficiëntiemateries, met een algemeen akkoord van de gewestelijke en federale overheden. Een belangrijk aspect in deze samenwerking is het streven naar harmonisatie en transparantie van het bestaande beleid ten aanzien van de andere overheidsinstanties.

    Federaal energie-efficiëntiebeleid

    In wat volgt vindt u een oplijsting van de belangrijkste federale acties en maatregelen. Voor gewestelijke maatregelen verwijzen we u door naar de gewestelijke websites.

    Belgische energie-efficiëntiedoelstelling (artikel 3)

    Het artikel 3 van de Richtlijn 2012/27/EU betreffende energie-efficiëntie (EED), vereist dat België een indicatief nationaal energie-efficiëntiestreefcijfer vastlegt. België heeft een primaire energiebesparingsdoelstelling van 18% van het verbruik volgens baseline Primes 2007 (53,3 Mtoe in 2020) aan de Europese Commissie meegedeeld.

    Renovatieverplichting federale overheidsgebouwen (artikel 5 EED)

    Artikel 5 van de Richtlijn 2012/27/EU vereist dat België vanaf 1 januari 2014 jaarlijks 3 % van de totale vloeroppervlakte van verwarmde en/of gekoelde gebouwen die eigendom zijn van en gebruikt worden door zijn centrale overheid, renoveert om aan de minimumeisen inzake energieprestaties te voldoen die de betrokken lidstaat op grond van artikel 4 van Richtlijn 2010/31/EU, betreffende Energieprestatie van gebouwen, heeft vastgelegd. Zo moeten de overheidsinstanties het voortouw nemen om met hun gebouwen hoge energieprestatieniveaus te bereiken.

    De Regie der Gebouwen heeft alternatieve maatregelen genomen om jaarlijks een energiebesparing te realiseren die equivalent is aan de 3% renovatieverplichting. Door de keuze voor een alternatieve aanpak heeft de federale overheid verschillende instrumenten ter beschikking: combinatie van investeringen, rationaliseringen en gedragswijzigingen. Dit impliceert dat verschillende federale actoren betrokken zijn bij de uitvoering: de Regie der Gebouwen én de gebruikers van de federale overheidsgebouwen zélf die onder andere in het EMAS-netwerk samenkomen

    Federale duurzame overheidsaankopen (artikel 6 EED)

    Artikel 6 van de Richtlijn 2012/27/EG verplicht de centrale overheden uitsluitend producten, diensten en gebouwen te kopen met hoge energie-efficiëntieprestaties. Deze vereisten werden opgenomen in de wet van 15 mei 2014.

    Het Federaal Instituut voor Duurzame Ontwikkeling is de motor achter het beleid inzake duurzame ontwikkeling in België. Het realiseerde reeds een Federaal Actieplan inzake Duurzame Ontwikkeling en een Gids voor Duurzame Aankopen die aanwijzingen geven over het opnemen van duurzame criteria in overheidsbestekken in het kader van de wetgeving op de overheidsopdrachten.

    De regering moedigt energiebesparende investeringen aan

    Belastingvermindering (fiscale federale maatregelen) voor energiebesparende investeringen door:

    Een maatregel van de FOD Financiën in samenwerking met de gewestelijke ministers en de federale minister voor Energie.

    Energie-efficiëntiepotentieel van gas- en elektriciteitsinfrastructuur (artikel 15)

    In juni 2015 werd een rapport aan de Europese Commissie genotificeerd waarin het energie-efficiëntiepotentieel van de gas- en elektriciteitsinfrastructuur wordt geanalyseerd en beoordeeld. In het bijzonder voor transport, distributie, beheer van de belasting van het net en interoperabiliteit en de aansluiting op installaties voor energieopwekking.

    Energiediensten (artikel 18 EED)

    Een energiedienst is het fysieke voordeel, nut of welzijn dat wordt bereikt met een combinatie van energie met energie-efficiënte technologie of actie, die de bewerkingen, het onderhoud en de controle kan omvatten die nodig zijn voor de levering van de dienst, welke wordt geleverd op basis van een overeenkomst en welke onder normale omstandigheden heeft aangetoond te leiden tot een controleerbare en meetbare of een schatbare verbetering van de energie-efficiëntie of tot controleerbare en meetbare of schatbare primaire energiebesparingen.

    Dergelijke energiediensten worden geleverd door Energy Service Companies (ESCO’s). Een ESCO voert een energieproject uit in een bedrijf; zoals de aanleg, het onderhoud en beheer van energiebesparende maatregelen van gebouwen; en financiert die investering zelf. Door deze investering daalt het energieverbruik, en daardoor ook de energiefactuur. Met een gedeelte van deze besparing betaalt het bedrijf vervolgens zijn nieuwe installatie af. Nadat de installatie is afbetaald wordt het bedrijf volledig eigenaar van de installatie en geniet verder van de energiebesparing en de lagere energiefactuur.

    Met het afsluiten van een energieprestatiecontract (EPC) worden afspraken over deze energiebesparingen vastgelegd.

    Voor meer informatie over de Belgische ESCO-markt en haar werkzaamheden verwijzen we naar de website van Belesco, de Belgian ESCO Association.

    Lijst van beschikbare aanbieders van energiediensten (Belgische ESCO’s en ESCO-projectfacilitatoren)
    Kwaliteitslabel

    Het Code of Conduct is een EPC-kwaliteitslabel dat op Europees niveau ontwikkeld is onder het Transparense project. Belesco en de FOD Economie AD Energie ondersteunen deze EPC-Code of Conduct en moedigen de Belgische ESCO’s aan om deze Code te onderschrijven.

    Project in kader van financiële ondersteuning

    Belfius stelt als Staatsbank het programma “Smart Cities and Sustainable Developments" voor in samenwerking met de Europese Investeringsbank. Dit project geeft weer hoe steden en gemeenten kunnen evolueren tot “smart cities” en hoe dergelijke slimme en duurzame projecten gefinancierd kunnen worden.

    Wetgeving

    Energie-efficiëntiebeleid

    Europees energie-efficiëntiebeleid

    http://ec.europa.eu/energy/en/topics/energy-efficiency

    • Europees Energie-efficiëntieplan (mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de regio’s)
    • Richtlijn 2006/32/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 april 2006 betreffende energie-efficiëntie bij het eindgebruik en energiediensten en houdende intrekking van Richtlijn 93/76/EEG van de Raad
    • Richtlijn 2012/27/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende energie-efficiëntie, tot wijziging van Richtlijnen 2009/125/EG en 2010/30/EU en houdende intrekking van de Richtlijnen 2004/8/EG en 2006/32/EG
    • Alle actieplannen van de Europese lidstaten

    Belgisch energie-efficiëntiebeleid

    Europese wetgeving gelinkt aan energie-efficiëntie

    Europees energie-efficiëntiebeleid voor gebouwen

    http://ec.europa.eu/energy/en/topics/energy-efficiency/buildings

    • Richtlijn 2010/31/EU van het Europees Parlement en de Raad van 19 mei 2010, betreffende energieprestatie van gebouwen

    Europees beleid voor etikettering van producten

    http://ec.europa.eu/energy/en/topics/energy-efficiency/energy-efficient-products

    • Richtlijn 2010/30/EU van het Europees Parlement en de Raad van 19 mei 2010, betreffende de vermelding van het energieverbruik en het verbruik van andere hulpbronnen op de etikettering en in de standaardproductinformatie van energiegerelateerde producten
    • Richtlijn 2009/125/ECvan het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het vaststellen van eisen inzake ecologisch ontwerp voor energiegerelateerde producten

    Europees beleid voor warmtekrachtkoppeling

    http://ec.europa.eu/energy/en/topics/energy-efficiency/cogeneration-heat-and-power

    • Richtlijn 2004/8/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 inzake de bevordering van warmtekrachtkoppeling op basis van de vraag naar nuttige warmte binnen de interne energiemarkt en tot wijziging van Richtlijn 92/42/EEG

    Statistieken

    De Algemene directie Energie staat ervoor in om energiegegevens, waaronder energiebesparingsindicatoren, te verzamelen, te verwerken, te analyseren en te gebruiken voor prospectieve doeleinden.

    De FOD Economie, AD Energie volgt het Europees Odyssee-Mure-project op dat gewijd is aan de ontwikkeling en de verspreiding van energetische indicatoren. Dit project wordt deels gefinancierd door de Europese Commissie in het kader van het programma “Monitoring of energy efficiency in EU”.

    Het project beoogt de verdere ontwikkeling van energie-indicatoren voor België, wat de opvolging van de energie-efficiëntie per sector bevordert en aldus bijdraagt tot de toepassing en opvolging van de EU-richtlijnen rond energie-efficiëntie.

    Het Federaal Planbureau verzamelt indicatoren over duurzame ontwikkeling.

    Laatst bijgewerkt
    20 maart 2018

    Laatste nieuws voor dit thema

    1. Consumentenbescherming
      Energie

      Europese harmonisatie van brandstofetiketten

    2. Energie

      Ontwerp van federaal ontwikkelingsplan voor de periode 2020-2030 - publieksraadpleging