Van 1975 tot 1993

België gebruikt sinds 1975 kernenergie voor zijn industriële elektriciteitsproductie. Aanvankelijk werd daarbij geopteerd voor opwerking om de gebruikte Belgische kernbrandstof te beheren. In 1992 en 1993 stelde een parlementair debat die keuze ter discussie.

Dat debat draaide rond de vraag of de opwerking van de bestraalde splijtstoffen wel de geschikte methode was en rond het gebruik van gerecycleerd plutonium (onder de vorm van MOX-splijtstof) in de Belgische kerncentrales. Op 22 december 1993 keurde de Kamer van Volksvertegenwoordigers een resolutie goed waarin ze zich uitspreekt over beide kwesties:

  • zij gaf toelating om de lopende opwerkingscontracten voort te zetten en om het bij die opwerking teruggewonnen plutonium te hergebruiken;
  • tegelijkertijd vroeg zij een grondige evaluatie van de mogelijke keuzen voor de toekomst.

De regering werd geacht om binnen de vijf jaar na het debat een rapport voor te leggen over het onderwerp. De Ministerraad sloot zich aan bij die resolutie.

Van 1993 tot 1998

De Ministerraad werd in die periode geregeld ingelicht over de vorderingen van het werk dat de betrokken instellingen en ondernemingen in die loop van die periode leverden en in 1998 werd aan de Ministerraad een synthese- en evaluatierapport voorgelegd. Naar aanleiding van dat rapport nam de Ministerraad van 4 december 1998 de volgende beslissingen:

  • het vijfde opwerkingscontract voor 225 ton splijtstof dat in 1991 werd afgesloten tussen SYNATOM en Cogéma wordt stopgezet, met inbegrip van de in dat contract opgenomen opties;
  • er mogen geen nieuwe opwerkingscontracten meer worden afgesloten zonder de officiële goedkeuring van de regering;
  • er moet ten gepaste tijde een rapport komen dat een volledig beeld uiteenzet van de eindfase van de nucleaire brandstofcyclus;
  • het gevraagde rapport moet een vergelijking maken tussen twee opties voor de splijtstofcyclus, namelijk:
    • opwerking van de kernbrandstoffen. Het afval afkomstig van de opwerking zou dan definitief geborgen worden in een geologische berging. Dit is de optie "opwerking" of "gesloten cyclus";
    • directe conditionering van de kernbrandstof in zijn toestand voor de definitieve berging; Dit is de optie "directe berging" of "open cyclus".

Tussen 1998 en 2016

Sinds 1998 zijn er tal van elementen naar voor gekomen die een impact kunnen hebben op de Belgische beheerstrategie van bestraalde splijtstof. Enkele voorbeelden:

  • de commissie Ampère uit 2000;
  • de commissie Energie 2030 uit 2007;
  • het afvalplan van NIRAS uit 2011 voor het langetermijnbeheer van geconditioneerd hoogactief en/of langlevend radioactief afval;
  • de voortgang van de NIRAS-projecten met betrekking tot de berging van nucleair afval;
  • de ontwikkeling van het MYRRHA-project van het SCK•CEN;
  • het ongeval in Fukushima Daiichi in maart 2011;
  • de wet op de kernuitstap uit 2003 en de verlenging van de exploitatie van de kernreactoren Tihange 1, Doel 1 en Doel 2 tot 2025;
  • de Europese Richtlijn 2011/70/Euratom uit 2011;
  • het Nationaal Programma voor een verantwoord en veilig beheer van Belgisch gebruikt splijtstof en radioactief afval, dat door het ministerieel besluit van 3 oktober 2016 werd vastgesteld.

En na 2016

De Algemene Directie Energie van de FOD Economie heeft een prospectieve en informatieve studie uitgevoerd om de strategieën uiteen te zetten die door en voor België overwogen kunnen worden.
 

Laatst bijgewerkt
7 januari 2019

Laatste nieuws voor dit thema

  1. Energie

    Publieksbevraging rond het ontwerp van Nationaal Energie- en Klimaatplan (2021-2030)

  2. Energie

    Diesel en benzine in tankstations van goede kwaliteit

  3. Energie

    Analyse van het energieverbruik van huishoudens in België