Table of Contents

    De federale overheid is bevoegd voor de bevordering van energieproductie uit hernieuwbare energie op het Belgisch continentaal plat. Ze heeft een serie maatregelen genomen ter bevordering van stroomopwekking uit hernieuwbare energie.

    Er werd een systeem van offshorecertificaten uitgebouwd dat gepaard gaat met een systeem van minimumprijzen bij wederverkoop van certificaten die zijn afgeleverd naar aanleiding van groenestroomproductie. Zoals blijkt uit de tabel, varieert dit systeem in functie van de betrokken technologie.

    Productietechnologie

    Minimumprijzen 
    in euro/MWh (*)

    Offshorewindenergie
    (eerste 216 MW geïnstalleerd vermogen per project)

    107 (**) 
     

    Offshorewindenergie
    (geïnstalleerd vermogen boven de eerste 216 MW)  

    90 (**) 
     

    Zonne-energie (***) 
     

    150 
     

    Water of stromen (****)

    20

    (*) Gegarandeerde minimumprijzen per technologie (federale overheid)
    (**) Voor offshoreconcessies waarvan de financial close ten laatste op 1 mei 2014 heeft plaatsgevonden
    (***) Voor productiesystemen geïnstalleerd vóór 1.8.2012
    (****) Voor installaties gevestigd in de Belgische offshore zeegebieden

    De aankoopverplichting begint te lopen van zodra de productie-installatie voor een periode van 20 jaar in gebruik wordt genomen bij offshorewindmolens. Voor andere technologieën geldt een periode van 10 jaar.

    Het subsidiesysteem is door het koninklijk besluit van 4 april 2014 aangepast van een systeem met een vaste prijs naar een systeem met een flexibele prijs. Dit nieuwe subsidiesysteem is van toepassing op alle offshoreconcessies waarvan de financial close na 1 mei 2014 plaatsvond. De prijs voor groene certificaten wordt bepaald door de Levelized Cost of Energy (LCOE), een factor bedoeld voor de raming van de economische kost voor offshorewindenergie, en wordt regelmatig opnieuw beoordeeld  om met de veranderende voorwaarden in productiekost en elektriciteitsprijzen rekening te kunnen houden.

    Op deze wijze wordt de doorgerekende subsidiekost aan de consument in de hand gehouden.

    De nieuwe minimumprijs onder dit nieuwe steunmechanisme wordt als volgt berekend:

    Minimumprijs = LCOE – [elektriciteitsreferentieprijs – correctiefactor]

    waarin :

    • de LCOE gelijk is aan 138 euro/MWh(*****);

    • de correctiefactor gelijk is aan 10 % van de elektriciteitsreferentieprijs.

    (*****) Voor installaties met een domeinconcessie verleend na 1 juli 2007 waarvan de financial close plaatsvindt na 1 mei 2014 en die toestemming hebben verkregen voor een rechtstreekse aansluiting op het onshore-netwerk voor de transmissie van de elektriciteit, wordt deze minimumprijs met 12 euro/MWh verhoogd, bovenop de subsidie voor één derde van de kostprijs van de onderzeese kabel (zie hierna).  

    De wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt vermeldt een serie bepalingen ter ondersteuning van offshoreprojecten over hernieuwbare energie. Wij verwijzen in het bijzonder naar artikel 7:

    • de netbeheerder staat in voor één derde van de kostprijs van de onderzeese kabel met een maximumbedrag van 25 miljoen euro voor een project van 216 MW of meer;
    • er wordt voorzien in een steunmaatregel om de meerkost te beperken die ontstaat door de productieafwijking van de nieuwe offshorewindmolenparken, wanneer deze niet meer dan 30 % bedragen ten aanzien van de genomineerde vermogens;
    • in geval van stopzetting tijdens de opbouwfase van het project wordt voorzien in een maatregel om de investeringszekerheid van het project te garanderen.
    Laatst bijgewerkt
    15 januari 2018

    Laatste nieuws voor dit thema

    1. Energie

      Wist u dat de prijzen van aardolieproducten geplafonneerd zijn?

    2. Energie

      Oproep tot indiening van blijken van belangstelling

    3. Energie

      Het sociaal tarief voor elektriciteit en aardgas - Wijziging van tarieven vanaf 01.02.2019