De biobrandstoffen

Table of Contents

    De term biobrandstof omvat de vloeibare of gasvormige brandstoffen die gebruikt worden voor vervoer en geproduceerd worden uit biomassa en die een rechtstreeks vervangmiddel zijn voor de fossiele brandstoffen in de transportsector.

    De meest gebruikte biobrandstoffen zijn op dit ogenblik:

    • biodiesel,

    • ethanol,

    • geavanceerde biobrandstoffen.

    Biodiesel

    Biodiesel geproduceerd uit plantaardige olie geëxtraheerd uit koolzaad, zonnebloem, soya, palm, enz. Die olie wordt veresterd waardoor methylestervetzuur (MEVZ of FAME, fatty acid methyl ester) ontstaat. Volgens de huidige versie van de norm NBN EN 590 (Brandstoffen voor wegvoertuigen - Diesel - Eisen en beproevingsmethoden) mag er maximum 7% (V/V) biodiesel aan fossiele diesel worden toegevoegd.

    Ethanol

    Ethanol, een alcoholproduct dat ontstaat door vergisting van bieten, rietsuiker, tarwe, mais, enz.
    Geproduceerd uit planten kan het ook getransformeerd worden in ETBE (ethyl tertio butyl ether). Het is een klopwerend middel dat het octaangetal van benzine verhoogt. Volgens de norm NBN EN 228 (Brandstoffen voor wegvoertuigen - Ongelode benzine - Eisen en beproevingsmethoden) mag er in benzine E5 maximum 5% (V/V) ethanol en in benzine E10 maximum 10 % ethanol worden bijgemengd.

    Geavanceerde biobrandstoffen

    Andere soorten biobrandstof, de zogeheten “geavanceerde” biobrandstoffen, kunnen onder bepaalde voorwaarden gebruikt worden, zoals bepaald in de wet van 17.07.2013. Op dit ogenblik zijn zij echter nog niet voldoende ontwikkeld en niet economisch rendabel om aan de gehele vraag van de markt te voldoen.

    Doelstellingen van productie en gebruik van biobrandstoffen

    Met de productie en het gebruik van biobrandstoffen worden drie doelstellingen nagestreefd :

    1. de strijd tegen de klimaatverandering opvoeren om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen;

    2. de bevoorradingszekerheid veilig stellen en de energiebronnen in de vervoersector diversifiëren om Europa minder afhankelijk te maken van de invoer van aardolieproducten ;

    3. bijdragen tot de doelstelling van 10 % hernieuwbare energie in de transportsector tegen 2020.

    Om deze doelstellingen te behalen en zich te schikken naar de Europese wetgeving over de hernieuwbare energiebronnen (richtlijn 2009/28/EG en 2009/30/EG), verplicht de wet van 22 juli 2009 de maatschappijen die dieselproducten of benzine uitslaan, een bepaald percentage duurzame biobrandstof toe te voegen aan de fossiele brandstoffen die zij uitslaan.

    De wetteksten zijn intussen aangepast om rekening te houden met zowel de evolutie van de normen als de ontwikkeling van nieuwe soorten biobrandstof. Voor de FOD Economie is de referentiewet op dit ogenblik de wet van 17 juli 2013 houdende de minimale nominale volumes duurzame biobrandstoffen die de volumes fossiele motorbrandstoffen, die jaarlijks tot verbruik worden uitgeslagen, moeten bevatten. De uitvoeringsbesluiten ervan dateren van 19.04.2014 en 16.07.2014.

    Categorieën biobrandstoffen

    In de wet van 17 juli 2013 zijn de biobrandstoffen in 3 categorieën onderverdeeld.

    • Voor de biobrandstoffen van categorie A bestaat er een Europese of Belgische norm.

    • Voor de biobrandstoffen van categorie B bestaat er nog geen norm maar zij mogen in de fossiele motorbrandstoffen worden bijgemengd. Dergelijke brandstoffen mogen op de markt worden gebracht als daarvoor een technisch dossier wordt goedgekeurd en als de Algemene Directie Energie daarvoor een vergunning aflevert.

    • De producten van categorie C zijn biobrandstoffen van categorie A of B die geproduceerd zijn uit een grondstof die dubbel kan worden geteld volgens de criteria van richtlijn 2009/28/EG. Zij mogen op de markt worden gebracht indien de Algemene Directie Energie daarvoor toestemming geeft.

    Toezicht op de naleving van de verplichte bijmenging van biobrandstoffen in fossiele motorbrandstoffen

    Elk kwartaal moeten de aardoliemaatschappijen die onderworpen zijn aan de wet van 17 juli 2013 de volumes fossiele brandstoffen en biobrandstoffen die zij het afgelopen kwartaal hebben uitgeslaan, aan de Algemene Directie Energie rapporteren. De AD Energie moet die gegevens controleren op basis van de duurzaamheidsgegevens aangeleverd door de Algemene Directie Leefmilieu van de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu, en op basis van de gegevens over de uitslag tot verbruik aangeleverd door de FOD Financiën.

    Aardoliemaatschappijen die niet rapporteren en die geen minimale bijmenging verrichten, riskeren een administratieve boete die bepaald is in de wet.

    Aangifteformulier Petroleumbalans (XLSM, 499.38 KB)

    Afwijkingsprocedure voor het op de markt brengen van niet-genormeerde biobrandstof of zuivere koolzaadolie

    Een afwijking voor het op de markt brengen kan voor de biobrandstoffen worden verleend, wanneer ze eenmaal gemengd met diesel of benzine, niet voldoen aan de eisen van de normen EN 590 en EN 228.

    Anderzijds kan een afwijking worden gevraagd voor het gebruik van zuivere koolzaadolie.

    Deze aanvragen voor afwijking moeten voldoen aan de eisen van het KB van 22.11.2006 tot vaststelling van de regels voor het in de handel brengen van niet-gestandaardiseerde biobrandstoffen.

    De beslissing tot afwijking beperkt het op de markt brengen enkel tot de partijen die in geen geval de biobrandstof kunnen verdelen, op een punt dat toegankelijk is voor andere eindgebruikers, dan deze die betrokken zijn bij de aanvraag.

    De vrijstellingen zijn geldig voor een periode van drie jaar en kunnen worden verlengd voor een nieuwe periode van 3 jaar op basis van een nieuwe aanvraag. Deze aanvraag kan in geval van niet-naleving van de vergunningsvoorwaarden worden ingetrokken.

    Procedure

    De partijen die betrokken zijn bij het project doen een aanvraag per aangetekend schrijven aan de Algemene Directie Energie, met het specifieke project formulier (DOC, 42 Kb) (DOC, 42 KB). Het formulier wordt opgesteld in twee exemplaren, die naar het volgende adres worden gestuurd:

    FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie
    Algemene Directie Energie
    Dienst Kwaliteit van de Olieproducten
    Koning Albert II-laan 16
    1000 Brussel

    Het project wordt vervolgens door de Algemene Directie Energie voor goedkeuring overgemaakt aan de AD Leefmilieu van de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu.

    De aanvraag kan slechts positief worden beoordeeld, mits de gezamenlijke instemming van de twee bevoegde overheden. Indien van toepassing, deelt de AD Energie het gezamenlijke besluit mee, per aangetekend schrijven binnen drie maanden na de aanvraag.

    Laatst bijgewerkt
    22 februari 2018