Table of Contents

    Onder vloeibare petroleumgassen verstaan we hier butaan en propaan.

    Sinds 1 maart 2000 is in België het koninklijk besluit van 7 december 1999 van kracht betreffende het vullen; de distributie en de etikettering van flessen met vloeibaar gemaakt petroleumgas. 

    Dit besluit regelt op nationaal vlak het toekennen van de vul- en distributievergunningen aan bedrijven alsook de voorwaarden waaraan flessen met vloeibaar petroleumgas moeten voldoen alvorens ze op de markt gebracht mogen worden.

    De consument vindt hieronder de verschillende aandachtspunten waarop hij kan letten alvorens zich een butaan- of propaanfles aan te schaffen. Ook vindt hij hier informatie over wat petroleumgassen zijn en hun kenmerken.

    De handel in butaan- en propaanflessen wordt namelijk vaak als ‘gevaarlijk’ of ‘risicovol’ beschouwd (bijv. bij melding van een ongeval met een gasfles).  Maar net als met andere producten moet ook de gebruiker van petroleumgas zorgvuldig met dit product omgaan. Ongevallen zijn dikwijls het gevolg van ondeskundigheid of onwetenheidheid. Ten slotte kunt u ook de lijst van erkende distributiebedrijven vinden. Deze lijst wordt regelmatig bijgewerkt.

    De bestaande vul- of distributiebedrijven kunnen hier terecht voor meer informatie over

    • hoe u een vergunningsaanvraag moet opstellen,
    • aan welke voorwaarden u moet voldoen om de vereiste vergunning te bekomen en
    • welke wetgeving van kracht is.

    De distributiebedrijven kunnen hier ook de lijst van erkende vulbedrijven consulteren.

    Butaan? Propaan? Lpg (Liquified petroleum gasses – vloeibaar petroleumgas)

    Commercieel butaan en commercieel propaan zijn vloeibare petroleumgassen die vroeger uitsluitend gewonnen werden uit ruwe aardolie bij raffinage door distillering en door cracking.  Vandaag worden petroleumgassen ook uit aardgas gewonnen. Het autogas “lpg” is een mengeling van propaan (minstens 50 % in de zomer tot 90 % in de winter) en butaan.

    Petroleumgassen moeten vloeibaar gemaakt worden om hun transport en verdeling te vergemakkelijken.

    Chemische samenstelling

    Butaan: C4H10 (4 delen koolstof voor 10 delen waterstof)

    Propaan: C3H8 (Norm NBN T 52-853).

    Fysische kenmerken

    Dichtheid van de vloeistof in verhouding met water:

    Dichtheid water             =          1 kg/l bij 15°C; 
    Dichtheid propaan         =          0.510 kg/l bij 15°C; 
    Dichtheid butaan           =          0.587 kg/l bij 15°C.

    Dichtheid van het gas in verhouding tot lucht:

    Dichtheid lucht              =          1 g/l bij 15°C: 
    Dichtheid propaan         =          +/- 2 g/l bij 15°C; 
    Dichtheid butaan           =          +/- 2,1 g/l bij 15°C.

    Petroleumgassen zijn zwaarder dan lucht. Daarom mag een gasfles NOOIT geplaatst worden in een kelder, op een keldertrap of op een keldergat! (zie ook veiligheidstips)

    Geur

    Om de aanwezigheid van vloeibare petroleumgassen in een ruimte te kunnen waarnemen, zijn er geuradditieven toegevoegd aan de gassen. Deze geur is specifiek en onaangenaam.

    Kookpunt = temperatuur waarop een vloeistof begint te koken

    Propaan kookt bij –42 °C. 
    Butaan kookt bij –0,5 °C. 
    Dit betekent dat het vloeibare butaan in de fles in gas overgaat van zodra de temperatuur boven de -0,5 °C komt. Propaan wordt gasvormig vanaf -42 °C.

    Giftigheid

    Lpg’s zelf zijn NIET giftig en er is GEEN gevaar voor vergiftiging bij inademing (er moet natuurlijk wel voldoende lucht aanwezig zijn).

    Brandwonden

    Lpg’s in vloeibare toestand kunnen brandwonden veroorzaken, te wijten aan de vlugge verdamping van het product in contact met de huid (zeer koud).

    Ontvlambaarheid

    Lpg’s ontvlammen spontaan bij een mengeling met lucht of zuurstof in een zeker percentage. 
    Temperaturen van zelfontvlambaarheid in de lucht zijn: 495 °C voor propaan en 480 °C voor butaan. 
    De grenzen van ontvlambaarheid zijn 2 à 10 % gas met resp. 98 à 90 % lucht.

    Inwerking op materialen

    Lpg’s beschadigen noch de recipiënten waarin ze zijn opgeslagen, noch de ontspanner, noch de leidingen. Zelfs niet na langdurig gebruik. Ze zijn perfect rein en branden zonder de minste afvalstoffen, vervuilen noch de leidingen, noch de branders van de verbruikstoestellen.

    Dampspanning ( = druk op de binnenwanden van een recipiënt, fles, tank of leiding)

    De druk binnen een gesloten recipiënt wordt enkel bepaald door de temperatuur van de vloeistof en niet door het volume.

    Bij 15 °C is de druk in een butaanfles 1,7 bar (vgl. autoband), in een propaanfles 6,5 bar (vgl. vrachtwagenband).

    Bij 0 °C is de werkelijke butaandruk heel zwak en bij –5 °C debiteert een butaanfles niet meer.

    Bij –10 °C is de propaandruk 2,5 bar wat propaan toelaat te verdampen bij zeer lage temperaturen.

    Veiligheidstips

    Algemeen kan men stellen dat de flessen die buiten moeten staan propaan bevatten en geen butaan. Een fles butaan moet gebruikt worden op een plaats waar de temperatuur hoger is dan +5 °C.

    Een fles kan LEEG lijken waar ze dat in werkelijkheid niet is.

    ZORG ER DUS STEEDS VOOR DAT U DE KRAAN DICHTDRAAIT VAN ALLE FLESSEN, OOK AL SCHIJNEN DE FLESSEN LEEG!

    Tips voor het plaatsen en aansluiten van gasflessen voor huishoudelijk gebruik

    • Gas in flessen is brandbaar en zwaarder dan lucht. Plaats de flessen dus NOOIT lager dan de begane grond anders zal het ‘afvloeien’ naar lagergelegen zones waar zich dan een ontvlambaar mengsel vormt;
    • Plaats elke gasfles, gevuld of leeg, rechtopstaand en stabiel op een goed geventileerde plaats, weg van elektrische toestellen of lichtpunten;
    • Een butaanfles moet worden gebruikt op plaatsen waar de temperatuur hoger dan 5 °C is, in alle andere gevallen moet propaan gebruikt worden;
    • Elke installatie met gasflessen moet minstens over een GASDRUKREGELAAR beschikken die bij temperatuursveranderingen de druk aanpast. Die wordt zo dicht mogelijk bij de gasfles geplaatst en heeft een aangepaste koppeling;
    • Gebruik uitsluitend gasslangen gekeurd voor propaan en butaan. Vermijdt gasslangen langer dan 2 meter.
    • De kraan van een fles (leeg of gevuld) moet steeds worden dichtgedraaid indien geen gas gebruikt wordt;
    • De kraanverzegeling is de garantie voor een correcte vulling;
    • Stel het gasfornuis hoger op dan de gasfles;
    • Bij het aansluiten van een gasfles:
      • nooit roken;
      • geen open vuur maken of een warmtebron in de nabijheid plaatsen;
      • de kraan van de fles openen met de hand, niet met een werktuig;
      • eventuele lekken opsporen met een zeepoplossing of met een (draagbaar) lekdetectietoestel;
    • in geval van lekkage ONMIDDELLIJK de kraan dichtdraaien.
    Laatst bijgewerkt
    15 januari 2018

    Laatste nieuws voor dit thema

    1. Energie

      Wist u dat de prijzen van aardolieproducten geplafonneerd zijn?

    2. Energie

      Oproep tot indiening van blijken van belangstelling

    3. Energie

      Het sociaal tarief voor elektriciteit en aardgas - Wijziging van tarieven vanaf 01.02.2019