De liberalisering van de aardgasmarkt kadert in de ontwikkeling van de Europese interne markt. Ze heeft als doel de concurrentie tussen de producenten, de importeurs en de leveranciers aan te moedigen en de consument keuzevrijheid te bieden bij de aanstelling van zijn gasleverancier.

Sinds 1 juli 2007 is de Belgische gasmarkt volledig geliberaliseerd.

Concurrentie

Het voornaamste doel van de liberalisering is de concurrentie bevorderen. Hiervoor moet de markt opengebroken worden zodat verschillende spelers toegang krijgen tot de nationale markt. Daarom moeten bedrijven die op verschillende segmenten van de gasmarkt actief zijn (netbeheerder, distributeur, leverancier) hun activiteiten ontkoppelen (‘unbundling’) om concurrentieverstoring of –vervalsing te vermijden.

Wettelijk kader

Europese regelgeving

De Richtlijn 2003/55/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2003 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor aardgas bepalen de basis voor de vrijmaking van de aardgasmarkt.

Deze richtlijn bepaalt onder andere:

  • de gemeenschappelijke regels voor de transmissie, de distributie, de levering en opslag van aardgas,
  • de organisatie en de werking van de aardgassector,
  • de toegang tot de markt,
  • de criteria en procedures voor de verlening van vergunningen voor de transmissie, distributie, levering en opslag van aardgas en het beheer van systemen.

Implementatie in de Belgische wetgeving

Concreet houdt deze richtlijn voor België in dat:

  • beheerders worden aangesteld voor het aardgasvervoersnet, de opslaginfrastructuur van aardgas en de LNG-infrastructuur;
  • de rechten en verplichtingen van de netbeheerders vastgelegd worden waarbij een juridische en functionele onafhankelijkheid van de beheerders wordt gewaarborgd voor activiteiten die niets met het vervoer te maken hebben;
  • het transmissie- en distributienetwerk opengesteld wordt voor derde partijen, deze toegang tot het net gereguleerd wordt en een methodologie voor de bepaling van de tarieven voor deze toegang vastgelegd wordt;
  • bepalingen opgenomen worden om de opbouw van nieuwe infrastructuur te ontwikkelen;
  • een adequaat stelsel van openbare dienstverplichtingen ingevoerd wordt;
  • een geschikt nationaal toezicht op de zekerheid van de aardgasbevoorrading in het land tot stand komt.

De uitvoering ervan wordt weergegeven in de wetgeving.

Toezichtorganen

Federaal niveau

Op federaal niveau is de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas (CREG) bevoegd voor de regulering van de elektriciteits- en aardgasmarkt. Zij staat in voor de monitoring van de aardgasmarkt en verleent advies aan de overheid.

De bevoegdheden van de CREG worden op wettelijke basis vastgelegd.

Gewestelijk niveau

Op gewestelijk niveau zijn de bevoegde toezichtorganen:

  • voor Vlaanderen: de Vlaamse Reguleringsintstantie voor de Elektriciteits- en gasmarkt (VREG),
  • voor Wallonië: Commission Wallonne pour l'Energie (CWApE),
  • voor Brussel: Bruxelles Gaz Electricité (BRUGEL).

De regionale regulatoren hebben onder meer als taak:

  • leverings- en distributievergunningen afleveren aan de leveranciers op de vrije energiemarkt;
  • de distributienetbeheerders aanstellen;
  • het technisch reglement (voor distributie) opstellen en opvolgen;
  • groenestroomcertificaten uitgeven;
  • controle uitoefenen op de openbare dienstverplichtingen (voornamelijk sociale en ecologische).
Laatst bijgewerkt
15 januari 2018

Laatste nieuws voor dit thema

  1. Energie

    Wist u dat de prijzen van aardolieproducten geplafonneerd zijn?

  2. Energie

    Oproep tot indiening van blijken van belangstelling

  3. Energie

    Het sociaal tarief voor elektriciteit en aardgas - Wijziging van tarieven vanaf 01.02.2019