Internationaal Energie Agentschap (IEA)

Table of Contents

    Het Internationaal Energie Agentschap is een autonoom agentschap verbonden aan de OESO, met zetel te Parijs. Het IEA is ontstaan ten gevolge van de oliecrisis begin jaren zeventig toen de olieprijzen verviervoudigd werden , wat wereldwijd ernstige economische en sociale gevolgen had. De dringende noodzaak om een systeem op te zetten dat in staat zou zijn de olievoorziening in evenwicht te houden, leidde in 1974 tot de oprichting van de organisatie. Momenteel zijn 29 OESO-landen lid. Het Agenschap hanteert als basis voor zijn werkzaamheden de ”Shared Goals” (dit zijn gemeenschappelijke doelstellingen die door alle lidstaten werden onderschreven).

    De dagelijkse leiding van het IEA is in handen van de Japanner Nobuo Tanaka (Executive Director) en de Amerikaanse ambassadeur Bill Ramsey (Deputy Executive Director).

    Het werkprogramma en budget alsook de politieke sturing van het agentschap worden beheerd door de Governing Board. Deze Governing Board vormt het hoogste beslissingsorgaan.

    Leden

    29 lidstaten zijn aangesloten bij het IEA:

    Australië – België – Canada – Denemarken – Duitsland – Finland – Frankrijk – Griekenland – Hongarije (1997) – Ierland – Italië – Japan – Korea – Luxemburg – Nederland – Nieuw-Zeeland – Noorwegen – Oostenrijk – Portugal – Slovakijke – Spanje – Tsjechische Republiek – Turkije – Verenigd Koninkrijk – USA – Zweden – Zwitserland – Polen  – Estonïe

    De Europese Commissie neemt eveneens deel aan de werkzaamheden als “Actieve waarnemer”.

    Het IEA opereert op basis van de in 1994 overeengekomen principes, de zogenaamde “Shared Goals” of gezamenlijke doelstellingen:

    • behoud en de verbetering van beheerssystemen om onderbrekingen van de olievoorzieningen op te vangen,
    • bevorderen van een doelmatig energiebeleid in een wereldwijde context door samenwerking met niet-leden, industrie en internationale organisaties,
    • beheer van een permanent informatiesysteem over de internationale oliemarkt,
    • verbeteren van de internationale energievoorziening en vraagstructuur door de ontwikkeling van alternatieve energiebronnen en verhoging van de doelmatigheid van het energiegebruik,
    • de nodige info verlenen bij de integratie van het milieu- en energiebeleid.

    Ondertussen is het werkterrein van het IEA over de jaren heen gevoelig uitgebreid en is de organisatie een waardevolle bron van informatie en statistieken over de internationale energieontwikkelingen. Belangrijke “publieke” aandachtspunten zijn: de publicatie van het maandelijkse Market Oil Report, de jaarlijkse World Energy Outlook, het jaarlijkse Gas Market Report, de periodieke landenrapporten, enz.

    Verschillende werkgroepen

    De Governing Board wordt bijgestaan door een aantal standing groepen en speciale comités. Dit zijn permanente groepen, die bestaan uit energiedeskundigen uit alle IEA-lidstaten. België - in het bijzonder de Algemene Directie Energie van de Fod Economie - is in alle groepen vertegenwoordigd. De belangrijkste werkgroepen zijn:

    • Standing Group on Emergency Questions (SEQ). Deze groep is verantwoordelijk voor alle aspecten verbonden aan de IEA-noodvoorziening in geval van tekortkomingen bij de oliebevoorrading. Met een zekere regelmaat toetst de SEQ de staat van paraatheid van de responsmechanismen van de lidstaten. Deze werden in het leven geroepen in het kader van de uit 1974 daterende overeenkomst inzake het International Energy Program (IEP). Krachtens deze overeenkomst dienen de lidstaten olievoorraden, bepaald volgens de netto-invoer over een periode van 90 dagen van het voorafgaande jaar, aan te houden.
    • Standing Group on Long-Term Co-operation (SLT). Zij ontwikkelt beleidsanalyses inzake de ontwikkelingen op de elektriciteits- en gasmarkten (recent werd ondermeer aandacht besteed aan oorzaken en gevolgen van blackouts, impact van liberalisering van energiemarken, enz.). Het gaat hier om analyses om de besparing en het efficiënte verbruik van energie te bevorderen, zowel door aansporing van het verbruik van alternatieven van olie als door het invoeren van maatregelen om de energiebevoorrading op de lange termijn zeker te stellen en dit met behoud van het milieu. De SLT volgt energieontwikkelingen in de lidstaten en brengt aanbevelingen uit over het energiebeleid door middel van een serie Country Reviews die regelmatig gepubliceerd worden. Het laatste landenonderzoek van België dateert van 2005. De energiecomponent binnen de klimaatproblematiek wordt eveneens opgevolgd en geanalyseerd.
    • Standing Group on Oil Markets (SOM). Zij volgt de ontwikkelingen op de korte en middellange termijn op de internationale oliemarkt om de IEA-lidstaten in staat te stellen snel in te spelen op veranderende marktomstandigheden. SOM is verantwoordelijk voor het invloedrijke Monthly Oil Market Report waarop men zich kan abonneren.
    • Committee on Energy Research and Technology (CERT). Dit comité bevordert de internationale samenwerking op het vlak van de energietechnologie. Het streeft naar de ontwikkeling en het gebruik van nieuwe en verbeterde technologieën die de energieveiligheid bevorderen, het milieu beschermen en de economische ontwikkeling in de lidstaten ten goede komen.
    • Standing Group on Global Dialogue (SGD). Zij is verantwoordelijk voor de externe betrekkingen van het IEA. Het feit dat de niet-OESO vraag naar energie op termijn de OESO-vraag zal overtreffen, maakt het voor het IEA van wezenlijk belang om de energieontwikkelingen te volgen en contacten te onderhouden met belangrijke energieproducenten en verbruikers buiten de OESO. De SGD richt zich op gebieden als:
      • het veiligstellen van de energiebevoorrading,
      • het energiebeleid en beleidshervormingen,
      • het doelmatige energieverbruik
      • technologie.

    Het IEA heeft overeenkomsten afgesloten met China, India en Rusland, drie landen die van groeiend belang zijn voor de wereldenergiebalans. De richtlijnen voor samenwerking met derde landen wordt bepaald door de IEA-outreach-strategy.

    Implementing Agreements (IA)

    IA’s bieden internationale fora voor samenwerking en informatie-uitwisseling tussen lidstaten onderling en tussen lidstaten en niet-leden inzake energietechnologieën. Momenteel lopen 40 internationale technologieprogramma’s in de domeinen fossiele brandstoffen, hernieuwbare energie, fusie, en energy-end use. Het juridische kader voor deelname en werking is vastgelegd in het “IEA’s framework for International Energy Technology Cooperation” (goedgekeurd door de Governing Board in april 2003). België is momenteel lid van 12 IA’s:

    • Advanced Fuel Cells (VITO & ULG)
    • Bioenergy (CRA de Gembloux, VITO)
    • Demand Side management (FEDESCO)
    • Energy Conservation in Buildings & Community Systems Programme (ULg, CSTC)
    • Energy Conservation through Energy Storage (VITO)
    • Electricity Networks Analysis, Research & Development (KUL, VITO)
    • Emission Reduction in Combustion (ULg)
    • Energy Technology Systems Analysis Programme (KUL, VITO)
    • Hybrid and Electric Vehicles (VITO, VUB, GREEN PROPULSION)
    • Industrial Energy-Related Technologies and Systems (ULg)
    • Ocean Energy Systems (RUG)
    • Solar Heating and Cooling (UCL)

    Verdere informatie is te vinden op de website: http://www.iea.org/

    Door de permanente “Expert Group on Science & Energy Research” wordt overigens informatie uitgewisseld tussen high level experts (VITO en ULg voor België) om zo de transitie, en de noodzakelijke wetenschappelijke doorbraken daarvoor, te voorzien naar de energiesystemen van de toekomst.

    Laatst bijgewerkt
    12 januari 2018

    Laatste nieuws voor dit thema

    1. Consumentenbescherming
      Energie

      Europese harmonisatie van brandstofetiketten

    2. Energie

      Ontwerp van federaal ontwikkelingsplan voor de periode 2020-2030 - publieksraadpleging

    3. Energie

      Energietransitiefonds: oproep tot voorstellen