Table of Contents

    Het Internationaal Fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie (IOPCF) bestaat in drie intergouvernementele organisaties (Fonds ‘71, Fonds ‘92 en Bijkomend Fonds) die door de lidstaten werden opgericht om de slachtoffers van schade door verontreiniging door persistente olie die door tankschepen is gestort, te vergoeden.

    Beschikbare vergoedingsbedragen

    Het grootste bedrag dat via Fonds ’92 kan worden betaald bij een schadegeval dat na 1 november 2008 is ontstaan, is 203 miljoen bijzondere trekkingsrechten op het Internationaal Monetair Fonds, d.w.z. ongeveer 214 miljoen euro.

    Het totale vergoedingsbedrag dat bij een schadegeval kan worden betaald dat in een lidstaat van het Bijkomend Fonds is ontstaan, is 750 miljoen bijzondere trekkingsrechten, d.w.z. ongeveer 792 miljoen euro.

    Financiering van Fonds ‘92 en van het Bijkomend Fonds

    Fonds ’92 en het Bijkomend Fonds worden gefinancierd door de bijdragen die van elke persoon worden geïnd die tijdens een kalenderjaar meer dan 150.000 ton ruwe olie en zware stookolie in een lidstaat ontvangen heeft.

    Berekening van de bijdragen

    De bijdragen worden vastgelegd op basis van de verslagen over de hoeveelheden olie die de verschillende bijdrageplichtigen hebben ontvangen. De AD Energie deelt elk jaar de naam en het adres van alle bijdrageplichtigen in België aan de administrateur van Fonds ’92 mee alsook aanwijzingen over de ontvangen hoeveelheden.

    De wijze waarop de verslagen door de bijdrageplichtigen moeten worden opgemaakt en aan de AD Energie moeten worden meegedeeld, is vastgelegd door het Koninklijk besluit van 22 mei 2006 tot wijziging van het koninklijk besluit van 19 juli 1994 tot uitvoering van de wet van 6 augustus 1993 houdende goedkeuring en uitvoering van het internationaal verdrag ter oprichting van een Internationaal Fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en van het Protocol bij dit verdrag, opgemaakt te Londen op 19 november 1976 (BS 14.06.2006).

    Betaling van de bijdragen

    De jaarlijkse bijdragen worden geïnd ter financiering van Fonds ’92 om de voorziene vergoedingen te kunnen betalen en aan de administratieve uitgaven van het komende jaar tegemoet te kunnen komen. Elke bijdrageplichtige moet een bepaald bedrag per ontvangen ton olie storten. Het te heffen bedrag wordt elk jaar door de Algemene Vergadering vastgelegd en kan dus naar gelang van het jaar aanzienlijk schommelen.

    Eens dit bedrag bepaald is, zendt de administrateur een factuur aan elke bijdrageplichtige. Er bestaat een systeem van uitgestelde facturatie: de Algemene Vergadering legt het totale bedrag van de bijdragen voor een gegeven kalenderjaar vast maar beslist dat enkel een –te bepalen- lager totaal bedrag moet worden gefactureerd voor betaling op 1 maart van het daarop volgende jaar en het saldo of een deel hiervan moet, indien nodig, later in de loop van het jaar worden gefactureerd.

    De bijdragen worden door elke bijdrageplichtige rechtstreeks in Fonds ’92 gestort.

    Aanvullende informatie

    Meer info over de organisatie en de werking van de IOPCF is te vinden op de website van Het internationaal Fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie.

    Wetgeving

    De internationale regeling inzake vergoeding van schade door verontreiniging door olie berust op 2 internationale verdragen : het internationaal Verdrag van 1992 inzake de burgerlijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie en het internationaal Verdrag van 1992 ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie.

    Het Verdrag van 1992 inzake de burgerlijke aansprakelijkheid regelt de aansprakelijkheid van de eigenaars van de tankschepen die schade door verontreiniging door olie hebben veroorzaakt. Het stelt het principe van de risicoaansprakelijkheid en voert een systeem van verplichte aansprakelijkheidsverzekering in. De eigenaar van een schip heeft het recht zijn aansprakelijkheid te beperken tot een bedrag dat op de tonnenmaat van het schip gebaseerd is.

    Het Verdrag van 1992 ter oprichting van een internationaal fonds verzekert een tweede vergoedingsniveau. De financiering gebeurt namelijk via de personen die bedragende olie ontvangen die op zee werd vervoerd naar de Staten die partij bij het Verdrag zijn. Fonds ’92 werd in 1996 opgericht en telt tegenwoordig 101 Lidstaten.

    Fonds ’71, dat door een verdrag in 1971 werd opgericht, bestaat nog steeds, maar staat op het punt te worden vereffend. Sinds 24 mei 2002 dekt het geen schadegevallen meer.

    Het Protocol ter oprichting van het Bijkomend Fonds (protocol van 2003 bij het Verdrag van 1992 ter oprichting van een internationaal fonds) verschaft een derde vergoedingsniveau. Het geeft een bijkomende vergoeding die hoger ligt dan het beschikbare vergoedingsbedrag, zoals bepaald door het Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds. Het Bijkomend Fonds werd in 2005 opgericht en telt nu 21 lidstaten.

    Bovenvermelde internationale handelingen werden door België geratificeerd en in nationaal recht omgezet via volgende wetten :

    Laatst bijgewerkt
    15 januari 2018

    Laatste nieuws voor dit thema

    1. Energie

      Wist u dat de prijzen van aardolieproducten geplafonneerd zijn?

    2. Energie

      Oproep tot indiening van blijken van belangstelling

    3. Energie

      Het sociaal tarief voor elektriciteit en aardgas - Wijziging van tarieven vanaf 01.02.2019