Het energiebeleid van België

Table of Contents

    Er bestaat niet zoiets als één energiebeleid in België, er is namelijk meer dan één energiebeleid. Na de Belgische gewestvorming in 1980 hebben institutionele hervormingen geleid tot de overdracht van bevoegdheden van de federale staat naar de gewesten, met name voor energie.

    De federale staat is bevoegd voor de materies waarvan de technische en economische ondeelbaarheid een gelijke behandeling op het nationale niveau vereist. De gewesten zijn verantwoordelijk voor substantiële beleidselementen op hun respectief grondgebied.

    Het energiebeleid van België en zijn drie gewesten draait rond vier prioriteiten:

    1. veiligheid en diversificatie van de bevoorradingsbronnen,
    2. energie-efficiëntie,
    3. behoud van de transparantie en de concurrentiekracht van de tarieven, en
    4. bescherming van het milieu.

    Raadpleeg de Algemene beleidsnota van de minister voor Energie (PDF, 512.39 KB), Marie-Christine Marghem

    Bevoegdheidsverdeling tussen staat en gewesten voor energiebeleid

    In 1980 werden bij een grondwetsherziening de bevoegdheden van gewesten en gemeenschappen voor energie uitgebreid.

    De bijzondere wet van 8 augustus 1980 verdeelt de bevoegdheden als volgt:

    De federale staat is bevoegd voor de materies waarvan de technische en economische ondeelbaarheid een gelijke behandeling op het nationale niveau vereist, namelijk:

    • studies over de perspectieven van energiebevoorrading
    • de splijtstofcyclus;
    • de grote infrastructuur op het vlak van productie, opslag en transport van energie;
    • de tarieven, met inbegrip van het prijzenbeleid, onverminderd de gewestelijke bevoegdheid inzake tarieven;
    • de bevoorradingszekerheid.

    De gewesten zijn verantwoordelijk voor substantiële beleidselementen op hun respectief grondgebied, namelijk:

    • de distributie en het plaatselijke transport van elektriciteit langs netwerken waarvan de nominale spanning lager dan of gelijk is aan 70.000 volt, met inbegrip van de distributietarieven voor elektriciteit, met uitzondering van de tarieven van de netten die een transmissiefunctie hebben en die uitgebaat worden door dezelfde beheerder als het transmissienet;
    • de openbare distributie van gas, met inbegrip van de nettarieven voor de openbare distributie van gas, met uitzondering van de tarieven van de netwerken die ook een aardgasvervoersfunctie hebben en die worden uitgebaat door dezelfde beheerder als het aardgasvervoersnet;
    • het gebruik van mijngas en gas van hoogovens;
    • de distributienetwerken van warmte die op afstand wordt geproduceerd;
    • de valorisatie van terrils;
    • nieuwe energiebronnen met uitzondering van degene die verbonden zijn met kernenergie;
    • recuperatie van energie door industrie en andere gebruikers;
    • rationeel energiegebruik.

    Energiebalansen van België

    Energiebalansen verschaffen een geëigend kader voor een systematische meting van het verschil tussen het energieaanbod (zichtbaar brutoverbruik van primaire energie) en de vraag (finaal energieverbruik) zodat het mogelijk wordt het complexe mechanisme van omvorming van primaire energie in afgeleide of secundaire energie weer te geven.

    Deze balansen zijn bovendien noodzakelijk om de energieprestaties van het land in de internationale en Europese context te plaatsen en de behoeften te evalueren, gekoppeld aan het dekken van zijn energiebevoorrading en de vermindering van zijn energieafhankelijkheid.

    Deze balansen meten eveneens de invloed van het energieverbruik op het milieu, met name wat de uitstoot van broeikasgassen (CO2-balansen) betreft.

    Energieoverleg tussen staat en gewesten

    De bevoegdheidsverdeling voor energiezaken vergt samenwerking en overleg tussen de federale staat en de gewesten.

    Dit overleg werd op 18 december 1991 geformaliseerd in het samenwerkingsakkoord over de coördinatie van de activiteiten die verband houden met energie, dat door de staat, het Waals Gewest, het Vlaams Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest werd ondertekend.

    Dit overleg heeft geleid tot de oprichting van ENOVER (CONCERE in het Frans).

    ENOVER

    ENOVER is een overleggroep die de samenwerking op het vlak van energie tussen de federale en gewestelijke regeringen versterkt.

    Het plenaire ENOVER brengt afgevaardigden samen van de vier energieadministraties en de vier kabinetten verantwoordelijk voor energie, de Permanente Vertegenwoordiging en de Directie-Generaal Europese Zaken en Coördinatie van de FOD Buitenlandse Zaken.

    De directeur-generaal van de Algemene Directie Energie zit de groep ENOVER voor. Het secretariaat wordt verzorgd door de diensten van de Algemene Directie Energie.

    De taken van ENOVER

    Voltallig staat de groep ENOVER in voor:

    • organisatie van het overleg tussen de staat en de gewesten;
    • behoud van de interne coherentie van de energiebeleidsmaatregelen van de bevoegde overheden;
    • centralisatie van de informatie over de aanpassing van de wetgeving voor de betreffende materies;
    • bevordering van de uitwisseling van informatie tussen de bevoegde overheden;
    • het verzamelen van de gegevens die bedoeld zijn om gevolg te geven aan de informatievragen van de internationale organisaties en het opstellen van de energiebalansen;
    • samenstelling van de Belgische afvaardiging bij internationale organisaties;
    • uitwerking van gecoördineerde, onderbouwde en gerichte standpunten die moeten worden ingenomen door de Belgische delegatie bij internationale instanties en meer bepaald binnen de Raad van de EU (bijvoorbeeld de voorbereiding van Europese richtlijnen).

    Organisatie en werking van ENOVER

    De voltallige groep ENOVER vergadert ongeveer elke maand met de leden van het Waals en het Vlaams Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest onder voorzitterschap van de FOD Economie. Beslissingen worden in de plenaire zitting genomen wanneer er consensus is bereikt. De groep formuleert gezamenlijke standpunten die doorgaans in ENOVER-werkgroepen worden voorbereid.

    Deze ENOVER-werkgroepen brengen deskundigen samen rond een beleidsthema of specifieke opdrachten met betrekking tot energie (bijvoorbeeld hernieuwbare energie of energie-efficiëntie). Behalve uitwisseling van informatie en samenwerking op beleidsvlak zijn deze werkgroepen belast met het voorbereiden van rapporten aan de Europese Commissie. Er bestaan zowat vijftien werkgroepen.

    ENOVER-EU volgt de actualiteit en beheert de Europese energiedossiers. In deze groep wordt onder meer het Belgisch standpunt voorbereid voor bijeenkomsten van de Energy Working Party, COREPER, de "informele" Energieraad en de bijeenkomst van de directeurs-generaal voor Energie (DGE).

    Voor materies die verschillende maatschappelijke domeinen en de bevoegdheden van verschillende administraties overlappen worden gemengde groepen opgericht. Die bestaan dan uit deskundigen van verschillende administraties. Zo ligt de lancering van het 2030 klimaat- en energiepakket (2014) aan de basis van een gemengde groep energie-klimaat, ENOVER-CCIM.

    Het secretariaat van ENOVER, beheerd door de Algemene Directie Energie, staat in voor het opstellen van de agenda van de voltallige vergadering; het opstellen en rondsturen van het verslag van de voltallige vergaderingen; het optimaliseren van de werking van de werkgroepen; het stimuleren van het overleg over actuele onderwerpen; het afbakenen van domeinen voor overleg en samenwerking met de gewesten; het verspreiden van informatie naar de leden van de voltallige vergadering en de werkgroepen.

    Laatst bijgewerkt
    5 februari 2018

    Laatste nieuws voor dit thema

    1. Consumentenbescherming
      Energie

      Europese harmonisatie van brandstofetiketten

    2. Energie

      Ontwerp van federaal ontwikkelingsplan voor de periode 2020-2030 - publieksraadpleging