Klimaat-energiepakket

Op 23 januari 2008 stelde de Europese Commissie het klimaat-energiepakket voor. Europa toont hiermee aan dat het klaar is om wereldwijd het initiatief te nemen in de strijd tegen de klimaatverandering, het streven naar een continue, duurzame en concurrerende energie­voorziening, en de omvorming van de Europese economie tot een voorbeeld van duurzame ontwikkeling in de 21e eeuw. Het klimaat-energiepakket kan bovendien de bevoorradingszekerheid ten goede komen.

Op Europees niveau wil men de volgende doelstellingen bereiken:

  • Een bindende doelstelling tot een reductie van 20 % broeikasgassen tegen 2020 (met als uitgangspunt 1990). Een bindende doelstelling tot een reductie van 30 % broeikasgassen indien andere geïndustrialiseerde landen bereid zijn zich tot deze doelstelling te engageren in het kader van een internationaal akkoord;
  • Een doelstelling van 20 % hernieuwbare energie in de totale energiemix van de Europese Unie tegen 2020, inclusief 10 % hernieuwbare energie in de transportsector;
  • Realiseren van het EU-besparingspotentieel van 20 % voor energie-efficiëntie ten opzichte van de prognoses van 2020.

Hernieuwbare energie

Toen de staats- en regeringsleiders van de verschillende lidstaten in de lente van 2007 beslisten dat tegen 2020 de Europese Unie 20 % van haar energie uit hernieuwbare energiebronnen moet halen, wisten ze dat er nog veel werk aan de winkel was. In 2005 was het aandeel van hernieuwbare energie in de totale energiemix in Europa immers nog maar goed voor 6,38 %. Voor de individuele lidstaten zag de verdeling er als volgt uit:

Hernieuwbare energie

Bron: Europese Commissie

Om de 20 % doelstelling tegen 2020 te bereiken, krijgen alle lidstaten in het commissievoorstel van januari 2008 bindende nationale doelstellingen toebedeeld. België moet tegen 2020 13 % hernieuwbare energie behalen. Voor de andere lidstaten zijn de doelstellingen als volgt:

  Aandeel energie uit hernieuwbare bronnen in het eindverbruik van energie, 2005 (S2005) Streefcijfer voor het aandeel energie uit hernieuwbare bronnen in het eindverbruik van energie, 2020 (S2020)

België

2,2 %

13 %

Bulgarije

9,4 %

16 %

Tsjechië

6,1 %

13 %

Denemarken

17,0 %

30 %

Duitsland

5,8 %

18 %

Estland

18,0 %

25 %

Ierland

3,1 %

16 %

Griekenland

6,9 %

18 %

Spanje

8,7 %

20 %

Frankrijk

10,3 %

23 %

Italië

5,2 %

17 %

Cyprus

2,9 %

13 %

Letland

34,9 %

42 %

Litouwen

15,0 %

23 %

Luxemburg

0,9 %

11 %

Hongarije

4,3 %

13 %

Malta

0,0 %

10 %

Nederland

2,4 %

14 %

Oostenrijk

23,3 %

34 %

Polen

7,2 %

15 %

Portugal

20,5 %

31 %

Roemenië

17,8 %

24 %

Slovenië

16,0 %

25 %

Slovakije

6,7 %

14 %

Finland

28,5 %

38 %

Zweden

39,8 %

49 %

Verenigd Koninkrijk

1,3 %

15 %

Het potentieel voor hernieuwbare energie in België is kleiner dan in verschillende andere lidstaten van de EU. Het variërende potentieel van de verschillende lidstaten is vooral te wijten aan geografische factoren. Zweden is de koploper met een doelstelling van 49 %. Het gemiddelde van de EU komt via de bijdrages van de lidstaten op 20 % te liggen.

In het commissievoorstel wordt getracht de inspanningen eerlijk te verdelen tussen de lidstaten. Onnodige hinderpalen voor de groei van hernieuwbare energie worden uit de weg geruimd. Verwacht wordt dat door de uitvoering van dit voorstel een besparing van 600 tot 900 miljoen ton CO2-emissie per jaar gerealiseerd kan worden, waardoor de klimaatverandering wordt afgeremd en aan andere landen een signaal wordt gegeven om hetzelfde te doen. Er zullen 200 tot 300 miljoen ton per jaar minder fossiele brandstoffen verbruikt worden. Aangezien de Europese Unie een netto-invoerder is van fossiele brandstoffen, zal door een daling van het verbruik ervan de bevoorradingszekerheid verhogen.

Dit alles zal 13 tot 18 miljard euro per jaar kosten. Deze investering zal de prijs van technologieën voor hernieuwbare energie doen zakken omdat deze technologieën zullen instaan voor een steeds groter gedeelte van onze energievoorziening.

Alle burgers hebben baat bij lagere broeikasgasemissies en meer energievoorzieningszekerheid. Dit vormt bovendien een grote stimulans voor hoogtechnologische sectoren en schept nieuwe marktkansen en jobs, met name in plattelandsgebieden.

Momenteel kost hernieuwbare energie meer dan energie uit traditionele energiebronnen. Door de stijgende olieprijzen zou deze tendens kunnen omgekeerd worden in de toekomst. Bijkomende nationale steunmaatregelen om investeringen in hernieuwbare energie te bevorderen, kunnen bovendien een extra stimulans zijn. Ook België heeft een dergelijk nationaal steunmechanisme uitgewerkt, bijvoorbeeld onder de vorm van belastingsvermindering.

De Raad en het Europees Parlement hopen tot een akkoord te komen. Pas dan zal het wetsvoorstel van de Europese Commissie over hernieuwbare energie geratificeerd worden en zal de doelstelling van 13 % voor België bindend worden.

Laatst bijgewerkt
26 februari 2018

Laatste nieuws voor dit thema

  1. Energie

    Publieksbevraging rond het ontwerp van Nationaal Energie- en Klimaatplan (2021-2030)

  2. Energie

    Diesel en benzine in tankstations van goede kwaliteit

  3. Energie

    Analyse van het energieverbruik van huishoudens in België