Table of Contents

    Rusland is nu een stabiele en betrouwbare leverancier van energiedragers aan de Europese Unie en was dat blijkbaar in het verleden ook. Europa heeft een groot belang bij een goede relatie met Rusland vanwege deze energiebelangen. Dertig procent van de olie van de EU en veertig procent van het gas komt immers uit Rusland. Sommige lidstaten van de EU, in het bijzonder Polen, Slowakije en Hongarije, zijn zelfs bijna volledig afhankelijk van Russische olie. Anderzijds blijft de EU de belangrijkste afzetmarkt voor Russische exporteurs. Bovendien is Europa met meer dan zestig procent van de directe buitenlandse investeringen in Rusland, ook de grootste investeerder in het land. Die sterke wederzijdse belangen en onderlinge afhankelijkheid betekenen dat de energiesector een zeer belangrijke sector is voor de onderlinge relatie tussen de EU en Rusland.

    Uitdagingen voor Rusland

    In tegenstelling tot andere sectoren van de Russische economie, is de energiesector grotendeels in staatshanden gebleven. Het wordt steeds duidelijker dat het snelle herstel van de olie- en gasproductie stilaan afvlakt en dat de capaciteit van de energiesector in Rusland zijn grenzen bereikt heeft. Bovendien heeft de aanhoudende economische groei in Rusland in de afgelopen zes jaar een snelle toename van de binnenlandse vraag naar gas en elektriciteit meegebracht. Bepaalde deskundigen stellen dat de inkomsten uit de olie- en gaswinning goed zijn voor meer dan 50 % van de Russische economische groei wat een duidelijke bevestiging is van de door de Commissie al genoemde "win-win"-situatie. Daartegenover staat dat een aantal deskundigen, inclusief van het IEA, ernstig bezorgd is over de vraag of Rusland wel genoeg investeert om zijn verbintenissen in de toekomst na te kunnen komen.

    De Russische regering heeft in de 'Energiestrategie tot 2020' in grote lijnen het energiebeleid voor de komende jaren uitgestippeld. Door de snelle economische groei en de daarmee stijgende welvaart, zal ook de energieconsumptie toenemen. Eén van de aandachtspunten van de strategie is dan ook het terugdringen van het energieverbruik in Rusland met 40 tot 50 procent tot 2020.

    Dit mogelijke conflict tussen de oplopende binnenlandse vraag en grotere leveringen aan de wereldmarkt zet Rusland ertoe aan de volgende strategie toe te passen:

    • uitbreiding van de productie en modernisering van de productiebasis in de elektriciteits-, gas en olie-industrie;
    • zorgen voor een aanzienlijk efficiënter verbruik van energie;
    • diversificatie van de structuur van het binnenlandse energieverbruik;
    • erover waken dat open, transparante, efficiënte en concurrerende energiemarkten de hoeksteen zijn van zijn strategie voor een veilige energievoorziening

    Een kwestie die voor de Russische Federatie in het verleden centraal stond en nog steeds in het centrum van de belangstelling staat, is de zekerheid over de buitenlandse energievraag, namelijk:

    • Wat zijn de toekomstige leveringsvoorwaarden op de Europese markt wanneer de Europese energiemarkt wordt opengesteld voor concurrentie?
    • Wat met het probleem van de doorvoer van olie en gas?
    • Wat wordt bedoeld met de nieuwe EU-strategie die kiest voor een ingrijpender diversificatie, zowel wat het type verbruikte energie als de geografische spreiding van de bronnen betreft?

    Energiebesparing is momenteel waarschijnlijk de goedkoopste energie-investering die Rusland ter beschikking heeft. Verscheidene studies wijzen uit dat het jaarlijkse potentieel voor energiebesparing in Rusland tegen 2020 kan oplopen tot het equivalent van 75 % van de huidige Russische gasproductie. Als men alleen al kijkt naar de uitzonderlijke grote gasverliezen in het transmissiesysteem, het excessieve gasverbruik door verouderde gasgestookte elektriciteitscentrales en het affakkelen van overtollig gas, loopt de potentiële besparing al op tot 100 miljard kubieke meter gas per jaar.

    Gezien dit enorme potentieel hebben minister Khristenko en Commissielid Piebalgs een gezamenlijk "EU-Rusland initiatief over Energie-efficiëntie" opgezet.

    Overeenkomst over partnerschap en samenwerking

    De overeenkomst over partnerschap en samenwerking (PSO) waarbij een partnerschap tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Russische Federatie, anderzijds, is een 'gemengde' overeenkomst, die op 1 december 1997 in werking is getreden met een looptijd van tien jaar. Door deze overeenkomst zijn kwantitatieve beperkingen op handel vervallen en werd de meest bevoorrechte natie status ingevoerd. Op 27 april 2004 tekenden de EU en Rusland een protocol, waardoor het verdrag ook van toepassing werd op de nieuwe lidstaten van de Europese Unie. Het PSO liep eind 2007 af.

    Die partnerschapsovereenkomst was sterk verouderd gezien de belangrijke positie van Rusland als energieverschaffer en zijn assertieve buitenlandse beleid, evenals de ontwikkelingen in Europa en de wereld. De onderhandelingen over de nieuwe PSO zouden eigenlijk al in het najaar van 2006 beginnen, maar moesten vanwege een veto van Polen, en daarna Litouwen, worden uitgesteld. Pas eind mei 2008 gingen alle lidstaten akkoord.

    De Europese Unie en Rusland begonnen vervolgens op 4 juli 2008 aan onderhandelingen over een nieuwe partnerschapsovereenkomst. Een belangrijk onderdeel van de besprekingen is de samenwerking op het gebied van energie. Er werd afgesproken alle aspecten daarvan, waaronder de toegang tot elkaars energiemarkt, te bespreken. Naast het thema ‘energie’ zal er ook onderhandeld worden over politiek, handel, misdaadbestrijding, milieubescherming, cultuur en wetenschap.

    Hoe deze partnerschapsovereenkomst er juist uit zal zien en wat er juist in zal staan, was nog niet duidelijk. Rusland had liever een kaderovereenkomst met de bijgevoegde sectorale protocollen. De EC wilde een gedetailleerde overeenkomst inclusief de regeling in de energiesector. De partijen hebben een consensus bereikt onder de vorm van een licht gedetailleerde overeenkomst met de grote lijnen van sectorale overeenkomsten.

    De partijen spraken af geen datum te kiezen waarop een nieuw verdrag klaar moet zijn. In de onderhandelingen over het toekomstige partnerschapsakkoord zullen knelpunten in de Europees-Russische relaties als energie, handel, mensenrechten, de afschaffing van de visumplicht en de 'bevroren conflicten' in de Kaukasus aan bod komen.

    Kyoto Protocol

    De Russische Doema heeft het Kyoto Protocol in oktober 2004 geratificeerd en dit met ingang van februari 2005. De EC verleent technische bijstand via het TACIS-programma. De volgende projecten zijn onderdeel van dit protocol:

    • gezamenlijke pilootprojecten voor energie-efficiënte in Rusland;
    • gezamenlijke projecten ter bevordering van hernieuwbare energie bronnen;
    • winning en gebruik van geassocieerd gas.

    Elektrische Interconnectie netwerk

    De discussie over de hervorming van de elektrische systemen was gestart op initiatief van het Russische Verenigde Energie Systeem (UPS), Eurelectric en de Unie voor coördinatie van elektrische transmissie (UCTE). Een kaderovereenkomst op het milieugebied werd op 14 juni 2005 tussen NIS Elektriciteit Raad en Eurelectric bereikt. Onlangs was een overzichtelijke haalbaarheidsstudie voor de interconnectie van het transmissiesysteem tussen UPS en UCTE gestart. Er zijn volgende probleemgebieden:

    • een gebrek aan een voldoende regelgevende structuur in Rusland;
    • een noodzaak om in Rusland geharmoniseerde veiligheids- en milieustandaarden voor de elektriciteitsproductie toe te passen;
    • de vereiste infrastructuur voor het gezamenlijke gebruik en synchronisatie van de elektrische systemen van Rusland en de EU opstellen;
    • moderne technologieën voor het controlebeheer introduceren;
    • een gebrek aan financiële zekerheid voor de Europese investeerders.

    Internationaal partnerschap voor samenwerking over energie-efficiëntie (IPEEC)

    Van 7 tot 9 juni 2008 ondertekenden Rusland, US en andere grote industriële landen, evenals landen met een opkomende economie als China, India en Zuid Korea - op initiatief van de Europese Gemeenschap – in Japan een declaratie voor de oprichting van “International Partnership for Energy Efficiency Cooperation (IPEEC)”.

    Het partnerschap heeft tot doel een forum te bieden voor bespreking, overleg en uitwisseling van informatie; het zal geen normen of efficiëntiedoelstellingen ontwikkelen of vaststellen. Het zal aldus activiteiten vergemakkelijken, zoals:

    • het uitwisselen van informatie,
    • het bevorderen van de ontwikkeling van technologieën op het gebied van energie-efficiëntie,
    • het verbeteren van de financiering en de inspanningen voor samenwerking om het toepassen van technologieën en onderzoek op het gebied van energie-efficiëntie te versnellen,
    • het uitwisselen van informatie/werkzaamheden op het gebied van mondiale normen,
    • het aanmoedigen van groene overheidsopdrachten,
    • het bevorderen van efficiënte reguleringskaders die de energie-efficiëntie ten goede komen.

    Het partnerschap heeft een modulaire structuur:

    • belangrijke regeringsleden (viceminister of directeur-generaal) komen een keer per jaar bijeen;
    • iedere deelnemer bereidt voor eigen land vrijwillig een energie-efficiëntieplan voor, gebaseerd op de nationale omstandigheden en bestaande projecten;
    • elk land zal een actiegebied kiezen, rekening houdend met de eigen belangen en mogelijkheden;
    • experten van genomineerde instellingen zullen aan concrete acties/projecten deelnemen;

    Alle landen die dat wensen kunnen deelnemen aan het partnerschap.

    Laatst bijgewerkt
    15 januari 2018

    Laatste nieuws voor dit thema

    1. Energie

      Publieksbevraging rond het ontwerp van Nationaal Energie- en Klimaatplan (2021-2030)

    2. Energie

      Analyse van het energieverbruik van huishoudens in België

    3. Energie

      Plan voor de ontwikkeling van het transmissienet van elektriciteit - Federaal Ontwikkelingsplan 2020-2030