Table of Contents

    Consumptie van de voornaamste motorbrandstoffen

    Bron: FOD Economie – Algemene Directie Energie.

    De totale maandelijkse consumptie, in volume, van alle motorbrandstoffen bleef gedurende de onderzochte periode relatief stabiel, met uitzondering van 2020, dat gekenmerkt werd door de coronacrisis.

    Afhankelijk van het type motorbrandstof tekenen zich verschillende tendensen af. De maandelijkse consumptie van de benzineproducten is sinds 2013 vrijwel onafgebroken gestegen, door de stijgende verkoop van benzine- en hybridewagens. De maandelijkse consumptie van diesel en lpg kent daarentegen een licht dalend verloop, door de afname van het aantal dieselwagens sinds 2015.

    Dat is onder meer het gevolg van fiscale of andere gezondheids- en milieumaatregelen. Op federaal niveau werden de accijnzen op diesel in de periode 2015-2018 sterk verhoogd, terwijl de accijnzen op benzineproducten licht daalden. Op regionaal niveau werden sinds 2017 geleidelijk lage-emissiezones ingevoerd, die dieselvoertuigen zwaarder treffen

     

    Detail consumptie benzineproducten

    Bron: FOD Economie – Algemene Directie Energie.

    Benzine 95RON wordt van beide benzineproducten het meest verbruikt en is de drijvende kracht achter de stijgende tendens. In 2017 werd 95RON E10 op de markt gebracht. Omdat het gebruik van die variant in oudere voertuigen (bouwjaar vóór 2000) wordt afgeraden, zijn bestuurders van dergelijke voertuigen overgestapt op benzine 98RON. Die trend weerspiegelt zich duidelijk in de stijgende consumptiecijfers van benzine 98RON in 2017.

    Consumptie kerosine

    Bron: FOD Economie – Algemene Directie Energie.

    De consumptie van kerosine in de luchtvaart kent een algemeen stijgend en zeer seizoensgebonden verloop met pieken in de zomermaanden juli en augustus. Het kende een drastische daling in 2020 als gevolg van de gezondheidscrisis, maar keerde begin 2022 terug naar een "normaal" niveau. Sindsdien worden er records gebroken, waarvan het laatste in juli 2025 werd geregistreerd (230,5 miljoen liter). Die opmerkelijke ontwikkeling is ook zichtbaar in de luchtvaartstatistieken vooral in de cijfers over het aantal vervoerde passagiers en het aantal vluchten. Het goederentransport kent een meer gestaag stijgend verloop.

    Internationale maritieme scheepvaart

    Internationale maritieme scheepvaart is van groot belang in België, dankzij de aanwezigheid van de haven van Antwerpen-Brugge (ontstaan uit de fusie van de havens van Antwerpen en Zeebrugge), de op één na grootste haven van Europa. Volgens een internationale statistische conventie wordt internationale maritieme scheepvaart echter niet meegerekend in het energieverbruik van het land.

    De totale hoeveelheid aardolieproducten die voor internationale maritieme scheepvaart wordt gebruikt, is in de onderzochte periode over het geheel genomen afgenomen. Hoewel die trend voornamelijk het gevolg is van de economische situatie in het internationale vracht- en passagiersvervoer, wordt ze ook beïnvloed door de wens om de scheepvaart milieuvriendelijker te maken. In het afgelopen decennium zijn diverse maatregelen genomen, zoals

    Enkele effecten van die maatregelen zijn te zien in de infografiek. Vanaf mei 2019 daalde het verbruik van hoogzwavelige stookolie (HSFO, >= 1 % zwavel) drastisch, terwijl het verbruik van laagzwavelige stookolie (LSFO, < 1 % zwavel) snel toenam, met een versnelling tussen december 2019 en januari 2020, de deadline voor het gebruik van scheepsbrandstoffen met een zwavelgehalte boven 0,5 % in verschillende delen van de Europese Unie. Sindsdien is zeer laagzwavelige stookolie (VLSFO, tussen 0,1 % en 0,5 % zwavel) de meest gebruikte scheepsbrandstof.

    De effecten van milieumaatregelen zijn ook zichtbaar in de overstap naar het gebruik van niet-petroleumproducten:

    • vloeibaar aardgas (lng)
    • biobrandstoffen
    • methanol

    Zo heeft het verbruik van lng voor internationale maritieme scheepvaart sinds 2023 een opmerkelijke groei doorgemaakt.

    Consumptie gasolieproducten

    Bron: FOD Economie – Algemene Directie Energie.

    Gasolieproducten worden vaak gebruikt als verwarmingsbrandstof en zijn daarom seizoensgevoelig, met een piek in januari of februari. In 2020 werd echter een significante piek waargenomen in maart. De sterke prijsdaling van aardolieproducten op de internationale markten in het voorjaar van 2020 (zie Gemiddelde maandelijkse maximumprijzen), a

     als gevolg van het uitbreken van de coronacrisis, heeft consumenten er juist toe aangezet om gasolie te bestellen.

    Het verbruik van gasolieproducten bleef relatief stabiel tot 2020, maar kende daarna doorheen de jaren een geleidelijk dalend verloop met steeds lagere pieken.

    Sinds het voorjaar van 2024 vertonen de twee gasolieproducten een tegengestelde trend: het verbruik van gasolie voor verwarming daalt, terwijl dat van gasolie diesel voor verwarming stijgt. Die divergentie volgt op de inwerkingtreding, op 1 april 2024, van een nieuwe versie van de Belgische norm NBN T52-716. Die legt een maximaal zwavelgehalte van 10 ppm voor gasolie verwarming op, evenveel als het maximaal zwavelgehalte van gasolie diesel voor verwarming. In andere landen mag gasolie voor verwarming nog steeds een zwavelgehalte van meer dan 10 ppm hebben. Daardoor is die variant niet langer aantrekkelijk voor Belgische raffinaderijen, die er minder van produceren. Bij gebrek aan gasolie voor verwarming kiezen consumenten voor gasolie diesel voor verwarming.

    Gemiddelde maandelijkse maximumprijzen

    Bron: FOD Economie - Algemene Directie Energie

    Na de sterke prijsdaling in het voorjaar van 2020 door de coronacrisis, kennen de maximumprijzen een continu stijgend verloop. De invasie van Oekraïne door Rusland eind februari 2022 heeft ze op ongekende hoogtes gebracht. De vertraging van de economische groei en de vraag zorgde vervolgens voor een afname, maar slechts in beperkte mate. Het embargo op ruwe aardolie en aardolieproducten van Russische origine lijkt hen niet te beïnvloeden.

    De prijzen van aardolieproducten vindt u op de website van Statbel.

    Methodologische nota

    De Algemene Directie Energie van de FOD Economie publiceert maandelijks de officiële statistieken over de consumptie van de voornaamste aardolieproducten in België. Ons land voldoet daarmee aan Verordening (EG) nr. 1099/2008 .

    Die officiële gegevens zijn twee maanden na het einde van de referentieperiode definitief. De cijfers van de laatst beschouwde maand zijn dus nog niet finaal maar ze geven al een betrouwbaar beeld van het verloop.

    De term “consumptie” verwijst naar de tot verbruik uitgeslagen volumes van de aardolieproducten (artikel 6 punt 3). Het moment waarop de producten effectief worden verkocht aan eindverbruikers - en nog meer het moment waarop ze werkelijk worden verbruikt - ligt vaak later dan het moment van vrijgave voor consumptie (bijvoorbeeld stookolie voor verwarming).

    Contact E2-EMES@economie.fgov.be

    Laatst bijgewerkt
    6 januari 2026