Veelgestelde vragen door ondernemingen over elektriciteitsschaarste

Table of Contents

    Het hele jaar door houdt de FOD Economie toezicht op de elektriciteitsbevoorradingszekerheid in België. Daartoe controleert hij of er voldoende productiecapaciteit beschikbaar is om aan de voorzienbare vraag van gezinnen en bedrijven te beantwoorden.

    Elia, als beheerder van het Belgische transmissienet voor elektriciteit, zorgt permanent voor het evenwicht van het netwerk (evenwicht tussen vraag en aanbod).

    In het aanbod worden de kWh elektriciteit geproduceerd in België en die die we in het buitenland kunnen kopen, opgenomen..

    Ongeacht het seizoen kan België elektriciteit invoeren vanuit zijn Europese buurlanden, te weten Frankrijk, Nederland en Luxemburg. Bovendien hebben onze buurlanden zich ertoe verbonden om de export naar België te vergroten als België omwille van diverse redenen, zoals bijzonder slechte weersomstandigheden (in België of in de buurlanden), problemen heeft om elektriciteit in te voeren.

    Op internationaal vlak zijn er verscheidene acties ondernomen om de capaciteit van de interconnecties tussen de verschillende landen te optimaliseren. 

    Ook bij de andere interconnecties en netuitbreidingen loopt het werk volop verder om o.a. het Belgische net met Engeland en met Duitsland te verbinden via nieuwe ondergrondse elektrische verbindingen.

    Om het risico van een dergelijke situatie maximaal te beperken, heeft de regering op verschillende niveaus maatregelen getroffen:

    • aanleggen van een strategische reserve die in geval van elektriciteitstekort wordt geactiveerd. De minister van Energie beslist elk jaar in september hoe groot de reserve moet zijn voor de komende winter. Die reserve kan bestaan uit de potentiële elektriciteitshoeveelheid:
      • die enerzijds geproduceerd wordt door de productie-eenheden die onlangs werden stopgezet, maar die op elk moment tijdens de winterperiode opnieuw geactiveerd kunnen worden. Dat wordt het aanbodbeheer genoemd;
      • die anderzijds bespaard wordt doordat klanten aanvaarden om hun elektriciteitsverbruik geheel of gedeeltelijk en voor een bepaalde duur te verminderen in geval van noodtoestand. Dat wordt het vraagbeheer genoemd.
    • verbeteren van de interconnectie van het Belgische en Nederlandse transmissienet waardoor de importcapaciteit van elektriciteit, die in Nederland wordt geproduceerd, kon worden vergroot;
    • instellen van een onevenwichtstarief. Die maatregel is niet gericht op particulieren en gewone ondernemingen, maar wel op de spelers van de groothandelsmarkt van elektriciteit die stroom kopen en verkopen voor rekening van de leveranciers. Met die tamelijk complexe maatregel moeten energieleveranciers hun klanten stimuleren om hun stroomverbruik in geval van schaarste te verminderen;
    • aanpassen van de kalender van de nucleaire uitstap, waarbij de levensduur van Doel 1, Doel 2 en Tihange 3 verlengd werd tot en met 2025;
    • voorbereiden van een reeks maatregelen met als doel het elektriciteitsverbruik te verminderen tijdens het piekverbruik in de winterperiode.

    Meer informatie

    De regering kan sensibilisatiemaatregelen alsook verbodsmaatregelen nemen, afhankelijk van de ernst van de toestand om het verbruik te laten dalen. Er bestaat al een inventaris van denkbare maatregelen: bijvoorbeeld het doven van de lichten op de snelwegen of het verbieden van sierverlichting (reclameborden, kerstverlichting, verlichting van monumenten, enz.), besparingen in de verschillende administraties of het uitstel van bepaalde culturele of sportevenementen die veel elektriciteit verbruiken.

    De volledige uitschakeling van de openbare verlichting maakt geen deel uit van de vooropgestelde maatregelen. Die eerst overwogen mogelijkheid werd uiteindelijk uitgesloten, enerzijds om technische redenen en anderzijds wegens de veiligheidsproblemen die hiermee gepaard kunnen gaan. Enkel autosnelwegen en bepaalde grote wegen zouden hiervoor in aanmerking komen.

    Iedereen kan bijdragen tot de vermindering van de vraag door zijn verbruik te beperken. In geval van dreiging tot schaarste, kan een openbare oproep tot energiebesparing, bij ondernemingen en burgers, worden verspreid.

    Praktische tips voor ondernemingen

    U vindt op de website van de FOD Economie enkele tips om het elektriciteitsverbruik te verminderen.

    Enkele voorbeelden van eenvoudige handelingen om het elektriciteitsverbruik te vermin-deren:

    • doe het licht uit waar het niet nodig is (bv. toiletten, gangen, kopieerruimtes,…);
    • verlaag de thermostaat (zeker wanneer het kantoor gesloten is);
    • zet uw computers, printers, enzovoort niet in stand-by, maar volledig uit;
    • vermijd buitenverlichting;
    • na sluitingsuur, beperk zo veel mogelijk de binnenverlichting;
    • vraag uw collega’s of medewerkers om deze tips ook op te volgen..

    Het is pas als laatste redmiddel, en als alle andere maatregelen onvoldoende zijn, dat een afschakelplan geactiveerd wordt. Dat betekent dat de regering beslist om de elektriciteitsbevoorrading van een bepaalde schijf of van bepaalde schijven in de piekuren te onderbreken om op die manier een algemene storing van het netwerk (black-out) te vermijden waardoor het hele land zonder stroom valt.

    Wanneer we niet op de hele Belgische elektriciteitsproductiecapaciteit kunnen rekenen, zijn we afhankelijker van andere, duurdere productiebronnen en van de invoer van elektriciteit uit de buurlanden. Het is een economische wetmatigheid: als de vraag hoog is en het aanbod laag, stijgen de prijzen.

    Maar de elektriciteitsprijs is niet de enige factor die het bedrag van uw elektriciteitsfactuur kan beïnvloeden: hij is slechts goed voor ongeveer 30 % ervan.

    De kosten voor andere soorten energie om onze elektriciteitscentrales te laten draaien, met name gas (35 % van de centrales draait op gas), spelen eveneens een belangrijke rol, of er nu al dan niet een risico op schaarste bestaat.

    Ook het bedrag van de belastingen op uw verbruik kan toenemen. In 2018 bijvoorbeeld hield de nieuwe CO2-emissiebelasting die aan bedrijven wordt opgelegd, aanzienlijke meerkosten in voor de elektriciteitsproducenten. Die extra kosten worden doorgerekend in de elektriciteitsprijs aan de consument.

    Als de prijzen stijgen vanwege een risico op schaarste, is dat het geval bij alle leveranciers.

    Als u een contract met vaste prijs hebt, verander dan niet: u profiteert van een lagere prijs die in het verleden werd vastgesteld.

    Hebt u een variabel contract? Heb dan geduld: wanneer het risico op een tekort verdwijnt, dalen de prijzen terug. Verander vooral niet naar een contract met vaste prijs, anders schakelt u over naar de hoge prijs die van kracht is op het moment van de verandering.

    Loopt uw contract met vaste prijs af? Kies dan voor een nieuw contract met variabele prijs om van latere prijsdalingen te kunnen genieten. U kunt nadien altijd weer overschakelen naar een contract met vaste prijs wanneer de prijzen gedaald zijn.

    Het ministerieel besluit Afschakelplan stelt dat de minister van Energie het afschakelplan bepaalt op voorstel van Elia, na advies van de CREG en in overleg met de minister van Economie.

    In 2015 werd de regelgeving alsook de modaliteiten van het afschakelplan herzien door Elia.

    Het afschakelplan is opgesteld ter bescherming van het Belgische elektriciteitsnet om een complete black-out te voorkomen, dat wil zeggen dat heel het land zonder elektriciteit valt. Als dat gebeurt, leidt dat onvermijdelijk tot grote problemen.

    De criteria waarop het afschakelplan steunt, zijn:

    • gradualiteit: meerdere schijven kunnen tegelijkertijd afgeschakeld worden om het stroomtekort op te vangen;
    • geografische spreiding: ze steunt op de configuratie van het elektriciteitsnet, een gevolg van de historiek van het net en van de industriële ontwikkeling in België. Op basis van de huidige configuratie van ons net zijn er acht schijven, gaande van 500 MW tot 750 MW, verspreid over het hele land om geen onevenwicht te creëren op het net;
    • volgorde van prioriteit (zoals vastgelegd in het ministeriële besluit).

    Het zijn die drie criteria samen die geleid hebben tot het uitwerken van het afschakelplan en die bepaald hebben of een gemeente al dan niet betrokken is.

    Bepaalde prioritaire gebruikers (voornamelijk algemene- en psychiatrische ziekenhuizen en beheercentrales voor noodoproepen 112, 100 en 101) worden steeds bevoorraad met elektriciteit, ook als ze in een afschakelingsschijf zitten. Mocht hun stroomtoevoer toch worden onderbroken, samen met die van de andere gebruikers die door een afgeschakelde stroomcabine bevoorraad worden, dan zouden die prioritaire gebruikers onmiddellijk herbevoorraad worden. Tot de lijst van prioritaire gebruikers behoren bijvoorbeeld niet de rusthuizen en de zorgcentra.

    De onderbrekingen zouden normaal gezien maar een paar uur duren, op de momenten met het hoogste stroomverbruik.

    We weten uit het gemiddelde verbruik in België dat de kans op schaarste het grootst is tussen 17u en 20u. Op basis van de bestaande afschakelprocedures kunnen we inschatten dat het heropstarten van het transmissienet binnen een periode van ongeveer 3 uur kan gebeuren.

    In de praktijk vergt die herbevoorrading echter ook lokale en manuele handelingen die de concrete heropstart in bepaalde wijken kan vertragen, en naargelang de omstandigheden (bv. strenge winteromstandigheden die de mobiliteit bemoeilijken of de personeelsbezetting buiten de kantooruren). Hierdoor is het mogelijk dat bepaalde gezinnen en bedrijven misschien iets langer in het donker blijven.

    Op basis van het gemiddelde verbruik in België weten we dat de kans op schaarste het grootst is tussen 17 u en 20 u. In de praktijk kan een afschakeling echter op eender welk moment plaatsvinden. Plotse factoren zoals ongunstige weersomstandigheden in binnen- en buitenland, een onverwachte uitval van een productie-eenheid of een massale verplaatsing van het tijdstip van het piekverbruik naar aanleiding van de bewustmakingscampagnes, kunnen ook op andere ogenblikken van de dag een schaarste uitlokken.

    In het schaarsteplan wordt het risico op afschakeling een dag vooraf vastgelegd op basis van de beschikbare gegevens en projecties. De transmissienetbeheerder krijgt van de ministers van Energie en Economie het mandaat om – indien nodig – bepaalde schijven af te schakelen. Maar de minister van Energie mandateert Elia ook om op basis van de meest actuele gegevens die afschakeling alsnog niet door te voeren. Dat kan het geval zijn als op basis van actuele gegevens blijkt dat er minder geconsumeerd en/of meer geproduceerd en geïmporteerd wordt dan voorzien en dat er dus geen risico op een algemene stroomonderbreking is.

    De overheid en Elia huldigen hierbij het voorzorgsprincipe, m.a.w. dat we beter één keer te veel een mogelijke afschakeling aankondigen, dan één keer te moeten afschakelen zonder het op voorhand te hebben aangekondigd. Dat kan ongemakken met zich meebrengen voor de betrokken actoren die de nodige maatregelen moeten nemen, maar zo kan iedereen er zich maximaal op voorbereiden.

    We rekenen op de inspanningen van de volledige bevolking om het elektriciteitsverbruik zo veel mogelijk te beperken op het moment dat de overheid hiertoe oproept..

    Om beter bestand te zijn tegen structurele tekorten aan elektriciteit heeft de federale overheid beslist in een strategische reserve te voorzien om een mogelijke afschakeling te vermijden.

    De minister van Energie beslist elk jaar in september hoe groot de reserve moet zijn voor de komende winter.

    Die reserve kan bestaan uit de potentiële elektriciteitshoeveelheid:

    • die enerzijds geproduceerd wordt door de productie-eenheden die onlangs werden stopgezet, maar die op elk moment tijdens de winterperiode opnieuw geactiveerd kunnen worden.
    • die anderzijds bespaard wordt doordat klanten aanvaarden om hun elektriciteitsverbruik geheel of gedeeltelijk en voor een bepaalde duur te verminderen in geval van noodtoestand.

    Ondersteunende reserves zijn aldus gewaarborgd en kunnen de hele winter gebruikt worden om het noodzakelijke evenwicht op het net te behouden (door het verhogen van de productie en/of het verlagen van de consumptie).

    De activatie van die strategische reserve is de verantwoordelijkheid van Elia, de transmissienetbeheerder. Die reserve mag slechts in hoogste nood geactiveerd worden en mag de markt niet beïnvloeden.

    Elia informeert het publiek over de activatie van die reserve via zijn website.

    De strategische reserve is een hulpmiddel voor het evenwichtsbeheer van het netwerk. Het betekent niet automatisch dat er een onmiddellijke dreiging van schaarste is.

    Over het algemeen kan een dreiging tot schaarste tot ongeveer een week op voorhand gedetecteerd worden. De bevolking kan dus ten vroegste één week vooraf verwittigd worden. Tijdens die week worden de particulieren en de ondernemingen gevraagd hun verbruik, vermoedelijk op het einde van de dag, te verminderen. Als iedereen meedoet, is het mogelijk om de dreiging tot schaarste af te wenden. Als allerlaatste middel, dus indien alle andere acties niet voldoen, wordt een afschakelplan geactiveerd. De modaliteiten van die afschakeling (afgeschakelde schijven, periode, duur, enz.) worden nader bepaald en op de vooravond van de afschakeling aan de bevolking meegedeeld.

    Wanneer een dreiging tot schaarste onverwachts opduikt, kan de aankondiging ervan minder dan een week op voorhand gebeuren. Maar de toevlucht tot afschakeling wordt altijd op de vooravond gemeld.

    Niemand kan vandaag zeggen wanneer een afschakeling plaatsvindt, zelfs niet of het gebeurt. Alles wordt in het werk gesteld om die extreme maatregel die bestaat uit het zonder stroom zetten van bepaalde zones tijdens de verbruikspieken, niet te moeten toepassen.

    Het is wel degelijk een maatregel in geval van noodtoestand die enkel getroffen wordt als alle andere maatregelen onvoldoende resultaten hebben geleverd.

    In het geval van een dreiging tot schaarste, wordt de bevolking regelmatig geïnformeerd via de media en, indien de regering het vraagt, wordt er specifieke informatie gegeven voor de inwoners van de gemeenten waar er distributiecabines waarschijnlijk worden afgeschakeld (tijdelijke onderbreking van de stroomvoorziening van die cabines).

    Als de toestand nog steeds kritiek is de dag voor de schaarste (dag D-1), delen de ministers van Economie en Energie ’s avonds in een persconferentie mee welke schijf/schijven de volgende dag moet/moeten worden afgeschakeld, als de toestand niet verandert. Die informatie wordt via tv, radio, pers, internet, … verspreid.

    Maar door allen solidair te zijn en de gevraagde inspanningen te leveren om het elektriciteitsverbruik te beperken, kan een afschakeling misschien worden voorkomen.

    Met uitzondering van enkele industriële klanten met een hoog elektriciteitsverbruik, wordt elke gebruiker van elektriciteit voorzien door een distributienetbeheerder. Elke gebruiker is verbonden met een distributiecabine met laagspanning.

    De FOD Economie kent de precieze ligging van de distributiecabines noch hun precieze geografische dekking. De provinciegouverneurs en de burgemeesters beschikken over die gegevens. Zo kunnen zij plaatselijk de noodzakelijke dringende maatregelen treffen.

    Dezelfde gemeente - of zelfs dezelfde straat – kan worden bevoorraad door verschillende distributieposten die tot verschillende schijven behoren. De toestand kan soms veranderen naargelang precieze factoren, zoals werken op het distributienetwerk.

    U vindt informatie over de straten die getroffen worden door een afschakeling, op de websites van uw distributienetbeheerder. Op onze website vindt u verschillende links naar de websites van de distributienetbeheerders.

    De FOD Economie kent noch de precieze ligging van de distributiecabines noch hun precieze geografische dekking.

    Dezelfde gemeente - of zelfs dezelfde straat – kan worden bevoorraad door verschillende distributiepunten die niet eens tot dezelfde schijf behoren. De toestand kan verder veranderen naargelang precieze factoren, zoals werken op het distributienetwerk.

    Op de website van uw distributienetbeheerder vindt u meer informatie over de betrokken straten. Op de site van de FOD Economie werden links geplaatst naar de websites van dedistributienetbeheerders.

    U kunt uw distributienetbeheerder ook telefonisch contacteren. Zijn telefoonnummer vindt u op uw factuur. Het nummer voor pannes en noodgevallen gebruikt u beter niet.

    Het afschakelplan wordt enkel door de regering geactiveerd in geval van absolute noodzaak (extreme toestand) en als alle andere maatregelen niet voldoen.

    België is ingedeeld in 8 afschakelbare schijven. De afschakeling van één schijf komt neer op een bewuste en gecontroleerde onderbreking van een aantal hoogspannings- en distributieposten van elektriciteit die op het hele grondgebied werden geïdentificeerd met het oog op een vermindering van het verbruik met van  +/-500 MW à 750 MW. Elke schijf heeft dus betrekking op gemeenten van verschillende gewesten van het land. Ook kan eenzelfde gemeente, en zelfs eenzelfde straat, bevoorraad worden door diverse distributieposten die tot verschillende schijven behoren.

    Elia heeft de afschakelbare hoogspanningsposten in elke schijf bepaald met het oog op de naleving van het wettelijke principe van proportionaliteit t.o.v. het verbruik van de verschillende elektrische zones. Hierbij heeft Elia er ook voor gezorgd dat de impact op de bevoorrading zoveel mogelijk wordt beperkt:

    • in stadscentra van gemeenten met meer dan 50.000 inwoners;
    • in de provinciehoofdplaatsen.

    In geval van activatie van het afschakelplan beslissen de ministers van Energie en van Economie welke schijf wordt afgeschakeld. In principe wordt maar één schijf tegelijk afgeschakeld. Bij ernstige problemen zou het kunnen dat er meerdere worden afgeschakeld.

    In elk geval worden sommige gebruikers (vooral algemene- en psychiatrische ziekenhuizen en beheercentrales voor noodoproepen 112, 100 en 101) met voorrang opnieuw bevoorraad in geval van een afschakeling.

    De onderbrekingen zouden duren ongeveer 3uur duren op momenten van piekverbruik in de winter, in principe tussen 17 en 20 uur. Indien de concrete situatie het eist, kan het echter zijn dat de onderbrekingen ook op andere momenten plaatsvinden en langer duren.

    Bij de aankondiging in de media door de ministers van de betrokken schijf (of schijven in een extreme toestand), wordt het algemeen nummer van de schijf meegedeeld (bijvoorbeeld: schijf 8).

    De afschakelingsprocedure ingeval van elektriciteitsschaarste voorziet in een beurtrol tussen de afschakelbare schijven in dalende volgorde, van schijf 8 tot schijf 2 en dan opnieuw van schijf 8 tot schijf 2. Schijf 1 zou dus a priori niet “manueel” worden afgeschakeld bij stroomtekort. Die is bestemd voor de “automatische” afschakeling in geval van een plots incident dat het evenwicht van het Belgische of Europese elektriciteitsnet in gevaar zou brengen.

    Indien een afschakeling tijdens een jaar verschillende keren of dagen na elkaar nodig is, wordt het “beurtrol”-principe in dalende volgorde gehanteerd. Als bijvoorbeeld schijf 8 op maandag werd afgeschakeld en er op dinsdag een schaarste dreigt, dan wordt schijf 7 automatisch gekozen. Dat zou tevens het geval zijn indien er de dag ervoor enkel een risi-co was op afschakeling van schijf 8, waarbij deze toch niet werd afgeschakeld. Indien er enkele weken later opnieuw moet worden afgeschakeld, wordt er overgegaan naar schijf 6, dan schijf 5, enz.

    Wanneer er tijdens eenzelfde dag meerdere periodes wordt afgeschakeld, gebeurt er geen schijfrotatie tussen de verschillende afschakelbare schijven. Het rotatieprincipe geldt enkel voor verschillende dagen. Indien dat niet zo zou zijn, zou het voor de plaatselijke overheid onmogelijk zijn om de volksgezondheid en de noodhulp aan de bevolking te waarborgen.

    Die principes zijn voor wijziging vatbaar. Uiteindelijk zijn het altijd de ministers die op basis van de omstandigheden beslissen wanneer en volgens welke exacte modaliteiten de afschakeling gebeurt.

    Het afschakelplan werd in 2015 volledig herzien. Bij het begin van elke winter wordt het afschakelplan geëvalueerd en zo nodig aangepast. Het gaat daarbij meestal om kleine aanpassingen.

    Het nieuwe afschakelplan werd zodanig opgesteld dat het benodigde afschakelbare volume gedurende het gehele jaar voortdurend wordt gewaarborgd, rekening houdend met de fluctuaties in verbruik en de herbevoorrading van prioritaire gebruikers. Het anticipeerde toen ook op de Europese verordeningen die ondertussen van kracht zijn.

    Het nieuwe afschakelplan werd opgesteld om:

    • het benodigde afschakelbare volume gedurende het gehele jaar te waarborgen (rekening houdend met de fluctuaties in verbruik);
    • steeds een vermogen van ongeveer 5.000 MW voor het piekverbruik tijdens de winterperiode te waarborgen.

    Die cijfers houden geen rekening met de herbevoorrading van prioritaire gebruikers. Bovendien vrijwaart het nieuwe afschakelplan ook de naleving van een reeks Europese wettelijke verplichtingen (ENTSO-E en Network Codes).

    De keuze van de afschakelbare distributieposten per schijf gebeurt volgens het wettelijke principe van proportionaliteit t.o.v. het verbruik van de verschillende elektrische zones. Hierbij werd er ook voor gezorgd dat de impact op de bevoorrading zoveel mogelijk wordt beperkt:

    • in stadscentra van gemeenten met meer dan 50.000 inwoners;
    • in de provinciehoofdplaatsen.

    Zie ook:

    De ministers van Energie en Economie beslissen op de dag die een eventueel tekort voorafgaat welke schijf wordt afgeschakeld (a priori tijdens de verbruikspiekuren) om een algemene black-out te vermijden. In principe wordt slechts één schijf afgeschakeld, maar als het stroomtekort te groot wordt, kunnen er meerdere schijven betrokken zijn.

    Bij de aankondiging in de media van de schijf (of schijven in een extreme toestand) die betrokken is/zijn bij de afschakeling, wordt het algemene nummer van de schijf meegedeeld (bijvoorbeeld: schijf 8).

    De afschakelingsprocedure in het kader van elektriciteitsschaarste voorziet in een beurtrolsysteem tussen de afschakelbare schijven in dalende volgorde van nummering, gaande van schijf 8 tot schijf 2 en dan opnieuw van schijf 8 tot schijf 2. Schijf 1 zou dus a priori niet “manueel” worden afgeschakeld bij schaarste. Die is bestemd voor de “automatische” afschakeling in geval van een plots incident dat het evenwicht van het Belgische of Europese elektriciteitsnet in gevaar zou brengen.

    Indien het afschakelplan in een jaar verschillende keren of dagen na elkaar moet worden geactiveerd, wordt het rotatieprincipe gehanteerd. Als bijvoorbeeld schijf 8 op maandag werd aangewezen en er op dinsdag schaarste dreigt, dan wordt schijf 7 automatisch gekozen. Dat zou tevens het geval zijn indien er de dag ervoor enkel een risico was op afschakeling van schijf 8, waarbij deze toch niet werd afgeschakeld. Indien er enkele weken later opnieuw moet worden afgeschakeld, wordt er overgegaan naar schijf 6, dan schijf 5, enz.

    Als er tijdens eenzelfde dag meerdere keren afgeschakeld moet worden, vindt er geen schijfrotatie plaats tussen de verschillende afschakelingen. Het rotatieprincipe geldt enkel voor verschillende dagen. Indien dat niet zo zou zijn, zou het voor de plaatselijke overheid onmogelijk zijn om de openbare orde en de noodhulp aan de bevolking te waarborgen. 

    Die principes zijn voor wijziging vatbaar. Uiteindelijk zijn het altijd de ministers die op basis van de werkelijke omstandigheden beslissen wanneer en volgens welke modaliteiten de afschakeling exact gebeurt.

    Bij de opmaak van het afschakelplan heeft Elia, de transmissienetbeheerder, het principe van de “zo beperkt mogelijke gevolgen” in alle onderhandelingen centraal gezet. Zo werd er bepaald welke types verbruikers als eerste worden afgesloten (landelijke gebieden – dunst bevolkte gebieden en waar de minste verkeerslichten, de minste liften, enz. zijn) en welke types verbruikers in geval van afschakeling met voorrang herbevoorraad moeten worden (algemene- en psychiatrische ziekenhuizen, beheercentrales voor noodoproepen 112, 100 en 101, …).

    Als onderneming moet u zich zo goed mogelijk voorbereiden om de ongemakken van een aangekondigde stroomonderbreking te minimaliseren. Het is belangrijk om een risicoanalyse te maken om te bepalen wat de invloed is van een stroomonderbreking op de processen (bv. machines die stilvallen, computerservers die uitvallen, …). Op basis van die analyse kunt u gepaste voorbereidingen treffen.

    Ga alvast op voorhand na tot welke schijf uw onderneming behoort in het afschakelingsplan. Dat kan via de website van uw distributienetbeheerder. Op de website van de FOD Economie werden links geplaatst naar de websites van de distributienetbeheerders.

    Volg ook de berichtgeving nauwgezet op de voet om te weten welke schijven wanneer afgeschakeld worden.

    Doe hetzelfde als bij een gewone stroomonderbreking. De onderbrekingen duren normaal gezien niet langer dan drie uur. Bovendien zal de regering een dag op voorhand de schijven meedelen die eventueel worden afgeschakeld. Zo hebt u een dag de tijd om uw voorzorgen te nemen.

    Hier volgen enkele algemene tips in geval van een lange stroomonderbreking:

    • schakel gevoelige elektrische toestellen (computers, printers, enz.) uit om schade te voorkomen door een te hoge spanning bij het heropstarten;
    • zet om dezelfde reden de thermostaat van uw verwarmingsketel zo laag mogelijk;
    • volg de media (bv. via een radio op batterijen of de autoradio); 
    • gebruik zaklampen;
    • bel enkel wanneer het nodig is, om het net niet te overbelasten;
    • sluit ramen en deuren in uw onderneming om de warmte binnen te houden;
    • als u met gas, mazout, kolen of hout verwarmt, zorg dan toch voor voldoende verluchting om koolstofmonoxidevergiftiging te voorkomen.
    • laat een schakelaar aanstaan, zodat u weet wanneer er weer stroom is;
    • voorzie het nodige voor automatische deuren en draaideuren, liften, alarmsystemen, elektronische betalingssystemen, …;
    • zorg ervoor dat vluchtwegen veilig en open zijn;
    • verwittig uw klanten;
    • sluit, indien noodzakelijk, tijdelijk uw bedrijf.

    Als een afschakeling noodzakelijk is, gebeurt die tijdens de piekmomenten, wat normaal gezien tussen 17 uur en 20 uur is. Op dat ogenblik is er ’s winters wellicht geen zonneproductie, omdat de dagen korter zijn. Mocht er om uitzonderlijke redenen overdag afgeschakeld worden, dan is het wegens het gebrek aan elektriciteit in uw zonnepaneleninstallatie, toch niet mogelijk om de energie op het net te injecteren.

    Warmtekrachtkoppelingsinstallaties gebruiken ook elektriciteit. Ze kunnen niet werken bij een afschakeling.

    De gasnetbeheerder in België, Fluxys, heeft de nodige maatregelen genomen om de continuïteit van de aardgasvoorziening voor de eindgebruikers alsook van de grensoverschrijdende stromen te waarborgen. Een eventuele afschakeling heeft geen impact op de installaties die onontbeerlijk zijn voor het netbeheer en voor de aardgasbevoorradingszekerheid van het land. In geval van schaarste heeft aardgas immers een beslissende rol te spelen om het tekort op te vangen, met name op het vlak van elektriciteitsproductie in de aardgascentrales.

    Bovendien heeft Fluxys, in overleg met de distributienetbeheerders, de nodige voorzorgsmaatregelen genomen, zodat de drukreduceerstations – die de schakel vormen tussen de hogedrukgasleidingen van Fluxys en de distributieleidingen op middelhoge en lage druk – geen nadelen ondervinden van een eventuele afschakeling.

    Een grootschalige stroomonderbreking als gevolg van een afschakeling heeft dus geen rechtstreekse impact op de aardgasdistributie noch op de veiligheid van de infrastructuur. U kunt echter maar aardgas gebruiken als uw kook-, uw gasverwarmingstoestel, … niet van elektriciteit moeten worden voorzien om te kunnen functioneren of als ze aangesloten zijn op een autonome stroombron.

    Toestellen met thermo-elektrische vlambeveiliging (thermokoppel) hebben enkel stroom nodig om de piëzo-ontsteking in werking te stellen. In dat geval kan een lucifer of een aansteker als alternatieve ontstekingsbron dienen, zodat die toestellen perfect zonder stroom kunnen werken. Toestellen met elektronische vlamcontrole (ionisatie) kunnen daarentegen niet functioneren zonder stroom.

    Afhankelijk van de geografische ligging kan het zijn dat de druk op uw waterleiding lager is dan normaal. Pas indien een stroomonderbreking meerdere uren aanhoudt of in sommige hoger gelegen gebieden, kan de watervoorziening stilvallen.

    Belangrijke processen en data in de financiële sector zijn beveiligd tegen een stroomonderbreking van lange duur. Geldautomaten werken echter niet meer, evenmin als betaalautomaten in winkels.

    De gsm-antennes kunnen 1 tot 4 uur zonder elektriciteit. Wie een vaste telefoonlijn gebruikt, kan echter geen gebruik meer maken van telefonie of internet.

    Maar uiteraard kunnen de netwerken snel verzadigd geraken wanneer iedereen begint te telefoneren.

    Vaste telecomdiensten

    Vaste telecomdiensten zoals telefonie, internet, wifi, analoge tv, digitale tv, enz. zijn doorgaans afhankelijk van stroomvoorziening. Bijgevolg zijn die diensten niet beschikbaar gedurende de periode van de stroomonderbreking op het getroffen grondgebied maar ook in andere gemeenten aangezien sommige telecomdiensten afhankelijk kunnen zijn van installaties gevestigd in gebieden waar de stroomonderbreking plaatsvindt.

    Indien u beschikt over een klassieke telefoonlijn waarvan het telefoontoestel functioneert zonder netvoeding, dan kunt u ongeveer 4 uur blijven telefoneren.

    Beschikt u over specifieke toepassingen die verbonden zijn met uw vaste telefonielijn (zoals verbinding met noodcentrales, enz.), dan raden wij u aan om de nodige voorzorgsmaatregelen te nemen.

    Gsm-diensten

    Bij langdurige onderbreking van de stroomvoorziening, is het zeer waarschijnlijk dat de werking van het deel van het mobiele netwerk van de verschillende operatoren die zich in het betrokken grondgebied bevindt, wordt verstoord.

    In een gemeente die volledig of gedeeltelijk betrokken is bij een stroomonderbreking is het gsm-netwerk dat werkt op batterijen of dieselgeneratoren, nog ongeveer 1 tot 2 uur beschikbaar afhankelijk van de antenne en het aantal oproepen.

    In sommige gemeenten waar uitschakelingen zouden gebeuren gedurende meerdere opeenvolgende dagen, is het gsm-netwerk al sneller niet meer beschikbaar.

    In het algemeen raden wij u aan om het gebruik van uw gsm te beperken tot het hoogst noodzakelijke om de antennes met reservebatterijen niet nodeloos te belasten. Geef altijd de voorkeur aan sms’en om het netwerk zo weinig mogelijk te belasten.

    Belangrijk is natuurlijk ook dat uw gsm voldoende is opgeladen om hem te kunnen gebruiken.

    (Bron BIPT)

    De mobiele-telefonieoperatoren stellen alles in het werk opdat de noodnummers 112, 100 en 101 in geval van een afschakeling per gsm toegankelijk blijven, om het even waar in het land.

    Indien de antennes zonder elektriciteit vallen, schakelen ze automatisch over op een reservebatterij. Zolang de antenne van uw operator werkt, kunt u alle noodnummers bellen met uw mobiele telefoon.

    Indien de stroomuitval lang duurt, geraken de reservebatterijen leeg en zullen onvermijdelijk sommige antennes niet meer werken.

    In dat geval is er tussen de operatoren een regeling dat, bij het uitvallen van een gsm-antenne, de noodoproepen naar het noodnummer 112 automatisch doorgeschakeld worden en overgenomen worden door de antenne van een andere operator.

    Dus zolang uw gsm een signaal ontvangt van een nog actieve antenne van een andere operator, kunt u het noodnummer 112 bellen.

    Om te vermijden dat reservebatterijen van de antennes te snel leeg raken, raden wij u aan om, in geval van afschakeling, uw gsm-gebruik te beperken tot dringende gesprekken.

    Indien u over een klassieke vaste lijn beschikt en een telefoon heeft die niet aangesloten is op het elektriciteitsnet, dan kunt u steeds alle noodnummers bellen: 112 in geval van brand en medisch noodgeval en 101 voor de politie. U weet dat uw vaste lijn werkt door te controleren of u de beltoon hoort als u de hoorn opneemt.

     (Bron BIPT)

    Ondernemingen van een gemeente die volledig of gedeeltelijk getroffen is, ondervinden zeker de eerste en belangrijkste hinder zowel voor vaste als mobiele diensten.

    In bepaalde uitzonderlijke gevallen is het echter mogelijk dat u zich niet bevindt op het grondgebied van een stroomonderbreking maar dat u toch geen gebruik kunt maken van bepaalde telecomdiensten.

    Voor vaste diensten is dat mogelijk indien een netwerkcomponent, die noodzakelijk is voor het aanbieden van diensten voor sommige gebruikers, zich bevindt in een gemeente die volledig of gedeeltelijk getroffen is.

    Ook voor mobiele diensten kan een antenne een bepaald gebied dekken dat verder reikt dan de afgeschakelde zone zelf. Als uw onderneming dus in een gemeente ligt waar de elektriciteit niet uitvalt, dan kan de antenne die u gebruikt, wel hinder ondervinden van de stroomuitval. Omgekeerd kan het zijn dat uw onderneming geen elektriciteit heeft maar dat u toch mobiel kunt bellen aangezien u belt via een antenne die nog elektriciteit krijgt.

    (Bron BIPT)

    De elektriciteitssector voert de heropstart na een grote stroomonderbreking geleidelijk aan uit.

    Vaste diensten zijn terug beschikbaar naargelang er terug elektriciteit beschikbaar is.

    Voor mobiele diensten is het mogelijk dat een antenne na de stroomonderbreking niet automatisch heropstart. In dat geval is een manuele interventie ter plaatse noodzakelijk om de antenne terug on-air te plaatsen.

    Dat betekent dat de antennes mogelijk langer buiten werking kunnen zijn dan de voorziene maximale duur van de afschakeling.

    In geval van extreme weersituaties - bijvoorbeeld vriestemperaturen in combinatie met sneeuw - kan de bereikbaarheid van de antennes een vertragende factor zijn bij de interventie ter plaatse.

    (Bron BIPT)

    Het wegverkeer kan snel verstoord geraken door het uitvallen van de verlichting op snelwegen- en andere wegen - en van de verkeerslichten, het sluiten van slagbomen en een verhoging van het aantal ongevallen. Vooral omdat ook het trein-, tram- en metroverkeer kan stilvallen. Om die hinder in grote steden evenwel te beperken, werden de stadscentra van gemeenten met meer dan 50.000 inwoners uitgesloten van het afschakelplan.

    Infrabel en de NMBS hebben de minister van Mobiliteit en de minister van Energie sterk aanbevolen om bij een toepassing van het afschakelplan door de overheid, behalve bij afschakeling van schijf 8, het treinverkeer in het gehele land preventief stil te leggen gedurende de hele dag.

    Na een grondige en uitvoerige impactanalyse zijn Infrabel en de NMBS tot de bevinding gekomen dat de veiligheid van het treinverkeer niet meer kan worden gewaarborgd in geval van afschakeling van een andere schijf dan schijf 8.

    Bij het wegvallen van de voeding verliest u immers het zicht op het treinverkeer, gaan overwegen en seingeving automatisch in veiligheidsstand en is de kans op ongevallen, agressie of paniek in donkere stations reëel. Kortom, zowel de exploitatieveiligheid als de veiligheid van de reizigers en medewerkers kan niet worden gegarandeerd.

    Het systeem van zonale afschakeling (buiten schijf 8) is bovendien niet compatibel met de nationaal georganiseerde spoorinfrastructuur en treindienst. Heel wat treinen doorkruisen het hele land, ze kunnen dus op hun rit door meerdere zones komen waar de voeding is afgeschakeld en dus de seininrichting kan uitvallen en de overwegen kunnen sluiten. De mogelijke rotatie van de zones zou inhouden dat voor elk scenario een aparte treindienst moet worden opgesteld, dat is in de praktijk een onmogelijke taak.

    Door het late tijdstip van beslissing tot afschakelen (ten vroegste de avond ervoor) kan een alternatieve treindienst voor de volgende dag onmogelijk worden georganiseerd én gecommuniceerd aan de reizigers.

    Infrabel noch de NMBS willen immers de mobiliteit van het land in een chaos storten. Ze willen  vooral vermijden dat pendelaars die ’s morgens vertrekken ’s avonds niet meer kunnen terugkeren.

    (Bron Infrabel)

    De meeste overwegen die in een afgeschakelde zone vallen, zullen sluiten. Infrabel is zich ervan bewust dat dat voor de mobiliteit in sommige gemeenten en in het bijzonder voor de hulpdiensten bijzonder nefast is.

    Gemeenten die betrokken zijn bij het afschakelplan en die geen haalbare alternatieve omleidingen via bruggen en tunnels kunnen voorzien, werd daarom aangeraden een prioritair strategisch gelegen overweg aan te duiden. Op basis van die vragen bekijkt Infrabel wat de mogelijkheden zijn om de overwegen die in die lijst zijn opgenomen, open te stellen voor het wegverkeer.

    (Bron Infrabel)

    Infrabel en de NMBS, als grootverbruikers, werken in onderling overleg met de FOD Economie en de FOD Mobiliteit ook actief mee aan een programma om het stroomverbruik in de kritische periodes sterk aan banden te leggen door:

    • de verlichting en verwarming in gebouwen en werkplaatsen zoveel mogelijk te beperken;
    • een beperking van het comfort in de treinen;
    • een beperking van het goederenverkeer.

    Infrabel stelt samen met de NMBS alles in het werk om een toepassing van het afschakelplan te vermijden.

    (Bron Infrabel)

    De luchthavens blijven operationeel en de veiligheid van het luchtruim blijft verzekerd. De capaciteit op de internationale Belgische luchthavens van vertrekkende en aankomende vliegtuigen kan na een aantal uren verminderen.

    De scheepvaart op Belgische zeewateren ondervindt niet meteen grote hinder ingeval van de activatie van het afschakelplan als gevolg van elektriciteitsschaarste. Bijna alle systemen van het Maritiem Reddings- en Coördinatiecentrum en de Schelderadarketen zijn voorzien van noodstroomgeneratoren die een aantal uren kunnen overbruggen.

    Bij de opmaak van het huidige afschakelplan werd er bijzondere aandacht geschonken aan de grote zeehavens. Ze zouden dus weinig, of zelfs geen impact moeten ondervinden.

    De binnenscheepvaart kan wel ernstig verstoord worden door het stilvallen van bruggen en sluizen.

    De relatie tussen leverancier en klant is contractueel vastgelegd. Of u al dan niet schadevergoeding van de leverancier kunt vragen, vindt u terug in de contractuele bepalingen.

    Voor de relatie tussen eindconsument en netbeheerder enerzijds en de overheid anderzijds zijn de regels van buitencontractueel aansprakelijkheidsrecht van toepassing. Het komt aan de rechtbank toe om de fout, schade en oorzakelijk verband te beoordelen.

    De overheid en de netbeheerder trachten in ieder geval met de uitwerking van het afschakelplan een black-out te vermijden. Ze pakken de situatie aan als een goede huisvader.

    Als u ten gevolge van een langdurige stroomonderbreking schade hebt geleden, kijk dan na of die gedekt wordt door een van uw verzekeringen (bv. verzekering tegen exploitatieverlies, brandverzekering, …). De kans is gering dat de verzekering tussenkomt, aldus Assuralia. De meeste standaardcontracten, voor zowel zaakschade als exploitatieverlies, gaan er immers van uit dat er sprake moet zijn van schade als gevolg van een incident, zoals brand, ontploffing, blikseminslag, overbelasting van het netwerk, kortsluiting, om aanleiding te geven tot een uitkering. Uitvallen van stroomvoorziening geldt daarbij niet als een plotse gebeurtenis zoals voorzien in de polis. U neemt best contact op met uw makelaar om uitsluitsel hierover te krijgen.

    De beslissing over de activatie van het afschakelplan wordt op de vooravond of op de dag zelf van de schaarste aangekondigd. Die is gebaseerd op een schatting van het toekomstige verbruik en wordt dus altijd genomen met voorbehoud van de reële verbruikscijfers op het ogenblik zelf.

    Concreet betekent dat dat de afschakeling pas wordt geactiveerd indien geen andere oplossing mogelijk is op dat moment. Indien bijgevolg wordt vastgesteld, tegen alle verwachting in, dat het verbruik bijvoorbeeld 15 minuten voor het voorziene tijdstip van afschakeling veel lager is dan voorzien en de hoeveelheid elektriciteit voldoende is, dan komt er geen afschakeling.

    Het is dan ook altijd belangrijk om ons verbruik maximaal te beperken, zelfs tot op het laatste moment.

    Het gebruik van een generator kan risico’s inhouden. We raden u dan ook ten zeerste aan, indien u overweegt om een generator te installeren op de elektriciteitsinstallatie van uw woning, om die door een vakman te laten plaatsen. Nadien bent u verplicht om de installatie te laten keuren door een erkend controleorganisme (bijvoorbeeld Vinçotte).

    Bovendien moet u de toestemming van uw distributienetbeheerder vragen voor de aansluiting van een noodgenerator, die in parallel met het openbaar laagspannings- of middenspanningsdistributienet werkt.

    Er bestaan echter ook generatoren waarbij u direct verschillende elektrische apparaten kunt aankoppelen in geval van stroomonderbreking. Daarvoor bestaat de verplichting tot controle niet. Maar weet dat hun installatie en gebruik risico’s kunnen inhouden, zowel voor uw elektrische toestellen in het bijzonder als voor uzelf.

    Indien de netstroom wegvalt, gaat u het best in deze volgorde te werk:

    • zet het elektrische toestel uit via de aan/uitknop;
    • trek de stekker van het toestel uit;
    • zet de autonome generator op een stabiele plaats en controleer voor gebruik (lees zeker de gebruiksaanwijzing volledig na vóór de ingebruikname). De generator kan nu aangezet worden;
    • sluit het toestel met de stekker via het stopcontact van de generator aan;
    • zet het toestel aan.

    Indien u merkt dat de netstroom teruggekeerd is, schakel dan eerst het elektrische toestel uit alvorens de generator uit te zetten.

    Nog enkele veiligheidsvoorschriften die u best kunt opvolgen:

    • plaats de grote generator buiten op een droge plaats (zowel voor de aanzuiging van lucht, als voor de evacuatie van de uitlaatgassen);
    • vul nooit brandstof bij als de generator aanstaat;
    • sluit de generator altijd aan op een aarding;
    • wijzig in geen geval de elektrische installatie van uw woning of het gebouw, ook niet via een stroomgenerator. Die installatie werd gekeurd voor ingebruikname en moet na elke aanpassing herkeurd worden door een erkend organisme.

    Als u een noodgenerator heeft die draait op benzine, vergeet dan niet met de fabrikant of de verkoper contact op te nemen om te weten of hij compatibel is met de benzine 95 E10 (met een maximum van 10 % bio-ethanol). Is dat niet het geval, gebruik dan enkel benzine 98 om risico op schade te vermijden.

    Naast maatregelen om het elektriciteitsverbruik op vrijwillige basis te beperken, kunnen er ook verbodsmaatregelen via regelgevende teksten worden genomen om die beperking af te dwingen.

    De Algemene Directie Energie van de FOD Economie heeft nagedacht over te overwegen dwingende maatregelen en, voor elke maatregel, over de bijdrage ervan in termen van energiebesparing, de sociaaleconomische impact voor de bevolking en de ondernemingen evenals de concrete uitvoeringsbepalingen, met name op wettelijk vlak.

    De verbodsmaatregelen worden in vier hoofdcategorieën ingedeeld:

    • maatregelen voor openbare verlichting: decoratieve verlichting, verlichting langs autosnelwegen, verlichting bij openbare evenementen, …
    • maatregelen voor privéverlichting: reclameverlichting, buitenverlichting van privégebouwen, binnenverlichting van handelszaken buiten de openingsuren, verlichting van privéparken en -tuinen, verlichting op recreatieve plaatsen, verlichting op culturele of sportevenementen, …
    • maatregelen voor openbare gebouwen: ventilatie, airco, verwarming, buiten- en binnenverlichting, liften, hardware, …
    • maatregelen voor huishoudactiviteiten van gezinnen: energieverslindende elektrische huishoudtoestellen (zoals wasmachine, vaatwasser, elektrische droogkast, strijkijzer, stofzuiger, …), elektrische wellnessuitrusting (zoals sauna, jacuzzi, hammam, zwembad, zonnebank, …), buiten- of decoratieve verlichting, elektrische buitenverwarming, …

    In geval van elektriciteitsschaarste worden waarschijnlijk niet alle maatregelen tegelijkertijd toegepast. Alles hangt af van de ernst van de toestand en van de beslissing van de ministers.

    Sommige prioritaire gebruikers blijven bevoorraad, ook al bevinden ze zich in een afschakelschijf. Enkel algemene- en psychiatrische ziekenhuizen worden in de gezondheidssector als prioritaire gebruikers beschouwd overeenkomstig het koninklijk besluit tot opstelling van de categorieën van prioritaire gebruikers. Rusthuizen maken geen deel uit van dat besluit.

    In die omstandigheden raden we de rusthuisbeheerders en –bewoners aan hun voorzorgen te nemen om een eventuele afschakeling het hoofd te bieden als hun instelling in een afschakelschijf ligt.

    Een aantal patiënten heeft een thuistherapie die afhankelijk is van elektriciteit, zoals elektrisch gestuurde zuurstofapparatuur, pompsystemen, thuisdialyse, …

    Als die apparatuur met tussenpozen wordt gebruikt, zoals een thuisdialyse, is het logisch dat de patiënt er zelf voor zorgt dat zijn of haar toestel niet is aangesloten op het ogenblik van een afschakeling.

    Voor een aantal patiënten is dat niet mogelijk. Voor hen moet nagegaan worden of de autonomie van de volledig opgeladen interne batterijen in hun toestel groter is dan de verwachte duur van de afschakeling.

    • Als dat het geval is, is de zorg voor die patiënten verzekerd.
    • Als dat niet het geval is, moet een oplossing gezocht worden. Dan moeten die personen elders opvang kunnen krijgen tijdens de afschakeling.

    Indien een van uw patiënten specifieke medische behoeften heeft, wacht dan niet tot een eventuele afschakeling. Ga de autonomie van zijn toestel na, en bekijk de mogelijkheden tot opvang op een andere plaats.

    In het kader van de noodplanning, hebben de burgemeesters en de gouverneurs, in overleg met het federale crisiscentrum, noodmaatregelen voorbereid die in geval van afschakeling in hun gemeenten en provincies kunnen worden toegepast (bijvoorbeeld het opstellen van een informatie- en onthaalpunt voor de bevolking).

    Informeer bij uw gemeentebestuur om te verifiëren welke oplossingen in uw gemeente worden voorzien.

    Wanneer een stroomonderbreking binnen een redelijke termijn op voorhand wordt aangekondigd, kan in de eerste plaats worden onderzocht of het binnen de onderneming mogelijk is om de stroomonderbreking te “omzeilen” door een aanpassing van de toepasselijke uurroosters (bv. wisseling van ploegen zodat er geen ploeg werkzaam is tijdens de stroomonderbreking), en dat uiteraard binnen het wettelijke en conventionele kader.

    Daarnaast kan een werkgever er bijvoorbeeld aan denken zijn werknemers te laten telewerken, een opleiding of een teambuildingsactiviteit organiseren, de werknemer voorstellen een dag inhaalrust te nemen, aangepast werk voorzien, …

    Als geen van die alternatieven wordt toegepast, kunnen zich verschillende gevallen voordoen.

    Situatie 1 – Problemen met het openbaar vervoer

    Een stroomonderbreking kan problemen met het openbaar vervoer tot gevolg hebben. Het is bijvoorbeeld mogelijk dat er tijdelijk geen treinen, trams of metro’s rijden of dat er grote vertragingen zijn.

    De werknemer heeft enkel recht op zijn normaal loon voor de niet-gepresteerde uren wanneer de stroomonderbreking voor hem onvoorzienbaar was. Indien hij op voorhand kon weten dat hij niet of te laat op het werk zou geraken (bv. problemen met het openbaar vervoer waren aangekondigd via de media), heeft hij geen recht op loon voor de niet-gepresteerde uren. Hij wordt in dat geval immers verondersteld de nodige voorzorgsmaatregelen te nemen en bijvoorbeeld alternatieve vervoerswijzen te gebruiken om tijdig op het werk te geraken.

    Situatie 2 - De onderneming wordt geconfronteerd met een stroomonderbreking die een geval van overmacht uitmaakt

    Wanneer de onderneming wordt geconfronteerd met een stroomonderbreking die het voor de werkgever onmogelijk maakt om zijn werknemers tewerk te stellen, is er sprake van overmacht.

    Die onmogelijkheid moet steeds geval per geval en met de nodige redelijkheid worden beoordeeld. Ze is bijvoorbeeld afhankelijk van het feit of de stroomonderbreking al dan niet binnen een redelijke termijn vooraf werd aangekondigd en van de mogelijkheden voor de werkgever om redelijke en passende maatregelen te nemen om zijn werknemers alsnog tewerk te stellen. Het principe is namelijk dat de werkgever als een “goede huisvader” al het mogelijke moet doen om zijn verbintenissen na te komen, meer bepaald het tewerkstellen van zijn werknemers.

    Als de werknemer ten gevolge van de stroomonderbreking de hele werkdag niet kan werken, wordt de uitvoering van zijn arbeidsovereenkomst geschorst op basis van overmacht. De werknemer kan onder bepaalde voorwaarden een uitkering krijgen van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening omwille van tijdelijke werkloosheid wegens overmacht. Dat geldt zowel voor arbeiders als bedienden.

    Als de stroomonderbreking zich tijdens de werkdag voordoet en de werkgever geen aangepast werk kan aanbieden, heeft de werknemer recht op loon voor de niet-gepresteerde uren.

    Situatie 3 - De onderneming wordt geconfronteerd met een stroomonderbreking die geen geval van overmacht uitmaakt

    In een derde situatie wordt de onderneming getroffen door een stroomonderbreking die geen geval van overmacht uitmaakt. De stroomonderbreking is geen geval van overmacht wanneer het voor de werkgever nog mogelijk was om zijn werknemers tewerk te stellen. Dat moet opnieuw geval per geval en met de nodige redelijkheid worden beoordeeld.

    Wanneer de werkgever in die situatie heeft nagelaten de passende maatregelen te nemen die van hem redelijkerwijs konden worden geëist, en de stroomonderbreking tot gevolg heeft dat hij zijn werknemers niet of niet langer kan tewerkstellen, moet hij het normaal loon betalen voor de niet-gepresteerde uren.

    Bron FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg

    Welke impact heeft de afschakeling op de werkrelaties? Wat is het standpunt van het VBO hierover?

    Op 29 september 2014 hield het VBO een informatiesessie over het risico op elektriciteitsschaarste in België. Daaropvolgend heeft het VBO een aantal FAQ’s op zijn website geplaatst, die de ondernemingen rechtstreeks aanbelangen. Hierna nemen we er enkele over. De verantwoordelijkheid voor de antwoorden berust geheel bij het VBO.

    FAQ's van het VBO

    De schorsing van de arbeidsovereenkomst wegens overmacht is voorzien in artikel 26 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten (hierna “arbeidsovereenkomstenwet”). Het begrip ‘overmacht’ veronderstelt een plotselinge, niet te voorziene gebeurtenis, onafhankelijk van de wil van de partijen, die de uitvoering van de arbeidsovereenkomst volkomen onmogelijk maakt. Die maatregel kan zowel voor de arbeiders als voor de bedienden worden ingevoerd.

    Het moet gaan om een gebeurtenis:

    • onafhankelijk van de wil van de werkgever en van de werknemer: een stroomonderbreking ten gevolge van het afsluiten van de elektriciteit van een cabine vormt wel degelijk een buiten de onderneming gelegen oorzaak;
    • die de uitvoering van de arbeidsovereenkomst volkomen onmogelijk maakt. De onmogelijkheid om de arbeidsovereenkomst uit te voeren, moet voor iedere arbeidsovereenkomst afzonderlijk worden onderzocht.

    Als de werknemer zijn werk niet kan uitvoeren vanwege een stroomonderbreking zal de werkgever zich kunnen beroepen op overmacht om de arbeidsovereenkomst te schorsten.

    Of de werknemer in dat geval recht heeft op een uitkering wegens tijdelijke werkloosheid hangt af van het vervullen van de hierna bepaalde voorwaarden.

    (Bron VBO)

    Tijdelijke werkloosheid kan enkel worden ingeroepen voor het verlies van een volledige arbeidsdag. Derhalve zal, wanneer er een aantal arbeidsuren zijn geweest op de dag van de onderbreking, die dag niet kunnen worden vergoed in het kader van de tijdelijke werkloosheid. Voor de verloren uren zal de werknemer recht hebben op zijn normale loon, op grond van artikel 27 van de arbeidsovereenkomstenwet.

    (Bron VBO)

    Die situatie wordt gedekt door artikel 27 van de arbeidsovereenkomstenwet. De werknemer die de arbeid waaraan hij bezig was niet kan voortzetten wegens een oorzaak die onafhankelijk is van zijn wil, behoudt het recht op zijn normale loon.

    De werkgever zal dus het normale loon moeten uitbetalen aan alle werknemers die wegens een stroomonderbreking hun arbeid hebben moeten onderbreken.

    (Bron VBO)

    De werkgever mag de uurroosters die van toepassing zijn in de onderneming niet eenzijdig wijzigen. Hij moet de procedure voor het wijzigen van het arbeidsreglement in acht nemen om nieuwe uurroosters in te voeren.

    De nieuwe uurroosters zullen aan de betrokken werknemers worden opgelegd, behalve als het uurrooster is vermeld in de arbeidsovereenkomst en als een essentieel bestanddeel van de overeenkomst wordt beschouwd.

    Theoretisch zou de werknemer zich kunnen verzetten tegen een eenzijdige wijziging van zijn arbeidsvoorwaarden en een impliciet ontslag kunnen aanvoeren (hiervoor zou hij in staat moeten zijn de impliciete wil van de werkgever te bewijzen om een einde te maken aan de overeenkomst, wat bij die hypothese niet het geval is).

    (Bron VBO)

    De collectieve arbeidsovereenkomst nr. 85 van 9 november 2005 bepaalt de essentiële principes die het telewerk moeten regelen wanneer dat op regelmatige wijze en niet occasioneel wordt verricht.

    We gaan ervan uit dat het telewerk waar het hier om gaat een occasioneel karakter zal hebben.

    Sinds de wet werkbaar wendbaar werk van 5 maart 2017 kan de werknemer voor gevallen van overmacht of om persoonlijke redenen aan de werkgever vragen om thuis te werken. Het is een flexibiliteitsinstrument ten voordele van de werknemer en kan dus niet eenzijdig door de werkgever worden opgelegd. Niets belet een werkgever om tijdens een periode van stroompanne afspraken te maken met de werknemers om tijdens die periode thuis te werken.

    (Bron VBO)

    Om te vermijden dat ze vast raken in het vervoer, zouden sommige werknemers die worden tewerkgesteld op werkplaatsen die niet betrokken zijn bij een afkoppeling, kunnen vragen om in een verschoven uurrooster tewerkgesteld te worden.

    Hiervoor is het akkoord van de werkgever vereist. Het toegepaste uurrooster moet in het arbeidsreglement staan.

    (Bron VBO)

    Als de oorzaak van het technisch incident of van de niet-levering ligt bij de afkoppeling (externe oorzaak), kan het eventueel om overmacht gaan. In dat geval zal de werkgever vrijgesteld zijn van zijn verplichting en zal de werknemer voor iedere volledige dag dat hij niet heeft gewerkt worden vergoed door de RVA in de regeling van de tijdelijke werkloosheid.

    Wanneer een werkgever al zijn personeel of een deel ervan tijdelijk werkloos wil stellen wegens overmacht, is het verkieslijk dat hij dat vooraf aangeeft bij de directeur van het plaatselijke werkloosheidsbureau. Die heeft een beoordelingsbevoegdheid en kan de overmacht laten nagaan door een RVA-inspecteur.

     (Bron VBO)

    Op grond van artikel 27, 1° van de arbeidsovereenkomstenwet  zal de betrokken werknemer, als hij het gewaarborgd loon wenst te genieten, moeten bewijzen:

    • dat hij op het ogenblik dat hij zich naar het werk begaf geschikt was om te werken;
    • dat hij zich normaal naar zijn werk heeft begeven. Hij moet zijn woonplaats hebben verlaten en moet in de onmogelijkheid hebben verkeerd om tijdig op de plaats van zijn werk aan te komen. Het feit dat het moeilijker is om de plaats van het werk te bereiken, is geen afdoend bewijs;
    • dat de vertraging of de afwezigheid te wijten is aan een oorzaak die overkomen is op de weg naar het werk en onafhankelijk is van zijn wil.

    Dat betekent dat de werknemer verplicht is te handelen als een goede huisvader en het nodige moet doen om tijdig op het werk aan te komen of om zijn vertraging zoveel mogelijk te beperken. Zoals in het geval van een staking van het openbaar vervoer, zal het antwoord afhangen van de voorzienbaarheid van de onderbreking.

    (Bron VBO)

    De werkgever kan geen verplichting opleggen om verlof of inhaalrust te nemen.

    Werkgever en werknemer moeten blijk geven van gezond verstand.

    (Bron VBO).

    Laatst bijgewerkt
    23 november 2018

    Laatste nieuws voor dit thema

    1. Consumentenbescherming
      Energie

      Europese harmonisatie van brandstofetiketten

    2. Energie

      Ontwerp van federaal ontwikkelingsplan voor de periode 2020-2030 - publieksraadpleging