Table of Contents

    De dienst Conjunctuur en Sectorale Ontwikkelingen voert regelmatig een follow-up van de conjunctuur uit om de recente evolutie van de economische bedrijvigheid in België te bekijken via kwalitatieve en kwantitatieve indicatoren (zoals enquêtes).

    Naast een overzicht, dat de belangrijkste recente waarnemingen samenvat, bestaat die monitoring uit drie delen:

    1. Het eerste deel omvat de conjuncturele ontwikkelingen van de Belgische economie. Dat gebeurt via de analyse van recente statistieken over de voornaamste economische indicatoren zoals het bbp, de tewerkstelling en de inflatie. De gebruikte gegevens zijn afkomstig van Statbel, de Nationale Bank van België, het Instituut voor de Nationale Rekeningen (INR), Eurostat en de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA).

      Wat valt op in het conjunctuurverloop van de Belgische economie in het tweede kwartaal van 2025, vergeleken met een jaar eerder?

      • Het bruto binnenlands product (bbp) van België groeide met 1 %, in gelijke mate gedreven door de binnenlandse vraag exclusief voorraden en voorraadwijzigingen. De particuliere, publieke en zakelijke investeringen daalden, wat de economische groei in het tweede kwartaal drukte.
      • De dienstensector is de drijvende kracht achter de economische groei in België.
      • De productie in de verwerkende industrie daalde scherp en bereikte een bijzonder laag niveau.
      • De ondernemersactiviteit vertoonde een lichte verslechtering, met een grotere toename van het aantal ontbonden bedrijven dan van het aantal opgerichte bedrijven. Het netto saldo van opgerichte bedrijven minus ontbindingen bleef echter positief.
      • Het aantal faillissementen nam toe.
      • De totale werkloosheid (15-74 jaar) bleef dalen, terwijl de jeugdwerkloosheid (15-24 jaar) voor het eerst sinds het derde kwartaal van 2023 verbeterde. De werkgelegenheidsgraad (20-64 jaar) bleef verbeteren en bereikte een bijzonder hoog niveau.
      • De inflatie (geharmoniseerde index van consumentenprijzen - HICP) vertraagde in het tweede kwartaal van 2025, voornamelijk als gevolg van een daling van de energieprijzen.
         
    2. Het tweede deel biedt een overzicht van de handelsbetrekkingen, zowel voor de voornaamste uitvoerproducten als van de uitvoer- en invoerpartners, met dank aan de gegevens van het Instituut voor de Nationale Rekeningen en de Nationale Bank van België (INR/NBB). 

      Dit deel leert ons, onder meer, dat

      • bijna twee derde van de Belgische goederenuitvoer naar andere Europese landen gaat, vooral naar de buurlanden van België;
      • buiten de Europese Unie het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten de belangrijkste bestemmingen zijn voor Belgische uitvoerproducten;
      • België vooral chemische producten en minerale producten uitvoert.
         
    3. Het derde deel omvat de groeiprognoses op korte termijn voor België en voor de belangrijkste economische regio’s. Die worden weergegeven in een samenvattende tabel. Daartoe worden de gegevens van het Federaal Planbureau gebruikt voor België, terwijl de gegevens van internationale organisaties zoals het IMF gebruikt worden voor de andere economische regio’s.

      Belangrijkste verwachtingen:

      • De Belgische economische groei vertraagde in 2024. In 2025 trekt ze weer aan, maar keert niet terug naar het tempo van 2023.
      • De inflatie bleef in 2024 afnemen en zal naar verwachting in 2025 en 2026 verder afnemen.
      • Het IMF voorspelt een vertraging van de wereldwijde economische groei voor 2025 en 2026. De groeiverwachtingen van het IMF zijn optimistischer voor de eurozone, waar in 2025 een versnelling wordt verwacht.

    Economische context van België

    België is van nature een kleine, open economie:

    • “klein” met zijn bruto binnenlands product (bbp in lopende prijzen) van 620,3 miljard euro in 2024, goed voor 3,4 % van het bbp van de Europese Unie (EU27; 18.015,4 miljard euro) of 4,1 % van het bbp van de eurozone (15.231,3 miljard euro), en
    • “open” door zijn openheidsgraad van 79,5 % (82,9 % in 2023).

    Creatie van toegevoegde waarde in 2024

    De Belgische economie kenmerkt zich, net als elke moderne geïndustrialiseerde economie, door het toenemende belang van diensten. In 2024 waren de commerciële diensten (waaronder handel en financiële activiteiten en verzekeringen) goed voor 63,8 % van de totale bruto toegevoegde waarde, tegenover 12,6 % voor de verwerkende nijverheid en 5,4 % voor de bouwsector. Het resterende deel is verdeeld onder niet-commerciële diensten (14,6 %), energie (2,6 %), winning van delfstoffen (0,1 %) en landbouw (0,9 %).

    Ondanks een relatief gering aandeel is de verwerkende nijverheid nog steeds essentieel voor de Belgische economie. Ze genereert niet alleen een belangrijk aandeel van de commerciële diensten, maar creëert daarenboven toegevoegde waarde door aan de buitenlandse vraag te voldoen dankzij de Belgische uitvoer.

    Kernsectoren van de Belgische industrie

    In 2024 waren de kernsectoren van de Belgische industrie:

    • de farmaceutische industrie (19,9 % van de totale toegevoegde waarde van de industrie)
    • de chemische industrie (18,1 %)
    • de voedings- en drankenindustrie (13,9 %)
    • de metallurgie en de vervaardiging van producten van metaal (10,5 %)
    Laatst bijgewerkt
    3 december 2025