Table of Contents
Belangrijkste lessen uit de conjunctuuranalyse van de voedings- en drankenindustrie in 2024
Over het algemeen kende de voedingsindustrie een vrij gunstig jaar in 2024. De omzet en de investeringen bleven namelijk stijgen. Ook de tewerkstelling groeide in de eerste negen maanden van 2024 en bereikte zelfs een recordaantal banen, terwijl het aantal faillissementen in 2024 daalde. De buitenlandse handel was in 2024 eveneens dynamisch, hoewel het handelsbalanssaldo enigszins is verslechterd als gevolg van een sterkere stijging van de invoer dan van de uitvoer.
Naast die positieve elementen kende de sector in 2024 echter ook enkele tegenslagen, met name een daling van de industriële productie. De winstgevendheid van de ondernemingen verbeterde en het percentage ondernemingen met een operationeel verlies daalde in 2023. Maar het aantal nieuwe bedrijven daalde terwijl het aantal bedrijven dat wordt opgeheven steeg, zodat het nettosaldo van “oprichtingen-schrappingen” voor het eerst negatief was. Ook het aantal btw-plichtige ondernemingen nam in 2023 af.
De goede prestaties van de voedingsindustrie als geheel worden niet noodzakelijkerwijs weerspiegeld in de bedrijfstakken waaruit die sector bestaat.
De drankenindustrie als geheel had een bijzonder slecht jaar in 2024. Alle economische indicatoren verslechterden in 2024, of het nu gaat om de omzet, de investeringen, de productie, de tewerkstelling (M9), de faillissementen, de uitvoer of de invoer. De gegevens van 2023 wezen op een verslechtering van de winstgevendheid van bedrijven en een toename van het aantal bedrijven met een operationeel verlies. Hoewel het aantal btw-plichtige ondernemingen toenam, daalde het aantal nieuwe bedrijven en steeg het aantal schrappingen in 2023.
De slechte prestatie van de drankenindustrie lijkt weerspiegeld te worden in de industrieën die deel uitmaken van die sector en waarvoor gegevens beschikbaar zijn.
Belangrijkste lessen uit de analyse van het concurrentievermogen van de voedings- en drankenindustrie in 2024
Het concurrentievermogen van de voedings- en drankenindustrie wordt geëvalueerd door middel van een reeks indicatoren rond resultaten en determinanten. Het concurrentievermogen is namelijk een concept met allerlei factoren waarvoor zich een ruime benadering opdringt. Dit rapport bevat ook een grondige analyse van het energieconcurrentievermogen van de sector.
In 2023 is het exportmarktaandeel van België in de voedingssector en de drankenindustrie gestegen tot 2,7 %. Die dynamiek heeft ons land op de 12e plaats wereldwijd gebracht, niet ver achter belangrijke spelers als Spanje (4,0 %) en Italië (3,8 %). De belangrijkste exportmarkten voor België blijven Europees, met Frankrijk en Nederland (21,0 % van de Belgische export) en Duitsland (12,1 %).
In 2023 waren er meer financieel gezonde bedrijven dan in de afgelopen vijf jaar. De operationele winstgevendheid, liquiditeit en solvabiliteit van bedrijven in de sector zijn in 2023 aanzienlijk verbeterd. Die verbetering wijst op een veel gunstigere financiële situatie dan in 2022.
Ondanks een hoge productiviteit had de sector in België weinig concurrerende loonkosten per eenheid product in vergelijking met de buurlanden. De reden daarvoor was een aanzienlijke stijging van de loonkosten.
In 2023 vertegenwoordigde de sector 20,7 % van de werkgelegenheid in de Belgische verwerkende industrie., Dit toont aan hoe belangrijk de sector is voor de Belgische arbeidsmarkt. Bovendien heeft een derde van de werknemers in deze sectoren een hoog opleidingsniveau in 2024.
Ondanks een daling ten opzichte van 2022 bleef onze investeringsgraad (27,6 %) in 2023 gunstig in vergelijking met Frankrijk (18,6 %) en Nederland (17,3 %). Bovendien presteerde België goed op het gebied van intellectueel eigendom en O&O, wat wijst op een sterk innovatievermogen.
De energieconcurrentievermogen is een van de grootste zwakke punten van de Belgische sector omdat het energieverbruik heel hoog is in vergelijking met de buurlanden. Dit verbruik is sinds 2005 met meer dan een derde gestegen. Sinds de coronacrisis en in de nasleep van de oorlog in Oekraïne heeft de sector echter energie-efficiëntiewinst geboekt. Die algemene stijging van de energie-intensiteit verschilt zowel van die van de voedings- en drankenindustrie in de buurlanden als van die van de Belgische verwerkende industrie. De dynamiek van de energie-intensiteit verschilt ook wat betreft de samenstelling van het eindverbruik van energie, dat te weinig op elektriciteit is gericht. Die hoge energie-intensiteit vormt daarmee een bedreiging voor zowel de financiële als de ecologische duurzaamheid. Er bestaan meerdere manieren om het concurrentievermogen van de sector op energiegebied te versterken, zoals
- concrete maatregelen op het vlak van energie-efficiëntieverbeteringen
- een herbalancering van de energieprijsstructuur
- bijzondere aandacht voor de sectoren die het meest bijdragen aan het concurrentienadeel van België, met name de sector voor de verwerking en conservering van groenten en fruit.
Raadpleeg de publicatie “Concurrentievermogen van de voedings- en drankenindustrie - juni 2025”
Definitie van de sectoren van de voedingsindustrie en het vervaardigen van drank
De vervaardiging van voedingsmiddelen (C10) omvat de verwerking van producten uit de landbouw, bosbouw en visserij tot voedsel voor mens en dier; ze omvat eveneens de productie van diverse intermediaire producten die niet rechtstreeks voor consumptie zijn geschikt. Vaak ontstaan ook bijproducten met een bepaalde waarde, zoals huiden bij de slacht of perskoeken bij de olieproductie. Die sector is ingedeeld naar gelang van de verschillende soorten producten: vlees, vis, fruit en groenten, oliën en vetten, melkproducten, maalderijproducten, dierenvoeders en overige voedingsmiddelen.
Die sector omvat niet de bereiding van maaltijden voor onmiddellijk verbruik, zoals in restaurants. Een aantal activiteiten wordt als industrie beschouwd: bakkerijen, slagerijen met kant-en-klare vleesproducten enz., die hun eigen producten verkopen hoewel de verkoop in eigen winkel eigenlijk onder detailhandel valt. Wanneer de bewerking echter minimaal is en niet tot een echt nieuw product leidt, wordt de desbetreffende eenheid bij groot- en detailhandel en reparatie van auto's en motorfietsen (sectie G) ingedeeld.
De “vervaardiging van dranken” (C11) omvat de vervaardiging van dranken, zoals niet-alcoholische dranken en mineraalwaters, de vervaardiging van gegiste dranken, bieren, wijnen, alsook de vervaardiging van gedistilleerde alcoholhoudende dranken.
Deze definities zijn afkomstig van de NACEBEL-nomenclatuur, de Belgische door Statbel opgestelde versie van de Statistische Nomenclatuur van de economische activiteiten in de Europese Gemeenschap.