Accord de libre-échange entre l’Union européenne et les pays du Mercosur - Impact pour les secteurs économiques belges

Vrijhandelsakkoord tussen de Europese Unie en de Mercosur-landen - Impact op de Belgische economische sectoren

Uitgever
Regis Massant
Auteur(s)

Fod Economie, K.M.O., Middenstand en Energie

Publicatiedatum

In juni 2019 kwamen de Europese Unie en de Mercosur-landen (Brazilië, Argentinië, Uruguay en Paraguay) tot een akkoord omtrent de reikwijdte en de inhoud van hun handelsverdrag. In de komende maanden wordt op basis hiervan worden de teksten van het akkoord juridisch nagezien, waarna ze vervolgens aan de Lidstaten, ter goedkeuring worden voorgelegd.

Met dit verslag wil de FOD Economie, op basis van officiële statistieken, de lezer een overzicht verstrekken van de bestaande economische relaties tussen België en de Mercosur-landen. Tegelijk is de opzet om, op sectoraal niveau, een inzicht te bieden in de uitdagingen die het akkoord zal stellen en in de opportuniteiten die het zal bieden. Met de toepassing van dit handelsakkoord zouden immers heel wat douanetarieven en niet-tarifaire handelsbelemmeringen verdwijnen of afgebouwd worden, zodat de handel in goederen en diensten tussen de Europese Unie en de Mercosur-landen zal worden gefaciliteerd.

Met een totale bevolking van ongeveer 264,4 miljoen inwoners realiseren de Mercosur-landen in 2018, met Brazilië als motor, een bruto binnenlands product van ongeveer 2.173,4 miljard euro, tegenover 15.907,6 miljard euro voor de Europese Unie, die op haar beurt een bevolking van om en bij 512,4 miljoen inwoners heeft(het Verenigd Koninkrijk nog inbegrepen). In 2018 bedroeg de totale goederenuitvoer van de Mercosur bijna 352,1 miljard dollar, terwijl hun invoer beperkt bleef tot 279,8 miljard dollar.

De huidige economische relaties tussen de Europese Unie en de Mercosur-landen zijn eerder bescheiden. Dit geldt des te meer voor België waar de economische verwevenheid met de Mercosur-landen veel minder uitgesproken is dan deze met de buurlanden, andere EU-lidstaten, het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten of China. Zo vindt ongeveer 0,5 % van de totale toegevoegde waarde die in België wordt gecreëerd, haar oorsprong in de finale vraag van de Mercosur-landen[1].

Zoals algemeen geweten is de Belgische buitenlandse handel vooral intra-Europees georiënteerd. De uitvoer naar de 4 voornaamste partners (Duitsland, Frankrijk, Nederland en het Verenigd Koninkrijk) is bijvoorbeeld goed voor meer dan de helft van de totale uitvoerwaarde (in totaal gemiddeld 250 miljard gedurende 2014-2018). Naar de Mercosur-landen werd, de afgelopen 5 jaar, gemiddeld voor 2,3 miljard euro aan goederen uitgevoerd (64,8 miljoen euro voor landbouwproducten en 2,2 miljard euro voor industrieproducten), terwijl de invoer vanuit de Mercosur-landen naar België gemiddeld 1,6 miljard euro bedroeg (183,4 miljoen euro voor landbouwproducten en 1,46 miljard euro voor industrieproducten).

De handelsstromen tussen de Mercosur-landen en België zijn asymmetrisch: waar vanuit de Mercosur-landen vooral landbouwproducten, grondstoffen of producten na een eerste ruwe bewerking worden afgezet in België, is de uitvoer vanuit België vooral gericht op industriële producten. Meer specifiek bestaat onze huidige uitvoer naar de Mercosur-landen vooral uit de productcategorieën farmaceutica (24 %), machines en apparaten (13,8 %) en auto’s, onderdelen en accessoires (10,7 %). Terwijl de invoer vooral edele metalen (18,4 %), mineralen (14,1 %) en metalen zoals ijzer en staal (7,7 %) omvat.

De forse tariefverlagingen en de afbouw van niet-tarifaire belemmeringen zullen de handel tussen de Europese Unie (en België) en de Mercosur-landen wellicht stimuleren. De FOD Economie zal de effecten van het akkoord van nabij opvolgen. De eerste resultaten van dit opgestarte onderzoek (toegespitst op landbouw en industrie, omwille van de beschikbare informatie over de tarief-afbouw) tonen dat het akkoord opportuniteiten zal bieden voor heel wat industriële sectoren, en uitdagingen zal bieden voor een aantal specifieke agro-voedingsfilières.

In de landbouwkolom kunnen meer bepaald de sectoren rundvee- en pluimveehouderij, en bietenteelt geconfronteerd worden met bijkomende druk op hun respectieve markten, die al een zekere spanning kenden. Ook voor het handelsakkoord waren de Mercosur-landen ten andere al goed voor bijna driekwart van de extra-EU invoer van rundvlees. Hoewel de ingevoerde Mercosur-producten eerder beperkt zijn vergeleken met de Europese productie[2] kunnen ze, na de uitbreiding van de quota en de afname van de tarieven, nog meer competitief zijn in een soms reeds verzadigde markt (met name kwaliteitsrundvlees, en in het bijzonder dat wat bestemd is voor de horeca). Het in voege treden van het akkoord zou op die manier extra druk kunnen zetten op en bijkomende aanpassingen vergen van de betreffende Belgische landbouwsectoren.

Maar de concrete impact van het akkoord voor de hoger genoemde landbouwsectoren hangt onder meer af van factoren zoals de mate waarin eventuele bijkomende invoer vanuit Mercosur kannibaliseert op reeds bestaande invoer uit derde landen, de mate waarbij een daling van de invoerrechten wordt verrekend door de tussenliggende schakels vooraleer in concurrentie te treden met de producten die in Europa worden geproduceerd,…. Producten die vanuit de Mercosur-landen België en de Europese Unie binnenkomen, moeten daarbij uiteraard voldoen aan de in voege zijnde, gedetailleerde Europese standaarden en normen inzake voedselveiligheid.

Er dient in die context te worden opgemerkt dat de invoer van rundvlees vanuit Mercosur in de Europese Unie sinds 2008 relatief stabiel is gebleven op ongeveer 200.000 ton (exclusief bereidingen en karkassen), terwijl verschillende aanvullende quota zijn toegekend ("Hilton"-contingenten, "hormoon"-contingenten) tegen gereduceerde of nultarieven. Met betrekking tot deze quota’s stelt men evenwel vast dat het vanuit de Mercosur onder quota ingevoerde rundvlees een vrij gering aandeel heeft (ongeveer 18 % in 2018, meer bepaald 52.000 ton karkasequivalent op 260.000 ton karkasequivalent). Meer dan 80 % komt momenteel met een hoog tarief binnen, hetgeen getuigt van de concurrentiekracht van de landen van de Mercosur voor dit product.

Ten slotte dient te worden vermeld dat een Europees steunprogramma ten belope van 1 miljard euro werd aangekondigd om de landbouwers, waaronder de Belgische, te helpen in geval van een ernstige verstoring van de markt.

Voor de aardappeltelers biedt het akkoord dan weer perspectieven, gezien het akkoord een opportuniteit lijkt te bieden voor de bedrijfstak van bevroren aardappelproducten, waarin België zich sterk specialiseerde. Diepvriesaardappelen domineren reeds de Belgische uitvoer van voedingsmiddelen naar de landen van de Mercosur (samen met maalderijproducten).

Voor de verwerkende industrie voorziet het akkoord aan Europese zijde een gestage afbouw naar vrijwel geen resterende douanetarieven, terwijl de actueel in voege zijnde invoertarieven in de Mercosur-landen ook een forse knip zullen kennen. Door het Europees Parlement[3] werd het eenvoudige gemiddelde MFN-tarief door Mercosur wordt toegepast op EU-invoer geraamd op 13,6 %. Met de beschikbare informatie werd berekend dat ongeveer een derde van de invoerwaarde van de Mercosur-producten bijkomend rechtenvrij zou kunnen worden ingevoerd (slechts voor 0,3 % van de totale invoer, meer bepaald van voedingsproducten zou namelijk een tarief blijven bestaan). Vooral in volgende sectoren wordt een relatief grote proportie van de invoerwaarde op termijn afgebouwd door het vrijhandelsakkoord: vervoermaterieel, kunststof en rubber, chemie en de voedingsindustrie. Zonder akkoord is de  Belgische uitvoer voor 85 % van zijn waarde onderworpen aan invoertarieven,. Met het akkoord zouden voor een bijkomende 73 % de tarieven worden afgebouwd. Vooral in volgende sectoren worden  voor een relatief grote deel van de uitvoerwaarde de tarieven op termijn afgebouwd door het vrijhandelsakkoord: voeding, edelmetalen, chemie, mechanica en elektronica, onedele metalen en kunststof en rubber.

Een simulatie van deze tariefafbouw voor de Belgische uitvoer, leerde dat de totale invoerrechten van de Mercosur-landen met zo’n 80 % zouden dalen (van 138 naar 25 miljoen euro), 15 jaar na het ondertekenen van het akkoord. De Europese rechten op invoer uit de Mercosur-landen zou in totaal afnemen van 58 miljoen euro naar 4.2 miljoen euro, 10 jaar na het ondertekenen van het akkoord.

Met het oog op het identificeren van uitvoeropportuniteiten, werden (1) het Belgisch comparatief voordeel, (2) de handelsstromen naar de Mercosur-landen en (3) informatie aangaande de tarifaire afbouwregimes gecombineerd. Dit onderzoek illustreerde dat productgroepen met een ‘sterk’ Belgisch uitvoerpotentieel vooral behoren tot de chemische en farmaceutische sector, machinerie, basismetalen en de voedingsindustrie. Op sub-sectoraal niveau betrof dit vooral mechanische machinerie, ijzer en staal en tot slot plastics. Productgroepen met een sterk uitvoerpotentieel uit de agro-voedingsfilière zijn: peren, eetbare bereidingen van vet, suikerwaren, chocolade, bevroren aardappelen, gist, bier en preparaten voor diervoeding. De chemische-, farmaceutische- en rubberindustrie herbergt ook productgroepen, zoals bepaalde aminozuren, meststoffen en antibiotica met een bestaand, maar minder uitgesproken uitvoerpotentieel. Eén overige productgroep met een minder uitgesproken uitvoerpotentieel betrof melk- en roomproducten in poedervorm. Let wel: dit betreft opportuniteiten in een ruime zijn, voor sommige producten zou zelfs een helemaal onontgonnen markt worden aangeboord.

Het akkoord omvat daarnaast ook een hoofdstuk over handel in diensten en over vestiging. Dankzij de hierin opgenomen bepalingen zullen de ondernemingen uit de tertiaire sector – kernsector van de Belgische economie – profiteren van transparantie en voorspelbaarheid van de regelgeving die toegepast wordt door de vier landen van de Mercosur betreffende markttoegang en behandeling. De handel in diensten met deze landen zal daardoor gefaciliteerd worden.

Zoals steeds voorziet het akkoord in specifieke bepalingen zoals de toegang tot de wederzijdse markten van openbare aanbestedingen, handelsfacilitering voor kmo’s, regels van oorsprong die een bijkomende stimulans kunnen geven aan de Belgische ondernemingen.

Er bestaat bezorgdheid over de impact van het akkoord op duurzame ontwikkeling. Het desbetreffende hoofdstuk illustreert dat het akkoord samenwerking tussen de Europese Unie en de Mercosur-landen mogelijk maakt op het vlak van sociale kwesties en milieukwesties, om zo uitdagingen zoals klimaatwijziging, biodiversiteit en arbeidsomstandigheden aan te pakken. Het akkoord kan dan ook hefbomen aanreiken zodat er wederzijdse engagementen worden genomen om de aangegane multilaterale engagementen te respecteren. Deze engagementen zijn evenwel niet onderworpen aan handelssancties.

[1] Meer bepaald Brazilië en Argentinië, daar de databank TiVA Paraguay noch Uruguay dekt.

[2] Met name 4,9 % voor het rundvlees, 1,5 % voor de suiker, 2,5 % voor het kippenvlees (cijfers 2018).

Laatst bijgewerkt
1 maart 2021