Sector- en marktmonitoring

Één van de voornaamste opdrachten van de FOD Economie, het omkaderen van de goederen- en dienstenmarkt, veronderstelt een goed inzicht in deze markt en een betrouwbare kennis van al zijn componenten.

Dankzij deze kennis kan de overheid bepalen met welke middelen en instrumenten zij oplossingen kan aanreiken wanneer markten niet optimaal functioneren.

Gestructureerde monitoring

Een gestructureerde monitoring van de markten en sectoren is de eerste aanzet voor deze vorm van evidence based policy making.

De monitoring verloopt in eerste instantie via een “top-down” benadering, die erin bestaat systematisch de beschikbare publieke informatie te analyseren. Het is belangrijk om op een gestructureerde manier snel signalen op te vangen van een bepaalde sectorale of markttendens, en dit op basis van indicatoren zoals toegevoegde waarde, tewerkstelling, productiviteit, prijzen, innovatie, belemmeringen voor een daadwerkelijke concurrentie, concentraties, samenstelling van de sectoren.

De opvolging moet berusten op solide wetenschappelijke analysemethodes en moet gestaafd worden door onweerlegbare gegevens.

Op middellange termijn zal deze screeningfase deels worden geautomatiseerd. Via een systeem van signaalindicatoren zouden de sectorale analisten, via een achterliggende informaticatool, heel snel signalen moeten ontvangen wanneer er iets aan de hand zou kunnen zijn in een sector.

De doorgedreven en permanente monitoring van de sectoren behoort tot de verantwoordelijkheid van een gespecialiseerde cel van analisten binnen de FOD Economie: de dienst Sector- en Marktmonitoring.

Die monitoring is echter geen doel op zich, maar biedt vooral een solide basis om de meeste andere strategische prioriteiten van de FOD Economie te verwezenlijken:

  • voor de prioriteit “mededinging”
    om te zien welke markten niet competitief zijn (op basis van informatie over prijsvorming, concentraties, levensduur van de ondernemingen, …) en dus het optreden van de mededingingsautoriteiten zouden kunnen vereisen;
  • voor de prioriteit “reglementering”
    om gepaste initiatieven en corrigerende maatregelen uit te werken;
  • voor de prioriteit “innovatie”
    om de geschikte instrumenten van de FOD Economie (intellectuele eigendom, normalisatie, metrologie, openbare aanbestedingen, telecommunicatie) op een doeltreffende wijze in te zetten en om de belangrijke bedrijfstakken (luchtvaart, bouw, energiebesparing, digitale economie) te bepalen;
  • voor de prioriteit “extern concurrentievermogen”
    om de knelpunten en verwachtingen van onze bedrijven op internationaal vlak beter te begrijpen, te evalueren en te vertolken (instrumenten handelsbeleid).

Daarnaast is ook een “bottom-up” benadering onontbeerlijk voor een degelijke monitoring van de sectoren. De ervaring in andere landen en op het niveau van de EU leert dat de informatie die wordt bekomen op basis van "top-down"-indicatoren van marktwerking, louter berekend op basis van statistieken, vaak onvoldoende is om uitspraken te doen over de werking van markten en sectoren.  Maar deze informatie is wel degelijk zeer nuttig als ze gecombineerd worden met andere bottom-up-informatie.  Ook informatie gebaseerd op rechtstreekse contacten met het terrein (federaties en beroepsverenigingen) kan hier zeer nuttig zijn. 

Voor de analyses die de FOD Economie maakt in het kader van het "Prijzenobservatorium" vormen de signaalindicatoren over de werking van de markten en sectoren een aanvullende tool.

Samen met de Hogeschool-Universiteit Brussel en de KULeuven zette de FOD Economie, gefinancieerd door de POD Wetenschapsbeleid een AGORA-onderzoeksproject op, getiteld Monitoring van markten en sectoren, dat liep van september 2009 tot juli 2011. Via dit project werden een aantal individuele en samengestelde indicatoren voor de werking van markten en sectoren ontwikkeld (op NACE 2-, 3- en 4-digits niveau).