Een windmolenpark op zee aanleggen, hoe gaat dat in zijn werk?

Eind 2020 werd de eerste Belgische offshore energiezone operationeel en kroonde zich daarmee de grootste operationele zone ter wereld. Momenteel lopen er verkennende voorbereidingen voor de nieuwe Prinses Elisabeth-zone die de energieproductie op de Noordzee nog zal doen toenemen. De FOD Economie werkt mee aan de realisatie en opvolging van die energiegebieden via de Werkgroep Windmolenparken & CIA van Kustwacht.

Op de Noordzee hebben vele partners bevoegdheden voor de windparken en bijhorende kabels op zee. Kustwacht is het samenwerkingsplatform tussen Vlaamse en federale overheidsinstanties en de gouverneur van West-Vlaanderen en zijn diensten, die bevoegdheden hebben op de Noordzee. Windenergie is een belangrijke activiteit op zee en daarom werd in 2008 een aparte werkgroep opgericht.

Aanspreekpunt

De Werkgroep Windmolenparken biedt aanvragers van offshore windparken een centraal aanspreekpunt, een belangrijke meerwaarde in het ingewikkelde landschap van bevoegde Federale en Vlaamse overheidsdiensten en administraties. 

Vooraleer met de bouw van een windpark kan worden gestart dient een boel papierwerk te worden verzet. Om in aanmerking te komen moeten potentiële exploitanten een milieuvergunning en een domeinconcessie aanvragen, en toestemming krijgen om kabels te leggen.

Kabels leggen

Zo buigt de FOD Economie zich over de aanvragen voor een domeinconcessie en de aanvraag voor het leggen van kabels. De Algemene Directie Energie adviseert de minister van Energie, die de domeinconcessie en kabelvergunning al dan niet toekent. 

Bij het aanleggen van windmolenparken op zee komt echter nog heel wat meer kijken. Dat ontdekt u in het artikel Windparken op zee, een aanhoudende inspanning van vele partners op de website van Kustwacht.

Laatst bijgewerkt
3 februari 2022