Eerste prijs: Personalised pricing in het Belgische B2C contractenrecht
Auteur masterproef: Mathis Vanhoutte
Thesisprijs uitgereikt door: BV-OECO
Academiejaar: 2024-2025
Masterproef “personalised pricing in het Belgische B2C-Contractenrecht”
Samenvatting onderzoek (PDF, 108.6 KB)
De masterscriptie behandelt ‘personalised pricing’; een innovatieve prijstechniek waarbij de onderneming een persoonlijke prijs voor elke klant bepaalt met behulp van algoritmes die de betalingsbereidheid van deze klant kunnen inschatten door een analyse uit te voeren van zijn of haar persoonlijke data. Met andere woorden, voor één product of dienst krijgt elke klant een persoonlijke prijs voorgeschoteld die aansluit bij zijn of haar individuele profiel. Bij twee vrienden die samen een voetbalmatch meepikken, zou het bijvoorbeeld kunnen dat de rijke superfan een pak meer moet betalen voor zijn toegangsticket dan de slechts matig geïnteresseerde en minder bemiddelde vriend. Lange tijd werd zoiets als pure sciencefiction aanzien … tot voor kort. De wereld maakte de afgelopen jaren immers kennis met ‘AI’. Dankzij technologieën zoals AI of Big Data Analytics kunnen vandaag gigantische hoeveelheden data worden geanalyseerd in slechts enkele ogenblikken. Hierdoor werd ook personalised pricing mogelijk én een realiteit – enkele multinationals gebruiken vandaag reeds algoritmes die persoonlijke gegevens analyseren om een op maat gemaakte, geïndividualiseerde prijs te creëren. Personalised pricing is happening, ook in België.
Maar is onze wetgeving vandaag voldoende uitgerust om de consument te beschermen bij een dergelijke complexe prijszetting? En binnen welke grenzen kunnen ondernemingen innovatieve prijsstrategieën uittesten? Deze masterscriptie zoekt naar het evenwicht tussen consumentenbescherming en vrijheid van ondernemen.
Tweede prijs: Een “groene” fast-fashion waardeketen: utopie of optie?
Auteur masterproef: Anna Sato
Thesisprijs uitgereikt door: BV-OECO
Academiejaar: 2024-2025
Masterproef Een 'groene' fast-fashion waardeketen: utopie of optie?
Samenvatting onderzoek (PDF, 267.07 KB)
Bij Primark een T-shirt voor 12 euro kopen of op Temu een jeans bestellen voor 15 euro: het is nog steeds mogelijk. Door razendsnel trendy kleren tegen spotprijzen aan te bieden vormen deze bedrijven het schoolvoorbeeld van fast-fashion. De term beschrijft een inherent niet-duurzaam bedrijfsmodel binnen de mode-industrie dat draait op de massaproductie van goedkope kleding die recente highfashion trends imiteert. Dit model zoekt de grenzen op van de draagkracht van de planeet. Ondanks het stijgende bewustzijn bij een deel van de consumenten (dat er te veel kleren van lage kwaliteit worden gemaakt die vervolgens te snel op de afvalberg belanden), toont het succes van kledingreuzen zoals Shein – die vorig jaar zijn winst verdubbelde tot ruim 2 miljard dollar – aan dat er nog steeds een groot aantal consumenten graag fast-fashion shopt.
De fast-fashion industrie brengt uitdagingen met zich mee in elke fase van de waardeketen. In de productiefase leidt het gebruik van goedkope synthetische vezels tot grote afhankelijkheid van fossiele brandstoffen en uitstoot van microplastics. Tijdens de communicatiefase worden consumenten geconfronteerd met misleidende duurzaamheidsclaims. In de afdankfase ontbreken duidelijke garanties dat textiel effectief wordt hergebruikt of gerecycleerd in plaats van te eindigen op stortplaatsen. Deze tekortkomingen roepen de vraag op in hoeverre de huidige wetgeving op Europees niveau bijdraagt aan een duurzaam en circulair textielbeleid, met aandacht voor het rechtszekerheidsbeginsel en bescherming van de consument. Dit vormt dan ook de centrale onderzoeksvraag van deze thesis: “Maakt het huidig juridisch kader van de EU een transparante en duurzame fast-fashion waardeketen, specifiek met betrekking tot de productie-, de communicatie- en de afdankfase, mogelijk?”