FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie
Contact Center
Vooruitgangstraat 50
1210 Brussel
Tel. (gratis nr.): 0800 120 33
Fax (gratis nr.): 0800 120 57
Stel je vraag via het online webformulier
Gedetailleerde en gespecialiseerde informatie is beschikbaar in het "Geannoteerd Wetboek Consumentenkrediet”. Dit document is momenteel aan herziening toe. Wat hierna volgt zijn enkel een aantal basisbeginselen.
Een "consumentenkrediet" is elk krediet dat voor iets anders wordt gebruikt dan om de aankoop van een onroerend goed te financieren: auto, elektrische huishoudapparatuur, reizen, huwelijk, enz. Het kan gaan om:
Een consumentenkredietovereenkomst wordt gesloten tussen een consument en een kredietgever.
In bepaalde gevallen bemiddelt een kredietbemiddelaar voor het sluiten van de kredietovereenkomst.
De consument is een natuurlijke persoon (geen maatschappij, noch een vzw) die hoofdzakelijk handelt voor privédoeleinden. Dit doel mag dus noch zakelijk, noch commercieel, noch ambachtelijk zijn.
De kredietgever is een rechtspersoon (onderneming) die, in het raam van zijn handels- of beroepsactiviteiten, een krediet verleent aan een consument. De kredietgevers zijn meestal banken, financiële instellingen die (bijvoorbeeld) verbonden zijn met autoverkopers, ondernemingen die kredietkaarten of gelijkaardige kredietmiddelen ter beschikking van consumenten stellen, enz. Ook een werkgever die aan zijn personeel krediet verstrekt wordt beschouwd als een kredietgever.
Er bestaat voor de consument geen recht op krediet. Sommige zogenaamde “sociale kredietgevers kennen echter, onder bepaalde voorwaarden, consumentenkredieten toe tegen een meer voordeligere rentevoet.
Iedere kredietgever moet voorafgaand aan iedere kredietverschaffing erkend zijn bij de FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie.
De kredietbemiddelaar is een natuurlijke persoon of een rechtspersoon (onderneming) die, in het raam van zijn handels- of beroepsactiviteiten helpt bij het sluiten van de kredietovereenkomst.
De kredietbemiddelaars zijn meestal verkopers, kredietmakelaars of gevolmachtigde agenten.
De kredietbemiddelaar mag zijn activiteit enkel uitoefenen nadat hij is ingeschreven bij de FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie.
Wat centraal staat bij de verlening van een krediet is de vaststelling van de kredietwaardigheid en de terugbetalingscapaciteit van de consument. De kredietgever mag geen krediet verlenen aan een consument als hij meent dat deze de geleende bedragen niet zal kunnen terugbetalen.
De kredietgever of de kredietbemiddelaar moet daarom inlichtingen inwinnen van de consument, door hem vragen te stellen over zijn financiële situatie, zijn inkomsten, zijn lasten, enz. De consument moet hier zo juist mogelijk op antwoorden.
Bovendien controleert de kredietgever de situatie van de consument in zijn interne dossiers en bij de Centrale voor Kredieten aan Particulieren van de Nationale Bank van België (CKP). De CKP registreert alle lopende contracten voor consumentenkrediet en de hypothecaire kredieten verleend in België. De CKP neemt ook de "wanbetalers" in een "negatief" bestand op, dat wil zeggen personen die een betalingsachterstand hebben opgelopen.
De kredietgevers zijn verplicht dit bestand te raadplegen voordat ze een krediet verstrekken om een duidelijker beeld te hebben van de financiële situatie van hun mogelijke klanten. Kredietbemiddelaars hebben geen toegang tot de CKP.
De kredietgever kan ook inlichtingen inwinnen bij de kredietverzekeraar die de terugbetaling van de kredietovereenkomst verzekert.
Wanneer de kredietgever een krediet toekent, moet hij de CKP binnen twee dagen volgend op de ondertekening van de overeenkomst op de hoogte brengen.
Na onderzoek van de kredietaanvraag besluit de kredietgever of hij al dan niet een krediet verleent. Hij mag, en moet zelfs, weigeren krediet te verlenen als hij meent dat de consument niet in staat zal zijn om dit terug te betalen.
In geval van kredietweigering wordt de consument op de hoogte gesteld van de verschillende bestanden die zijn geraadpleegd en van de naam en het adres van de verantwoordelijken voor deze bestanden. De wet geeft de consument namelijk het recht om aan de verantwoordelijke van het bestand (die "verwerkingsverantwoordelijke" wordt genoemd) te vragen de informatie die hij in zijn bezit heeft door te geven. Indien de consument vaststelt dat die informatie onjuist is, kan hij zich wenden tot die verantwoordelijke om die informatie recht te zetten.
Het gaat erom eerst de geschiktheid van het krediet te beoordelen en vervolgens de best passende soort overeenkomst en bedrag te kiezen, waarbij rekening wordt gehouden met de financiële toestand van de consument en van het voorwerp van het krediet.
De kredietgever en de kredietbemiddelaar zijn verplicht om de consument het financiële product aan te bieden dat het beste past bij het nagestreefde doel en de financiële toestand van de consument. Doen ze dit niet, dan zijn zij aansprakelijk. Er kunnen hen sancties worden opgelegd.
De kredietovereenkomst wordt gesloten door de ondertekening van alle partijen en wordt opgesteld op papier of op een andere duurzame drager, bv. via internetbankieren. Behalve bij een kredietopening moet er ook een aflossingsplan worden overhandigd dat voor elke terugbetaling het bedrag van het kapitaal en van de kredietkosten vermeldt, alsook het verschuldigde restsaldo na iedere betaling.
Pas op dat ogenblik mag de kredietgever het krediet ter beschikking stellen op een rekening aangeduid door de consument of via een cheque. Het krediet mag niet contant uitbetaald worden.
Het ondertekenen van de overeenkomst schept verplichtingen voor iedere partij. Voor de kredietgever: er voor zorgen dat de consument krediet kan opnemen tot beloop van het toegestane kredietbedrag; voor de consument: terugbetalen volgens de voorwaarden die contractueel zijn voorzien.
Vóór de ondertekening van de overeenkomst is iedere betaling uitgevoerd door de kredietgever aan de consument of voor zijn rekening verboden, evenals iedere terugbetaling door de consument aan de kredietgever.
Als de kredietovereenkomst echter de aankoop van een goed dat moet worden geleverd als doel heeft (bijvoorbeeld een krediet voor de aankoop van een auto), dan worden de verplichtingen van de consument opgeschort tot de leveringsdatum van het product, op voorwaarde dat het goed in kwestie in de overeenkomst wordt genoemd.
De kredietovereenkomst moet beknopt en duidelijk onder meer de volgende informatie bevatten:
De wet op het consumentenkrediet (wet van 12 juni 1991, hierna WCK) legt de kredietovereenkomst vormvoorschriften op.
Bijvoorbeeld, bij een kredietopening moet de consument zijn handtekening laten voorafgaan door de vermelding: "gelezen en goedgekeurd voor …. euro krediet". Het in te vullen bedrag is het geleende bedrag. Voor alle andere kredietovereenkomsten moet de consument zijn handtekening laten voorafgaan door de vermelding: "gelezen en goedgekeurd voor …. euro terug te betalen". Een ander voorbeeld: de consument moet ook de datum en het precieze adres van de contractondertekening vermelden.
Zie ook hierboven de afgifte van een aflossingsplan.
Als de overeenkomst eenmaal is gesloten, kent de wet u nog een bedenktijd toe van veertien kalenderdagen, waarin u kan afzien van het krediet door middel van een aangetekende brief verzonden aan de kredietgever of aan de hand van een ander, door de kredietgever in het contract aanvaard communicatiemiddel.
Let op: als er gebruik wordt gemaakt van het verzakingsrecht, moeten de ontvangen bedragen of goederen worden terugbetaald en moet de interest die verschuldigd is over de verstreken periode worden betaald (meer informatie over het verzakingsrecht).
Het verstrekken van consumentenkrediet is, net zoals iedere andere dienst, en op enkele zeldzame uitzonderingen na, een betalende dienst.
Gelet op de bescherming van de consument en de markttransparantie, heeft de wet een eenvormige prijsberekeningsmethode voorzien die van toepassing is op alle consumentenkredieten: het JKP, voluit het jaarlijkse kostenpercentage.
Het JKP geeft de totale kosten van het consumentenkrediet op jaarbasis weer, dat wil zeggen alles wat de consument moet terugbetalen. Het omvat onder meer de interesten, de administratieve kosten, de commissie van de kredietbemiddelaar en de eventuele verzekeringspremie van het verschuldigde restsaldo als die verplicht zou zijn.
Het JKP biedt de consument de mogelijkheid om de aanbiedingen van de verschillende financiële instellingen te vergelijken. Het JKP houdt rekening met alle bedingen van de kredietovereenkomst: het tempo van de terugbetaling van het kapitaal, de betaling van interesten en de berekening van eventuele kosten in verband met de verstrekking en/of het beheer van het krediet (bijvoorbeeld dossierkosten). Er is dus geen sprake van dat, bij een kredietovereenkomst zonder betalingsachterstand, er bijkomende kosten worden betaald, aan wie dan ook. De kredietbemiddelaar kan aan een consument nooit een bijkomende betaling vragen voor zijn kosten.
Een minder ingewikkelde aanduiding dan het JKP is die van de "totale kosten van het krediet voor de consument"; de totale kosten moeten worden aangegeven in de kredietovereenkomsten; dit is het verschil tussen het volledige bedrag dat u moet terugbetalen (kapitaal + interesten en kosten) en het geleende bedrag. M.a.w., deze kosten duiden aan wat u “betaalt” voor de aangeboden dienst.
Iedere kredietgever legt vrij zijn JKP vast, maar toch mag hij een bepaalde grens niet overschrijden. Deze grens wordt bepaald in functie van de soort, het bedrag en de looptijd van het krediet. De wet heeft maximale (JKP)-tarieven vastgelegd die de kredietgevers niet mogen overschrijden, en waarboven het hen verboden is om geld uit te lenen. Deze tarieven worden periodiek aangepast in functie van de evolutie van de geldmarkt (meer informatie over de maximale jaarlijkse kostenpercentatges).
Voor alle kredietovereenkomsten mag de consument op ieder ogenblik het verschuldigde restbedrag volledig of gedeeltelijk vervroegd terugbetalen.
Het is voor de consument niet van belang of de datum van terugbetaling al dan niet overeenkomt met een vervaltermijn van het krediet. Hiertoe moet de consument moet een aangetekende brief richten aan de kredietgever, ten minste tien dagen vóór de terugbetaling. Dat bepaalt de datum waarop de berekening van de vergoeding moet worden uitgevoerd.
Als tegenprestatie voor dit recht op vroegtijdige terugbetaling voorziet de wet een vergoeding voor het winstverlies van de kredietgever. Hiervoor is echter een maximum voorzien. De kredietgever kan bovendien geen vergoeding vragen bij een kredietopening, wanneer een veranderlijke rentevoet wordt toegepast of wanneer het krediet wordt terugbetaald door de verzekeraar van de consument (schuldsaldoverzekering).
De kredietgever kan in een aantal gevallen de kredietovereenkomst beëindigen (we spreken dan van "opzegging" van het contract) en van de consument het volledige terug te betalen bedrag eisen, zonder hiervoor naar de rechtbank te moeten stappen :
Als een kredietgever een kredietovereenkomst opzegt, kan hij verwijlinteresten en specifieke vergoedingen eisen voor de schade te wijten aan het feit dat de consument zijn verplichtingen niet nakomt, een "strafbeding" genoemd.
In geval van ontbinding van de overeenkomst zijn de enige bedragen die kunnen worden geëist:
Om een klacht in te dienen over consumentenkrediet, kunt u zich richten tot de Algemene Directie Controle en Bemiddeling.
Let op: als u een oneerlijke praktijk op internet constateert, ga dan naar de site e-cops.