Diensten

De diensten bestaan uit een polymorfe groep van activiteiten. Binnen de Algemene Directie Economisch Potentieel, analyseert de directie “Diensten” het economische belang van de voornaamste diensten alsook de competitiviteitsfactoren die bij bijdragen aan hun ontwikkeling.

De bouw

De sector van de “Bouw van gebouwen; Ontwikkeling van bouwprojecten” en “Weg- en waterbouw” (NACE 41, 42 en 43) omvat volgende activiteiten:

  • (411) Ontwikkeling van bouwprojecten
  • (412) Burgerlijke en utiliteitsbouw
  • (42) Weg- en waterbouw
  • (43) Gespecialiseerde bouwwerkzaamheden

Tegen de huidige prijzen vertegenwoordigt de bruto-toegevoegde waarde van de bouwsector om en bij de 5 % van het totaal voor België.

De productie van de sector hetzelfde jaar steeg tot om en bij de 7 % van het totaal van productieve werkzaamheden van het land.

De sector van de bouwnijverheid is een sector met intensieve handenarbeid. De sector kenmerkt zich door een structureel gebrek aan gekwalificeerde handenarbeid en door een belangrijke concurrentie van buitenlandse handenarbeid. De productie heeft weinig last van import doordat er weinig mogelijkheden van delocalisatie zijn in vergelijking met andere sectoren.

In het algemeen zijn de sterke punten voor deze sector:

  • het is één van de meest belangrijke sectoren in de Belgische economie op het vlak van tewerkstelling en aandeel in het bbp;
  • de activiteiten van de bouwsector zijn gericht op de ontwikkeling en het gebruik van hoogtechnologisch en vernieuwende technieken;
  • de gebruikte materialen en de geleverde diensten door de Belgische ondernemingen zijn van hoogstaande kwaliteit;
  • de activiteiten van de sector zijn meerendeels niet delocaliseerbaar.

Op structureel gebied wordt de sector gekenmerkt door enkele zwakke punten:

  • versplintering van de activiteiten en vermeerderde beroep op internationale onderaanneming, in het bijzonder bij het aanwerven van handenarbeid;
  • tekort aan gekwalificeerde en ervaren handenarbeiders;
  • zwartwerk, illegale handenarbeid en concurrentievervalsing;
  • verhoogd aantal faillissementen, vooral van kleine ondernemingen;
  • klimaat van aangescherpte concurrentie tussen bouwondernemingen.

Distributie (detailhandel)

De distributiesector wordt vervat in de NACE-code 47: “Detailhandel, met uitzondering van de handel in auto's en motorfietsen”, bestaande uit negen onderverdelingen:

  1. detailhandel in niet-gespecialiseerde winkels (471),
  2. detailhandel in voedings- en genotmiddelen in gespecialiseerde winkels (472),
  3. detailhandel in motorbrandstoffen in gespecialiseerde winkels (473),
  4. detailhandel in ICT-apparatuur in gespecialiseerde winkels (474),
  5. detailhandel in andere consumentenartikelen in gespecialiseerde winkels (475),
  6. detailhandel in cultuur- en recreatieartikelen in gespecialiseerde winkels (476),
  7. detailhandel in andere artikelen in gespecialiseerde winkels (477),
  8. markt- en straathandel (478)
  9. detailhandel, niet in winkels en exclusief markt- en straathandel (479).

De toegevoegde waarde van de distributiesector vertegenwoordigt iets meer dan 13 % van de totale toegevoegde waarde voor het land.

De productie bedraagt ongeveer 13 % van de totale Belgische productie.

De kmo’s met minder dan 50 werknemers vertegenwoordigen 99 % van ondernemingen in de sector van de detailhandel en 52 % van de tewerkstelling in deze sector. Het aandeel van de zelfstandigen en zeer kleine ondernemingen (1 tot 4 werknemers) is hoger dan voor de rest van de verkoopsdiensten.

In het algemeen zijn de voornaamste troeven voor deze sector:

  • het kleine risico op delocalisatie in vergelijking met andere sectoren door het nabijheidscriterium van het aankoopgedrag,
  • het is een belangrijke sector qua werkgelegenheid en heeft een groot gewicht in het bbp.

Structureel kent de sector toch enkele pijnpunten:

  • hevige concurrentiële strijd tussen de en de exponentiële vooruitgang van de low-cost die beïnvloed wordt door de zoektocht van de consument naar de laagste prijzen;
  • de vreemde nationaliteit van enkele grote distributieketens die aanwezig zijn in België.

Horeca

De tak van de hotels, restaurants en cafés, afgekort tot HoReCa, komt overeen met de classificatie NACE 55 en 56, die volgende activiteiten omvat:

  • hotels en dergelijke accommodatie (551),
  • vakantieverblijven en andere accommodatie voor kort verblijf (552),
  • kampeerterreinen en kampeerauto- en caravanterreinen (553),
  • overige accommodatie (559),
  • restaurants en mobiele eetgelegenheden (561),
  • catering en overige eetgelegenheden (562) en
  • drinkgelegenheden (563).

Deze sector voorziet zijn klanten van logement en/of bereide maaltijden, snacks en dranken voor onmiddellijk gebruik.

Het aandeel van de sector (ca. 1,5 %) in het totaal van de toegevoegde waarde van de Belgische economie is zwak.

Het totale aantal onderworpenen in de horeca-sector vertegenwoordigt iets meer dan 4 % van het totaal aantal zelfstandigen. De horeca-sector bestaat bijna ten volle uit kmo’s.

Structureel kent de sector nochtans enkele pijnpunten:

  • de rendabiliteit van de sector is zwak,
  • de sector toont één van de hoogste cijfers op gebied van faillissementen;
  • een te hoog percentage van deeltijds-werkenden;
  • lage lonen en ongunstige verhouding tussen de personeelskosten en de toegevoegde waarde;
  • ontwrichting van de concurrentie door de sociale en fiscale fraude.

Transportdiensten

De transportsector omvatten volgende onderverdelingen van de NACE-classificatie:

  • vervoer te land en vervoer via pijpleidingen (NACE 49),
  • vervoer over water (NACE 50),
  • luchtvaart (NACE 51),
  • opslag en vervoerondersteunende activiteiten (NACE 52).

De productie van de transport- en communicatiesector bedraagt iets minder dan 9 % van het nationale product en iets meer dan 8 % van de bruto-toegevoegde waarde.

Deze zeer belangrijke sector voor de open Belgische economie wordt gekenmerkt door volgende elementen:

  • de haven van Antwerpen neemt ongeveer twee derden van export van goederen van de BLEU en de helft van de import voor haar rekening;
  • het transport op zee en de binnenwateren blijft gedomineerd door de kustvaart;
  • het transport via de weg speelt vooral in het voordeel van de provincie Antwerpen (ongeveer 20 % van het aandeel) en de Brusselse periferie (15 % voor Brussel-Halle-Vilvoorde), en gevoelig minder voor het Waals gewest, die slechts één vijfde van deze economische sector bedraagt.

In het algemeen zijn de sterke punten van de constructiesector:

  • het domino-effect op de nationale economie;
  • massatroom van transport en schaalvoordelen;
  • goede communicatienetwerken en logistieke platformen onder de meest performante in Europa.

Structureel gezien echter vertoont de sector zekere elementen van kwetsbaarheid:

  • de sector is gevoelig aan de economische groei, aan de regelgeving en aan de brandstofprijzen;
  • er is vertraging bij de integratie van nieuwe technologieën;
  • er is vertraging bij de integratie van opkomende technologieën (brandstocel, hybride motoren, bio-brandstoffen, …;
  • de sector gebruikt eerder nieuwe technologieën dan dat ze er aanmaakt;
  • zwakke anticipatie van de effecten verbonden aan energietekort, de stijgende kosten, het broeikaseffect en aan de kwetsbaarheid van de vervoersnetwerken;
  • chronische zwakte van de budgetten en de nationale openbare onderzoeksstructuren specifiek aan het vervoer, met een grote homogeniteit tussen de regio’s.

Diensten verbonden aan de bedrijven

De dienstensector verbonden aan de bedrijven vormen, onder diverse NACE-hoofdstukken (69, 70, 71, 72, 73 74, 78, 80, 81 et 82) een grote verscheidenheid aan activiteiten. In werkelijkheid gaat het over:

  • rechtskundige dienstverlening (advocaten, notarissen, gerechtsdeurwaarders) (691),
  • activiteiten van accountants, boekhouders en belastingconsulenten (692), 
  • activiteiten van hoofdkantoren; adviesbureaus op het gebied van bedrijfsbeheer (70),
  • architecten, ingenieurs en aanverwante technische adviseurs (711),
  • speur- en ontwikkelingswerk op wetenschappelijk gebied (72),
  • reclamewezen en marktonderzoek (73),
  • overige gespecialiseerde wetenschappelijke en technische activiteiten zoals design en vertalingen (74),
  • terbeschikkingstelling van personeel: Arbeidsbemiddeling (781)
  • terbeschikkingstelling van personeel: Uitzendbureaus (782),
  • beveiligings- en opsporingsdiensten (80),
  • diensten in verband met gebouwen: landschapsverzorging (81),
  • administratieve en ondersteunende activiteiten ten behoeve van kantoren en overige zakelijke activiteiten (82),  enz ...

Historisch gezien is de hergroepering van al deze activiteiten gelinkt aan statistische analysedoeleinden voorgeschreven door de OESO.

In België gaat de sector, net als in de meeste landen van de OESO, ver vooraf aan de niet-financiële diensten, tegelijkertijd in termen van toegevoegde waarde en werkgelegenheid. Het aandeel van deze diverse activiteiten.

Het merendeel van de diensten gelinkt aan het vervoer wordt verondersteld voordeel te halen uit de komende openstelling van de dienstenmarkt na de omzetting van de Dienstenrichtlijn.

Contact Center

FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie
Contact Center

Vooruitgangstraat 50
1210 Brussel

Webpagina

Tel. (gratis nr.): 0800 120 33
Vanuit het buitenland: +32 800 120 33

Fax (gratis nr.): 0800 120 57
Vanuit het buitenland: +32 800 120 57

Stel je vraag via het online webformulier

Volg de FOD Economie

FacebookExterne linkTwitterExterne link