FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie
Contact Center
Vooruitgangstraat 50
1210 Brussel
Tel. (gratis nr.): 0800 120 33
Fax (gratis nr.): 0800 120 57
E-mail: info.eco@economie.fgov.be
FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie
Algemene Directie Economisch Potentieel
Directie Luchtvaart - Defensie
City Atrium C
Vooruitgangstraat 50
1210 Brussel
Tel.: 02 277 75 46
Fax: 02 277 53 07
E-mail: aerodef@economie.fgov.be
De uitrusting van de Belgische Strijdkrachten kan, gelet op de hoge techniciteit van het materieel en het belangrijk financiële volume van de defensiebestellingen, bijdragen tot het instandhouden van een technologische en industriële basis, wat een belangrijk element vormt in de bescherming van de nationale veiligheid.
De tussenkomst van de FOD Economie in deze materie vindt haar juridische basis in het koninklijk besluit van 6 februari 1997 betreffende de overheidsopdrachten voor leveringen en diensten waarop art. 296, § 1, b, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap van toepassing is, gewijzigd door het koninklijk besluit van 6 december 2001.
De actiepunten van de FOD Economie om de nationale nijverheid zo goed mogelijk te betrekken in grote militaire projecten worden hierna samengevat.
Deze materie behoort binnen de FOD Economie tot de bevoegdheid van de Algemene Directie Economisch Potentieel, Directie Luchtvaart - Defensie.
Belangrijke aankopen van het Ministerie van Defensie worden over het algemeen volgens één van de volgende aankoopprocedures gegund:
Geplande aankopen van militair materieel, waarvan de geraamde aankoopwaarde bepaalde vastgelegde drempels bereikt of overschrijdt, moeten voor voorafgaande goedkeuring aan de Ministerraad worden voorgelegd:
De Ministerraad beslist of er economische weerslag zal geëist worden voor zulke aankoop en in voorkomend geval het gewicht van het economische gedeelte in de evaluatie van de verschillende offertes die in competitie zijn voor de toekenning van de opdracht. Het gewicht van het economische gedeelte in de evaluatie bedraagt maximaal 15 % van het geheel van de gunningscriteria van de opdracht.
Tevens beslist de Ministerraad over de hoogte van de contractuele strafmaatregelen bij niet-uitvoering van de door de contractant aangegane economische verbintenis; de hoogte van deze boete zal in elk geval minstens 10 % van de niet-gerealiseerde economische weerslag bedragen.
Het gaat om het systeem van de economische weerslag dat ook gekend is onder verschillende andere namen: "compensaties", "juste retour", "offset", "industrial benefit", "industrial participation" en "buy back".
Indien de opdracht een economisch luik bevat, dan wordt elke inschrijver uitgenodigd om, tegelijkertijd met zijn offerte voor leveringen en diensten, een offerte voor economische compensatie in te dienen. Indien de inschrijver echter verkiest om GEEN economische offerte in te dienen, dan zal zijn offerte voor leveringen en diensten NIET aanzien worden als onregelmatig, maar zal deze een quotering gelijk aan nul ontvangen voor het economische luik.
De economische offertes van de inschrijvers worden slechts in de globale evaluatie in rekening genomen voor zover de militaire evaluatie resulteert in "offertes die een vergelijkbaar belang vertegenwoordigen". Concreet wordt hieronder verstaan dat de gemotiveerde en gewogen rangschikking, opgemaakt door het Ministerie van Defensie op basis van de militaire evaluatiecriteria, offertes oplevert die zich binnen een marge van 10 % bevinden.
De ingediende economische offerte is bindend voor de inschrijver, onafhankelijk van het feit of dit economische aspect al dan niet een rol heeft gespeeld bij de toekenning van de opdracht.
De FOD Economie legt aan de inschrijver geen verplichtingen op wat betreft de grootte van de economische compensatie. Het komt de inschrijver toe af te wegen welke geloofwaardige economische verbintenis hij kan nemen teneinde de beste globale offerte in te dienen, rekening houdend met het geheel van de gunningscriteria van de opdracht. Voor evaluatiedoeleinden wordt een economische offerte die meer aanbiedt dan 100 %, beperkt wordt tot 100 % economische weerslag. Niettemin blijft het in de economische offerte voorgestelde percentage bindend bij de uitvoering van het contract.
De evaluatie van de economische offertes behoort tot de exclusieve bevoegdheid van de FOD Economie.
De inschrijver wordt verzocht zijn globale verbintenis voor economische weerslag uit te drukken in de vorm van een minimumpercentage aan Belgische toegevoegde waarde in verhouding tot het totale bedrag van de opdracht.
Dit percentage moet worden opgesplitst in functie van de hierna vermelde categorieën:
Deze verschillende categorieën van economische weerslag worden verder beschreven in §5 hieronder.
De compensatiebestellingen geplaatst in de Belgische nijverheid moeten een hoog technologisch niveau hebben en een nieuwe of bijkomende zakenstroom voor de begunstigde Belgische firma's met zich brengen.
Investeringen worden niet aanvaard als economische weerslag.
Technologietransfers worden niet aanvaard als economische weerslag, maar de Belgische toegevoegde waarde van de dankzij deze overdrachten gegenereerde omzet is in principe aanvaardbaar. Indien de technologie belangrijk wordt geacht voor de Belgische economie, dan kan een multiplicator (in principe factor 2) op de omzet worden toegepast. Ook stages van jonge ingenieurs worden als economische weerslag aanvaard en worden beloond met een multiplicator gaande van 2 tot 5.
De inschrijver moet zich ertoe verbinden zijn economische verbintenissen binnen een bepaalde en redelijke termijn na te komen en hij zal eraan gehouden worden een boete te betalen voor de niet-uitgevoerde verbintenissen binnen deze termijn.
De economische weerslag wordt als vervuld beschouwd binnen deze termijn in die mate dat de bestellingen gefactureerd zijn door de Belgische firma's.
De inschrijver kan verzocht worden om zijn globale verbintenis van economische weerslag regionaal over de drie gewesten van het land te verdelen (in principe voor opdrachten met een geraamde waarde van meer dan 11 miljoen euro).
Indien de behoeften van het Ministerie van Defensie kunnen ingeschreven worden in het kader van een internationale samenwerking, is het belangrijk om de nationale nijverheid te laten deelnemen aan de ontwikkeling en aan de productie van het materiaal.
De wettelijke basis voor de bevordering van de internationale samenwerking in de domeinen die door het artikel 296, § 1, b. van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap gedekt worden, dat essentieel maar niet uitsluitend slaat op militaire opdrachten, berust op het koninklijk besluit van 29 april 2001.
Elk voorstel voor internationale samenwerking moet goedgekeurd worden door de Ministerraad op basis van o.m. operationele, technische en financiële, maar eveneens op basis van industriële voordelen die België daaruit kan halen. Analoog aan de nationale programma's is het de minister van Economie die zich moet uitspreken over de industriële voordelen van de voorgestelde internationale samenwerking.
1) Bij deze formule heeft de nijverheid van elk deelnemend land de mogelijkheid deel te nemen aan de R&D-fase, die op technologisch vlak de meest interessante is. Bij de oppuntstelling van het prototype is elke partner verantwoordelijk voor een volledig onderdeel van het ontwikkelde materiaal, hetgeen normalerwijze de verdeling van de productie in de aanschaffase vergemakkelijkt.
Het betreft een gemeenschappelijke productie, waarbij het algemene principe de deelnemende landen de mogelijkheid biedt het totale fabricagevolume te verdelen in verhouding tot de waarden van hun respectievelijke behoeften (“juste retour”).
Het ideale basisprincipe is één productiebron per onderdeel (“single source production”) voor de behoefte van alle aankopende landen gedurende de totale duur van het programma. De industrie in elk land heeft op die manier de mogelijkheid om onderdelen in voldoende grote en dus economisch rendabele reeksen te produceren in het belang van de industriële partners en aankopers. Nochtans wijkt men in vele gevallen en om diverse redenen af van dit principe en zet men meerdere productiebronnen op.
Bij nationale aankoopprogramma's van het Ministerie van Defensie, waar het van toepassing is (KB van 6 december 2001), wordt in principe de economische weerslag die aan de inschrijver wordt gevraagd als volgt gerangschikt volgens het economische belang
Deelname van de Belgische nijverheid aan de leveringen en diensten-prestaties die het onderwerp vormen van het contract afgesloten met het Ministerie van Defensie en die enkel bestemd zijn voor Belgische behoeften.
Directe deelname geeft de Belgische industrie de mogelijkheid technisch deel te nemen aan de verwezenlijking van de bestelling, gedeeltelijk de montage en eindassemblage uit te voeren en zodoende een voldoende kennis van de uitrustingen te verwerven om eventueel later het onderhoud van het materieel te verzekeren.
Bestelling van uitrustingen en/of van dienstenprestaties geplaatst door een buitenlandse onderneming bij een Belgische onderneming en die beantwoordt aan elk van de vier volgende voorwaarden:
Aspect causaliteit (compensatoir karakter): het betreft een bestelling waarvan verondersteld kan worden dat zij zonder de economische verbintenis van dit contract normalerwijze zou geplaatst worden bij een buitenlandse onderneming;
Aspect technologie: de bestelling heeft betrekking op uitrustingen en/of dienstenprestaties waarvan de verwezenlijking in de Belgische nijverheid beroep doet op hooggekwalificeerde arbeid of op vooruitstrevende technologieën;
Aspect nieuwheid: de bestelling vertegenwoordigt op ondubbelzinnige wijze een nieuwe of bijkomende zakenstroom ten gunste van de Belgische nijverheid;
Aspect uitvoer: de eindgebruiker van de bestelling is niet in België gesitueerd.
Compensatie die slaat op uitrustingen en/of dienstenprestaties die identiek zijn aan deze die het onderwerp uitmaken van het contract afgesloten met het Ministerie van Defensie of die zeer gelijkaardig zijn en bedoeld voor dezelfde toepassingen.
Het technologische niveau van de semi-directe compensatiebestellingen is op zijn minst evenwaardig, zo niet superieur, aan dit van de directe bestellingen, maar hun verwezenlijking hangt af van verkoop aan buitenlandse markten.
Compensatie die betrekking heeft op andere uitrustingen en/of dienstenprestaties dan deze die het onderwerp vormen van het contract afgesloten met het Ministerie van Defensie.
Ten einde aan te tonen dat deze categorie van voorstellen van economische weerslag niet zomaar terug te brengen is tot courante zakenrelaties of bestellingen die de Belgische nijverheid in elk geval zouden te beurt vallen, is het onontbeerlijk dat de inschrijver overtuigende elementen naar voor brengt die de FOD Economie moet toelaten na te gaan of de verschillende voorwaarden die in de definitie van compensatie gesteld worden, wel degelijk vervuld zijn (oorzakelijk verband, technologische niveau, nieuwheid en export).
De economische offerte zal geëvalueerd worden door de FOD Economie op basis van de volgende hoofdcriteria:
(nieuwe zakenstromen te verkiezen boven bijkomende zakenstromen) Op deze hoofdcriteria zullen volgende wegingsfactoren, in afdalende orde van belangrijkheid, toegepast worden:
De economische verbintenissen van de leverancier worden opgenomen in een clausule die normaal gezien een geïntegreerd deel uitmaakt van het contract afgesloten met het Ministerie van Defensie.
Het contract houdt dwingende maatregelen in voor de leverancier, die de uitvoering van zijn economische verbintenissen waarborgen. Een bankwaarborg, opeisbaar op het eerste verzoek, zal de voorziene boetes dekken in geval van niet-uitvoering van de economische verplichting.
De goedkeuring van de economische weerslag behoort tot de bevoegdheid van de FOD Economie en deze wordt slechts als vervuld beschouwd na de controle door de diensten van dit Departement volgens de criteria vermeld in de economische clausule van het aankoopcontract.