Skip navigation

Contact Center

FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie
Contact Center

Vooruitgangstraat 50
1210 Brussel

Tel. (gratis nr.): 0800 120 33
Fax (gratis nr.): 0800 120 57
E-mail: info.eco@economie.fgov.be

Afdeling Infrastructuur

FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie
Algemene Directie Energie
Afdeling Infrastructuur

North Gate III
Koning Albert II-laan 16
1000 Brussel

Tel: 02 277 65 79
Fax: 02 277 52 05
E-mail : gas.elec@economie.fgov.be

 

Veiligheid van elektrische toestellen

De elektrische toestellen die op de Europese markt worden gebracht, dienen voldoende veiligheidswaarborgen te bieden voor de consument.

Europese richtlijnen

Er zijn 3 richtlijnen betreffende de algemene veiligheid van de op de Europese markt gebrachte elektrische apparaten en uitrustingen, die een voldoende niveau van consumentenbescherming bieden. Elke richtlijn slaat op een bijzonder aspect van het gebruik van die apparaten en uitrustingen:

  • de laagspanningsrichtlijn heeft betrekking op alle gevaren i.v.m. het veilige gebruik van apparaten;
  • de richtlijn “elektromagnetische compatibiliteit” (“de EMC-richtlijn”) heeft betrekking op de gevaren i.v.m. de elektromagnetische storingen die kunnen ontstaan tussen elektrische installaties onderling;
  • de richtlijn “ontploffingsgevaar” (de “Atex-richtlijn”) heeft betrekking op het ontploffingsgevaar bij gebruik van - voornamelijk elektrische – apparaten op plaatsen waar ontploffingsgevaar kan heersen.

Deze richtlijnen zijn in Belgisch recht omgezet door 3 koninklijke besluiten in het kader van de wet betreffende de veiligheid van producten en diensten.

"Nieuwe aanpak"

Het betreft richtlijnen met een “nieuwe aanpak”. Dat wil zeggen dat de fabrikant de verantwoordelijkheid draagt om producten in de handel te brengen die beantwoorden aan de essentiële eisen van de richtlijn en de consument daarover inlicht via de CE-markering. Dit veronderstelt dat de producten gelijkvormig zijn met de desbetreffende geharmoniseerde Europese normen (of equivalente normen). Die conformiteit wordt geverifieerd door de nationale toezichthoudende overheden in nauwe samenwerking met de andere lidstaten van de Europese Unie en met de Europese Commissie. Wanneer een product niet conform is kan het op het Europese grondgebied verboden worden.

Naast de “CE-markering”, voorziet de “nieuwe aanpak” ook twee andere verplichtingen voor de constructeur of zijn gevolmachtigde op de Europese markt, namelijk het opstellen van:

  • Een "verklaring van CE overeenstemming"; dit is een document van een à twee bladzijden, gedateerd en ondertekend, waarin verklaard wordt dat het betrokken product voldoet aan de richtlijnen en vervaardigd is volgens de overeenstemmende geharmoniseerde normen (of volgens equivalente normen – in dat geval moet de equivalentie worden aangetoond);
  • Een "technisch dossier" met beschrijvingen, plannen, schema’s, berekeningsnota’s, testresultaten, enz. Waarmee kan worden aangetoond dat het product gelijkvormig is met de richtlijnen.

De "nieuwe aanpak" is in Europees recht omgezet in de vorm van twee Verordeningen van 09/07/2008 (de ene betreffende de onderlinge erkenning in de niet geharmoniseerde sector (764/2008) en de andere betreffende accreditatie en markttoezicht (765/2008)) en van een Besluit (768/2008/CE).

Andere elektrische toestellen

Er worden ook andere elektrische apparaten op de markt gebracht, die niet onder het toepassingsgebied van de 3 bovenvermelde richtlijnen vallen.

  1. Elektromedische apparaten

Deze apparaten vallen onder de Europese richtlijnen betreffende de medische hulpmiddelen.

  • Richtlijn 93/42/EEG "Medische hulpmiddelen";
  • Richtlijn 90/385/EEG "Actieve implanteerbare medische hulpmiddelen";
  • Richtlijn 98/79/EEG "Medische hulpmiddelen voor in-vitro diagnostiek".

Deze richtlijnen zijn gewijd aan de voorschriften inzake veiligheid en elektromagnetische compatibiliteit. Er bestaan verder ook een aantal specifieke Europese normen in verband met de veiligheid van elektromedische apparatuur. De FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu zorgt voor de omzetting en de uitvoering van de richtlijnen over de medische hulpmiddelen in België.

  1. Elektrische apparaten gebruikt bij de uitoefening van de diergeneeskunde

De veiligheid van apparaten gebruikt bij de uitoefening van de diergeneeskunde wordt in België geregeld door een koninklijk besluit van 1990 dat oorspronkelijk ook betrekking had op de elektrische apparaten gebruikt bij de uitoefening van de menselijke geneeskunde. Dat aspect is echter weggevallen naar aanleiding van de publicatie van de Europese richtlijnen betreffende de medische hulpmiddelen. Dit koninklijk besluit heeft betrekking op de wet van 09/02/1994 betreffende de veiligheid van producten en diensten.

  1. Radioapparatuur en telecommunicatie-eindapparatuur

Deze aangelegenheden worden geregeld door een Europese richtlijn. De omzetting en de uitvoering ervan vallen onder de bevoegdheid van het BIPT.

  1. Niet betrokken elektrische apparatuur:

Eerst en vooral zijn dit toestellen waarvoor op Europees niveau geen technische harmonisatie heeft plaatsgevonden zoals stopcontacten, elektrische schrikdraadinstallaties, …; voor deze toestellen zijn de Belgische normen van toepassing, evenals sommige artikels van het KB van 23.03.1977 tot omzetting van de laagspanningsrichtlijn.

Toestellen die niet rechtsreeks onder de reglementering vallen, bijvoorbeeld omdat zij werken bij een spanning die lager ligt dan de drempel voor de toepassing van de laagspanningsrichtlijn (50 V) of omdat ze op het vlak van elektromagnetische compatibiliteit passief zijn, kunnen echter in bepaalde omstandigheden een risico opleveren. De problemen die hieruit op het vlak van gezondheid en veiligheid kunnen voortvloeien, worden behandeld in de wet betreffende de veiligheid van producten en diensten.

Markttoezicht

Het markttoezicht in België volgens de koninklijke besluiten tot omzetting van de drie richtlijnen betreffende de elektrische toestellen en volgens het KB betreffende elektrische toestellen gebruikt in de diergeneeskunde, gebeurt via opsporing, vaststelling en bestraffing van inbreuken overeenkomstig de bepalingen van de wet van 09/02/1994.

1) Toezicht ter plaatse

De inspecteurs van de AD Energie mogen op elk ogenblik opslagplaatsen en lokalen binnengaan, de nodige vaststellingen doen i.v.m. de visuele conformiteit van elektrische apparaten, documenten en stukken laten voorleggen, tegen ontvangstbewijs documenten in beslag nemen, gratis apparaten ophalen, de politiediensten inschakelen.

Zij zien toe op de toepassing van de koninklijke besluiten betreffende de elektrische apparatuur en stellen de inbreuken vast in een proces-verbaal waarvan kopie via aangetekend schrijven aan de overtreder wordt toegestuurd

Ze oefenen deze bevoegdheden onder het toezicht van de procureur-generaal uit, onverminderd hun ondergeschiktheid aan hun oversten bij de administratie.

Zij werken samen met de douane die de AD Energie onverwijld moet informeren over elke opschorting van opheffing bij ernstig gevaar, het ontbreken van documenten of markering, foutieve CE-markering die zijn vastgesteld met betrekking tot loten elektrische toestellen.

Op basis van het onderzoek van het dossier door de AD Energie delen zij aan de douane mee welke acties er moeten worden genomen en of de betrokken producten gedeblokkeerd mogen worden.

De AD Energie bezorgt de douane informatie over de categorieën elektrische producten waarvoor een ernstig gevaar of een afwijking ten aanzien van de wetgeving is vastgesteld.

2) Toezicht na de ophaling

Elektrische apparaten worden regelmatig opgehaald om door geaccrediteerde labo’s te worden getest op hun gelijkvormigheid met de fundamentele voorschriften van de richtlijnen. Apparaten worden geselecteerd in het kader van campagnes voor bepaalde productcategorieën en op basis van verschillende criteria:

  • productvernieuwingscyclus;
  • klacht;
  • onzekerheid over de conformiteit van een product naar aanleiding van een visuele controle of een controle van documenten;
  • gelijksoortige producten die in andere lidstaten gebrekkig zijn gebleken;
  • aantonen van een gevaar dat niet door de norm wordt gedekt.

De AD Energie onderzoekt de dossiers van de opgehaalde apparaten en treft de nodige maatregelen. Indien nodig stelt zij aan de minister van Consumentenzaken voor een ministerieel besluit te ondertekenen met een verbod op het in de handel brengen van zulke producten.

De bevoegde besturen van de lidstaten komen gemiddeld twee keer per jaar samen, in aanwezigheid van de Europese Commissie. Dat zijn de zogenaamde “AdCo”-vergaderingen die staan voor “Samenwerking tussen administraties”

Deze vergaderingen maken het mogelijk ervaringen uit te wisselen, problemen i.v.m. bepaalde categorieën elektrische apparaten alsook de interpretatie van de normen te bespreken.

De AD Energie vertegenwoordigt België bij volgende vergaderingen die gewijd zijn aan elektrische apparatuur:

  • LVD-AdCo: Samenwerking tussen de administraties die verantwoordelijk zijn voor de laagspanningsrichtlijn
  • EMC-AdCo: Samenwerking tussen de administraties die verantwoordelijk zijn voor de toepassing van de richtlijn "EMC"
  • ATEX-AdCo: Samenwerking tussen de administraties die verantwoordelijk zijn voor de toepassing van de richtlijn "Atex".

De “AdCo”-vergaderingen gaan normaal gezien gepaard met een jaarlijkse vergadering die door de Europese Commissie voorgezeten wordt en waaraan, naast de bevoegde administraties van de lidstaten, ook de belangrijkste marktspelers (federaties van fabrikanten, normalisatie-instellingen, consumentenbeschermingsorganisaties, …) deelnemen. Zo kan de uitvoering van de richtlijnen voor alle partijen in positieve zin evolueren.

De AD Energie neemt ook deel aan het Rapex-systeem waarbij de andere lidstaten snel op de hoogte worden gebracht van de ontdekking van een product dat een ernstig risico vertoont.

Evolutie

De publicatie van de twee verordeningen (764/2008 en 765/2008) en van het Besluit 768/2008/CE heeft een nieuw tijdperk ingeluid op het vlak van harmonisering van de Europese markt en heeft geleid tot meer veiligheid van producten die ter beschikking worden gesteld van de Europese consument. Het zijn bindende juridische instrumenten. Hoewel het de bedoeling is het vrije verkeer van goederen binnen de Europese Unie te laten toenemen, hoeven daarom de regels inzake veiligheid niet te worden teruggeschroefd. Wanneer een land strenge regels oplegt met betrekking tot de veiligheid van de bevolking, dan zullen die gehandhaafd worden wanneer zij het voorwerp uitmaken van een kennisgeving aan de Europese Commissie volgens de procedure 98/34/CE. Het uiteindelijke doel is dus te komen tot een grote veilige markt.

De Europese wetgeving inzake het op de markt brengen van producten streeft er tevens naar de traceerbaarheid van producten te versterken, de tussenhandelaars (invoerders en verdelers) verantwoordelijk te maken, het publiek te informeren en de samenwerking tussen de lidstaten te bevorderen.

Nuttige Links

Nuttige links

Wetgeving