FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie
Contact Center
Vooruitgangstraat 50
1210 Brussel
Tel. (gratis nr.): 0800 120 33
Fax (gratis nr.): 0800 120 57
Stel je vraag via het online webformulier
FOD Economie, K.M.O.,Middenstand en Energie
Algemene Directie Kwaliteit en Veiligheid
Centrale Dienst Springstoffen
North Gate
Koning Albert II-laan 16
1000 Brussel
Tel.: 02 277 81 96
Fax: 02 277 54 14
E-mail: explo@economie.fgov.be
Feestvuurwerk is door de samenstelling (zwart kruit en verschillende chemische producten die mooie kleuren geven) geen speelgoed. Het zijn ontplofbare en zeer brandbare producten die niet voor iedereen bestemd zijn!
Werkingsprincipe
Reglementering in verband met de verkoop en het gebruik van feestvuurwerk
Wil men begrijpen wat er in vuurwerk gebeurt dan moet men twee grote verschijnselen bestuderen : verbrandingen (oxidatiereacties) en emissies van licht. Een felle verbranding gaat gepaard met een grote warmteontwikkeling wegens de hoge reactiesnelheid. Elke verbranding heeft warmte nodig om geactiveerd te worden.
Daarnaast zijn geluid, muziek, weerspiegelingen, voortstuwing evenals een massa andere verschijnselen noodzakelijk voor een kleurrijk spektakel. Er bestaan heel veel soorten pyrotechnische stukken met elk een effect dat van de samenstelling of de structuur van het explosief afhangt. Dat het nu gaat om watervallen, fonteinen, zonnen, Bengaals vuurwerk, Romeinse kaarsen, enz., zij zijn allemaal volgens hetzelfde principe gefabriceerd: een maximum aan energie opslaan in een minimum aan ruimte.
Om het vuurwerk aantrekkelijk te maken, moet er licht zijn, met zoveel mogelijke kleuren. Dank zij chemicaliën kunnen zeer gediversifieerde kleuren verkregen worden. Elke vuurwerkmaker heeft dus zijn fabrieksgeheimen. Elke subtiele dosering maakt het mogelijk om een nauwkeurig effect te verkrijgen. Door toevoeging van natrium bekomt men de oranje kleur. Met koper en de componenten van barium verkrijgt men blauw en groen. Aluminium of magnesium produceren wit. IJzer is eerder goudkleurig, de componenten van strontium geven rood. Houtskool toevoegen aan het zwarte poeder geeft aan het stuk vuurwerk een fonkelende staart die straalt zodra hij de hoogte inschiet.
De pyrotechnische samenstelling moet haar effect produceren, of ze al dan niet voortgedreven wordt. Het gaat erom geluid (explosie, gefluit, enz.) en/of licht te produceren. In alle gevallen is er nog altijd verbranding. Mengsels zoals zeer fijn aluminiumpoeder met kaliumperchloraat produceren zowel licht (wit) als geluid (de verbranding is ontplofbaar).
Wat de productie van licht betreft, is het niet evident om een bepaalde kleur, gedurende een bepaalde duur en met de gewenste lichtintensiteit te verkrijgen, zodanig dat beide stukken van dezelfde soort werkelijk identiek zijn. Zelfs wanneer de aansteking gelijktijdig is, observeert men vaak verschillen.
Te raadplegen:
De woordenschat van de springstoffen en het vuurwerk: “De terminologie, klaar en duidelijk (PDF, 39.08 Kb)”
Sinds 2000 kenmerken vier grote nieuwigheden de wetgeving op het gebied van feestvuurwerk voor particulieren.
De verkoop en het gebruik van springstoffen zijn gereglementeerd bij de hierna raadpleegbare teksten:
De wet van 28 mei 1956 betreffende ontplofbare en voor de deflagratie vatbare stoffen en mengsels en daarmede geladen tuigen.
Koninklijk besluit van 3 maart 2010 betreffende het in de handel brengen van pyrotechnische artikelen
Koninklijk besluit van 1 februari 2000 tot wijziging van het koninklijk besluit van 23 september 1958 houdende algemeen reglement betreffende het fabriceren, opslaan, onder zich houden, verkopen, vervoeren en gebruiken van springstoffen
Koninklijk besluit van 7 januari 1966 tot wijziging van het koninklijk besluit van 23 september 1958 houdende algemeen reglement betreffende het fabriceren, opslaan, onder zich houden, verkopen, vervoeren en gebruiken van springstoffen
het koninklijk besluit van 23 september 1958 houdende algemeen reglement betreffende het fabriceren, opslaan, onder zich houden, verkopen, vervoeren en gebruiken van springstoffen.
Ministerieel besluit van 24 mei 2004 tot wijziging van het ministerieel besluit van 3 februari 2000 tot vaststelling van de bijzondere veiligheidsvoorschriften inzake feestvuurwerk bestemd voor particulieren
Ministerieel besluit van 3 februari 2000 tot vaststelling van de bijzondere veiligheidsvoorschriften inzake feestvuurwerk bestemd voor particulieren
Ministerieel besluit van 16 december 1999 houdende het uit de kleinhandel nemen en het schorsen van het op de markt brengen van bepaald vuurwerk van groot kaliber
Ministerieel besluit van 3 november 1958 houdende ambtelijke erkenning en indeling van de springstoffen