Veiligheid van liften: het op de markt brengen van liften

Om veiligheid te garanderen aan de gebruikers, alsook aan derden (monteurs, onderhouds- en moderniseringsagenten, inspecteurs of controleurs), moeten liften aan een aantal technische eisen voldoen. De fabrikanten dienen veilige liften te produceren en de installateurs dienen de liften veilig te plaatsen.

Daarnaast dient de eigenaar of beheerder van de lift, de lift te beheren zodanig dat hij een veilige dienst kan bieden, deze verplichtingen staan beschreven in het KB van 9 maart 2003 betreffende beveiliging van liften

Reglementering

Verplichtingen voor de installateurs van liften

Verplichtingen voor de fabrikanten van een veiligheidscomponent van liften

Reglementering

De algemene veiligheidsvoorschriften voor liften worden opgelegd in het Wetboek economisch recht, boek IX betreffende de veiligheid van producten en diensten.

In het koninklijk besluit van 10 augustus 1998 betreffende het op de markt brengen van liften  worden de eisen van de algemene wet verder aangevuld voor het op de markt brengen van liften.

Sinds 29 december 2009 is de definitie van een lift veranderd.

Dit heeft in hoofdzaak op twee vlakken gevolgen voor het toepassingsdomein van de reglementering:

  • het is niet meer noodzakelijk om te beschikken over een kooi om als lift te worden beschouwd. Het volstaat dat er een drager is.
  • zeer trage “liften” (minder dan 0,15 m/s) vallen voor het in de handel brengen niet langer onder de reglementering liften, maar onder de reglementering machines.

De definitie van een lift is vanaf nu: ‘Een lift is een hijs- of hefwerktuig dat bepaalde niveaus bedient met behulp van een drager die langs starre, ten opzichte van het horizontale vlak meer dan 15 graden hellende geleiders beweegt, en dat bestemd is voor vervoer van:

  • personen,
  • personen en goederen,
  • alleen goederen indien de drager toegankelijk is, dat wil zeggen een persoon het zonder probleem kan betreden, en uitgerust is met bedieningsapparatuur in de drager of binnen het bereik van een persoon in de drager.’

    Hijs- en hefwerktuigen die een vaste baan volgen, zelfs indien deze niet langs starre geleiders bewegen, worden beschouwd als liften.

Deze reglementering is niet van toepassing op:

  • hijs- en hefwerktuigen met een maximumsnelheid van 0,15 m/s;
  • bouwliften;
  • kabelinstallaties, met inbegrip van kabelsporen;
  • liften die speciaal zijn ontworpen en gebouwd voor militaire of politionele doeleinden;
  • hijs- en hefwerktuigen van waaruit werkzaamheden verricht kunnen worden;
  • mijnliften;
  • hijs- en hefwerktuigen voor het heffen van kunstenaars tijdens een optreden;
  • hijs- en hefwerktuigen die in vervoermiddelen zijn ingebouwd;
  • hijs- en hefwerktuigen die met een machine zijn verbonden en uitsluitend bestemd zijn om de toegang tot de werkplek, inclusief onderhouds- en inspectiepunten op de machine, mogelijk te maken;
  • tandradbanen;
  • roltrappen en rolpaden.

Verplichtingen voor de installateurs van liften

Nieuwe liften mogen uitsluitend in de handel gebracht worden door de installateur indien:

  • ze in overeenstemming zijn met de essentiële veiligheidseisen;
  • ze voorzien zijn van de CE-markering en het identificatienummer van de aangemelde instantie;
  • ze voorzien zijn van goed leesbare waarschuwingen en aanwijzingen om de gevaren tijdens het gebruik te verminderen. Deze waarschuwingen en aanwijzingen moeten opgesteld zijn in de taal van de regio waarin de lift geïnstalleerd wordt.

De procedures die de installateur moet volgen om aan te tonen dat een lift overeenstemt met de essentiële veiligheidseisen zijn afhankelijk van het ontwerp van de lift. De details hiervan kunt u terugvinden in het koninklijk besluit van 10 augustus 1998 betreffende het op de markt brengen van liften.

Verplichtingen voor de fabrikanten van een veiligheidscomponent van liften

De fabrikanten mogen hun veiligheidscomponenten uitsluitend in de handel brengen als:

  • ze in overeenstemming zijn met de essentiële veiligheidseisen, of indien ze de liften, waarop ze gemonteerd zijn, toelaten aan de veiligheidseisen te voldoen;
  • ze voorzien zijn van de CE-markering;
  • ze voorzien zijn van goed leesbare waarschuwingen en aanwijzingen om de gevaren tijdens het gebruik te verminderen. Deze waarschuwingen en aanwijzingen moeten opgesteld zijn in de taal van de regio waarin de veiligheidscomponent in de handel gebracht wordt.

Om aan te tonen dat zijn veiligheidscomponent overeenstemt met de essentiële veiligheidseisen heeft de fabrikant de keuze uit 3 procedures, uitgevoerd door een aangemelde instantie:

  • ofwel een EG-typeonderzoek en productkeuring;
  • ofwel een EG-typeonderzoek en productkwaliteitsborging;
  • ofwel toepassing van een volledig kwaliteitsborgingsysteem.

De details hiervan kunt u terugvinden in hetkoninklijk besluit van 10 augustus 1998 betreffende het op de markt brengen van liften.

Nuttige Links

Publicaties

Wetgeving

Contact Center

FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie
Contact Center

Vooruitgangstraat 50
1210 Brussel

Tel. (gratis nr.): 0800 120 33
Vanuit het buitenland: +32 800 120 33

Fax (gratis nr.): 0800 120 57
Vanuit het buitenland: +32 800 120 57

Stel je vraag via het online webformulier

Volg de FOD Economie

FacebookExterne linkTwitterExterne link

Vragen over de reglementering

FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie
Algemene Directie Kwaliteit en Veiligheid
Dienst Consumentenveiligheid

North Gate
Koning Albert II-laan 16
1000 Brussel

Tel.: 02 277 76 99
Fax: 02 277 54 39
E-mail: safety.prod@economie.fgov.be

 

Contactgegevens van het Centraal Meldpunt voor Producten

FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie
Algemene Directie Kwaliteit en Veiligheid
Centraal Meldpunt voor Producten

North Gate
Koning Albert II-laan 16
1000 Brussel

Tel.: 02 277 90 76
Fax: 02 277 54 38
E-mail:
info.consumentenproducten@
economie.fgov.be