FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie
Contact Center
Vooruitgangstraat 50
1210 Brussel
Tel. (gratis nr.): 0800 120 33
Fax (gratis nr.): 0800 120 57
Stel je vraag via het online webformulier
FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie
Algemene Directie Economisch Potentieel
Dienst Handelsbeleid
City Atrium C – Vooruitgangstraat 50
B-1210 Brussel
tel: 02 277 69 85
fax: 02 277 53 08
E-mail : valere.vangeel@economie.fgov.be
De oorsprong van een product heeft betrekking op het land waar het vervaardigd is. Het is met andere woorden de nationaliteit van het product.
Dit begrip is essentieel voor de douanetechnische behandeling van goederen, die in de Gemeenschap ingevoerd of vervaardigd worden of voor goederen die naar derde landen worden uitgevoerd.
Er bestaan twee definities van het begrip "oorsprong". Elke definitie beantwoordt aan verschillende doelstellingen:
De niet-preferentiële oorsprong is onder meer van belang voor:
Het oorsprongscertificaat is een officieel administratief document dat het land van oorsprong van het product weergeeft. Bij de invoer dient dit document soms te worden voorgelegd aan de douaneautoriteiten van bepaalde derde landen. In het kader van een documentair krediet is het nodig om de betaling van de zending te kunnen bekomen.
De certificaten van oorsprong worden in België afgegeven door instanties die door de minister van Ondernemen gemachtigd zijn:
De bepaling van het land van oorsprong is vrij eenvoudig, wanneer het product geheel en al in één land verkregen wordt. Hieronder vallen bijvoorbeeld land- en tuinbouwproducten.
Wanneer grondstoffen en/of onderdelen voor de vervaardiging van producten van oorsprong zijn uit twee of meer landen, kan dit problemen opleveren voor het bepalen van het land van oorsprong.
Dank zij de regels van oorsprong, of het geheel van methodes gebaseerd op de samenstelling van de producten en/of de productiewijze, kan men de oorsprong van de goederen ook in dit geval bepalen.
Daarom heeft de Europese Unie regels uitgewerkt, om de niet-preferentiële oorsprong van goederen te kunnen bepalen.
Deze Europese wetgeving ligt vervat in de volgende verordeningen:
De oorsprongsregels vermeld in de hierboven aangehaalde bijlagen werden op internationaal niveau (WHO) aanvaard. Momenteel dekken deze bijlagen maar een klein aantal goederen, maar in de toekomst, wanneer de werkzaamheden inzake harmonisatie binnen de WHO afgerond zijn , zullen alle goederen gedekt zijn. In afwachting van het einde van deze besprekingen blijft het elk land vrij zelf de oorsprong van de goederen te bepalen volgens zijn eigen regels. De EU-lidstaten passen de onderhandelingsposities toe, die op de WHO werden verdedigd door de Europese Commissie.
De nationale wetgeving :
De Europese Unie heeft met verschillende landen handelsovereenkomsten afgesloten, waarin gunstige invoerrechten voorzien zijn. Zo kan een Belgische exporteur er voor zorgen dat zijn klant buiten de Europese Unie in aanmerking komt voor een vermindering of vrijstelling van invoerrechten. Om deze preferentiële invoerrechten (bij invoer in de EU) te kennen per land van oorsprong, kunt u de site van de Europese Commissie raadplegen: "Taxation and Customs Union - Electronic Database".
De invoerrechten in de exportlanden kunnen gevonden worden op de site "Welcome to the market access database".
De economische operator dient onder meer het bewijs te leveren dat de goederen, die hij uitvoert, onder de regeling van de preferentiële oorsprong vallen. Dit bewijs is het certificaat op het gebied van goederenverkeer EUR.1 , of EUR-MED, of een verklaring op factuur, dat met de uitgevoerde goederen meegezonden wordt. Het certificaat EUR.1 en EUR-MED wordt afgegeven door de Administratie der douane en accijnzen:
FOD Financiën
Centrale Administratie der douane en accijnzen
Dienst douaneprocedures (Directie 9)
North Galaxy – Toren A – 21ste verdieping
Koning Albert II-laan, 33 bus 37
1030 Brussel
Contactpersonen:
Peter Bernaards, inspecteur bij een fiscaal bestuur – NL
Tel.: 02 576 32 39
Fax: 02 576 17 82
E-mail: peter.bernaards@minfin.fed.be
Alvorens een bewijsstuk van preferentiële oorsprong aan te vragen, of er zelf een op te stellen moet de exporteur ook nagaan of hij wel voldoet aan de criteria voor het bekomen van de preferentiële oorsprong, de regels worden opgesomd in het bijgevoegds protocol betreffende de definitie van het begrip "producten van oorsprong" en methoden van administratieve samenwerking.
Wanneer een economische operator goederen invoert uit ontwikkelingslanden, kan hij eveneens genieten van het Algemeen Preferentiesysteem (APS). In het kader van het APS worden tariefpreferenties toegekend aan goederen van oorsprong uit de begunstigde landen. Het bewijs van oorsprong is het certificaat op het gebied van goederenverkeer “FORM A”.