FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie
Contact Center
Vooruitgangstraat 50
1210 Brussel
Tel. (gratis nr.): 0800 120 33
Fax (gratis nr.): 0800 120 57
E-mail: info.eco@economie.fgov.be
FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie
Algemene Directie Mededinging
Koning Albert II-laan 16
1000 Brussel
Tel: 02 277 87 82 of 02 277 74 22
Fax: 02 277 52 53
E-mail: dg.mededinging@economie.fgov.be
Tussenkomstbevoegdheid van de Belgische mededingingsautoriteit
Informatie over de geschillen waarin mededingingsvragen gesteld worden
De rol van de rechtbanken is complementair met deze van de mededingingsautoriteit en van de Europese Commissie, in zover zij de subjectieve rechten beschermen, voorzien in het communautaire en Belgische recht, wanneer zij uitspraak doen in geschillen tussen particulieren, ondermeer door het toekennen van schadevergoedingen aan slachtoffers van inbreuken.
De verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad van 16 december 2002 betreffende de uitvoering van de mededingingsregels van de artikelen 101 en 102 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (ex-art. 81 en 82 van het Verdrag) bevestigt de essentiële rol van de nationale rechterlijke instanties bij de toepassing van de mededingingsregels.
De toepassing van de communautaire mededingingsregels kan echter ingewikkelde juridische en economische vragen oproepen.
Teneinde een efficiënte en coherente uitvoering van de mededingingsregels te verzekeren, heeft de Europese Commissie een systeem van bijstand aan de nationale rechters ingesteld (art. 15 van de verordening (EG) nr. 1/2003 en Mededeling van de Commissie betreffende de samenwerking tussen de Commissie en de nationale rechterlijke instanties.
Wanneer de nationale rechterlijke instanties de communautaire mededingingsregels toepassen in een zaak aanhangig bij hen, is de Commissie gehouden, indien de nationale rechterlijke instanties erom verzoeken:
Bovendien kan de Europese Commissie hen ook haar opmerkingen voorleggen in het kader van een lopende procedure, wanneer deze laatste de artikelen 101 en 102 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (ex-art. 81 en 82) moeten toepassen.
De decentralisering van de communautaire mededingingsregels noopt eveneens tot een grotere betrokkenheid van de nationale autoriteiten in de uitvoering ervan.
De verordening (EG) nr. 1/2003 voorziet onder meer dat de mededingingsautoriteiten de rechterlijke instanties kunnen bijstaan, door hen schriftelijke of mondelinge bemerkingen voor te leggen (in dit laatste geval, met hun toestemming).
Deze raadgevende bevoegdheid in hoofde van de mededingingsautoriteit doet geen afbreuk aan de onafhankelijkheid van deze rechterlijke instanties.
De Europese Commissie ziet haar tussenkomst eerder plaatsgrijpen in het stadium van beroep. De nationale rechterlijke instanties zijn immers gehouden haar een kopie te bezorgen van elke uitspraak betreffende de toepassing van de artikelen 101 en 102 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (ex-art. 81 en 82 van het EG-verdrag) (art. 15, § 2, van de verordening (EG) nr. 1/2003).
Overigens legt artikel 74 van de WBEM aan de rechterlijke instanties op om binnen de 8 dagen de vonnissen en arresten die toepassing maken van de artikelen 2 en 3 van de WBEM over te maken aan de Algemene Direcitie Mededinging, de Raad voor de Mededinging en de Federale Overheidsdienst Kanselarij.
Indien er toepassing gemaakt wordt van de artikelen 101 en 102 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (ex-art. 81 en 82 van het EG-verdrag), moeten de vonnissen en arresten eveneens worden overgemaakt aan de Europese Commissie.
De Algemene Directie Mededinging en de Raad voor de Mededinging moeten eveneens in kennis worden gesteld van elk beroep dat wordt ingediend tegen deze vonnissen en arresten.