De bedrijfsrevisoren

Het beroep van bedrijfsrevisor 

Het beroep van bedrijfsrevisor wordt in België geregeld door de wet van 22 juli 1953 houdende oprichting van een Instituut van de Bedrijfsrevisoren en organisatie van het publiek toezicht op het beroep van bedrijfsrevisor en aantal uitvoeringsbesluiten.

Een aantal belangrijke thema’s betreffende het beroep van bedrijfsrevisor worden hieronder verder toegelicht. 

De stage – toegang tot het beroep

Om het beroep van bedrijfsrevisor te mogen uitoefenen, moet u eerst een stage volgen die ingericht is door het Instituut van de Bedrijfsrevisoren.

Deze stage duurt minstens drie jaar. Eén derde van de stage moet in België worden verricht, de overige twee derde kan worden verricht hetzij in een andere lidstaat van de EU, hetzij in een derde land, maar in het laatste geval tot maximaal één derde van de duur.

Om tot de stage te worden toegelaten, moeten de kandidaten houder zijn van een masterdiploma overeenkomstig de decreten van de Vlaamse en Franse gemeenschap. Eenmaal per jaar wordt een toegangsexamen georganiseerd over 19 vakken, waarbij vrijstellingen kunnen worden bekomen.

De stage moet jaarlijks duizend uren van revisorale opdrachten omvatten. Een vermindering van de duur van de stage kan worden toegestaan aan personen die:

  • gedurende zeven jaar beroepsactiviteiten hebben uitgeoefend op het vlak van de wettelijke controle van jaarrekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen;
  • een ervaring van vijftien jaar hebben opgedaan op financieel, juridisch en boekhoudvlak;
  • hetzij stagiair-accountant, hetzij accountant zijn en houder zijn van een masterdiploma (zoals hierboven vermeld);
  • hun stage gedeeltelijk of volledig volbracht hebben in een lidstaat van de EU of in een derde land (onder voorbehoud van het naleven van art 5 van de wet van 22 juli 1953, gecoördineerd door het koninklijk besluit van 30 april 2007.

Het bekwaamheidsexamen toetst de bekwaamheid van de stagiair om het beroep van bedrijfsrevisor uit te oefenen. Ieder jaar worden twee sessies van het examen ingericht en het examen bestaat uit een mondelinge en schriftelijke proef.

Wie in een Europese lidstaat de hoedanigheid bezit die gelijkwaardig is aan die van bedrijfsrevisor, is vrijgesteld voor het toelatingsexamen, de stage en het bekwaamheidsexamen. De buitenlandse kandidaten moeten hun adequate kennis bewijzen van de in België van kracht zijnde wetten en reglementeringen, voor zover ze voor de wettelijke controles van jaarrekeningen in België relevant zijn.

Meer informatie in verband met de stage kan worden teruggevonden op de site van het IBRExterne link.

Het openbaar register

Alle bedrijfsrevisoren moeten worden geregistreerd in het openbaar register. Dit openbaar register vervangt de vroegere ledenlijst.

Elke bedrijfsrevisor natuurlijke persoon en elk bedrijfsrevisorenkantoor worden door een individueel nummer in het openbaar register geïdentificeerd. De auditors en auditorganisaties van derden landen die geregistreerd zijn, worden in die hoedanigheid afzonderlijk vermeld in het openbaar register.

Het openbaar register bestaat enkel elektronisch en wordt permanent door de bedrijfsrevisoren zelf bijgewerkt. Bovendien dient de bedrijfsrevisor het Instituut van de Bedrijfsrevisoren zo snel mogelijk in kennis stellen van elke wijziging. Iedereen kan de registratiegegevens van de bedrijfsrevisoren op elk tijdstip raadplegen op de website van het Instituut van de Bedrijfsrevisoren.

Onafhankelijkheid

De onafhankelijkheid van de bedrijfsrevisor is één van de voornaamste voorwaarden voor de goede uitoefening van de revisorale opdrachten. Een aantal voorwaarden inzake onafhankelijk worden dan ook wettelijk vastgelegd.

In de volgende omstandigheden mag de bedrijfsrevisor geen revisorale opdrachten uitvoeren:

  1. als hij de functie van bediende uitoefent, behoudens bij een andere bedrijfsrevisor of een ander bedrijfsrevisorenkantoor;
  2. als hij rechtstreeks of onrechtstreeks een handelsactiviteit uitoefent, onder andere in de hoedanigheid van bestuurder van een handelsvennootschap; het uitoefenen van een mandaat van bestuurder in burgerlijke vennootschappen die de rechtsvorm van een handelsvennootschap hebben aangenomen, wordt niet bedoeld door deze onverenigbaarheid;
  3. als hij de functie van minister of staatssecretaris bekleedt.

Het eerste punt is niet van toepassing op een taak in het onderwijs.

Wat punt 1) en punt 2) betreft, kan een afwijking worden toegekend door de Raad van het Instituut, na gunstig advies van het Advies- en controlecomité op de onafhankelijkheid van de commissaris (ACCOM).

De bedrijfsrevisor mag geen werkzaamheden uit oefenen of daden stellen die onverenigbaar zijn met de waardigheid of de onafhankelijkheid van zijn functie. Bij het vervullen van de hem toevertrouwde revisorale opdrachten handelt de bedrijfsrevisor in volledige onafhankelijkheid van de betrokken personen.

Elke situatie waarin de onafhankelijkheid van een bedrijfsrevisor in het gedrang wordt gebracht, door een belangenconflict, of op een andere wijze, brengt eveneens de onafhankelijkheid in het gedrang:

  • van het bedrijfsrevisorenkantoor waarvan de betrokkene vennoot, lid van het bestuursorgaan of vaste vertegenwoordiger is;
  • van zijn vennoten;
  • van de leden van het bestuursorgaan van het bedrijfsrevisorenkantoor bedoeld in punt 1);
  • van de bedrijfsrevisoren die lid zijn van het netwerk waarvan de bedrijfsrevisor lid is.

De bedrijfsrevisor:

  1. moet vooraleer een opdracht te aanvaarden, beschikken over de bekwaamheid, medewerking en tijd vereist om deze opdracht goed uit te voeren;
  2. moet zich met de nodige zorg en in volledige onafhankelijkheid kwijten van de zijn toevertrouwde revisorale opdrachten;
  3. mag geen opdrachten aanvaarden onder voorwaarden die een objectieve uitvoering daarvan in het gedrang zouden kunnen brengen;
  4. mag geen werkzaamheden uitoefenen die onverenigbaar zijn met de onafhankelijkheid van zijn taak;
  5. moet alle aanzienlijke bedreigingen voor zijn onafhankelijkheid en de veiligheidsmaatregelen die zijn genomen om deze bedreigingen in te perken, onderbouwen in zijn werkdocumenten.

Noch de aandeelhouders van een bedrijfsrevisorenkantoor, noch de leden van het bestuursorgaan van het betrokken bedrijfsrevisorenkantoor, noch verbonden personen mogen een zodanige bemoeienis met de uitvoering van een wettelijke controle van jaarrekeningen of van een andere revisorale opdracht hebben waardoor afbreuk wordt gedaan aan de onafhankelijkheid en objectiviteit van de bedrijfsrevisor die namens het betrokken bedrijfsrevisorenkantoor de wettelijke controle van jaarrekeningen of de revisorale opdracht uitvoert.

Het is voortaan mogelijk dat een persoon de titel van bedrijfsrevisor voert zonder noodzakelijkerwijze revisorale opdrachten te verrichten. Een financieel directeur van een onderneming, een minister en een staatssecretaris kunnen vanaf heden de titel van bedrijfsrevisor voeren, op voorwaarde dat ze geen revisorale opdrachten uitvoeren.

De confrater is uiteraard verplicht de algemene deontologische beginselen na te komen. Bovendien moeten ook de verplichtingen nagekomen worden: het openbaar register moet bijgewerkt worden en de bijdragen moeten betaald worden. Aan de vereisten inzake permanente vorming en kwaliteitscontrole moet eveneens voldaan worden.

Normen en aanbevelingen

Onverminderd internationale controlestandaarden goedgekeurd door een wetgevingsinstrument van de Europese Commissie (‘comitologie’-procedure), formuleert de Raad van het Instituut van de bedrijfsrevisoren de normen en aanbevelingen voor de goede uitoefening van het beroep van bedrijfsrevisor.

De Raad maakt de inhoud van elke ontwerpnorm of -aanbeveling openbaar. De Hoge Raad voor de Economische Beroepen beraadslaagt over de ontwerpnorm of -aanbeveling, na de vertegenwoordiger van de Raad van het Instituut hierover te hebben gehoord.

Deze normen en aanbevelingen krijgen slechts uitwerking na goedkeuring door de Hoge Raad voor de Economische Beroepen en de minister die bevoegd is voor Economie. De goedkeuring door de Hoge Raad voor de Economische Beroepen gebeurt binnen de drie maanden volgend op de vraag die hem werd overgemaakt door het Instituut.

Indien het Instituut nalaat zijn normen en aanbevelingen aan te passen aan de gewijzigde toepasselijke wettelijke en reglementaire bepalingen of aan de internationale controlestandaarden erkend in een wetgevingsinstrument van de Europese Commissie, kan de minister die bevoegd is voor Economie, na advies van de Hoge Raad voor de Economische Beroepen en het Instituut, de nodige wijzigingen aanbrengen.

De normen zijn bindend voor de bedrijfsrevisoren.

De aanbevelingen zijn eveneens bindend, tenzij de bedrijfsrevisor in bijzondere omstandigheden kan motiveren dat de afwijking ten aanzien van de aanbeveling geen afbreuk doet aan zijn onafhankelijkheid en bekwaamheid.

De normen en aanbevelingen evenals hun bijwerkingen worden openbaar gemaakt op papier en op de website van het Instituut en de Hoge Raad voor de Economische Beroepen. De goedkeuring van deze normen en aanbevelingen evenals de latere bijwerkingen hiervan, door de minister die bevoegd is voor Economie, maakt het voorwerp uit van een bericht dat openbaar wordt gemaakt in het Belgisch Staatsblad. De reeds goedgekeurde normen en de verschenen berichten kunnen worden teruggevonden op de gezamenlijke website van het Belgisch systeem van publiek toezichtExterne link en op de website van het Instituut van de bedrijfsrevisorenExterne link.

De Hoge Raad voor de Economische Beroepen kan de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen raadplegen over alle aspecten van een ontwerpnorm of -aanbeveling met betrekking tot organisaties van openbaar belang.

De bepalingen eigen aan de organisaties van openbaar belang in de normen voor de kwaliteitscontrole worden vastgesteld na raadpleging door de Hoge Raad voor de Economische Beroepen van de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen.

Norm inzake de controle van fusie- en splitsingsverrichtingen van vennootschappen in België

Overeenkomstig de wet van 22 juli 1953 houdende oprichting van een Instituut van de Bedrijfsrevisoren en organisatie van het publiek toezicht op het beroep van bedrijfsrevisor, heeft het Instituut van de Bedrijfsrevisoren op 13 december 2013 een nieuwe norm inzake de controle van fusie- en splitsingsverrichtingen van vennootschappen in België aangenomen.

Deze norm die de huidige normen van 6 december 2002 vervangt, is bedoeld om ze in regel te stellen met de wet van 8 januari 2012 tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen ingevolge de Europese richtlijn 2009/109/EG wat verslaggevings- en documentatieverplichtingen in geval van fusies en splitsingen betreft.

Goedgekeurd door de minister van Economie en het voorwerp uitmakend van de publicatie van een bericht hiervan in het Belgisch Staatsblad van 15 mei 2014 beoogt de nieuwe norm het in overeenstemming brengen van het artikel 695 van het Wetboek van vennootschappen (volgens dewelke de beroepsbeoefenaar – de commissaris, de bedrijfsrevisor of de accountant, dient met name te verklaren of, volgens hem, de ruilverhouding al dan niet pertinent en redelijk is) met het artikel 694 van het Wetboek van vennootschappen, zoals gewijzigd door de bovenvermelde wet van 8 januari 2012 (volgens dewelke het bestuursorgaan de opstelling van een dergelijk verslag kan verzaken).

De integrale tekst van de nieuwe normExterne link kan worden geraadpleegd op de website van het Instituut van de Bedrijfsrevisoren.

Nieuwe aanbeveling betreffende de opdrachten voor de bedrijfsrevisoren in het kader van de wet van 31 januari 2009 betreffende de continuïteit van de ondernemingen.

Publiek toezicht

De versterking van het publiek toezicht in België is een gevolg van de bepalingen in de nieuwe Europese 8ste richtlijn.

Het stelsel van publiek toezicht dient te worden beheerd door personen die zelf geen beroepsbeoefenaars zijn, maar voldoende bekend zijn met de vakgebieden die van belang zijn voor de wettelijke controle van de jaarrekeningen.

Het systeem van publiek toezicht, waarop de eindverantwoordelijkheid van het toezicht rust, is samengesteld uit de minister die bevoegd is voor Economie, de Procureur-generaal, de Kamer van verwijzing en instaatstelling, de Hoge Raad voor Economische Beroepen, het Advies- en controlecomité op de onafhankelijkheid van de commissaris en de tuchtinstanties. Enkel de Kamer van verwijzing en instaatstelling is een nieuw orgaan, de andere organen zien hun bevoegdheden versterkt.

De Hoge Raad voor de Economische Beroepen wordt aangeduid als orgaan dat belast is met de nationale samenwerking tussen de organen van het systeem van publiek toezicht en belast is met de internationale samenwerking tussen stelsels van publiek toezicht van lidstaten van de Europese Unie. Bovendien is de Hoge Raad voor de Economische Beroepen samen met de Minister bevoegd voor Economie, belast met het goedkeuren van normen en aanbevelingen uitgevaardigd door de Raad van het IBR (zie ‘normen en aanbevelingen’).

De Kamer van verwijzing en instaatstelling heeft een eigen rechtspersoonlijkheid en is bevoegd voor:

  • de instaatstelling van tuchtzaken die in vooronderzoek werden genomen door de Raad van het Instituut van de Bedrijfsrevisoren;
  • het gelasten van de Raad om een toezichtsdossier te openen lastens een bedrijfsrevisor;
  • het gelasten van de Raad om bijkomende onderzoeken uit te voeren;
  • de regeling van de procedure betreffende klachten lastens een bedrijfsrevisor;
  • het gelasten van de Raad om iedere klacht, ontvangen lastens een bedrijfsrevisor, in vooronderzoek te nemen;
  • de beoordeling van de conclusies van de kwaliteitscontroles;
  • het verzoek aan de Raad om aan een bedrijfsrevisor de verplichting op te leggen een einde te maken aan een omstreden toestand.

De Kamer van verwijzing en instaatstelling is tevens bevoegd voor de goedkeuring van de jaarlijkse lijst van de te verrichten kwaliteitscontroles, zoals deze werden goedgekeurd, door de Raad van het Instituut van de Bedrijfsrevisoren.

De Kamer van verwijzing en instaatstelling kan ten allen tijde kennis nemen van de evolutie van het onderzoek van één of meerdere dossiers. De aldus gevraagde inlichtingen zullen binnen een termijn van hoogstens vijf werkdagen door de voorzitter van het Instituut aan de Kamer van verwijzing en instaatstelling worden overgemaakt. In voorkomend geval kan de Kamer van verwijzing en instaatstelling aan één van zijn leden delegatie verlenen om de door de Raad geleide onderzoeken bij te wonen.

De Procureur-generaal kan beroep aantekenen tegen elke beslissing van de Raad van het IBR inzake het bijhouden van het openbaar register. De Procureur- generaal waakt aldus over de toelating en de registerinschrijving van de wettelijke auditors en de auditkantoren. De Procureur-generaal kan tevens hoger beroep of een voorziening in Cassatie instellen tegen de uitspraken van de tuchtinstanties.

De beroepstucht wordt in eerste aanleg gehandhaafd door een Tuchtcommissie. Het hoger beroep tegen beslissingen van de Tuchtcommissie wordt aanhangig gemaakt bij de Commissie van Beroep. Beide Commissies zijn voortaan in meerderheid samengesteld uit niet-bedrijfsrevisoren.

Wat betreft de onafhankelijkheidsvraagstukken, kan ACCOM op verzoek van een bedrijfsrevisor een afwijking verlenen op de “one-to-one” regel; de regel die stelt dat een bedrijfsrevisor in een onderneming niet meer inkomsten mag genereren uit zijn non-audit diensten dan hetgeen hij verdient met zijn audit diensten. Bovendien kan het ACCOM een afwijking verlenen op het verbod van het uitoefenen van de functie van bediende en het uitoefenen van een handelsactiviteit door een bedrijfsrevisor. Op deze manier kan het een bedrijfsrevisor, op voorstel van de Raad van het IBR, toegelaten worden deze functies uit te oefenen.

Nuttige Links

Wetgeving

Contact Center

FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie
Contact Center

Vooruitgangstraat 50
1210 Brussel

Open van 9.00 tot 17.00 uur

Meer over het Contact Center

Tel.: +32 800 120 33
Fax: +32 800 120 57

Volg de FOD Economie

FacebookExterne linkTwitterExterne link

Dienst Boekhoudrecht – Audit – Coöperatieven

FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie
Algemene Directie Economische Reglementering
Dienst Boekhoudrecht, Audit, Coöperatieven, Corporate Governance

City Atrium C
Vooruitgangstraat 50
1210 Brussel

Tel.: 02 277 88 50
Fax: 02 277 52 56
E-mail : AUC@economie.fgov.be

 

Dienst Intellectuele Beroepen en Wetgeving

FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie
Algemene Directie K.M.O.-beleid
Dienst Intellectuele Beroepen en Wetgeving

North Gate, 4de verdieping
Koning Albert II-laan 16
1000 Brussel

Tel.: 02 277 81 21
Fax: 02 277 98 86
E-mail: info.intelber@economie.fgov.be