Coöperatieve vennootschappen

Voordelen voorbehouden aan erkende coöperatieve vennootschappen

Hierna vindt u een waaier van voordelen van de erkenning die voortvloeien uit diverse fiscale en sociale wetgevingen.


Belastingsvrijstelling van een deel van de dividenden voor vennoten die natuurlijke personen zijn

De dividenden van erkende coöperatieve vennootschappen (met uitzondering van de coöperatieve participatievennootschappen bedoeld in de wet van 22 mei 2001 betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen) zijn vrijgesteld van belasting op een eerste schijf (referentie: artikel 21, 6°, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen).

In de onderstaande tabel wordt het bedrag van deze eerste schijf, volgens het aanslagjaar, opgenomen:

Aanslagjaar:Dividend uitgekeerd in:Eerste schijf van vrijgestelde dividenden (EUR)
 2013 2012 180
20122011180
20112010170
20102009170
20092008170
20082007160
20072006160
20062005160

bron van de tabel : artikel 21, 6°, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992, op FisconetPlusExterne link.

 

Het is belangrijk om het verschil te begrijpen tussen de roerende voorheffing en de belasting op roerende inkomsten.

a) Inning van de roerende voorheffing

De roerende voorheffing wordt niet geïnd op een eerste schijf van de dividenden toegekend door coöperatieve vennootschappen (zie bovenstaande tabel) per aandeelhouder natuurlijke persoon en per erkende coöperatieve vennootschap.

Er moet onderstreept worden dat, als er geen roerende voorheffing werd geïnd op een deel van deze dividenden, het vrijgestelde karakter van de voorheffing niet kan worden ingeroepen in de aangifte door de belastingplichtige. Indien de belastingplichtige de drempel van de eerste schijf aan dividenden vrijgesteld van belasting op roerende inkomsten overschrijdt (zie punt b hieronder), dan dient hij deze aanvullende dividenden waarop geen roerende voorheffing werd geïnd, aan te geven in zijn belastingsaangifte.

b) Vrijstelling van belasting op roerende inkomsten

De vrijstelling geldt enkel voor natuurlijke personen en is beperkt tot de eerste schijf vrijgestelde dividenden van erkende coöperatieve vennootschappen per aangifte (en niet per aandeelhouder en per coöperatieve vennootschap).

De vrijstelling blijft bijgevolg beperkt tot de eerste schijf van vrijgestelde dividenden per persoon en dit plafond geldt voor alle gecumuleerde dividenden die deze persoon ontvangt vanwege de coöperatieve vennootschappen waarvan ze lid is.

Aangezien de betrokken coöperatieve vennootschappen op geen enkele manier kunnen nagaan of hun leden deze drempel overschrijden door het innen van dividenden van andere erkende coöperatieve vennootschappen, houden ze enkel een roerende voorheffing in voor wat betreft de dividenden die ze zelf uitkeren en die de drempel van de eerste schijf van vrijgestelde dividenden overschrijden.

Elke vennoot die lid is van meer dan één erkende coöperatieve vennootschap dient dus na te gaan of hij de drempel van de eerste schijf van vrijgestelde dividenden niet overschrijdt door het cumuleren van dividenden uitgekeerd door die vennootschappen en moet indien nodig het overschreden bedrag aangeven in zijn fiscale aangifte.

De roerende voorheffing voor de schijven boven de vrijgestelde bedragen wordt bepaald door artikel 269, lid 3 b), van het Wetboek van de inkomstenbelastingen. Zie op FisconetPlusExterne link

c) Voorbeeld

Een voorbeeld om de uiteenzetting van deze twee regels beter te begrijpen. Mevrouw X is aandeelhoudster in de coöperatieve vennootschappen A, B en C. Zij krijgt:

  • een dividend van de vennootschap A voor een bedrag van 120 EUR
  • een dividend van de vennootschap B voor een bedrag van 250 EUR
  • een dividend van de vennootschap C voor een bedrag van 150 EUR 
Inning van de roerende voorheffing door de vennootschappen A, B en C

Voor wat betreft de dividenden gekregen van de vennootschappen A en C is er geen roerende voorheffing aan de bron ingehouden. Voor wat betreft de vennootschap B is een roerende voorheffing rechtstreeks ingehouden voor het bedrag dat het vrijgestelde gedeelte van de eerste schijf van vrijgestelde dividenden (hier, bijvoorbeeld 170 EUR) overschrijdt, in dit voorbeeld voor 80 EUR (250 – 170 = 80 EUR).

Belastingsaangifte van Mevrouw X

Mevrouw X moet geen aangifte doen van het gedeelte van het dividend waarvoor een vrijgestelde roerende voorheffing reeds werd geïnd door de vennootschap B (80 euro). Voor de andere dividenden die zij heeft gekregen komt Mevrouw X enkel in aanmerking voor een vrijstelling voor het eerste gedeelte van de vrijgestelde dividenden. Het saldo moet aangegeven worden als roerende inkomsten in haar belastingsaangifte.

Om het bedrag dat Mevrouw X moet aangeven te berekenen, moet men alle dividenden vrijgesteld van roerende voorheffing samentellen - in casu 440 EUR (120 + 170 + 150) - en van het resultaat de eerste schijf van vrijgestelde dividenden (hier 170 EUR) aftrekken. In dit voorbeeld moet Mevrouw X 440 EUR verminderd met 170 EUR dus 270 EUR in haar belastingsaangifte aangeven.
 

Afwezigheid van herkwalificatie van interesten en dividenden

De interesten van voorschotten verleend door de vennoten van een vennootschap aan deze vennootschap zijn gewoonlijk geherkwalificeerd in dividenden als de interestvoet hoger is dan de rentevoet van de markt of als het bedrag van de voorschotten hoger is dan het gestorte kapitaal.

Bij wijze van uitzondering zijn de schuldvorderingen op de erkende vennootschappen niet geherkwalificeerd in dividenden door het wetboek van de inkomstenbelasting (Artikel 18, 4°, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen).


Uitgebreide toepassing van het verlaagd belastingstarief voor vennootschappen

Er bestaat een verlaagd belastingtarief voor de vennootschappen waarvan de belastbare inkomsten niet meer bedragen dan 322.500 euro.

In een bepaald aantal gevallen worden vennootschappen van dit verlaagd belastingtarief uitgesloten.

Het betreft met name holdings, dochtermaatschappijen en vennootschappen die geen bezoldiging uitkeren aan één van hun bedrijfsleiders.

De voor de Nationale Raad voor de Coöperatie erkende coöperatieve vennootschappen genieten eveneens van het verlaagd tarief, ook al vallen ze onder één van deze uitsluitingen (Artikel 215, tweede lid, 1°, 2° en 4° van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen)

Vrijstelling van de prospectusverplichting

Elke vennootschap die een openbaar aanbod van beleggingsinstrumenten doet op het Belgische grondgebied is verplicht om een prospectus te publiceren. Dat houdt a priori ook het openbaar beroep op het spaarwezen in van de erkende coöperatieve vennootschappen.

In afwijking daarvan werd bepaald dat deze prospectusverplichting niet geldt voor de erkende coöperatieve vennootschappen, voor zover de verwerving of het bezit van deze aandelen voor de houder als voorwaarde geldt om aanspraak te kunnen maken op de dienstverlening van deze coöperatieve vennootschappen, en voor zover het totaalbedrag van het aanbod minder dan 2.500.000 euro bedraagt (Artikelen 17 en 18 van de wet van 16 juni 2006 op de openbare aanbieding van beleggingsinstru-menten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt).

Interpretatie van de FSMA die, volgens de wet van 2 juli 2010, de opvolger is van de CBFA voor een deel van haar taken.

 

De FSMA boog zich over meerdere dossiers voor de uitgifte van aandelen afkomstig van de coöperatieve vennootschappen die allen eenzelfde sociaal doel hebben, met name investeren in projecten voor groene energie en het leveren van deze energie aan hun eewerkers.

Men vraagt zich af of deze coöperatieve vennootschappen kunnen worden vrijgesteld van de prospectusplicht.

In het kader van deze dossiers vond de FSMA dat vier voorwaarden moesten worden vervuld om aanspraak te kunnen maken op de uitzondering:

  • de vennootschap die de effecten uitgeeft moet worden erkend door de Minister bevoegd voor Economie;
  • het openbaar aanbod moet steunen op de aandelen van de coöperatieve vennootschap;
  • de coöperanten moeten kunnen profiteren van de diensten die worden aangeboden door de coöperatieve vennootschap;
  • de diensten van de coöperatieve vennootschap moeten hoofdzakelijk, zo niet uitsluitend, bestemd zijn voor de coöperanten.
  • wat in het bijzonder de derde voorwaarde betreft, verduidelijkte de FSMA dat het uitkeren van dividenden (fiscaal voordelig) aan coöperanten op zich niet volstaat om aan de dienstverleningsvoorwaarde te voldoen. In de betreffende dossiers oordeelde de FSMA echter reeds dat de mogelijkheid om voor de coöperanten te voorzien in groene energie, geleverd door een derde, kan worden beschouwd als een dienstverlening aan haar coöperanten.


Sociale zekerheid van werknemers voor de beheerders

De personen die, als lasthebber en tegen een vergoeding anders dan kost en inwoning, als belangrijkste beroepsactiviteit het beheer of de dagelijkse leiding van erkende coöperatieve vennootschappen hebben, kunnen genieten van de sociale zekerheid van de werknemers.

De toepassing van de wet betreffende de sociale zekerheid van de werknemers is inderdaad uitgebreid tot de personen die, als lasthebber en tegen een vergoeding anders dan kost en inwoning, als belangrijkste beroepsactiviteit het beheer of de dagelijkse leiding hebben van verenigingen en organisaties die geen industriële of commerciële activiteiten uitoefenen en die hun lede n en deze verenigingen en organisaties geen materieel voordeel willen verschaffen. Deze bepaling is specifiek van toepassing op de coöperatieve vennootschappen (Artikel 3, 1°, van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders).

 

Logo voor de erkende coöperatieve vennootschappen

De erkende coöperatieve vennootschappen kunnen dit logo voor hun publicaties gebruiken

ConsNatCoop_NatRaadCoop_erkend_logo_GIF

Het logo in verschillende formaten downloaden (ZIP, 2.66 MB)

Nuttige Links

Wetgeving

Contact Center

FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie
Contact Center

Vooruitgangstraat 50
1210 Brussel

Open van 9.00 tot 17.00 uur

Meer over het Contact Center

Tel.: +32 800 120 33
Fax: +32 800 120 57

Volg de FOD Economie

FacebookExterne linkTwitterExterne link

Algemene Directie Economische Reglementering

FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie
Algemene Directie Economische Reglementering
Dienst Boekhoudrecht, Audit, Coöperatieven, Corporate Governance

City Atrium C
Vooruitgangstraat 50
1210 Brussel

Tel. : 02 277 83 28        

Fax : 02 277 52 56

E-mail : AUC@economie.fgov.be