Het sociaal statuut van de zelfstandigen

De verschillende categorieën verzekeringsplichtigen

Welke zijn uw verplichtingen als zelfstandige?

Welke zijn uw rechten?  

Meer informatie?

De verschillende categorieën verzekeringsplichtigen

Zelfstandige in hoofdberoep of bijberoep

Als uw zelfstandige activiteit uw enige bron van inkomsten is (voltijdse uitoefening), bent u zelfstandige in hoofdberoep. U bent onderworpen aan het sociaal statuut der zelfstandigen in hoofdberoep, wat rechten en plichten met zich meebrengt, met name de aansluiting bij een sociaalverzekeringsfonds voor zelfstandigen en ieder kwartaal de betaling van sociale bijdragen.

Zelfstandigen in bijberoep oefenen tegelijk en hoofdzakelijk nog een andere beroepsactiviteit uit, als werknemer, in het onderwijs, of als ambtenaar. De formaliteiten die u moet vervullen om een zelfstandig bijberoep te mogen uitoefenen, zijn dezelfde als die voor een zelfstandige in hoofdberoep.

Als zelfstandige in bijberoep bent u ook onderworpen aan het sociaal statuut der zelfstandigen. U moet u dus aansluiten bij een sociaalverzekeringsfonds voor zelfstandigen en ieder kwartaal sociale bijdragen betalen. U blijft bij voorrang van de sociale voordelen genieten van het stelsel waaraan u onderworpen bent door uw hoofdactiviteit of –statuut (werknemer, ambtenaar, gepensioneerde).

U kunt worden beschouwd als zelfstandige in bijberoep wanneer u:

  • loontrekkende of interimaris bent, of tewerkgesteld in het onderwijs zonder benoeming. Het aantal uren dat u uitoefent als loontrekkende of interimaris moet minstens overeenkomen met een halftijdse job op maandbasis;
  • ambtenaar bent. U moet minstens 200 dagen ofwel 8 maanden per jaar werken, en het gepresteerde werkrooster moet minstens overeenkomen met een halftijdse job;
  • benoemde leerkracht bent. U moet minstens 6/10e van een voltijds werkrooster presteren;
  • werkloos bent. U moet een werkloosheidsuitkering ontvangen en gemachtigd zijn om zelfstandige in bijberoep of op occasionele basis te zijn;
  • een uitkering trekt van uw ziekenfonds. U bent minstens voor 66 % ongeschikt bevonden, en de uitkering die u ontvangt is minstens gelijk aan het pensioen van een alleenstaande zelfstandige.

Zelfstandige helper

De zelfstandige helper is een natuurlijke persoon die de zelfstandige bijstaat of vervangt bij de uitoefening van zijn activiteit, zonder arbeidsovereenkomst. De helper is vaak, maar niet noodzakelijk, een familielid van de zelfstandige.

De zelfstandige helper kan enkel optreden voor een natuurlijke persoon, niet voor een vennootschap. Helpers kunnen wel optreden voor lasthebbers (bestuurders, zaakvoerders) van een vennootschap.

Ongehuwde helpers vallen onder het sociaal statuut van de zelfstandigen vanaf 1 januari van het jaar waarin zij 20 worden.

Volgende helpers vallen niet onder dat sociaal statuut:

  • occasionele helpers (die bij gelegenheid hulp bieden, en niet langer dan 90 dagen per jaar);
  • helpers (studenten) die nog kinderbijslag ontvangen (jonger dan 25 jaar).

De meewerkende echtgenoot

Een meewerkende echtgenoot van een zelfstandige is hij of zij die:

  • de partner is van een zelfstandige (door huwelijk of door een samenlevingscontract);
  • die daadwerkelijk zijn of haar zelfstandige partner helpt (regelmatig of minstens 90 dagen per jaar);
  • geen inkomsten ontvangt uit een andere beroepsactiviteit, noch een vervangingsinkomen die sociale zekerheidsrechten zouden openen die minstens gelijk zouden zijn aan die van de zelfstandigen.

Zaakvoerders, bestuurders en werkende vennoten

In een vennootschap worden zaakvoerders, bestuurders en werkende vennoten als zelfstandigen beschouwd en zijn ze onderworpen aan het sociaal statuut van de zelfstandigen.

De student-zelfstandige

Het is mogelijk om zelfstandige te worden terwijl men student is. Dit statuut bestaat uit een voorkeursregeling voor de sociale bijdragen. 

Om het statuut van student-zelfstandige te genieten, moet men:

  • minstens 18 en hoogstens 25 jaar oud zijn;

  • in hoofdzaak ingeschreven zijn om regelmatig de lessen te volgen in een onderwijsinstelling in België of in het buitenland met het oog op het bekomen van een door een bevoegde overheid in België erkend diploma;

  • een beroepsactiviteit uitoefenen waardoor de onderwerping aan het sociaal statuut der zelfstandigen is vereist.

Welke zijn uw verplichtingen als zelfstandige?

Aansluiting bij een sociaal verzekeringsfonds

In principe bent u als zelfstandige onderworpen aan het sociaal statuut der zelfstandigen. Om die reden moet u zich aansluiten bij een sociaalverzekeringsfonds voor zelfstandigenExterne link. U kunt dit fonds vrij kiezen. Deze verplichting geldt ook voor de zelfstandigen in bijberoep.

U moet vooraleer u start als zelfstandige aangesloten zijn bij een sociaal verzekeringsfonds.

Indien u daarmee te laat bent, vraagt het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der ZelfstandigenExterne link (RSVZ) u om uw aansluiting in orde te brengen. Als u het niet doet, wordt u automatisch aangesloten bij de Nationale Hulpkas voor ZelfstandigenExterne link. Er zijn administratieve boetes in geval van inbreuk.

Als u een vennootschap opricht, moet die ook worden aangesloten bij een sociaalverzekeringsfonds voor zelfstandigen (ook als u zelf al bent aangesloten). De vennootschap moet een jaarlijkse bijdrage betalen voor het sociaal statuut van de zelfstandigen.

Buitenlanders moeten op het moment van hun aansluiting de nodige vergunningen voorleggen om een zelfstandige activiteit in België te mogen uitoefenen:

  • een beroepskaart voor vreemdelingen die een zelfstandige activiteit willen uitoefenen in België;
  • of de nodige documenten over de verblijfsvoorwaarden voor de onderdanen van bepaalde Centraal- en Oost-Europese landen die in België een economische activiteit willen uitoefenen, maar niet in loondienst, of die hier een vennootschap willen oprichten.

Betaling van de sociale bijdragen

Als zelfstandige moet u sociale bijdragen aan uw sociaalverzekeringsfonds betalen. Onder bepaalde voorwaarden hoeven bepaalde verzekerden geen sociale bijdragen te betalen (zelfstandigen in bijberoep, gepensioneerden, studenten …).

Sinds 1 januari 2015 is de berekeningswijze van de sociale bijdragen voor zelfstandigen fundamenteel veranderd. De bijdragen van een bepaald bijdragejaar worden voortaan berekend op basis van de zelfstandige beroepsinkomsten van datzelfde jaar. Voorheen werden bijdragen berekend op basis van de inkomsten van vier jaar voordien. Nu sluit de berekening van de bijdragen dus beter aan bij de economische realiteit van de zelfstandige.

De berekening van de sociale bijdragen gebeurt in twee fases:

  • In het bijdragejaar zelf betaalt u een voorlopige bijdrage op basis van de zelfstandige beroepsinkomsten van drie jaar voordien. Aan het begin van elk kalenderkwartaal (de maanden januari, april, juli en oktober) ontvangt u een vervalbericht met de bedragen die uiterlijk voor het einde van elk kwartaal moeten worden betaald.
  • De fiscus stelt later – meestal twee jaar - de beroepsinkomsten van het bijdragejaar zelf vast. Het sociaalverzekeringsfonds maakt dan een eindafrekening van de sociale bijdragen op basis van de beroepsinkomsten van dat bijdragejaar.

En voor de starters?

Als starter heeft u geen voorgaande jaren als zelfstandige. Uw voorlopige bijdragen worden dus berekend op basis van een zelf aangegeven inkomen of op basis van een wettelijk minimum.

Uw inkomsten schatten

Het kan natuurlijk zijn dat uw beroepsinkomsten van drie jaar geleden anders waren dan uw huidige beroepsinkomsten. Daarom moet u telkens als u een trimestrieel vervaldagbericht ontvangt een inschatting maken van uw huidige inkomsten. Die vergelijkt u met uw inkomsten van drie jaar voordien.

Er zijn dan drie mogelijkheden:

  • uw inkomsten zijn ongeveer stabiel gebleven of u kunt moeilijk inschatten hoe ze nog gaan verlopen: u betaalt de bijdrage zoals vermeld op het vervaldagbericht.
  • u meent dat uw huidige inkomsten hoger zijn dan die van drie jaar geleden: u betaalt een hogere bijdrage.
  • u stelt vast dat uw huidige inkomsten lager liggen dan die van drie jaar geleden. Bovendien vallen ze heel waarschijnlijk beneden een bepaalde wettelijke drempel. U betaalt een lagere bijdrage. U moet uw sociaalverzekeringsfonds er wel van overtuigen dat uw inkomsten gedaald zijn, want het moet zijn akkoord geven.

Opgelet: als bij de definitieve bijdragenafrekening blijkt dat uw inkomsten de drempel overschrijden, betaalt u bovenop de bijdragen een vermeerdering.

Eindafrekening

Zodra het sociaalverzekeringsfonds de definitieve jaarinkomsten kent, bezorgt het u een eindafrekening. Daarop staat het definitieve bedrag van de bijdragen. Heeft u minder betaald, dan moet u bijbetalen. Heeft u al te veel bijdragen betaald, dan krijgt u een terugbetaling.

Er wordt geen enkele vermeerdering toegepast op de bijdragen die u moet bijbetalen, maar wel voor wie onterecht een vermindering heeft bedongen.

Welke zijn uw rechten?

Het sociaal statuut voor zelfstandigen heeft niet alleen plichten maar ook rechten. Wanneer u in orde bent met de wettelijke voorschriften heeft u recht op:

De gezinsbijslagen

De gezinsbijslagen zijn identiek aan de rechten voor de andere actieven (loontrekkenden, ambtenaren) en bestaan uit:

  • het kraamgeld of de adoptiepremie,
  • de maandelijkse kinderbijslag,
  • andere voordelen zoals de leeftijdsbijslagen of toeslagen voor eenoudergezinnen en de verhoogde wezenbijslag of toeslag voor mindervalide kinderen.

De ziekte- en invaliditeitsverzekering

Het sociaal statuut der zelfstandigen omvat een ziekte- en invaliditeitsverzekering die de geneeskundige zorgen en de arbeidsongeschiktheid dekt.

Geneeskundige zorgen

Als zelfstandige bent u wettelijk verzekerd tegen zowel de grote als de kleine risico's (bv. bezoek aan de huisarts, aankoop van geneesmiddelen), op dezelfde manier als de andere actieven (loontrekkenden, ambtenaren).

Arbeidsongeschiktheid

De verzekering voor arbeidsongeschiktheid is specifiek voor zelfstandigen. Zij voorziet, onder bepaalde voorwaarden, in een vervangingsinkomen als u uw beroepsactiviteit wegens ziekte of ongeval moet onderbreken:

  • in de eerste maand dat u arbeidsongeschikt bent, ontvangt u geen uitkering,
  • vanaf de tweede maand krijgt u een dagvergoeding,
  • vanaf het tweede jaar (periode van invaliditeit) zijn de uitkeringen hoger.

De moederschapsverzekering

Zelfstandigen en helpers kunnen op het einde van hun zwangerschap recht hebben op een moederschapsuitkering tijdens de periode van moederschapsrust. Er zijn wel een aantal voorwaarden.

Er bestaat ook een vrijstelling van betaling van sociale bijdragen met behoud van rechten voor het kwartaal dat volgt de bevalling.

De periode van moederschapsrust duurt  maximaal 12 ononderbroken weken of 18 weken indien de moederschapsrust halftijds wordt opgenomen en bestaat uit een verplichte rustperiode en een vrij te kiezen deel. In geval van een meerling krijgt u een week facultatieve rust extra of twee weken indien u het moederschapsverlof halftijds opneemt.

U kunt na de bevalling ook een beroep doen op moederschapshulp met dienstencheques.

Het pensioen

Naast het rustpensioen dat een zelfstandige op het eind van zijn beroepsloopbaan ontvangt, bestaat er ook een overlevingspensioen voor de overlevende echtgenoot.

Als u een hoger pensioen wenst, kunt u onder bepaalde voorwaarden een overeenkomst afsluiten voor een vrij aanvullend pensioen.

Het overbruggingsrecht

U kunt het overbruggingsrecht genieten in de volgende situaties:

  • in geval van faillissement (persoonlijk faillissement of faillissement van de handelsvennootschap waarin u zaakvoerder, bestuurder of werkend vennoot bent);

  • in geval van collectieve schuldenregeling,

  • in geval van gedwongen onderbreking van uw zelfstandige activiteit (door natuurramp, vernieling van het gebouw of de uitrusting, brand of allergie),

  • in geval van een officiële stopzetting van uw zelfstandige activiteit omwille van economische moeilijkheden.

Dankzij dit overbruggingsrecht kunt u:

  • uw recht op ziekteverzekering gedurende maximum vier kwartalen behouden,

  • een tijdelijke uitkering krijgen gedurende maximum twaalf maanden.

De uitkering mantelzorg (voorheen “Familieplan”)

U kunt uw zelfstandige activiteit tijdelijk volledig of gedeeltelijk (met minstens 50 %) onderbreken wegens zware ziekte of het levenseinde (palliatieve zorg) van een naaste of om uw gehandicapt kind te verzorgen.

U kunt, in dit geval, een maandelijkse uitkering mantelzorg krijgen gedurende maximaal 12 maanden.

Meer informatie?

Voor meer inlichtingen over het sociaal statuut van zelfstandigen alsook hun rechten en verplichtingen, kunt u contact opnemen met:

  • de Directie-generaal Zelfstandigen van de FOD Sociale Zekerheid;
  • het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen van de Zelfstandigen (RSVZ);
  • een sociaalverzekeringsfondsExterne link voor zelfstandigen.

FOD Sociale Zekerheid
Directie-generaal Zelfstandigen
Administratief Centrum Kruidtuin
Finance Tower
Kruidtuinlaan 50, bus 120
1000 Brussel
Tel.: +32 2 528 64 50
Fax: +32 2 528 69 77
E-mail: zelfindep@minsoc.fed.be
Website van de FOD Sociale ZekerheidExterne link

Rijksinstituut voor de sociale verzekeringen der zelfstandigen (RSVZ)
Willebroekkaai 35
1000 Brussel
Tel: +32 2 546 42 11
Fax: +32 2 511 21 53
E-mail: info@rsvz-inasti.fgov.be
Website RSVZExterne link

Nuttige Links

Publicaties

Contact Center

FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie
Contact Center

Vooruitgangstraat 50
1210 Brussel

Open van 9.00 tot 17.00 uur

Meer over het Contact Center

Tel.: +32 800 120 33
Fax: +32 800 120 57

Volg de FOD Economie

FacebookExterne linkTwitterExterne link