FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie
Contact Center
Vooruitgangstraat 50
1210 Brussel
Tel. (gratis nr.): 0800 120 33
Fax (gratis nr.): 0800 120 57
E-mail: info.eco@economie.fgov.be
Het sociaal statuut van de zelfstandigen
Aansluiting bij een sociaal verzekeringsfonds
Betaling van de sociale bijdragen
De zelfstandige in hoofdberoep oefent een beroep uit zonder gebonden te zijn aan een arbeidsovereenkomst of een statuut. Er bestaat geen vorm van ondergeschiktheid. Hij heeft een eigen sociaal statuut en is onderworpen aan een specifieke regeling inzake sociale zekerheid.
De zelfstandige in bijberoep geniet sociale voorzieningen via zijn (minstens halftijds) uitgeoefende activiteit in loondienst of via een ander statuut (bijvoorbeeld van gepensioneerde).
Een helper is een persoon die een zelfstandige in de uitoefening van zijn beroep bijstaat of vervangt, zonder daarbij verbonden te zijn door een arbeidsovereenkomst. Hij is ook onderworpen aan de sociale zekerheid van de zelfstandigen. De helper is vaak, maar niet noodzakelijk, een familielid van de zelfstandige.
De meewerkende echtgenoten zijn verplicht onderworpen aan het volledige sociaal statuut van zelfstandige (sinds 1 juli 2005). Een persoon wordt beschouwd als meewerkende echtgenoot van een zelfstandige wanneer hij of zij:
Zaakvoerders, bestuurders en werkende vennoten worden als zelfstandigen beschouwd en zijn dus onderworpen aan het sociaal statuut van de zelfstandigen.
Vanaf 1 april 2010 dient elke beginnende zelfstandige aangesloten te zijn bij een sociaal verzekeringsfonds voor zelfstandigen ten laatste op het moment van het begin van de effectieve uitoefening van de zelfstandige activiteit.
U kunt dit fonds vrij kiezen. Deze verplichting geldt ook voor de zelfstandige in bijberoep.
Indien u deze termijn overschrijdt dan zal het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen (RSVZ) u vragen om uw aansluiting in orde te brengen. Als u het niet doet, dan wordt u automatisch aangesloten bij de Nationale Hulpkas voor Zelfstandigen.
Indien u een vennootschap opricht om uw zelfstandige activiteiten uit te oefenen, moet u zowel zichzelf als uw vennootschap aansluiten bij een sociaal verzekeringsfonds.
Als zelfstandige, moet u sociale bijdragen aan uw sociaal verzekeringsfonds betalen.
Aan het begin van elk kalenderkwartaal (de maanden januari, april, juli en oktober) ontvangt u een vervalbericht met de bedragen die uiterlijk voor het einde van elk kwartaal moeten worden betaald.
De bijdrage is afhankelijk van het bedrijfsinkomen dat de zelfstandige genoot tijdens het voorgaande derde jaar van activiteit. Er is een minimale en een maximale bijdrage.
Bij het begin van de activiteiten is een dergelijke berekening niet mogelijk, aangezien de inkomsten nog niet bekend zijn.
Daarom moeten startende zelfstandigen gedurende drie jaar voorlopige bijdragen betalen. Na drie jaar zullen de bijdragen berekend en geregulariseerd worden, op basis van het werkelijke beroepsinkomen van het eerste activiteitsjaar.
Onder bepaalde voorwaarden hoeven bepaalde verzekerden geen sociale bijdragen te betalen (zelfstandigen in bijberoep, gepensioneerden, …).
Het sociaal statuut voor zelfstandigen voorziet niet alleen plichten maar ook rechten. Wanneer u in regel bent met de wettelijke voorschriften heeft u recht op:
De gezinsbijslagen bestaan uit:
Het sociaal statuut der zelfstandigen omvat een ziekte- en invaliditeitsverzekering die bepaalde geneeskundige zorgen en de arbeidsongeschiktheid dekt.
In het kader van deze verzekering hebben de zelfstandigen de verplichting zich bij een ziekenfonds naar keuze aan te sluiten.
Sinds 1 januari 2008 wordt de dekking van "kleine risico’s" (bezoek aan de dokter, de tandarts, …) opgenomen in de verplichte ziekteverzekering voor zelfstandigen. Alle zelfstandigen genieten dus van dezelfde gezondheidszorgdekking. Die is volledig gelijk met deze van de dekking van loontrekkenden en dit zonder te moeten bijdragen voor een vrije verzekering bij hun ziekenfonds.
De verzekering voor arbeidsongeschiktheid voorziet, onder bepaalde voorwaarden, een vervangingsinkomen voor de zelfstandige die zijn beroepsactiviteit wegens ziekte of ongeval moet onderbreken:
Als u een vrouwelijke zelfstandige of helpende echtgenoot bent, hebt u recht op 6 tot 8 weken moederschapsverlof (7 tot 9 bij meerlingen). U hebt tijdens deze periode van arbeidsongeschiktheid recht op een moederschapsuitkering.
Sinds 1 januari 2006 kunt u ook een beroep doen op een moederschapshulp door middel van dienstencheques.
Naast het rustpensioen dat een zelfstandige op het eind van zijn beroepsloopbaan ontvangt, bestaat er ook een overlevingspensioen voor de overlevende echtgenoot.
Wanneer u een hoger pensioen wenst te bekomen, kunt u onder bepaalde voorwaarden een verzekeringscontract afsluiten voor een vrij aanvullend pensioen.
Als u een gefailleerde zelfstandige bent, kunt u dankzij deze verzekering:
Voor meer inlichtingen over het sociaal statuut van de zelfstandigen alsook hun rechten en verplichtingen, staat de Algemene Directie Zelfstandigen van de FOD Sociale Zekerheid ter uwer beschikking.
FOD Sociale Zekerheid
Algemene Directie Zelfstandigen
Eurostation II
Victor Hortaplein 40 bus 20
1060 Brussel
Tel.: 02 528 64 50
Fax: 02 528 69 77
E-mail: ZelfIndep@minsoc.fed.be
Website van de FOD Sociale Zekerheid