Corporate governance

Deugdelijk bestuur (in het Engels « corporate governance ») ligt zeer in de lijn van een beweging naar verantwoordelijkheidsgevoel, beter management en betere controle. Essentiële waarden zijn hier transparantie, onafhankelijkheid en verantwoordelijkheid. Met corporate governance wordt een maatschappelijk verantwoord gedrag binnen de ondernemingen beoogd.

Definitie

Het begrip deugdelijk bestuur heeft geen unieke definitie die door iedereen wordt aanvaard. Toch kunnen we deugdelijk bestuur definiëren als het systeem via hetwelk de vennootschappen worden geleid en gecontroleerd. Deugdelijk bestuur betreft dus de werking en de interne controle van een bedrijf, maar ook het verband met de verschillende belanghebbende partijen binnen alle domeinen van de activiteit van de vennootschap.

Volgens de Belgische corporate governance code: “Corporate governance omvat een reeks regels en gedragingen die bepalen hoe vennootschappen worden bestuurd en gecontroleerd. Een goed corporate governance model zal zijn doel bereiken door het juiste evenwicht te vinden tussen leiderschap, ondernemerschap en prestatie enerzijds, alsook controle en conformiteit met deze regels anderzijds. Goede governance moet verankerd zijn in de waarden van de onderneming. Het biedt mechanismen om leiderschap, integriteit en transparantie in het besluitvormingsproces te waarborgen. Het draagt bij tot het vaststellen van de doelstellingen van de vennootschap, hoe deze doelstellingen bereikt moeten worden en hoe prestaties dienen geëvalueerd te worden. Deze doelstellingen moeten het belang van de vennootschap, van haar aandeelhouders en van andere stakeholders voor ogen houden. Corporate governance vereist ook controle, dit is een daadwerkelijke evaluatie van prestaties, alsook een afdoend beheer van potentiële risico's en een toezicht op de naleving door middel van overeengekomen procedures en processen. De nadruk ligt op de monitoring van de doeltreffende werking van de controlesystemen, op het beheer van potentiële belangenconflicten en op de invoering van toereikende controle ter preventie van enig machtsmisbruik”.

Volgens de OESO-definitie gaat het om een systeem, waarbij “de corporate governance-structuur de verdeling van de rechten en verantwoordelijkheden tussen de verscheidene actoren in het bestaan van de onderneming nader omschrijft, zoals de raad van bestuur, de leidinggevenden, de aandeelhouders en de overige ‘stakeholders”.

Verdeling van taken en verantwoordelijkheden

Deugdelijk bestuur verwijst in hoofdzaak naar de verhoudingen tussen aandeelhouders van een onderneming, de raad van bestuur, de directie en de andere (interne en externe) belanghebbende partijen van de onderneming.

Deugdelijk bestuur streeft naar een passende verdeling van de competenties en verantwoordelijkheden voor een goed beheer. Er wordt gestreefd naar efficiëntie, kwaliteit, transparantie en verspreiding van informatie; relaties tussen belanghebbende partijen; een gelijkwaardige behandeling onder aandeelhouders en een versterking in het vertrouwen van de investeerders.

Eén van de belangrijkste aspecten van deugdelijk bestuur is gericht op problemen oplossen in de verdeling van het ondernemingskapitaal tussen de eigenaars en de beheerders die door hen zijn gemandateerd. Dit verwijst naar de agencytheorie: het belangenconflict tussen de verschillende actoren dwingt de opdrachtgever ertoe de uitvoering door de mandataris en de afstemming op de eigen belangen te controleren.

Dit gebeurt door een definitie van de rechten en de verantwoordelijkheden van de raad van bestuur, de andere vennootschappelijke organen en de aandeelhouders. Globaler gezien bepaalt corporate governance de principes van een goed ondernemingsbeleid.

Toch kan deugdelijk bestuur niet tot deze kwestie worden beperkt. Algemener streeft het er ook naar de problemen tussen de verschillende belanghebbende partijen van een onderneming op te lossen. Het streeft ernaar de goede praktijken te identificeren en te verspreiden. Toch bestaat er geen uniek model van een goed deugdelijk bestuur.

Basisprincipes van de OESO

Sinds hun publicatie in 1999 worden de “basisprincipes voor corporate governance van de OESO” internationaal erkend als referentiewaarden voor verantwoord ondernemerschap. Ze vormen een instrument voor het definiëren van normen en goede praktijken, zonder dwingend karakter, en zijn richtingaangevend voor het implementeren van deze normen en praktijken, al naargelang van de specifieke omstandigheden in elk land of elke regio. De Belgische corporate governance code is in ruime mate geïnspireerd op de OESO-principes, wat overigens ook het geval is voor de meeste corporate governance codes binnen de Europese Unie.

De OESO heeft zes basisprincipes van deugdelijk bestuur gepubliceerd:

  • Het stelsel van deugdelijk bestuur zou moeten bijdragen tot de doorzichtigheid en de efficiëntie van de markten, compatibel moeten zijn met de rechtsstaat en duidelijk de verdeling van de competenties tussen de instanties belast met de bewaking, de reglementering en de toepassing van de teksten moeten bepalen.
  • Een stelsel van deugdelijk bestuur moet de rechten van de aandeelhouders beschermen en hun uitoefening vergemakkelijken.
  • Een stelsel van deugdelijk bestuur moet een gelijkwaardige behandeling van alle aandeelhouders verzekeren, met inbegrip van de minderheids- en buitenlandse aandeelhouders. Iedere aandeelhouder moet de mogelijkheid hebben om een effectieve schadeloosstelling te krijgen voor iedere schending van zijn rechten.
  • Een stelsel van deugdelijk bestuur moet de rechten van de verschillende belanghebbende partijen in het bedrijfsleven erkennen zoals ze worden bepaald door het geldende recht of door de onderlinge overeenkomsten, en een actieve samenwerking tussen de vennootschappen en de verschillende belanghebbende partijen bevorderen om rijkdom en arbeidsplaatsen te creëren en het voortbestaan van financieel gezonde ondernemingen te verzekeren.
  • Een stelsel van deugdelijk bestuur moet op het geschikte moment de verspreiding van juiste informatie over alle belangrijke onderwerpen met betrekking tot de onderneming, met name de financiële situatie, de resultaten, het aandeelhouderschap en het bestuur van deze onderneming, garanderen.
  • Een stelsel van deugdelijk bestuur moet het strategische bestuur van de onderneming en de effectieve bewaking van het beheer door de raad van bestuur garanderen, evenals de verantwoordelijkheid en de trouw van het raad van bestuur tegenover de vennootschap en haar aandeelhouders.

Als gevolg van de financiële crisis publiceerde de OESO in februari 2009 het rapport « Corporate Governance and the Financial Crisis: Key Findings and Main MessagesExterne link ». Dit verslag werd opgemaakt door de stuurgroep Bestuur van de onderneming, Directie financiële zaken en ondernemingen. Daarin reikt de stuurgroep conclusies aan, evenals enkele kernboodschappen betreffende de voornaamste tekortkomingen van het deugdelijk bestuur, die sinds de financiële crisis van 2008 werden vastgesteld.

Naar aanleiding van de conclusies uit dit rapport zette de OESO een mechanisme van peer review in gang (collegiale toetsing) om aldus te evalueren wat de sterke en zwakke punten zijn van de verschillende wetgevingen en corporate governance praktijken in de lidstaten van de OESO.

Tot nog toe werden  vier peer reviews georganiseerd:

  • de eerste heeft betrekking op de corporate governance regels toepasselijk op het toezicht van vergoedings- en bonussystemen door de raden van bestuur;
  • de tweede beoogt een beter begrip van de rol van de institutionele beleggers in de corporate governance;
  • de derde betreft de transacties tussen verbonden partijen en de bescherming in het kader van de minderheidsaandeelhouders. België doet actief mee aan deze peer review en onderwerpt zijn juridisch stelsel op dat domein aan een grondig onderzoek;
  • de vierde betreft de mechanismen van toezicht op de corporate governance.

Het OESO-Comité inzake corporate governance gaat de Beginselen van corporate governance van de OESO (hierna de Beginselen) herzien. Het herzieningsproces gaat van start in 2014 en zou binnen een jaar moeten afgerond zijn.  De herziening heeft betrekking op de versie 2004 van de Beginselen: de afspiegeling van de gedeelde visie dat een doeltreffend corporate governance systeem onder meer grote doorzichtigheid vergt, de verplichting om verantwoording af te leggen, toezicht uit hoofde van de raad van bestuur, de naleving van de rechten van de aandeelhouders en de medewerking van de belangrijke stakeholders.

Twee privé-initiatieven in België

In België bestaan twee "corporate governances" codes die wijdverspreid zijn, maar geen juridische waarde hebben: de code Buysse en de Belgische corporate governance code (de code 2009):

  • De code Buysse richt aanbevelingen tot niet-beursgenoteerde ondernemingen. De code vermeldt voornamelijk aanbevelingen over de rol, de werking en de samenstelling van de raad van bestuur; de rol, de benoeming, de beoordeling en de vergoeding van het senior management; de externe controle, de betrokkenheid en de rol van de aandeelhouders. Ook bevat de code specifieke aanbevelingen voor familiebedrijven en basisaanbevelingen voor deugdelijk ondernemen.
  • De Code 2009 is de tweede editie van de Belgische corporate governance code. Die code richt zich tot de vennootschappen naar Belgisch recht waarvan de effecten verhandeld worden op een gereglementeerde markt (« beursgenoteerde vennootschappen »). Gelet op de flexibiliteit ervan zal de Code echter ook dienst kunnen doen als referentiekader voor alle andere vennootschappen.

De 9 principes van de Belgische corporate governance code

De Code omvat drie soorten regels:

  • de negen principes die de pijlers vormen van goede corporate governance, en die door alle vennootschappen, zonder uitzondering, moeten worden toegepast;
  • de bepalingen (die omschrijven hoe de principes moeten worden toegepast), en;
  • de richtlijnen (die een facultatieve aanvulling zijn en als leidraad dienen).

De code vermeldt de aanbevelingen voor een goed beheer voor de aandeelhouders, de bestuurders en de andere belanghebbende partijen en groepeert die in 9 principes:

Principe 1. De vennootschap past een duidelijke governancestructuur toe.

Principe 2. De vennootschap heeft een doeltreffende en efficiënte raad van bestuur die beslissingen neemt in het vennootschapsbelang.

Principe 3. Alle bestuurders geven blijk van integriteit en toewijding.

Principe 4. De vennootschap heeft een rigoureuze en transparante procedure voor de benoeming en de beoordeling van haar raad en zijn leden.

Principe 5. De raad van bestuur richt gespecialiseerde comités op.

Principe 6. De vennootschap werkt een duidelijke structuur uit voor het uitvoerend management.

Principe 7. De vennootschap vergoedt de bestuurders en de leden van het uitvoerend management op een billijke en verantwoorde wijze.

Principe 8. De vennootschap gaat met de aandeelhouders en potentiële aandeelhouders een dialoog aan, gebaseerd op een wederzijds begrip voor elkaars doelstellingen en verwachtingen.

Principe 9. De vennootschap waarborgt een passende openbaarmaking van haar corporate governance.

De Code is gebaseerd op het “pas toe of leg uit “-principe («comply or explain»). Dit principe, ondersteund door de OESO, wordt erkend in Richtlijn 2006/46/EG, waarin bepaald wordt dat de beursgenoteerde vennootschappen een verklaring van corporate governance moeten publiceren. Die verplichting werd opgezet naar Belgisch recht, door de wet van 6 april 2010 tot versterking van het deugdelijk bestuur bij de genoteerde vennootschappen en de autonome overheidsbedrijven en tot wijziging van de regeling inzake het beroepsverbod in de bank- en financiële sector. De Code werd overigens door het koninklijk besluit van 6 juni 2010 houdende aanduiding van de na te leven Code inzake deugdelijk bestuur door genoteerde vennootschappen aangeduid als referentiecode.

Wat bepaalt deze wet van 6 april 2010?

I. De genoteerde vennootschappen moeten in hun jaarverslag een verklaring inzake deugdelijk bestuur opnemen, die volgende informatie bevat :

  • de aanduiding van de code inzake deugdelijk bestuur die de vennootschap toepast, evenals een aanduiding waar de betrokken code openlijk raadpleegbaar is ;
  • een aanduiding van de delen van de code inzake deugdelijk bestuur waarvan zij afwijkt en de onderbouwde redenen daarvoor;
  • een beschrijving van de belangrijkste kenmerken van de interne controle- en risicobeheerssystemen van de vennootschap.

II. Deze vennootschappen moeten eveneens, in de verklaring inzake deugdelijk bestuur, een remuneratieverslag opnemen met volgende informatie :

  • een beschrijving van het remuneratiebeleid van de bestuurders, de leden van het directiecomité, de andere leiders en de personen belast met het dagelijkse bestuur van de vennootschap, en de wijze waarop deze verschillende remuneraties worden bepaald;
  • een verklaring over het remuneratiebeleid (basisprincipes, belang van de verschillende componenten van de vergoeding …);
  • op individuele basis, het bedrag van de remuneratie en andere voordelen die, rechtstreeks of onrechtstreeks, aan de niet-uitvoerende bestuurders werden toegekend;
  • de criteria voor de evaluatie van de prestaties ten opzichte van de doelstellingen, de aanduiding van de evaluatieperiode en de beschrijving van de methoden die worden toegepast om na te gaan of aan deze prestatiecriteria is voldaan. Deze informatie betreft de uitvoerende bestuurders, de leden van het directiecomité, de andere leiders of de personen belast met het dagelijkse bestuur in aanmerking komen voor vergoedingen gebaseerd op de prestaties van de vennootschap;
  • het bedrag van het basissalaris, van de variabele remuneratie, de pensioenregeling en alle overige componenten van de remuneratie;
  • informatie in verband met aandelen, opties of andere rechten om aandelen te verwerven;
  • de bepalingen omtrent vertrekvergoedingen moeten op individuele basis worden verstrekt.

III. De genoteerde vennootschappen moeten een remuneratiecomité oprichten binnen hun raad van bestuur (samengesteld uit niet-uitvoerende leden van de raad van bestuur en een meerderheid van onafhankelijke bestuurders). Dit comité doet voorstellen aan de raad van bestuur over het remuneratiebeleid, over de individuele remuneratie van de bestuurders en het licht het remuneratieverslag toe op de jaarlijkse algemene vergadering van aandeelhouders.

De algemene vergadering van de vennootschap beslist, bij afzonderlijke stemming, over het remuneratieverslag (dat eveneens wordt overgemaakt aan de vertegenwoordigers van het personeel).

IV. Remuneraties

Indien een afwijkende bepaling voorziet in een vertrekvergoeding die hoger is dan 12 maanden loon (of, op gemotiveerd advies van het remuneratiecomité, hoger dan 18 maanden loon), moet die vooraf worden goedgekeurd door de eerstvolgende gewone algemene vergadering. Elk hiermee strijdig beding is van rechtswege nietig.

De uitbetaling van deze variabele remuneratie kan enkel gebeuren indien de criteria over de aangeduide periode werden bereikt. Zoniet wordt met deze variabele vergoedingen geen rekening gehouden bij de berekening van de vertrekvergoeding.

Ten minste een vierde van de variabele remuneratie moet gebaseerd zijn op een periode van minstens twee jaar, en ten minste een ander vierde moet gebaseerd zijn op minstens drie jaar. De andere rechten om aandelen te verwerven kunnen ook pas definitief verworven worden na een periode van ten minste drie jaar na de toekenning ervan.

Behoudens afwijking toegestaan door de algemene vergadering, kunnen de onafhankelijke bestuurders niet genieten van een variabele remuneratie.

Europa

Op het einde van 2012 publiceerde de Commissie een actieplan waarin ze de wetgevende en niet-wetgevende initiatieven uiteenzet die ze wenst te ondernemen om het kader van de corporate governance en het vennootschapsrecht te moderniseren. Dit plan draait rond drie krachtlijnen:

  • Het vergroten van de transparantie van de ondernemingen ten aanzien van investeerders en het publiek, alsook binnen de ondernemingen zelf.
  • Het meer betrekken van de aandeelhouders bij de corporate governance.
  • De groei van de ondernemingen en hun concurrentievermogen bevorderen via een vereenvoudiging van de grensoverschrijdende transacties met Europese ondernemingen. Ze organiseerde overigens een raadpleging over de grensoverschrijdende verplaatsing van maatschappelijke zetels, om aldus meer precieze informatie te verkrijgen over de kosten die nu worden gedragen door ondernemingen die hun zetel verplaatsen naar het buitenland, en om na te gaan of de toevlucht tot een wetgevend instrument op dit gebied een reële meerwaarde zou betekenen voor de Europese vennootschappen.

Op 9 april 2014 heeft de Europese Commissie een voorstel tot herziening van de richtlijn 2007/36/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 11 juli 2007 betreffende de uitoefening van bepaalde rechten van aandeelhouders in beursgenoteerde vennootschappen voorgesteld alsook een aanbeveling van de Commissie over de kwaliteit van de rapportage over corporate governance (“pas toe of leg uit-beginsel”). 

De richtlijn betreffende aandeelhoudersrechten pakt een aantal corporate governance-gebreken aan bij ondernemingen en ondernemingsbesturen, aandeelhouders (institutionele beleggers en activabeheerders), tussenpersonen en volmachtadviseurs (d.w.z. bedrijven die diensten, en met name stemadviezen, aan aandeelhouders aanbieden).

Het doel van de aanbevelingExterne link is de rapportering over corporate governance door beursgenoteerde ondernemingen te verbeteren.  Er werden tekortkomingen vastgesteld aan de kwaliteit van de door de beursgenoteerde ondernemingen opgestelde verslagen over corporate governance binnen de Europese Unie, in het bijzonder aan de verklaring van de afwijkingen van de corporate governancecode.  Deze aanbeveling dient als leidraad voor ondernemingen die corporate governanceverklaringen publiceren om de kwaliteit van de verklaringen te verbeteren onder meer bij afwijking van de aanbevelingen van de corporate governancecodes.

Nuttige Links

Wetgeving

Contact Center

FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie
Contact Center

Vooruitgangstraat 50
1210 Brussel

Open van 9.00 tot 17.00 uur

Meer over het Contact Center

Tel.: +32 800 120 33
Fax: +32 800 120 57

Volg de FOD Economie

FacebookExterne linkTwitterExterne link

Dienst Boekhoudrecht,Audit,Coöperatieven,Corp Gov./CorpGov.

FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie
Algemene Directie Economische Reglementering
Dienst Boekhoudrecht, Audit, Coöperatieven, Corporate Governance

City Atrium C
Vooruitgangstraat 50
1210 Brussel

Tel.: 02 277 95 26
Fax: 02 277 52 56
E-mail : AUC@economie.fgov.be