FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie
Contact Center
Vooruitgangstraat 50
1210 Brussel
Tel. (gratis nr.): 0800 120 33
Fax (gratis nr.): 0800 120 57
E-mail: info.eco@economie.fgov.be
FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie
Algemene Directie Regulering en Organisatie van de Markt
Dienst Boekhoudrecht, Audit, Coöperatieven, Corporate Governance
North Gate III
Koning Albert II-laan 16
1000 Brussel
Tel.: 02 277 95 26
Fax: 02 277 52 56
E-mail : AUC@economie.fgov.be
Deugdelijk bestuur (in het Engels « corporate governance ») ligt zeer in de lijn van een beweging naar verantwoordelijkheidsgevoel, beter management en betere controle. Essentiële waarden zijn hier transparantie, onafhankelijkheid en verantwoordelijkheid. Met corporate governance wordt een maatschappelijk verantwoord gedrag binnen de ondernemingen beoogd.
Het begrip deugdelijk bestuur heeft geen unieke definitie die door iedereen wordt aanvaard. Toch kunnen we deugdelijk bestuur definiëren als het systeem via hetwelk de vennootschappen worden geleid en gecontroleerd. Deugdelijk bestuur betreft dus de werking en de interne controle van een bedrijf, maar ook het verband met de verschillende belanghebbende partijen binnen alle domeinen van de activiteit van de vennootschap.
Volgens de Belgische corporate governance code: “Corporate governance omvat een reeks regels en gedragingen die bepalen hoe vennootschappen worden bestuurd en gecontroleerd. Een goed corporate governance model zal zijn doel bereiken door het juiste evenwicht te vinden tussen leiderschap, ondernemerschap en prestatie enerzijds, alsook controle en conformiteit met deze regels anderzijds. Goede governance moet verankerd zijn in de waarden van de onderneming. Het biedt mechanismen om leiderschap, integriteit en transparantie in het besluitvormingsproces te waarborgen. Het draagt bij tot het vaststellen van de doelstellingen van de vennootschap, hoe deze doelstellingen bereikt moeten worden en hoe prestaties dienen geëvalueerd te worden. Deze doelstellingen moeten het belang van de vennootschap, van haar aandeelhouders en van andere stakeholders voor ogen houden. Corporate governance vereist ook controle, dit is een daadwerkelijke evaluatie van prestaties, alsook een afdoend beheer van potentiële risico's en een toezicht op de naleving door middel van overeengekomen procedures en processen. De nadruk ligt op de monitoring van de doeltreffende werking van de controlesystemen, op het beheer van potentiële belangenconflicten en op de invoering van toereikende controle ter preventie van enig machtsmisbruik”.
Volgens de OESO-definitie gaat het om een systeem, waarbij “de corporate governance-structuur de verdeling van de rechten en verantwoordelijkheden tussen de verscheidene actoren in het bestaan van de onderneming nader omschrijft, zoals de raad van bestuur, de leidinggevenden, de aandeelhouders en de overige ‘stakeholders”.
Deugdelijk bestuur verwijst in hoofdzaak naar de verhoudingen tussen aandeelhouders van een onderneming, de raad van bestuur, de directie en de andere (interne en externe) belanghebbende partijen van de onderneming.
Deugdelijk bestuur streeft naar een passende verdeling van de competenties en verantwoordelijkheden voor een goed beheer. Er wordt gestreefd naar efficiëntie, kwaliteit, transparantie en verspreiding van informatie; relaties tussen belanghebbende partijen; een gelijkwaardige behandeling onder aandeelhouders en een versterking in het vertrouwen van de investeerders.
Eén van de belangrijkste aspecten van deugdelijk bestuur is gericht op problemen oplossen in de verdeling van het ondernemingskapitaal tussen de eigenaars en de beheerders die door hen zijn gemandateerd. Dit verwijst naar de agencytheorie: het belangenconflict tussen de verschillende actoren dwingt de opdrachtgever ertoe de uitvoering door de mandataris en de afstemming op de eigen belangen te controleren.
Dit gebeurt door een definitie van de rechten en de verantwoordelijkheden van de raad van bestuur, de andere vennootschappelijke organen en de aandeelhouders. Globaler gezien bepaalt corporate governance de principes van een goed ondernemingsbeleid.
Toch kan deugdelijk bestuur niet tot deze kwestie worden beperkt. Algemener streeft het er ook naar de problemen tussen de verschillende belanghebbende partijen van een onderneming op te lossen. Het streeft ernaar de goede praktijken te identificeren en te verspreiden. Toch bestaat er geen uniek model van een goed deugdelijk bestuur.
Sinds hun publicatie in 1999 worden de “basisprincipes voor corporate governance van de OESO” internationaal erkend als referentiewaarden voor verantwoord ondernemerschap. Ze vormen een instrument voor het definiëren van normen en goede praktijken, zonder dwingend karakter, en zijn richtingaangevend voor het implementeren van deze normen en praktijken, al naargelang van de specifieke omstandigheden in elk land of elke regio. De Belgische corporate governance code is in ruime mate geïnspireerd op de OESO-principes, wat overigens ook het geval is voor de meeste corporate governance codes binnen de Europese Unie.
De OESO heeft zes basisprincipes van deugdelijk bestuur gepubliceerd:
Als gevolg van de financiële crisis publiceerde de OESO in februari 2009 het rapport « Corporate Governance and the Financial Crisis: Key Findings and Main Messages». Dit verslag werd opgemaakt door de stuurgroep Bestuur van de onderneming, Directie financiële zaken en ondernemingen. Daarin reikt de stuurgroep conclusies aan, evenals enkele kernboodschappen betreffende de voornaamste tekortkomingen van het deugdelijk bestuur, die sinds de financiële crisis van 2008 werden vastgesteld.
Naar aanleiding van de conclusies uit dit rapport zette de OESO binnen de stuurgroep Bestuur van een onderneming een mechanisme van peer review in gang (collegiale toetsing) om aldus te evalueren wat de sterke en zwakke punten zijn van de verschillende wetgevingen en corporate governance praktijken in de lidstaten van de OESO.
Tot nog toe werden drie peer reviews georganiseerd:
In België bestaan twee "corporate governances" codes die wijdverspreid zijn, maar geen juridische waarde hebben: de code Buysse en de Belgische corporate governance code (de code 2009):
De Code omvat drie soorten regels:
De code vermeldt de aanbevelingen voor een goed beheer voor de aandeelhouders, de bestuurders en de andere belanghebbende partijen en groepeert die in 9 principes:
Principe 1. De vennootschap past een duidelijke governancestructuur toe.
Principe 2. De vennootschap heeft een doeltreffende en efficiënte raad van bestuur die beslissingen neemt in het vennootschapsbelang.
Principe 3. Alle bestuurders geven blijk van integriteit en toewijding.
Principe 4. De vennootschap heeft een rigoureuze en transparante procedure voor de benoeming en de beoordeling van haar raad en zijn leden.
Principe 5. De raad van bestuur richt gespecialiseerde comités op.
Principe 6. De vennootschap werkt een duidelijke structuur uit voor het uitvoerend management.
Principe 7. De vennootschap vergoedt de bestuurders en de leden van het uitvoerend management op een billijke en verantwoorde wijze.
Principe 8. De vennootschap gaat met de aandeelhouders en potentiële aandeelhouders een dialoog aan, gebaseerd op een wederzijds begrip voor elkaars doelstellingen en verwachtingen.
Principe 9. De vennootschap waarborgt een passende openbaarmaking van haar corporate governance.
De Code is gebaseerd op het “pas toe of leg uit “-principe («comply or explain»). Dit principe, ondersteund door de OESO, wordt erkend in Richtlijn 2006/46/EG, waarin bepaald wordt dat de beursgenoteerde vennootschappen een verklaring van corporate governance moeten publiceren. Die verplichting werd opgezet naar Belgisch recht, door de wet van 6 april 2010 tot versterking van het deugdelijk bestuur bij de genoteerde vennootschappen en de autonome overheidsbedrijven en tot wijziging van de regeling inzake het beroepsverbod in de bank- en financiële sector. De Code werd overigens door het koninklijk besluit van 6 juni 2010 houdende aanduiding van de na te leven Code inzake deugdelijk bestuur door genoteerde vennootschappen aangeduid als referentiecode.
I. De genoteerde vennootschappen moeten in hun jaarverslag een verklaring inzake deugdelijk bestuur opnemen, die volgende informatie bevat :
II. Deze vennootschappen moeten eveneens, in de verklaring inzake deugdelijk bestuur, een remuneratieverslag opnemen met volgende informatie :
III. De genoteerde vennootschappen moeten een remuneratiecomité oprichten binnen hun raad van bestuur (samengesteld uit niet-uitvoerende leden van de raad van bestuur en een meerderheid van onafhankelijke bestuurders). Dit comité doet voorstellen aan de raad van bestuur over het remuneratiebeleid, over de individuele remuneratie van de bestuurders en het licht het remuneratieverslag toe op de jaarlijkse algemene vergadering van aandeelhouders.
De algemene vergadering van de vennootschap beslist, bij afzonderlijke stemming, over het remuneratieverslag (dat eveneens wordt overgemaakt aan de vertegenwoordigers van het personeel).
IV. Remuneraties
Indien een afwijkende bepaling voorziet in een vertrekvergoeding die hoger is dan 12 maanden loon (of, op gemotiveerd advies van het remuneratiecomité, hoger dan 18 maanden loon), moet die vooraf worden goedgekeurd door de eerstvolgende gewone algemene vergadering. Elk hiermee strijdig beding is van rechtswege nietig.
De uitbetaling van deze variabele remuneratie kan enkel gebeuren indien de criteria over de aangeduide periode werden bereikt. Zoniet wordt met deze variabele vergoedingen geen rekening gehouden bij de berekening van de vertrekvergoeding.
Ten minste een vierde van de variabele remuneratie moet gebaseerd zijn op een periode van minstens twee jaar, en ten minste een ander vierde moet gebaseerd zijn op minstens drie jaar. De andere rechten om aandelen te verwerven kunnen ook pas definitief verworven worden na een periode van ten minste drie jaar na de toekenning ervan.
Behoudens afwijking toegestaan door de algemene vergadering, kunnen de onafhankelijke bestuurders niet genieten van een variabele remuneratie.
Eén van de lessen van de financiële crisis is dat de corporate governance, die tot nog toe vooral op zelfdiscipline was gebaseerd, niet zo doeltreffend is gebleken als men had mogen verwachten. De Europese Commissie publiceerde bijgevolg een "Groenboek" (bestaat niet in het Nederlands) alleen voor het lanceren van een publieke consultatie tot 22 juli 2011 met de mogelijkheden om het kader van de corporate governance van Europese ondernemingen te verbeteren. Het groenboek van de Commissie beoogt een evaluatie van de efficiëntie van het huidige EU-kader inzake corporate governance in het licht van de economische en financiële crisis.
Na die raadpleging zal de Commissie nauwgezet alle antwoorden onderzoeken en er een synthese van publiceren in de herfst. Op basis daarvan zal worden beslist of wetgevende initiatieven noodzakelijk zijn. Wetgevende voorstellen zullen alleszins pas worden ingediend na een grondige effectenstudie.