Skip navigation

Contact Center

FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie
Contact Center

Vooruitgangstraat 50
1210 Brussel

Tel. (gratis nr.): 0800 120 33
Fax (gratis nr.): 0800 120 57
E-mail: info.eco@economie.fgov.be

Dienst Kernenergie

FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie
Algemene Directie Energie
Dienst Kernenergie

North Gate III
Koning Albert II-laan 16
1000 Brussel

Tel. 02 277 89 81 of 02 277 71 93
E-mail: nuclear@economie.fgov.be

Non-proliferatie

De aanwending van kernenergie leidt tot twee grote vraagstukken die eenieder aanbelangen:

  • hoe kan vermeden worden dat kernenergie wordt gebruikt voor het aanmaken van massavernietigingswapens, én
  • hoe kan kernenergie gebruikt worden op een verantwoorde en veilige manier voor vreedzame doeleinden.

De Amerikaanse politiek die gevoerd werd na de Tweede Wereldoorlog is samengevat in de nota van president Eisenhower “Atoms for Peace”: het aanmoedigen van het vreedzaam gebruik van kernenergie in een kader van controle en verificatie (safeguards).

In 1956 werden in deze opvatting twee organisaties in het leven geroepen die zowel het vreedzaam gebruik van kernenergie moesten aanmoedigen, als de controle hierop moesten uitvoeren:

  • de Internationale Organisatie voor Atoomenergie (IAEA)
  • de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (Euratom) voor de Europese lidstaten.

Op 1 juli 1968 werd het non-proliferatieverdrag opengesteld voor ondertekening. Dat verdrag houdt de erkenning in van slechts vijf kernwapenstaten (de Verenigde Staten, Rusland, China, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk) en verbiedt de ontwikkeling en de vervaardiging van kernwapens door niet-kernwapenstaten. Iedere niet-kernwapenstaat dient al de nucleaire materialen op zijn grondgebied aan de vereiste controles van IAEA te onderwerpen via de ondertekening van een samenwerkingsakkoord met IAEA. Met het aanvullend protocol (tot nu toe vrijwillig) wordt de controle uitgebreid met alle nucleaire activiteiten van een niet-kernwapenstaat.

Veiligheidscontrole

Veiligheidscontrole is de Nederlandse vertaling van “safeguards”. Het gaat om alle internationaal vastgelegde controlemiddelen die IAEA tot zijn beschikking heeft om het vreedzaam gebruik van kernenergie in een bepaald land te controleren. Dat kunnen zijn: regelmatige inspecties in nucleaire installaties, het opleggen van een nucleaire boekhouding, de verificatie van de hoeveelheden nucleaire materialen in een bepaald land, het inzamelen van informatie of het gebruik van externe bronnen, zoals satellietbeelden of informatie van derde landen. Nucleaire veiligheidscontrole mag niet verward worden met nucleaire veiligheid (maatregelen die een nucleair exploitant moet nemen om de werknemers, bevolking en leefmilieu te beschermen tegen radioactieve stralingen) of nucleaire beveiliging (maatregelen die een nucleair exploitant of vervoerder moet nemen om zich te beschermen tegen nucleair terrorisme).

Het non-proliferatieverdrag

Het verdrag op de niet-verspreiding van kernwapens (het “non-proliferatieverdrag”) werd van kracht op 5 maart 1970. De meeste landen ondertekenden het verdrag. Enkel drie landen met significante hoeveelheden aan nucleaire materialen zijn geen lid, namelijk India, Pakistan en Israël.

Het non-proliferatieverdrag houdt tal van rechten en verplichtingen voor de partijen in:

  1. Niet-kernwapenstaten verbinden zich ertoe geen kernwapens te ontwikkelen of te vervaardigen.
  2. Kernwapenstaten verbinden zich ertoe geen kernwapens over te dragen aan niet-kernwapenstaten en niet samen te werken met niet-kernwapenstaten om kernwapens te ontwikkelen of te vervaardigen.
  3. Niet-kernwapenstaten verbinden zich ertoe de vereiste veiligheidscontroles van de IAEA op hun grondgebied toe te laten door middel van een akkoord met de IAEA (Artikel III, lid 1). Tot nu toe hoort dat een veralgemeende veiligheidscontroleovereenkomst te zijn, waarbij alle nucleaire materialen op het grondgebied van de betrokken niet-kernwapenstaat aan de IAEA-veiligheidscontrole onderworpen is. Verschillende partijen hebben bovenop een veralgemeende veiligheidscontroleovereenkomst een aanvullend protocol met de IAEA getekend, waarbij alle nucleaire activiteiten van de betrokken niet-kernwapenstaat met betrekking tot de nucleaire brandstofcyclus aan de veiligheidscontrole van IAEA zijn onderworpen. Er geldt een specifieke regeling voor de lidstaten van de Europese Unie. De niet-kernwapenstaten van de Europese Unie hebben namelijk een gemeenschappelijke veiligheidscontroleovereenkomst afgesloten met Euratom en IAEA, aangevuld met een aanvullend protocol. Voor Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk als kernwapenstaten geldt een vrijwillige regeling, in overeenstemming met Euratom.
  4. Niet-kernwapenstaten en kernwapenstaten verbinden zich samen te werken op het gebied van kernenergie door de overdracht van nucleaire materialen en nucleaire uitrusting en door de uitwisseling van technologie en wetenschappelijke gegevens. De overdracht van nucleaire materialen en nucleaire uitrusting kan slechts gebeuren als het vreedzaam gebruik van kernenergie gewaarborgd is via de toepassing van de vereiste veiligheidscontroles (van de IAEA). Deze verplichtingen inzake nucleaire exportcontrole werden verder verfijnd en aangevuld in fora zoals het Zangger Committee en de Nuclear Suppliers Group (artikel IV en artikel III, lid 2).
  5. Kernwapenstaten verbinden zich ertoe om te streven naar een complete ontwapening van kernwapens en effectieve maatregelen te nemen om de kernwapenwedloop te doen stoppen (artikel VI).
  6. Alle partijen hebben het recht op vreedzaam gebruik van kernenergie (artikel IV lid 1).

Nucleaire verificatie en veiligheidscontrole in België

Om de Internationale Organisatie voor Atoomenergie toe te laten conclusies te trekken over de afwezigheid van onttrekking van nucleair materiaal en de afwezigheid van clandestiene nucleaire activiteiten op Belgisch grondgebied heeft België, tezamen met andere Europese niet-kernwapenstaten, akkoorden met de IAEA en Euratom afgesloten, ter uitvoering van Artikel III, leden 1 en 4, van het verdrag van 1 juli 1968 inzake de niet-verspreiding van kernwapens (het non-proliferatieverdrag). De strikte toepassing van deze akkoorden garandeert dat kernenergie in België enkel voor vreedzaam gebruik dient en niet voor de ontwikkeling of vervaardiging van kernwapens.

Europese regelgeving en de wet van 20 juli 1978 houdende geëigende beschikkingen ten einde de Internationale organisatie voor Atoomenergie toe te laten inspectie- en verificatiewerkzaamheden door te voeren op Belgisch grondgebied, ter uitvoering van de Internationale overeenkomst van 5 april 1973 ter uitvoering van Artikel III, leden 1 en 4, van het Verdrag van 1 juli 1968 inzake de niet-verspreiding van kernwapens, leggen de nationale toepassing van de veralgemeende veiligheidscontrole op Belgisch grondgebied vast. Installaties die houder zijn van een bepaalde hoeveelheid nucleair materiaal, zijn onder meer gehouden tot een nucleaire boekhouding. Nucleaire inspecteurs van het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle (FANC) begeleiden de verificatie- en inspectiewerkzaamheden van Euratom en IAEA.

De Europese regelgeving en de wet van 1 juni 2005 betreffende de toepassing van het Aanvullend Protocol van 22 september 1998 bij de Internationale overeenkomst van 5 april 1973 ter uitvoering van Artikel III, leden 1 en 4, van het Verdrag van 1 juli 1968 inzake de niet-verspreiding van kernwapens (toepassingswet Aanvullend protocol) leggen bijkomende verplichtingen aan België op.

De Algemene Directie Energie houdt toezicht op de nucleaire activiteiten op Belgisch grondgebied en is daarom belast met de informatieverstrekking aan de IAEA voor volgende nucleaire activiteiten:

  • staatsgebonden en civiel nucleair onderzoek en ontwikkeling;
  • de productie van bepaalde nucleaire uitrusting die gebruikt zal worden voor de civiele nucleaire brandstofcyclus;
  • de nucleaire uitvoer en de intracommunautaire overdrachten naar een lidstaat van de EU;
  • de nucleaire invoer;
  • de geplande activiteiten van de nucleaire brandstofcyclus gedurende de volgende tien jaar;
  • nucleair onderzoek en ontwikkeling binnen de privésector met betrekking tot verrijking van nucleaire materialen, verwerking van radioactief afval of opwerking van nucleaire splijtstoffen.

Behalve voor de nucleaire uitvoer en de intracommunautaire overdrachten neemt de Algemene Directie Energie spontaan contact met de betrokken natuurlijke en rechtspersonen op.

Voor nucleaire uitvoer en de intracommunautaire overdrachten volstaat het de Algemene Directie Energie een uitgebreid exportdossier toe te zenden, voorafgaand aan de effectieve uitvoer, met de stukken die de volgende gegevens bevatten een omschrijving van de goederen, de hoeveelheid, de plaats waar de goederen gelegen zijn, de plaats van eindgebruik en de (vermoede) exportdatum. De volledige informatie (met inbegrip van de exacte exportdatum) moet bij de Algemene Directie Energie toekomen binnen de dertig dagen volgend op het trimester waarin de uitvoer effectief heeft plaatsgevonden. Deze plicht is onlosmakelijk verbonden met de verplichtingen inzake de nucleaire uitvoer.

Beveiliging tegen nucleair terrorisme

Het non-proliferatieregime is bedoeld om te vermijden dat kernenergie door regeringen wordt misbruikt voor kernwapens (proliferatierisico). Een geheel van verbintenissen en verplichtingen voor regeringen zorgt ervoor dat het vreedzaam gebruik van kernenergie door een staat kan worden gewaarborgd.

Daarnaast moeten de nucleaire materialen ook gevrijwaard worden van onttrekking of ontvreemding door privépersonen of privéorganisaties (nucleair terrorisme). De regelgeving omtrent de beveiliging van nucleaire installaties en de beveiliging van nucleair vervoer is een bevoegdheid van het FANC.

Nuttige Links

Wetgeving