FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie
Contact Center
Vooruitgangstraat 50
1210 Brussel
Tel. (gratis nr.): 0800 120 33
Fax (gratis nr.): 0800 120 57
E-mail: info.eco@economie.fgov.be
FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie
Algemene Directie Energie
Dienst Bevoorradingszekerheid en Analyse van de Markt
North Gate III
Koning Albert II-laan 16
1000 Bruxelles
Tel: 02 277 83 64 of 02 277 63 38
Onder vloeibare petroleumgassen verstaan we hier butaan en propaan.
Sinds 1 maart 2000 is in België het koninklijk besluit van 7 december 1999 van kracht betreffende het vullen; de distributie en de etikettering van flessen met vloeibaar gemaakt petroleumgas. Dit besluit regelt op nationaal vlak het toekennen van de vul- en distributievergunningen aan bedrijven alsook de voorwaarden waaraan flessen met vloeibaar petroleumgas moeten voldoen alvorens ze op de markt gebracht mogen worden.
De consument vindt hieronder de verschillende aandachtpunten waarop hij kan letten alvorens zich een butaan- of propaanfles aan te schaffen. Ook vindt hij hier informatie over wat petroleumgassen zijn en hun kenmerken. De handel in butaan- en propaanflessen wordt namelijk vaak als ‘gevaarlijk’ of ‘risicovol’ beschouwd (bijv. bij melding van een ongeval met een gasfles). Maar net als met andere producten dient ook de gebruiker van petroleumgas zorgvuldig om te gaan met dit product. Ongevallen zijn dikwijls het gevolg van ondeskundigheid of onwetenheidheid. Ten slotte kan men ook de lijst van erkende distributiebedrijven vinden. Deze lijst wordt regelmatig bijgewerkt.
De bestaande vul- of distributiebedrijven kunnen hier terecht voor meer informatie over hoe men een vergunningsaanvraag dient op te stellen, aan welke voorwaarden men dient te voldoen teneinde de vereiste vergunning te bekomen en welke wetgeving van kracht is. De distributiebedrijven kunnen hier ook de lijst van erkende vulbedrijven consulteren.
Commercieel butaan en commercieel propaan zijn vloeibare petroleumgassen die vroeger uitsluitend gewonnen werden uit ruwe aardolie bij raffinage door distillering en door cracking. Vandaag worden petroleumgassen ook uit aardgas gewonnen. Het autogas “LPG” is een mengeling van propaan (minstens 50 % in de zomer tot 90 % in de winter) en butaan.
Petroleumgassen dienen vloeibaar gemaakt te worden om hun transport en verdeling te vergemakkelijken.
Butaan: C4H10 (4 delen koolstof voor 10 delen waterstof)
Propaan: C3H8 (Norm NBN T 52-853).
Dichtheid van de vloeistof in verhouding met water:
Dichtheid water = 1 kg/l bij 15°C;
Dichtheid propaan = 0.510 kg/l bij 15°C;
Dichtheid butaan = 0.587 kg/l bij 15°C.
Dichtheid van het gas in verhouding tot lucht:
Dichtheid lucht = 1 g/l bij 15°C:
Dichtheid propaan = +/- 2 g/l bij 15°C;
Dichtheid butaan = +/- 2,1 g/l bij 15°C.
Petroleumgassen zijn zwaarder dan lucht. Om deze reden mag een gasfles NOOIT geplaatst worden in een kelder, op een keldertrap of op een keldergat! (zie ook veiligheidstips)
Om de aanwezigheid van vloeibare petroleumgassen in een ruimte te kunnen waarnemen, heeft men geuradditieven toegevoegd aan de gassen. Deze geur is specifiek en onaangenaam.
Propaan kookt bij –42 °C.
Butaan kookt bij –0,5 °C.
Dit betekent dat het vloeibare butaan in de fles in gas overgaat van zodra de temperatuur boven de -0,5 °C komt. Propaan wordt gasvormig vanaf -42 °C.
LPG’s zelf zijn NIET giftig en er is GEEN gevaar voor vergiftiging bij inademing (er moet natuurlijk wel voldoende lucht aanwezig zijn).
LPG’s in vloeibare toestand kunnen brandwonden veroorzaken, te wijten aan de vlugge verdamping van het product in contact met de huid (zeer koud).
LPG’s ontvlammen spontaan bij een mengeling met lucht of zuurstof in een zeker percentage.
Temperaturen van zelfontvlambaarheid in de lucht zijn: 495 °C voor propaan en 480 °C voor butaan.
De grenzen van ontvlambaarheid zijn 2 à 10 % gas met resp. 98 à 90 % lucht.
LPG’s beschadigen noch de recipiënten waarin ze zijn opgeslagen, noch de ontspanner, noch de leidingen. Zelfs niet na langdurig gebruik. Ze zijn perfect rein en branden zonder de minste afvalstoffen, vervuilen noch de leidingen, noch de branders van de verbruikstoestellen.
De druk binnen een gesloten recipiënt wordt enkel bepaald door de temperatuur van de vloeistof en niet door het volume.
Bij 15 °C is de druk in een butaanfles 1,7 bar (vgl. autoband), in een propaanfles 6,5 bar (vgl. vrachtwagenband).
Bij 0 °C is de werkelijke butaandruk heel zwak en bij –5 °C debiteert een butaanfles niet meer.
Bij –10 °C is de propaandruk 2,5 bar wat propaan toelaat te verdampen bij zeer lage temperaturen.
Algemeen kan men stellen dat de flessen die buiten moeten staan propaan bevatten en geen butaan. Een fles butaan moet gebruikt worden op een plaats waar de temperatuur hoger is dan +5 °C.
Een fles kan LEEG lijken waar ze dat in werkelijkheid niet is.
ZORG ER DUS STEEDS VOOR DAT U DE KRAAN DICHTDRAAIT VAN ALLE FLESSEN. OOKAL SCHIJNEN DE FLESSEN LEEG!
in geval van lekkage ONMIDDELLIJK de kraan dichtdraaien.