Skip navigation

Contact Center

FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie
Contact Center

Vooruitgangstraat 50
1210 Brussel

Tel. (gratis nr.): 0800 120 33
Fax (gratis nr.): 0800 120 57

Stel je vraag via het online webformulier

Algemene directie Energie

FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie
Algemene Directie Energie
Afdeling Aardolie

North Gate III
Koning Albert II-laan 16
1000 Brussel

Tel.: 02 277 63 38
Fax: 02 277 52 07

APETRA

APETRA staat voor Agence de Pétrole-Petroleum Agentschap en is een nv van publiek recht met sociaal oogmerk die belast is met het beheer van de strategische petroleumvoorraden die niet door de grote operatoren worden aangehouden.

Inleiding

Het Internationaal Energie Agentschap (IEA) en de Europese Commissie verplichten de lidstaten om ten minste 90 dagen reserves aan te leggen van aardolie en aardolieproducten.

De Europese Richtlijn 98/93/EG van de Raad van 14 december 1998 legt aan de lidstaten op "om permanent een niveau voor de voorraden aardolieproducten te handhaven gelijk aan ten minste 90 dagen gemiddeld binnenlands verbruik per dag in het voorafgaande kalenderjaar" van elk van drie categorieën aardolieproducten.

Deze drie categorieën aardolieproducten zijn:

  • autobenzines en brandstoffen voor vliegtuigen (vliegtuigbenzines, brandstoffen voor straalvliegtuigen van het benzinetype),
  • gasoliën, dieseloliën, lamppetroleum en brandstoffen voor straalvliegtuigen van het kerosinetype,
  • stookoliën.

Hoewel de Europese wetgeving specifieke regels vastlegt voor de voorraad die de lidstaten moeten aanhouden, zegt de richtlijn niet op welke wijze een lidstaat dit alles dient te organiseren. Ze stelt enkel dat "de lidstaten alle passende wettelijke en bestuursrechtelijke maatregelen moeten nemen om" een minimumvoorraad aan te houden. Gebruikmakend van deze vrijheid hebben alle EU-lidstaten een eigen systeem uitgewerkt voor het aanhouden van de reserves.

Er bestaan drie systemen:

  • het gedecentraliseerde systeem, waarbij een lidstaat zijn plicht om een verplichte voorraad aan te houden doordelegeert aan de aardolie-industrie;
  • het gecentraliseerde systeem, waarbij een lidstaat een instantie opricht die in haar plaats verantwoordelijk is voor de minimumvoorraad en die deze plicht invult door de aankoop van eigen voorraden en/of de reservering van hoeveelheden werkvoorraad bij de aardoliemaatschappijen;
  • het gemengde systeem, waarbij de minimumvoorraad van de lidstaat deels wordt beheerd door de olie-industrie en deels door een beheersorgaan.

Vele EU- en IEA-lidstaten beschikken over een instantie die de minimumreserves beheert. Dit beheer kan bestaan uit stocks in eigendom van deze instantie, stocks die door de aardoliemaatschappijen ter beschikking worden gesteld van deze instantie (de "tickets", "delegationen" of "mises à disposition") of een combinatie van beide.

In Nederland heet het beheersorgaan Stichting COVA, in Duitsland het Erdölbevorratungsverband (EBV) en in Frankrijk la SAGESS/CPSPP. Andere namen van beheersorganen: NORA (Ierland), CARBURA (Zwitserland), CORES (Spanje) , enz. Klik hier voor meer informatie over de beheersorganen in het buitenland.

Belgische wet op de verplichte voorraden van 26 januari 2006 en APETRA

Het nieuwe voorraadsysteem

De wet van 26 januari 2006 bepaalt de wijze waarop de voorraden waarover België in het kader van de internationale regelgeving (International Energy Program van het IEA en de Europese Richtlijn 68/414/EG) moet beschikken, wordt aangehouden en beheerd.

De verplichte voorraad van België bedraagt voor de Europese Commissie 25 % van de binnenlandse consumptie in het voorgaande jaar voor 3 categorieën van aardolieproducten, met name:

  • Cat. 1: benzines
  • Cat. 2: gasolieverwarming, gasoliediesel, lamppetroleum en kerosine voor vliegtuigen
  • Cat. 3: zware oliën

Voor het IEA wordt de nationale verplichting berekend op 90 dagen van de netto-import van aardolieproducten rekening houdend met een aftrek van 10 % voor de niet-beschikbare tankbodems. Voor netto-olie-invoerende landen als België is de IEA-verplichting steeds hoger dan de EU-verplichting.

De Belgische verplichte voorraden zullen deels door de grotere aardoliemaatschappijen en deels door het agentschap APETRA aangehouden worden. APETRA beheert de nationale verplichting minus de werkvoorraden van de grotere operatoren.

Om redenen van bevoorradingszekerheid zijn de werkvoorraden van de grotere operatoren afgewerkte aardolieproducten of mengcomponenten die zich op Belgisch grondgebied bevinden.

APETRA doet voor de stocks die zij onder haar hoede heeft:

  • deels een beroep op werkvoorraden van de olie-industrie door middel van tenders met de benodigde garanties inzake kwaliteit en beschikbaarheid van het product en
  • deels een beroep op ruwe aardolie en aardolieproducten die zij via leningen met banken in eigendom verkrijgt.

Krachtens de wetgeving doet APETRA

  • voor categorie 1, zijnde de benzines, louter een beroep op werkvoorraden via tenders
  • voor categorie 3, de zware oliën, eveneens enkel een beroep op werkvoorraden via tenders
  • voor categorie 2, de middeldistillaten, deels beroep op werkvoorraden en deels op aardolie en aardolieproducten in eigendom.

De wetgeving legt hiervoor aan APETRA op om na zijn 5 eerste werkingsjaren maximum 50 dagen stocks van categorie 2 in eigendom te hebben.

APETRA kan volgens de wet zijn voorraadplicht invullen met:

  • afgewerkt product
  • halfafgewerkt product of
  • ruwe aardolie volgens raffinagecoëfficiënten die zij overeenkomt met de algemene directie Energie.

APETRA kan ook een deel van de voorraden in het buitenland herbergen, zij het via werkvoorraden van buitenlandse generatoren (voor maximum 30 % van haar voorraadplicht), zij het in ruwe aardolie in eigendom, die ze in het buitenland ondergronds stockeert (in de zogenaamde "kavernes").

Ondernemingen die verplichte voorraden opslaan, als voorraadplichtige of voor rekening van een voorraadplichtige, moeten hiervoor op maandbasis aan de overheid rapporteren via een ministerieel bepaald formulier.

Op het niet-naleven van de wet inzake de verplichte voorraden staan ernstige sancties (zie wet), waaronder de intrekking van het accijnsnummer.

APETRA

APETRA is opgericht bij wet als een naamloze vennootschap van publiek recht met sociaal oogmerk, waarbij haar sociaal oogmerk erin bestaat de verplichte voorraden, die dienen ter vrijwaring van de bevoorrading van de Belgische eindgebruikers, te beheren.

APETRA kan, om dit oogmerk na te streven, alle nodige taken stellen, waaronder zeer specifiek:

  • het afsluiten van tenderovereenkomsten met Belgische en buitenlandse ondernemingen voor ter beschikking gesteld product;
  • het aankopen en verkopen van ruwe aardolie en -producten;
  • het tenderen op en het huren en bouwen van opslagcapaciteit.

De statuten van APETRA zijn vastgelegd bij koninklijk besluit na goedkeuring door de ministerraad van 31 maart 2006. Ditzelfde geldt voor de beheersovereenkomst tussen APETRA en de minister van Energie.

APETRA wordt bestuurd door een raad van bestuur die bestaat uit

  • een voorzitter, aangeduid door de minister van Economie en Energie;
  • drie sectorvertegenwoordigers, met name
    • één afgevaardigde van de Belgische Petroleum Federatie;
    • één afgevaardigde van de Belgische Petroleum Unie;
    • één afgevaardigde van BATO, de Belgische vereniging van Tankparkeigenaars.
  • drie overheidsvertegenwoordigers, met name
    • één afgevaardigde van de algemene directie Energie van de FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie;
    • één afgevaardigde van de FOD Financiën en
    • één afgevaardigde van de FOD Binnenlandse Zaken.
  • één regeringscommissaris

De overheidsvertegenwoordigers worden bijgestaan door een onafhankelijk expert met adviserende stem in de raad van bestuur.

De dagdagelijkse werkzaamheden van APETRA worden uitgevoerd door het directiecomité.

Klik hier voor meer informatie over APETRA.

Registratie van “in aanmerking komende depots”

In het kader van de nieuwe wetgeving op de verplichte voorraad aardolie en aardolieproducten, moeten depots die in aanmerking wensen te komen om de voorraden van APETRA, i.e. de voorraden in eigendom van APETRA én de voorraden die APETRA ter beschikking gesteld krijgt van andere oliemaatschappijen, onder te brengen, voldoen aan bepaalde voorwaarden. Deze voorwaarden worden bepaald door het koninklijk besluit tot bepaling van de depotvereisten voor de voorraden van APETRA.

De depotvereisten zijn:

  • een minimumcapaciteit van 10 000 m³ hebben
  • bevoorraadbaar zijn per:
    • lichter en/of
    • zeeschip en/of
    • spoor en/of
    • tankwagen en/of
    • pijpleiding
  • over de faciliteiten beschikken om de voorraden van APETRA uit het depot te halen, waarbij de beladingoperaties binnen de 24u na vraag vanwege APETRA gestart kunnen worden.
  • ten tijde van crisis toegankelijk zijn voor alle merken met inachtneming van de veiligheidsvoorschriften van het depot.

Indien (een) depot(s) - waarvan uw onderneming eigenaar is - aan deze voorwaarden voldoe(t)(n) en uw onderneming met deze depots erkend wenst te worden als “in aanmerking komend depot” voor de voorraden beheerd door de nv van publiek recht APETRA, kan er een vraag tot erkenning van dit/deze depot(s) gericht worden aan de algemene directie Energie van de FOD Economie.

Hiertoe vult u het aanvraagformulier (DOC, 48.5 Kb) tot erkenning in en bezorgt u dit aan de algemene directie Energie. De contactpersoon ter zake is:

Dhr. Luc Thys.
Tel.: 02 277 67 38
Fax: 02 277 52 07
E-mail: Luc.thys@economie.fgov.be

Bij deze aanvraag voegt u de volgende documenten:

  1. een plan van de opslagplaats met aanduiding van de ligging, de inhoud en de technische kenmerken (al dan niet verwarmd, onder- of bovengronds, al dan niet met vlottend dak) van de tanks;
  2. een nauwkeurige omschrijving van de laad- en losfaciliteiten van het depot;
  3. een nauwkeurige omschrijving van de toegangswegen tot het depot;
  4. de voorschriften die dienen gevolgd te worden om toegang te hebben tot de opslagplaats.

De algemene directie beslist over de erkenning van de opslagplaats als in aanmerking komend depot en betekent haar beslissing binnen de maand na ontvangst van de vraag tot erkenning aan de aanvrager. Een negatieve reactie op de aanvraag wordt hierbij door de algemene directie met redenen omkleed. Bij ontstentenis van een beslissing binnen deze termijn wordt de aanvraag geacht goedgekeurd te zijn.

Het statuut van een “in aanmerking komend depot” houdt in, dat:

  • de algemene directie Energie onverwijld op de hoogte wordt gebracht van elke wijziging in de voorwaarden en documenten opgesomd in deze brief;
  • de depoteigenaar, indien hij hoeveelheden voor rekening van APETRA opslaat, de kwantitatieve en kwalitatieve controle vanwege de overheid van deze voorwaarden toelaat en maandelijks een voorraaddeclaratie aan de algemene directie Energie bezorgt.

De “in aanmerking komende depots” worden door de algemene directie ingeschreven in een openbaar register. 

APETRA-bijdrage

De APETRA-bijdrage is het bedrag dat de bedrijven met een accijnsnummer voor minerale oliën per productcategorie rechtstreeks aan APETRA moeten betalen bij het in verbruik stellen van deze producten en dit ter financiering van de werkingskosten van de nv APETRA.

De APETRA-wet van 26 januari 2006 voorziet dat deze bijdrage vanaf 1 april 2007 aan de eindgebruiker wordt doorgerekend via de prijsstructuur van de programmaovereenkomst. Dat houdt in dat elkeen die één van de betrokken petroleumproducten aankoopt, via de eindprijs de APETRA-bijdrage mee betaalt. Het betreft geenszins een nieuwe of bijkomende bijdrage. Vóór 1 april 2007 betaalde de consument via de eindprijs reeds de kosten voor het aanhouden van de strategische stocks die dan weliswaar op een andere wijze werden beheerd, nl. gedecentraliseerd.

De APETRA-bijdrage wordt elk trimester en voor elke productcategorie afzonderlijk door de algemene directie Energie van de FOD Economie berekend en vervolgens gecommuniceerd via deze website. Dit impliceert dat deze bijdrage zowel kan stijgen als dalen in functie van de parameters op basis waarvan de bijdrage wordt berekend.

Deze parameters zijn:

  • de kost voor het huren en / of afschrijven van opslagcapaciteit;
  • de kost voor het vernieuwen van het product;
  • de kost van de controle van de voorraden van de voorraadplichtigen;
  • de kost van de interne voorraadcontrole door APETRA en de werkingskosten van APETRA;
  • de kost voor de financiële lasten op de waarde van het product.

U vindt de exacte formule van de APETRA-bijdrage en de definities van de parameters in het koninklijk besluit van 4 oktober 2006 tot bepaling van de berekeningswijze en inningswijze van de bijdrage voor APETRA (BS. 16/10/2006).

De APETRA-bijdrage zal telkens ten laatste 15 kalenderdagen voor het begin van een nieuw trimester via deze website gecommuniceerd worden.  

 

 1-10-2011 t.e.m. 31-12-20111-01-2012 t.e.m. 31-03-2012 1-04-2012 t.e.m. 30-06-2012

Categorie 1

 Benzine

 11,44 euro/1000 l10,84 euro/1000 l 11,25 euro/1000 l

Categorie 2

Gasolie/kerosine niet-regulier

11,99 euro/1000 l11,92 euro/1000 l 12,17 euro/1000 l

kerosine reguliere luchtvaart/Cargo

  4,00 euro/1000 l4,00 euro/1000 l 4,00 euro/1000 l

Categorie 3

 Stookolie

  10,32 euro/ton9,98 euro/ton 10,61  euro/ton

Nuttige Links

Wetgeving