FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie
Contact Center
Vooruitgangstraat 50
1210 Brussel
Tel. (gratis nr.): 0800 120 33
Fax (gratis nr.): 0800 120 57
Stel je vraag via het online webformulier
FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie
Algemene Directie Energie
North Gate III
Koning Albert II-laan 16
1000 Brussel
Tel.: 02 277 81 80
Fax : 02 277 52 01
Wanneer er sprake is van de energiebevoorradingszekerheid van een land of een regio denkt men in de eerste plaats aan energieonafhankelijkheid, d.w.z. het aandeel primaire energie dat geproduceerd wordt op het grondgebied van dat land of die regio. Welnu, op energievlak zijn Europa en België in ruime mate afhankelijk van de rest van de wereld. Momenteel is het een illusie te denken dat die afhankelijkheid zal verminderen. Het komt er dus op aan die afhankelijkheid degelijk te beheren. Dat beheer vertaalt zich in een diversificatie van energiebronnen (fossiele, hernieuwbare, …) van invoerende landen en van bevoorradingsroutes in functie van de staat van de energiereserves en van de internationale geopolitieke situatie.
Als antwoord op de toenemende afhankelijkheid van ingevoerde energie hebben de Europese landen besloten van de bevoorradingszekerheid een van de drie pijlers van hun energiebeleid te maken. Die drie pijlers zijn:
Sinds enkele jaren heeft de Europese Commissie tal van initiatieven gelanceerd met betrekking tot bevoorradingszekerheid zowel in de aardoliesector (strategische voorraden en gecoördineerde crisismaatregelen) als in de gas- en elektriciteitsector (interne markt, trans-Europese energienetwerken, …).
Bevoorradingszekerheid is een openbare dienstverplichting geworden in de context van de richtlijnen betreffende de liberalisering van de gas- en elektriciteitsmarkt. Richtlijn 2005/89/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 18 januari 2006 inzake maatregelen om de zekerheid van de elektriciteitsvoorziening en de infrastructuurinvesteringen te waarborgen bepaalt onder meer:
De Europese Commissie beklemtoont de essentiële rol van investeringen in infrastructuur bij de ontwikkeling van de interne markt. Wat betreft elektriciteit hebben de lidstaten zichzelf een stevige doelstelling opgelegd om een interconnectieniveau te bereiken van ten minste 10 % van hun geïnstalleerde capaciteit (Europese raad van Barcelona van maart 2002 en Europese Raad van Brussel van maart 2006). België respecteert deze doelstelling ten volle.
De Europese Commissie bouwt geleidelijk een ambitieus beleid uit om de klimaatverandering te bestrijden. Naast een grootscheepse hervorming van het communautaire systeem voor quota-uitwisseling inzake broeikasuitstoot wordt ook gestreefd naar een groter aandeel van hernieuwbare energiebronnen in de finale energievraag van de EU (in 2020 moet dat aandeel 20 % bedragen).
Verder voorziet het derde energiepakket in de formalisering van vrijwillige samenwerking tussen de Europese transportnetbeheerders (binnen de verschillende verenigingen van Europese TNB’s, zoals ETSO, UCTE, Nordel, enz. voor elektriciteit en GTE voor gas). De Europese Commissie stelt voor de TNB’s die in een Europees netwerk van transportnetbeheerders verenigd zijn (ENTSO-E voor elektriciteit en ENTSO-G voor gas) te verplichten deel te nemen aan het optimale beheer van het Europees transportnet en hen het volgende op te dragen:
De bevoorradingszekerheid met betrekking tot elektriciteit, aardgas, aardolie en aardolieproducten wordt toegelicht in afzonderlijke hoofdstukken.