Skip navigation

Contact Center

FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie
Contact Center

Vooruitgangstraat 50
1210 Brussel

Tel. (gratis nr.): 0800 120 33
Fax (gratis nr.): 0800 120 57

Stel je vraag via het online webformulier

Precontractuele informatie – franchise en samenwerkingsovereenkomsten

De wet van 19 december 2005 heeft als doel om de ontwikkeling van verschillende commerciële samenwerkingsformules te ondersteunen en te bevorderen, door een aantal regels vast te stellen die de precontractuele fase begeleiden. Een partij die correct en tijdig is ingelicht kan de draagwijdte van zijn verbintenissen beter evalueren en kan beslissen met een betere kennis van zaken.

Contracten onder het toepassingsgebied van de wet: de commerciële samenwerkingsovereenkomsten (art. 2 van de wet)

Het gaat om overeenkomsten die zijn afgesloten tussen twee personen die in eigen naam en voor eigen rekening handelen. Door deze overeenkomsten verleent een van deze personen het recht aan een andere om, bij de verkoop van producten of het leveren van diensten en in ruil voor een vergoeding, van welke aard dan ook, rechtstreeks of onrechtstreeks een commerciële formule in een of meerdere van de volgende vormen te gebruiken:

  • een gemeenschappelijke merknaam;
  • een gemeenschappelijke handelsnaam;
  • een overdracht van knowhow;
  • commerciële of technische bijstand.

In vele gevallen omvat de commerciële formule meerdere van deze elementen. Zodra echter een van de bovengenoemde vormen in de commerciële formule aanwezig is, moeten de wettelijke voorschriften worden nageleefd.

De samenwerkingsovereenkomsten die voldoen aan alle voorwaarden van de wettelijke definitie vallen onder de toepassing van de wet. De wet is daarom niet uitsluitend gericht op de franchiseovereenkomst.

Belangrijkste regels

  1. Minstens 1 maand vóór het afsluiten van de overeenkomst moet de kandidaat voor het verkrijgen van het recht de nodige nuttige documenten krijgen die hem in staat stellen om een mening te vormen over:
    • een ontwerp van de voorgestelde overeenkomst;
    • een specifiek document dat uit twee delen bestaat (art. 4 van de wet):
        • een eerste luik waarin de belangrijke contractuele bepalingen vermeld staan,
        • een tweede luik met een reeks socio-economische gegevens.
  2. Deze documenten moeten schriftelijk of op een voor de persoon die het recht verkrijgt duurzame en toegankelijke drager ter beschikking worden gesteld. Dat betekent dat de persoon die het recht verleent en de gegevens elektronisch levert, verzekert dat de andere partij in staat is om toegang te krijgen tot dergelijke elektronische gegevens.
  3. Er mag geen enkele verbintenis worden aangegaan en er mag geen enkele vergoeding, bedrag of borg worden geëist of betaald vóór het verstrijken van de termijn van een maand volgend op de afgifte van het specifieke document.
    Hoewel de wet dit niet verduidelijkt, moet de kandidaat voor het verkrijgen van het recht op verzoek relevante waarheidsgetrouwe informatie doorgeven aan de persoon die het recht verleent. Het beginsel “goede trouw” is hier van toepassing.
  4. Vertrouwelijkheid (art. 6 van de wet)
    De uitgewisselde informatie wordt beschermd door de geheimhoudingsplicht. De partijen mogen de informatie die zij verkrijgen alleen gebruiken met het oog op het sluiten van de overeenkomst of op het uitvoeren van een gesloten overeenkomst.
  5. Duidelijke opstelling (art. 7 van de wet)
    De partijen zijn ertoe gehouden alle documenten in duidelijke en begrijpelijke taal op te stellen. Deze verplichting geldt niet alleen voor de eigenlijke samenwerkingsovereenkomst, maar ook voor alle aanvullende informatie die in het specifieke document is opgenomen. In geval van eventuele betwisting over de betekenis van een beding of van een gegeven, gebeurt de interpretatie ten gunste van de persoon die het recht verkrijgt.

Sancties

De wetgever beschermt met name de persoon die het recht krijgt via een dubbele sanctie:

  • de persoon die het recht verkrijgt, kan de nietigheid van de overeenkomst inroepen binnen twee jaar na het sluiten van de overeenkomst in de volgende gevallen (art. 5, 1e alinea van de wet):
    • wanneer de persoon die het recht verleent het ontwerp van de overeenkomst of het specifieke document met de juridische en socio-economische gegevens niet heeft geleverd;
    • wanneer de bedenktijd van minstens een maand niet is nageleefd;
    • wanneer in de loop van deze maand verbintenissen zijn aangegaan of bedragen zijn gevraagd en/of betaald.
  • de persoon die het recht verkrijgt, kan de nietigheid van een beding van de samenwerkingsovereenkomst inroepen als het beding dat in de samenwerkingsovereenkomst staat niet is overgenomen in het specifieke document. Hierbij worden uitsluitend de belangrijke bepalingen bedoeld, uiteengezet in artikel 4, §1, 1° van de wet, met name die met betrekking tot de verplichtingen, tot de berekeningswijzen van de vergoeding, de duur van de overeenkomst, enz. (art. 5, alinea 2 van de wet).

Arbitragecommissie (art. 10 van de wet en koninklijk besluit van 1 juli 2006)

Taak

  • Evaluatieverslag (PDF, 438.23 Kb) ten behoeve van de Kamer van Volksvertegenwoordigers;
  • Advies over de interpretatie en de toepassing van de wet:
    • advies dat ofwel ambtshalve wordt gegeven, ofwel op vraag van de minister die verantwoordelijk is voor Middenstand of Economie of door een professionele organisatie. De adviesaanvraag mag niet afkomstig zijn van een individuele onderneming;
    • de adviesaanvraag mag geen betrekking hebben op een geschil tussen twee partijen die een commerciële samenwerkingsovereenkomst hebben afgesloten.

Samenstelling

8 effectieve leden en 8 plaatsvervangende leden. Vier groepen van elk twee leden zijn er vertegenwoordigd:

  • degene die het gebruiksrecht van een commerciële formule krijgen;
  • degene die het gebruiksrecht voor een commerciële formule verlenen;
  • de overheden;
  • de deskundigen.

De leden van de Arbitragecommissie zijn benoemd door het ministerieel besluit van 4 juli 2006, vervangen door het ministerieel besluit van 17 september 2010 (M.B. 28.09.2010).

Wetgeving