Het recht op afbeelding

Het recht op afbeelding vloeit voort uit de regelgeving ter bescherming van het privéleven en artikel 10 van de Auteurswet.

Volgens deze regelgeving moet de toestemming van een persoon worden gevraagd om zijn afbeelding vast te leggen, tentoon te stellen of te reproduceren.

Duurtijd van het recht op afbeelding

Enkel de personen waarvan hun afbeelding kan erkend worden door andere personen en die voldoende kunnen geïndividualiseerd worden door bijvoorbeeld de afbeelding van hun gezicht, hun kledij, enzovoort, kunnen zich, gedurende heel hun leven, beroepen op hun recht op afbeelding. Na hun overlijden blijft het recht op afbeelding gelden gedurende twintig jaar en kunnen de erfgenamen van de overledene er zich op beroepen.

Wijze voor het geven van de toestemming en personen die de toestemming moeten geven

De toestemming om de afbeelding van een persoon vast te leggen, tentoon te stellen, mede te delen en te reproduceren, kan zowel mondeling als schriftelijk worden gegeven. Ook een stilzwijgende toestemming kan volstaan indien uit de omstandigheden ondubbelzinnig kan worden afgeleid dat de afgebeelde persoon zijn toestemming heeft gegeven tot het nemen (bijvoorbeeld “poseren voor de fotograaf”), tentoon stellen (bijvoorbeeld de afgebeelde persoon heeft zelf de afbeelding voor de tentoonstelling gegeven) of reproduceren van zijn afbeelding.

Bij minderjarige personen is de toestemming van de ouders of de voogd noodzakelijk, en vanaf het ogenblik dat de afgebeelde persoon de ouderdom van het oordeel des onderscheid heeft bereikt, moet de minderjarige persoon, samen met zijn ouders of voogd, deze toestemming geven.

Bij personen, die in de openbare belangstelling staan (minister, zanger, sportman, enz.) wordt de toestemming tot het nemen, tentoonstellen en reproduceren van hun afbeelding vermoed, voor zover dat deze afbeeldingen werden genomen tijdens de uitoefening van hun openbare activiteit.

Er wordt algemeen door de rechtspraak en rechtsleer aangenomen dat deze toestemming van een afgebeelde persoon restrictief moet worden geïnterpreteerd.

Het recht op afbeelding in het onderwijs

Het recht op afbeelding van personen, zoals hierboven beschreven, geldt eveneens in het onderwijs. Met onderwijs worden niet enkel kunstscholen bedoeld, doch ook het algemeen onderwijs, m.b.t. de afbeeldingen van hun leerlingen en studenten.

De rechtsleer is immers van mening dat de uitzonderingen op het auteursrecht ten behoeve van het onderwijs, zoals bepaald in artikel 22, §1, 3°, 4°bis, 4°ter en 4°quater  van de Auteurswet , niet van toepassing zijn op het recht van afbeelding.

 

Wetgeving

Contact Center

FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie
Contact Center

Vooruitgangstraat 50
1210 Brussel

Open van 9.00 tot 17.00 uur

Meer over het Contact Center

Tel.: +32 800 120 33
Fax: +32 800 120 57

Volg de FOD Economie

FacebookExterne linkTwitterExterne link