Skip navigation

Algemene Directie Controle en Bemiddeling

FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie
Algemene Directie Controle en Bemiddeling
Directie Boekhoudkundige Controles

NG III, 3e verdieping 
Koning Albert II-laan 16
1000 Brussel

Tel.: 02 277 80 39
Fax: 02 277 96 65
E-mail: eco.inspec.sc@economie.fgov.be

 

Controledienst van de vennootschappen voor het beheer van auteursrechten en naburige rechten

Het auteursrecht en de naburige rechten vormen een tak van de intellectuele eigendom. Het auteursrecht beschermt de auteurs van letterkundige werken en kunstwerken. De naburige rechten beschermen de prestaties van de houders van naburige rechthen. Het gaat daarbij om de uitvoerende kunstenaars (zangers, muzikanten, acteurs, ... ), de producenten van fonogrammen of van eerste vastleggingen van films, de omroeporganisaties en de producenten van gegevensbanken.

De belangrijkste wetgeving voor deze sector is de wet van 30 juni 1994 betreffende het auteursrecht en de naburige rechten (hieronder "Auteurswet").

We komen allemaal in aanraking met deze regelgeving, zelfs in ons dagelijks leven, bijvoorbeeld wanneer we naar de radio luisteren, televisie kijken, surfen op internet, de krant lezen, naar de bioscoop gaan, een artikel uit een tijdschrift kopiëren of onze favoriete cd kopiëren.

Dagelijks maken wij gebruik van beschermde werken. De auteurswet regelt de rechten van de rechthebbenden en de plichten van wie gebruikmaakt van die beschermde werken. Ze bepaalt hoe de rechthebbenden hun rechten kunnen laten gelden en wat de gebruikers ervan dienen te doen om legaal de werken te exploiteren. 

Bestaansreden van het collectieve beheer van rechten

Wettelijke verplichtingen van de beheersvennootschappen

Nadere regels met betrekking tot de controle van de beheersvennootschappen

Bestaansreden van het collectieve beheer van rechten

Voor sommige exploitatievormen is het in de praktijk onmogelijk om een contract op te stellen tussen de rechthebbende en de exploitant. Die onmogelijkheid is over het algemeen te wijten aan twee factoren. Enerzijds gaat het om het grote aantal rechthebbenden en gebruikers die daarenboven verspreid zijn, en anderzijds om de korte tijdspanne tussen de beslissing tot gebruik en het effectieve gebruik. Die korte tijdspanne laat de uitbater niet toe om de rechthebbenden te identificeren en  met hen een overeenkomst te sluiten.

Tot de exploitatievormen die voornoemde kenmerken vertonen, behoren de radio-uitzending en de openbare uitvoering van muzikale werken, de doorgifte via de kabel van werken en van prestaties, het kopiëren voor eigen gebruik van audiovisuele werken en van geluidswerken, de reprografie en de openbare uitlening.

In die sectoren hebben de rechthebbenden zich in vennootschappen voor het beheer van de rechten verenigd. Die vennootschappen zijn meestal burgerrechtelijke vennootschappen die de vorm hebben aangenomen van een coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid. De Belgische beheersvennootschappen vertegenwoordigen, op basis van overeenkomsten inzake wederzijdse vertegenwoordiging met buitenlandse vennootschappen, eveneens buitenlandse repertoires op het Belgische grondgebied, en omgekeerd vertegenwoordigen de buitenlandse vennootschappen op hun grondgebied ook het repertoire van de Belgische vennootschappen.

De concentratie van auteursrechten of van naburige rechten betreffende een bepaalde exploitatiewijze in een vennootschap biedt voordelen voor de exploitanten van beschermde werken en prestaties. De exploitanten hebben een enkele gesprekspartner die verondersteld is een ruim repertoire van beschermde werken en prestaties te vertegenwoordigen. Zij kunnen bovendien een algemene overeenkomst sluiten met de vennootschap voor de exploitatie van het volledige repertoire. In ruil voor de exploitatievergunning verbindt de exploitant zich er meestal toe een vergoeding te betalen en een lijst te bezorgen van de werken en prestaties die hij exploiteert.

Die concentratie van rechten biedt eveneens voordelen voor de rechthebbenden. Het biedt hen de mogelijkheid hun exclusieve rechten en hun rechten op vergoeding werkelijk te doen gelden. Zonder collectief beheer zouden de meeste rechthebbenden niet worden vergoed in ruil voor de exploitatie van hun werken en prestaties.

Aangezien de wetgever zich van die voordelen bewust was, heeft hij het collectieve beheer van de rechten voor bepaalde exploitatievormen verplicht gesteld. Het betreft de doorgifte via de kabel, het kopiëren voor eigen gebruik van geluidswerken en van audiovisuele werken, de reprografie, de openbare uitlening, evenals de radio-uitzending en de mededeling van een prestatie op een voor het publiek toegankelijke plaats. De wetgever heeft daartoe een vermoeden van overdracht van de rechten ten gunste van de collectieve beheersvennootschappen ingesteld (artikel 53 van de Auteurswet) of hij heeft van rechtswege aan een beheersvennootschap een monopolie toegekend met het oog op de inning en de verdeling van de rechten op vergoeding (artikelen 55, 61 en 63 van de Auteurswet).

De concentratie van rechten in een vennootschap bezorgt haar evenwel een machtspositie. Het betreft meestal een feitelijk monopolie. Voor het kopiëren voor eigen gebruik en voor de reprografie beschikken twee vennootschappen over een monopolie van rechtswege. Voor bepaalde exploitatievormen heerst er concurrentie tussen twee of drie vennootschappen. Dat is inzonderheid het geval voor het volgrecht (in het geval van doorverkoop van een oorspronkelijk kunstwerk) en de grote rechten (bv. de rechten die betrekking hebben op toneelstukken, opera's, audiovisuele werken en letterkundige werken).

Wettelijke verplichtingen van de beheersvennootschappen

De beheersvennootschappen nemen een monopoliepositie in. Zij bepalen meestal eenzijdig hun tarieven, alsook de berekeningsgrondslag ervan, de wijze van inning van de rechten, de toelatingsvoorwaarden voor de rechthebbenden, het statuut en de rechten van de rechthebbenden in de vennootschap, de verdelingswijze van de rechten en de dekking van hun werkingskosten.

Om misbruiken en een discriminatoire behandeling te voorkomen of te verhelpen, heeft de wetgever

  • aan de rechthebbenden rechten toegekend en
  • aan de beheersvennootschappen verplichtingen opgelegd.

De belangrijkste rechten verleend aan de rechthebbenden zijn:

  • het recht in de organen van de vennootschap vertegenwoordigd te zijn (Art. 65bis, § 2, lid 3 van de Auteurswet). Dat verleent aan de rechthebbenden het recht vennoot te worden en aan de verkiezing van de bestuurders deel te nemen;
  • het recht het beheer van een of meer categorieën van werken of prestaties van hun repertoire toe te vertrouwen aan de vennootschap van hun keuze of het beheer ervan zelf waar te nemen (art. 65bis, § 2, lid 1 van de Auteurswet);
  • het recht het beheer van de rechten die betrekking hebben op een of meer categorieën van werken of prestaties toe te vertrouwen aan een andere vennootschap voor het beheer van de rechten of het beheer ervan zelf waar te nemen (art. 66quater, § 1, lid 1 van de Auteurswet).

De voornaamste verplichtingen opgelegd aan de beheersvennootschappen zijn:

  • alleen rechthebbenden als vennoot toelaten (art. 65bis, §2, lid 1);
  • de rechten beheren wanneer de rechthebbende daarom verzoekt en dat verzoek overeenstemt met de doelstelling en de statuten van de vennootschap (art. 66, eerste lid);
  • ter plaatste inzage verlenen van de repertoria waarvan zij het beheer waarnemen (art. 65ter, § 1);
  • de tariferings-, innings- en verdelingsregels bekendmaken (art. 66, § 1);
  • aan de persoon die van een wettig belang doet blijken ter plaatse inzage verlenen van de repertoires waarvan zij het beheer waarnemen of schriftelijk antwoord verschaffen of ze voor een bepaald werk al of niet het beheer waarneemt (art. 66quater, § 2, lid 1);
  • de rechten waarvan uiteindelijk blijkt dat zij niet kunnen worden toegewezen, onder de rechthebbenden van de betrokken categorie verdelen (art. 69);
  • elke vennoot die daarom verzoekt bepaalde stukken meedelen (art. 70);
  • de gegevens betreffende de tarifering, de inning en de verdeling van de rechten gedurende tien jaar bewaren (art. 76ter);
  • het beroepsgeheim bewaren over alle inlichtingen waarvan zij kennis hebben door of naar aanleiding van de uitvoering van hun opdracht (art. 78).

Om een grotere transparantie van hun activiteiten te verzekeren, zijn de beheersvennootschappen ook onderworpen aan bepaalde boekhoudkundige verplichtingen. De belangrijkste (zullen in werking treden wanneer de uitvoeringsbesluiten worden afgekondigd):

  • een onderscheid maken tussen het vermogen dat wordt gevormd door de beheerde rechten en het eigen vermogen (art. 65ter, § 3), wat impliceert dat deze wijze van boeken van de beheersvennootschappen uniform is;
  • de sommen die geïnd worden voor rekening van de rechthebbenden op een bijzondere rekening storten (art. 65ter, § 3);
  • een jaarverslag opstellen dat elementen van analytische boekhouding bevat (art. 65quater, § 2).

Nadere regels met betrekking tot de controle van de beheersvennootschappen

Doelstellingen van de wetgever

Bij de uitwerking van de Auteurswet heeft de wetgever duidelijk de wil te kennen gegeven om een werkelijke controle op de activiteiten van de vennootschappen voor het beheer van de rechten in te stellen. Enerzijds spelen de beheersvennootschappen een steeds grotere rol bij de daadwerkelijke implementatie van de aan de rechthebbenden verleende voorrechten. De instelling van vergoedingen voor exploitatiewijzen zoals het kopiëren voor eigen gebruik en de reprografie versterkt hun rol van verplichte partner, zowel ten aanzien van de rechthebbenden als van de gebruikers.

Anderzijds innen en verdelen de beheersvennootschappen aanzienlijke bedragen en er werden klachten geformuleerd betreffende het gebrek aan transparantie van de activiteiten van de vennootschappen voor het beheer van de rechten, alsook over hun te hoge werkingskosten.

Uitgaande van die vaststelling wilde de wetgever :

  1. waarborgen, ten aanzien van de rechthebbenden van de gebruikers en van het publiek in het algemeen, dat de vennootschappen voor het beheer van de rechten wel degelijk over de vereiste kwaliteiten beschikken om hun werkzaamheden te kunnen uitoefenen;
  2. een objectieve en doeltreffende verdeling waarborgen;
  3. een grotere transparantie waarborgen van de activiteiten van de vennootschappen voor het beheer van de rechten, voornamelijk wat hun boekhouding betreft, door het goedkeuren van een minimum genormaliseerd rekeningenstelsel (art. 65quater, § 1, lid 2, nog niet van kracht). 

Interne controle

De Auteurswet versterkt de interne controle die de vennoten op het beheer van de vennootschap kunnen uitoefenen door de voorwaarden voor toelating tot de beheersvennootschappen en voor vertegenwoordiging van de rechthebbenden in de organen ervan (art. 65bis, § 2 en 65ter, § 1) te verruimen, alsook door te voorzien in bepaalde verplichtingen betreffende de bestemming van een aantal rechten (art. 69) en de mededeling van een aantal documenten aan vennoten (art. 70).

Revisorale controle

Artikel 68 van de Auteurswet onderwerpt de beheersvennootschappen aan een controle door een commissaris gekozen onder de leden van het Instituut der bedrijfsrevisoren. Zijn opdracht wordt omschreven in artikel 68quater: de controle van de financiële situatie, van de jaarrekeningen en van het regelmatige karakter van de daarin te vermelden verrichtingen.

De artikelen 69 en 70 van de Auteurswet belasten de commissaris met bijzondere opdrachten.

Controle door de regering

De beheersvennootschappen moeten door de minister die het auteursrecht onder zijn bevoegdheid heeft, gemachtigd worden om hun activiteiten in België uit te oefenen.

Controle door de administratie

De controledienst bij de Federale Overheidsdienst die het auteursrecht onder zijn bevoegdheden heeft, heeft als opdracht toezicht te houden op de toepassing door de beheersvennootschappen van de wet en van hun statuten, tarieven en innings- en verdelingsregels (art. 76 van de Auteurswet).

De controle bepaald in artikel 76 Auteurswet is een externe controle van de wettelijkheid van de statuten en reglementen, alsook van de werkzaamheden van de beheersvennootschappen.

Het gaat niet om een controle van de opportuniteit van de beslissingen die genomen worden door de beheersvennootschappen. Net zoals privévennootschappen die privébelangen verdedigen, komt het aan de beheersvennootschappen toe om hun beleidslijn uit te tekenen en om de keuzes te maken die het beste bij de verdediging van hun belangen aansluiten, op voorwaarde dat de wet wordt nageleefd.

Overeenkomstig artikel 76 van de Auteurswet gaat de controledienst na of de beslissingen en maatregelen van de beheersvennootschappen overeenstemmen met hun wettelijke, contractuele en statutaire verplichtingen. De dienst behandelt eveneens de klachten tegen de beheersvennootschappen. Tot slot wordt elke beheersvennootschap jaarlijks aan een grondige boekhoudkundige controle onderworpen.

Naast het vaststellen van inbreuken op de bepalingen van de wet, van haar uitvoeringsbesluiten, van de statuten, van de tariferings-, innings- en verdelingsregels zijn de ambtenaren van de controledienst bovendien bevoegd voor het opsporen en vaststellen van de inbreuken bedoeld in artikel 78bis.

Een klacht indienen?

Het is de taak van de controledienst erop toe te zien dat de beheersvennootschappen de wet en de statuten toepassen alsook de tarieven en de inning- en verdelingsregels. Gebruikers, rechthebbenden en derden kunnen een klacht indienen tegen een vennootschap voor het beheer van auteursrechten bij de Algemene Directie Controle en Bemiddeling, dienst controle van de beheersvennootschappen, wanneer de beslissingen en maatregelen van de beheersvennootschap niet overeenstemmen met haar wettelijke, contractuele of statutaire verplichtingen.

Nuttige Links

Wetgeving