FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie
Contact Center
Vooruitgangstraat 50
1210 Brussel
Tel. (gratis nr.): 0800 120 33
Fax (gratis nr.): 0800 120 57
E-mail: info.eco@economie.fgov.be
De know-how van een onderneming, de fabrieks- of zakengeheimen of bepaalde andere informatie van ondernemingen kunnen niet altijd beschermd worden door een octrooi of enig ander intellectueel recht. In dergelijke gevallen is het geheimhouden van deze informatie de enige overblijvende optie voor een onderneming.
Maar ook in andere gevallen kunnen ondernemingen verkiezen om hun uitvindingen geheim te houden eerder dan ze aan het publiek bekend te maken zoals dat bij het octrooieren zou gebeuren. Wanneer een octrooi wordt aangevraagd, zullen concurrenten immers op de hoogte worden gesteld van de nieuwe formule of het fabricageprocédé. Bovendien heeft een octrooi een beperkte geldigheidsduur, terwijl een geheim kan standhouden zolang het niet bekend wordt.
Het klassieke voorbeeld van een goed bewaard geheim is de formule voor coca-cola. Eerder dan voor een octrooi te kiezen (als dat al mogelijk was), heeft de onderneming Coca-cola ervoor geopteerd om de samenstelling van het beroemde drankje geheim gehouden. Een octrooi zou voor gevolg hebben gehad dat de formule werd openbaar gemaakt en dat, na het verstrijken van de geldigheidsduur van het octrooi, alle concurrenten dit product konden produceren. Door de formule geheim te houden, is de onderneming erin geslaagd het monopolie op haar drank te behouden, en dit sinds 1886.
De onderneming moet de voorwaarden creëren opdat het geheim behouden blijft (openbaarmaking aan een beperkt aantal personen, verzwijgen van de uitvinding, enz.)
De eigenaar van know-how kan inderdaad bijdragen tot de bescherming ervan door het afsluiten van confidentialiteitsovereenkomsten met de personen aan wie het geheim wordt bekendgemaakt. Deze personen kunnen dan later contractueel aansprakelijk gesteld worden indien zij deze overeenkomsten niet respecteren en het geheim toch openbaar maken of zelf overgaan tot exploitatie.
De eigenaar van know-how kan ook een procedure op grond van oneerlijke mededinging voeren tegen een concurrent zich deloyaal zou gedragen. Dit zou bijvoorbeeld het geval zijn indien een bedrijf werknemers van concurrenten afwerft of omkoopt teneinde confidentiële informatie te bekomen, of werknemers aanmoedigt de geheimen van hun vroegere werkgever te onthullen of nog wanneer de concurrent klantenlijsten of andere confidentiële informatie zou gebruiken.
De Belgische wetgeving omvat twee extra beschermingsmechanismen die, in het geval van het bestaan van een arbeidsovereenkomst, kunnen worden aangewend bij inbreuk op know-how: