Recht van voorrang

Intellectuele rechten worden gekenmerkt door de regel van het territorialiteitsbeginsel. Dit beginsel houdt in dat bijvoorbeeld een octrooi, kwekerscertificaat, merk, tekening of model enkel geldt in de landen waarvoor die bescherming werd verkregen. Concreet dient u dus een registratie te bezitten in landen waar u deze rechten wenst uit te oefenen en derden wenst te verbieden om uw uitvinding, kweekproduct, merkteken, tekening of model te gebruiken. Meer nog, u moet ook zorgen dat u in al die landen de eerste bent om bescherming aan te vragen en dat daarenboven uw merk, uitvinding of model ook voldoet aan de geldigheidsvereisten zoals nieuwheid voor uitvindingen, beschikbaarheid voor merken en nieuwheid voor tekeningen- en modellen. Gelet op deze voorwaarden zou u - theoretisch gesproken - op dezelfde dag en hetzelfde uur uw aanvraag tot registratie bij de nationale bureaus van al die verschillende landen moeten indienen, wat weinig realistisch is.

Om aan dit probleem te verhelpen, hebben de meeste landen in de wereld, via de ondertekening van het Verdrag van Parijs, het ‘recht van voorrang’ (ook prioriteitsrecht genoemd) erkend.

Dit recht houdt in dat, eens u een eerste depot heeft verricht in een land dat lid is van het Verdrag van Parijs, u over een bepaalde periode beschikt om zonder verlies van uw rechten, ook in andere verdragslanden bescherming voor hetzelfde merkteken of dezelfde uitvinding of model aan te vragen.

De termijn van het recht van voorrang bedraagt zes maanden voor merken, tekeningen en modellen en twaalf maanden voor octrooien en kwekerscertificaten.

Vóór het verstrijken van deze termijn van zes of twaalf maanden na een eerste depot zullen latere indieningen in landen van de Unie van Parijs niet krachteloos kunnen gemaakt worden door feiten die in de tussentijd hebben plaatsgevonden. Depots door derden, het openbaar bekendmaken van uitvindingen of toepassingen ervan, het te koop stellen van exemplaren van een tekening of model of het gebruiken van een merk… in land A zullen niet in aanmerking worden genomen om de beschermingsvereisten (nieuwheid, beschikbaarheid, …) te beoordelen van een later depot dat u in land A zou indienen indien dat steunt op een regelmatig eerste depot dat binnen de prioriteitstermijn in een ander Unieland werd verricht.

Als u bijvoorbeeld beslist om negen maanden na uw eerste octrooiaanvraag in België, ook bescherming voor dezelfde uitvinding aan te vragen in Frankrijk of Japan, dan zullen de voorwaarden van nieuwheid en uitvinderswerkzaamheid in die laatste landen worden beoordeeld ten opzichte van de datum van indiening van uw eerste Belgische aanvraag. Voor een merk zal bijvoorbeeld een depot of gebruik door een derde, dat zich binnen de zes maanden na uw eerste aanvraag zou voordoen, geen beletsel vormen voor de geldigheid van uw latere registratie in het betrokken land.

Het recht van voorrang omvat niet enkel vanuit juridisch maar ook vanuit economisch-strategisch oogpunt een belangrijk voordeel voor een onderneming. Men kan namelijk, na de indiening van een eerste octrooiaanvraag, de tijd nemen om de markt in andere landen te prospecteren teneinde vast te stellen waar aanvullende octrooi-indieningen lucratief kunnen zijn.

Het voordeel van het recht van voorrang moet normaal worden aangevraagd. U zult dus bij elk later depot binnen de prioriteitsperiode ook de datum (en de bewijsstukken) van uw eerste aanvraag moeten toevoegen.

Wetgeving

Contact Center

FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie
Contact Center

Vooruitgangstraat 50
1210 Brussel

Meer over het Contact Center

Tel.: +32 800 120 33
Fax: +32 800 120 57

Volg de FOD Economie

FacebookExterne linkTwitterExterne link