Wettelijk kader

Uittreksel uit de handelsreglementering toepasselijk op salons, beurzen en tentoonstellingen

De Dienst Beurzen en Tentoonstellingen van de Stafdienst Operationele Communicatie wil de exposanten erop wijzen dat de artikelen 58 en volgende van de wet van 6 april 2010 betreffende de marktpraktijken en consumentenbescherming (B.S. 12.04.2010) van toepassing zijn op de salons, beurzen en tentoonstellingen op voorwaarde dat er ter plaatse geen betaling van het totale bedrag gebeurt en dat de prijs hoger is dan 200 euro (zie ook “verkopen gesloten buiten de lokalen van de onderneming”).

De dienst wil de exposanten wijzen op de belangrijkste wetsbepalingen, ondermeer over prijs- en hoeveelheidsaanduiding en handelsreclame.

Elke onderneming die aan de consument goederen te koop aanbiedt of homogene diensten aanbiedt, moet de prijs daarvan schriftelijk, goed zichtbaar en ondubbelzinnig aanduiden. De prijs, minstens in euro, moet de te betalen totaalprijs zijn met inbegrip van btw, taksen en diensten. De kosten voor niet-verplichte toeslag voor bv. levering, plaatsing, enz. moet ondubbelzinnig worden aangeduid (art. 5 tot 7 van de wet van 6 april 2010).

Een aankondiging van prijsvermindering op salons, beurzen en tentoonstellingen is in principe verboden. De referentieprijs die wordt toegepast om de vermindering aan te kondigen moet immers de laagste prijs zijn die de onderneming heeft toegepast in de loop van de maand voorafgaand aan de eerste dag waarvoor de nieuwe prijs wordt aangekondigd (art. 20 van de wet van 6 april 2010).

De onderneming moet rekening houden met de bepalingen van de artikelen 83 tot 103 van de wet van 6 april 2010 omtrent de verboden praktijken.

De onderneming mag geen algemene verkoopsvoorwaarden gebruiken die een kennelijk onevenwicht scheppen tussen de rechten en plichten van de partijen ten nadele van de consument. De wet somt 33 bedingen en voorwaarden op die nietig en verboden zijn. De overeenkomst blijft toch bindend voor de partijen indien ze zonder de onrechtmatige bedingen kan voortbestaan (art. 73 tot 75 van de wet van 6 april 2010).

Bij verkoop is elke onderneming verplicht een bestelbon af te geven wanneer de levering van het goed of de verlening van de dienst uitgesteld wordt en de consument een voorschot betaald heeft (art. 79 van de wet van 6 april 2010).

De wet beoogt in hoofdzaak de bescherming van de consumentenbelangen en de verdediging van de eerlijke mededinging en de eerlijke handelsgebruiken. Overtreding van deze wetsbepalingen kan leiden tot gerechtelijke vervolging op basis van controles door ambtenaren van de Algemene Directie Controle en Bemiddeling.

De Dienst Beurzen en Tentoonstellingen van de Stafdienst Operationele Communicatie raadt bijgevolg elke exposant aan om de bepalingen van de wet van 6 april 2010 betreffende de marktpraktijken en consumentenbescherming door te nemen en na te leven.

Wetgeving

Contact Center

FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie
Contact Center

Vooruitgangstraat 50
1210 Brussel

Tel. (gratis nr.): 0800 120 33
Vanuit het buitenland: +32 800 120 33

Fax (gratis nr.): 0800 120 57
Vanuit het buitenland: +32 800 120 57

Stel je vraag via het online webformulier

Volg de FOD Economie

FacebookExterne linkTwitterExterne link