Skip navigation

Contact Center

FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie
Contact Center

Vooruitgangstraat 50
1210 Brussel

Tel. (gratis nr.): 0800 120 33
Fax (gratis nr.): 0800 120 57
E-mail: info.eco@economie.fgov.be

Dienst Krediet en Schuldenlast

FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie
Regulering en Organisatie van de Markt
Dienst Krediet en Schuldenlast

North Gate III
Koning Albert II-laan 16
1000 Brussel

Tel: 02 277 84 93
Fax: 02 277 52 55
E-mail:
sfin@economie.fgov.be 

 

Algemene Directie Controle en Bemiddeling - Front Office

FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie
Algemene Directie Controle en Bemiddeling
Centrale Diensten – Front Office

NG III, 3e verdieping 
Koning Albert II-laan 16
1000 Brussel

Tel.: 02 277 54 84
Fax: 02 277 54 52
E-mail: eco.inspec.fo@economie.fgov.be

 

Consumentenkrediet

Wat is een consumentenkrediet?

Betrokken partijen

De informatieplicht

De adviesplicht

De kredietovereenkomst

Het verzakingsrecht

De kredietkosten

De vervroegde terugbetaling

Beëindiging van de overeenkomst

Geschillen en klachten

 

Wat is een consumentenkrediet?

Een "consumentenkrediet" is elk krediet dat voor iets anders wordt gebruikt dan om de aankoop van een onroerend goed te financieren: auto, elektrische huishoudapparatuur, reizen, huwelijk, enz. Het kan gaan om:

  • een lening op afbetaling: een lening van bepaalde duur met vaste maandelijkse afbetalingen;
  • een verkoop op afbetaling: een verkoop waarvan u de prijs in meerdere keren betaalt en met een aanbetaling van minstens 15 %;
  • een leasing: een huurcontract van een goed, voorzien van een aankoopoptie hierop;
  • een kredietopening: kapitaalreserve die u naar behoefte gebruikt, vaak met een kaart;
  • een brugkrediet: een krediet op korte termijn bedoeld om fondsen voor te schieten in afwachting van de ontvangst van een grote som geld die in een keer kan worden terugbetaald. Het brugkrediet is zeer nauw verwant met de lening op afbetaling.

Betrokken partijen

Het consumentenkrediet confronteert consument en kredietgever.

In bepaalde gevallen bemiddelt een kredietbemiddelaar op het moment van het afsluiten van de kredietovereenkomst.

De consument

De consument is een natuurlijke persoon (geen maatschappij, noch een vzw) die handelt voor privédoeleinden. Dit doel mag dus noch zakelijk, noch commercieel, noch ambachtelijk zijn.

De kredietgever

De kredietgever is een rechtspersoon (onderneming) die een krediet verleent aan een consument in het kader van zijn beroepsactiviteiten. De kredietgevers zijn meestal banken, financiële instellingen die (bijvoorbeeld) verbonden zijn met autoverkopers, ondernemingen die kredietkaarten of gelijkaardige kredietmiddelen ter beschikking van consumenten stellen, enz.

We herhalen dat iedere kredietgever voorafgaand aan iedere kredietverschaffing erkend moet zijn bij de FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie.

De kredietbemiddelaar

De kredietbemiddelaar is een natuurlijke persoon of een rechtspersoon (onderneming) die helpt bij de afsluiting van de kredietovereenkomst, in het kader van zijn commerciële of beroepsactiviteiten.

De kredietbemiddelaars zijn meestal kredietmakelaars of gevolmachtigde agenten.

De kredietbemiddelaar mag zijn activiteit enkel uitoefenen nadat hij is ingeschreven bij de FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie.

De informatieplicht

Wat centraal staat bij de verlening van een krediet is de vaststelling van de kredietwaardigheid en de terugbetalingscapaciteit van de consument. De kredietgever mag geen krediet verlenen aan een consument als hij meent dat deze de geleende bedragen niet zal kunnen terugbetalen.

De kredietgever of de kredietbemiddelaar moet daarom inlichtingen inwinnen over de financiële situatie van de consument, zijn inkomsten, zijn lasten, enz.

Bovendien controleert hij de situatie van de consument in zijn interne dossiers en bij de Centrale voor Kredieten aan Particulieren van de Nationale Bank van België. De Centrale voor Kredieten aan Particulieren registreert alle contracten voor consumentenkrediet en de hypothecaire kredieten verleend in België, evenals de achterstallige betalingen. De Centrale voor Kredieten aan Particulieren neemt de "wanbetalers" in een "negatief" bestand op, dat wil zeggen personen die minstens twee betalingen in gebreke zijn gebleven, of voor een bedrag dat gelijk is aan minstens 20 % van het geleende kapitaal.

Sinds 2003 is de Centrale voor Kredieten aan Particulieren ook belast met de registratie van alle afgelopen en lopende kredieten die consumenten zijn aangegaan in een "positief" bestand. De kredietgevers zijn verplicht dit bestand te raadplegen voordat ze een lening verlenen om een duidelijker beeld te hebben van de financiële situatie van hun potentiële klanten.

De kredietgever of de kredietbemiddelaar kan ook inlichtingen inwinnen bij de kredietverzekeraar die de terugbetaling van de kredietovereenkomst verzekert.

Wanneer de kredietgever of de kredietbemiddelaar een krediet toekent, moet hij de Centrale voor Kredieten aan Particulieren binnen twee dagen volgend op de ondertekening van de overeenkomst op de hoogte brengen.

Na onderzoek van de consumentenaanvraag besluit de kredietgever of hij al dan niet een krediet verleent. Hij mag, en moet zelfs, weigeren krediet te verlenen als hij meent dat de consument niet in staat zal zijn om dit terug te betalen.

In geval van kredietweigering wordt de consument op de hoogte gesteld van de verschillende bestanden die zijn geraadpleegd en van de naam en het adres van de verantwoordelijken voor deze bestanden. De wet geeft de consument namelijk het recht om aan de verantwoordelijke van het bestand (die "verwerkingsverantwoordelijke" wordt genoemd) te vragen de informatie die hij in zijn bezit heeft door te geven.

De adviesplicht

Het gaat erom eerst de opportuniteit van het krediet te beoordelen en vervolgens het best passende type overeenkomst en bedrag te kiezen, waarbij rekening wordt gehouden met de financiële situatie van de consument en van het voorwerp van het krediet.

De kredietgever en de kredietbemiddelaar zijn verplicht om de consument het financiële product aan te bieden dat het beste past bij het nagestreefde doel en de financiële situatie van de consument. Doen ze dit niet, dan zijn zij verantwoordelijk. Er kunnen hen sancties worden opgelegd.

De kredietovereenkomst

De kredietovereenkomst moet schriftelijk worden opgesteld en moet worden ondertekend door de partijen.

Pas op dat moment mag de kredietgever het geld ter beschikking van de consument stellen, contant, op zijn rekening of via een cheque.

Het ondertekenen van de overeenkomst schept verplichtingen voor iedere partij. Voor de kredietgever: het geld overhandigen; voor de consument: terugbetalen volgens de voorwaarden die contractueel zijn voorzien.

Vóór de ondertekening van de overeenkomst is iedere betaling uitgevoerd door de kredietgever aan de consument of voor zijn rekening verboden, evenals iedere terugbetaling door de consument aan de kredietgever.

Als de kredietovereenkomst echter de aankoop van een goed dat moet worden geleverd als doel heeft (bijvoorbeeld een krediet voor de aankoop van een auto), dan worden de verplichtingen van de consument opgeschort tot de leveringsdatum van het product, op voorwaarde dat het goed in kwestie in de overeenkomst wordt genoemd.

De kredietovereenkomst moet verplicht de volgende informatie bevatten:

  • naam, voornaam, geboorteplaats en -datum, woonplaats van de consument; indien van toepassing de waarborgen;
  • naam, voornaam of handelsnaam, woonplaats of sociale zetel van de kredietgever, ondernemingsnummer en de gegevens van het bevoegd toezichthoudend bestuur bij de FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie;
  • indien van toepassing naam, voornaam of handelsnaam, woonplaats of sociale zetel van de kredietbemiddelaar en zijn ondernemingsnummer en de gegevens van het bevoegd toezichthoudend bestuur bij de FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie;
  • het kredietbedrag;
  • het jaarlijkse kostenpercentage JKP, indien nodig door middel van een representatief voorbeeld, in de gevallen en volgens de voorwaarden die zijn vastgesteld door de koning;
  • de gebruiks- en terugbetalingsvoorwaarden van het krediet;
  • indien van toepassing de specificatie van het gefinancierde goed of de gefinancierde dienst;
  • de specifieke aard van de waarborgen geëist door de kredietgever;
  • indien van toepassing de identiteit en het adres van de verantwoordelijke voor het geraadpleegde bestand. Als deze geen zetel of verblijfplaats in België heeft, dan vermeldt de overeenkomst de identiteit en het adres van zijn vertegenwoordiger in België;
  • de datum van raadpleging van het bestand van de Centrale voor Kredieten aan Particulieren;
  • de overeengekomen rentevoet van de verwijlinteresten;
  • het recht van de kredietgever om zijn rechten gedeeltelijk of geheel op te geven of om een derde in het geheel of een deel van zijn rechten te stellen, als de kredietgever zich dit recht voorbehoudt;
  • naargelang de kredietovereenkomst, een ondubbelzinnige, heldere en nauwkeurige beschrijving van het recht en de voorwaarden om van de kredietovereenkomst af te zien of eraan te verzaken.

De wet op het consumentenkrediet (wet van 12 juni 1991, hierna WCK) legt de kredietovereenkomst belangrijke vormvoorschriften op.

Bijvoorbeeld, om krediet te openen, moet de consument zijn handtekening laten voorafgaan door de voluit handgeschreven vermelding: "gelezen en goedgekeurd voor …. euro krediet". Het in te vullen bedrag is het geleende bedrag. Voor alle andere kredietovereenkomsten moet de consument zijn handtekening laten voorafgaan door de handgeschreven vermelding van het terug te betalen bedrag: "gelezen en goedgekeurd voor …. euro terug te betalen". Een ander voorbeeld: de consument moet ook handgeschreven de datum en het precieze adres van de contractondertekening vermelden.

Verder moeten bepaalde vermeldingen verplicht in de overeenkomst voorkomen in de vorm van afzonderlijke alinea’s, vetgedrukt, met als doel om de aandacht van de consument te vestigen op de essentiële elementen van de overeenkomst.

Deze vermeldingen zijn:

  • ter hoogte van de handtekening: "onderteken nooit een blanco overeenkomst" en "de verzekering is nooit verplicht" Conform artikel 4, §2, alinea 2 van de wet van 25 juni 1992 over de landverzekeringsovereenkomst, heeft de verzekeringnemer het recht om de overeenkomst op te zeggen, met onmiddellijke ingang op het moment van de kennisgeving, gedurende een periode van dertig dagen vanaf de ontvangst door de verzekeraar van de vooraf getekende polis of van de aanvraag";
  • "de consument mag geen wisselbrieven of orderbriefjes ondertekenen om de betaling te beloven of te waarborgen van zijn verbintenissen op grond van een kredietovereenkomst. Evenmin mag hij cheques uitschrijven ter waarborg van zijn verbintenissen op grond van een kredietovereenkomst";
  • "behalve het overeengekomen JKP mogen geen andere kosten of vergoedingen van de consument worden geëist dan die welke uitdrukkelijk zijn overeengekomen".
  • "Indien de kredietovereenkomst een beding van eigendomsvoorbehoud bevat, moet ook de tekst van artikel 491 van het Strafwetboek erin voorkomen. Als deze tekst niet in de overeenkomst voorkomt, wordt het beding als niet-geschreven beschouwd."

Behalve voor de kredietopeningen moet de overeenkomst eveneens een aflossingsplan bevatten, dat voor elke terugbetaling het bedrag van het kapitaal en van de kredietkosten vermeldt, alsook het verschuldigde restsaldo na iedere betaling.

Andere specifieke vermeldingen moeten bovendien worden toegevoegd in functie van het krediettype.

Het verzakingsrecht

Als de overeenkomst eenmaal is afgesloten, kent de wet u nog een bedenktijd toe van zeven werkdagen, waarin u kunt afzien van het krediet door middel van een aangetekende brief verzonden aan de kredietgever.

Deze mogelijkheid van bedenktijd is echter niet van toepassing op verkoopovereenkomsten of op leningen op afbetalingen, noch op een leasing waarvan het bedrag lager is dan 1.250 euro.

Let op: als er gebruik wordt gemaakt van het recht van afstand, moeten de ontvangen bedragen of goederen worden terugbetaald en moet de interest die verschuldigd is over de verstreken periode worden betaald (meer informatie vindt u hier).

De kredietkosten (JKP)

Het consumentenkrediet is, net zoals iedere andere dienst, en op enkele zeldzame uitzonderingen na, een betalende dienst.

Gelet op de bescherming van de consument en de markttransparantie, heeft de wet een unieke prijsberekeningsmethode bepaald die van toepassing is op alle consumentenkredieten: het JKP, voluit het jaarlijkse kostenpercentage.

Het JKP geeft de totale kosten van het consumentenkrediet op jaarbasis, dat wil zeggen alles wat de consument moet terugbetalen. Het omvat de interest, de administratieve kosten, de commissie en de eventuele verzekering van het verschuldigde restsaldo.

Het JKP biedt de consument de mogelijkheid om de aanbiedingen van de verschillende financiële instellingen te vergelijken. Het JKP houdt rekening met alle bedingen van de lening: het tempo van de terugbetaling van het kapitaal, de betaling van interesten en de berekening van eventuele kosten in verband met de verlening en/of het beheer van het krediet (bijvoorbeeld dossierkosten). Er is dus geen sprake van dat er bijkomende kosten worden betaald, aan wie dan ook.

Een duidelijkere en minder ingewikkelde indicatie dan het JKP is die van de "totale kredietkosten"; de totale kosten moeten worden aangegeven in de consumentenkredietovereenkomsten; dit is het verschil tussen het volledige bedrag dat u moet terugbetalen (kapitaal + interesten en kosten) en het geleende bedrag.

Iedere kredietgever legt vrij zijn JKP vast, maar toch mag hij een bepaalde limiet niet overschrijden. Deze limiet wordt bepaald in functie van het type, het bedrag en de duur van het krediet. De wet heeft maximale (JKP)-tarieven vastgelegd die de kredietgevers niet mogen overschrijden, en waarboven het hen verboden is om geld uit te lenen. Deze tarieven worden periodiek aangepast in functie van de evolutie van de geldmarkt (meer hierover vindt u hier).

De vervroegde terugbetaling

Voor alle consumentenkredietovereenkomsten mag de consument op ieder moment het verschuldigde restbedrag volledig of gedeeltelijk vervroegd terugbetalen.

Het is voor de consument amper van belang of hij aan het begin of aan het einde van de overeenkomst is, en of de datum van terugbetaling al dan niet overeenkomt met een vervaltermijn van het krediet. De consument moet een aangetekende brief richten aan de kredietgever, ten minste tien dagen vóór de terugbetaling. Dat bepaalt de datum waarop de berekening van de vergoeding moet worden uitgevoerd.

Als tegenprestatie voor dit recht op vroegtijdige terugbetaling voorziet de wet namelijk een vergoeding voor het winstverlies van de kredietgever.

Als het om een volledige vervroegde terugbetaling gaat, dan moet de vergoeding worden berekend, volgens het overeengekomen JKP, op het verschuldigde restsaldo op de datum van de vervroegde terugbetaling. Deze vergoeding mag niet hoger zijn dan:

  • twee maanden van de totale kredietkosten voor de kredietovereenkomsten die betrekking hebben op een kredietbedrag van minder dan 7.500 euro;
  • drie maanden van de totale kredietkosten voor de kredietovereenkomsten die betrekking hebben op een kredietbedrag van 7.500 euro of hoger.

De vergoeding wordt berekend op basis van het restbedrag. Dat is het bedrag dat in hoofdzaak moet worden betaald om het kapitaal af te lossen of terug te betalen. Op dit bedrag wordt het JKP, en niet de eigenlijke rentevoet, toegepast. De vergoeding die de consument betaalt, omvat dus een deel van de kosten dat aanzienlijk kan zijn bij hoge eenmalige kosten.

Om een krediet te openen, mag geen enkele vergoeding worden gevraagd indien de consument het volledige debetsaldo vergoedt. Uit de aard van de overeenkomst voor kredietopening volgt het recht voor de consument om het volledige opgenomen bedrag terug te betalen.

Beëindiging van de overeenkomst

De kredietgever kan slechts in drie gevallen de kredietovereenkomst beëindigen (we spreken dan van "opzegging" van het contract) en van de consument het volledige terug te betalen bedrag eisen.

  • Ingeval de consument een betalingsachterstand heeft van ten minste twee termijnen of een bedrag van 20 % van het totaal terug te betalen bedrag en hij een maand na afgifte ter post van het aangetekende schrijven tot ingebrekestelling zijn verplichtingen niet is nagekomen. De kredietgever moet de consument aan die modaliteiten herinneren bij de ingebrekestelling.
  • Ingeval de consument het lichamelijk roerend goed vervreemdt vóór het betalen van de prijs of het gebruikt in strijd met de bepalingen van de overeenkomst, terwijl de kredietgever zich de eigendom ervan had voorbehouden of de eigendomsoverdracht (in geval van leasing) nog niet tot stand is gebracht.
  • Ingeval de consument, bij de kredietopening, het kredietbedrag overschrijdt en hij een maand na afgifte ter post van het aangetekende schrijven tot ingebrekestelling zijn verplichtingen niet is nagekomen. De kredietgever moet bij de ingebrekestelling op die regels wijzen.

Als een kredietgever een kredietovereenkomst opzegt, kan hij verwijlinteresten en specifieke vergoedingen eisen voor de schade te wijten aan het feit dat de consument zijn verplichtingen niet nakomt, een "strafbeding" genoemd.

In geval van ontbinding van de overeenkomst zijn de enige bedragen die kunnen worden geëist:

  • het verschuldigde restsaldo;
  • het vervallen en niet-betaalde bedrag van de totale kredietkosten;
  • het bedrag van de overeengekomen verwijlinterest berekend op het verschuldigde restsaldo;
  • de overeengekomen boetes of vergoedingen, die worden berekend op het verschuldigde restsaldo en beperkt zijn tot de volgende maxima: maximaal 10 % berekend op het deel van het verschuldigde restsaldo inbegrepen (tot 7.500 euro); maximaal 5 % berekend op het deel van het verschuldigde restsaldo hoger dan 7.500 euro.

Bijkomende informatie is beschikbaar in het "Geannoteerd Wetboek Consumentenkrediet".

Geschillen en klachten

Om een klacht in te dienen over consumentenkrediet, kunt u zich richten tot de Algemene Directie Controle en Bemiddeling.

Let op: als u een oneerlijke praktijk op internet constateert, ga dan naar de site e-cops.

Om uw geschil minnelijk en online te beslechten.

Geschillen en klachten

Online diensten

Publicaties

Wetgeving