FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie
Contact Center
Vooruitgangstraat 50
1210 Brussel
Tel. (gratis nr.): 0800 120 33
Fax (gratis nr.): 0800 120 57
E-mail: info.eco@economie.fgov.be
De wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming reglementeert:
Reclame wordt op een zeer ruime manier omschreven (zie artikel 2, 19°, WMPC). Het gaat over elke communicatie die direct of indirect tot doel heeft de verkoop van producten te bevorderen, ongeacht de plaats of de gebruikte communicatiemiddelen.
A. Bepaalde reclame, die gespecificeerd is door de wet, is verboden tussen ondernemingen (artikel 96, WMPC), met name:
Artikel 97, WMPC, verbiedt eveneens elke reclame van een onderneming :
1° die een factuur of gelijkaardig document waarbij om betaling wordt gevraagd, bevat, die of dat de indruk wekt dat het goed of de dienst reeds werd besteld, terwijl dat niet het geval is;
2° die essentiële informatie over de gevolgen van het door de bestemmeling gegeven antwoord verborgen houdt of op weinig duidelijke wijze weergeeft, of die de eigenlijke commerciële bedoeling, wanneer die niet duidelijk blijkt uit de context, verborgen houdt of op weinig duidelijke wijze weergeeft.
B. Vergelijkende reclame wordt omschreven als elke vorm van reclame waarbij een concurrent dan wel door een concurrent aangeboden goederen of diensten uitdrukkelijk of impliciet worden genoemd (artikel 2, 20°, WMPC). Ze is enkel toegelaten mits naleving van bepaalde voorwaarden (art. 19, WMPC).
C. Handelspraktijken omvatten elke commerciële handeling, weglating, gedraging, voorstelling van zaken of commerciële communicatie, met inbegrip van reclame en marketing, van een onderneming, die rechtstreeks verband houdt met de verkoopbevordering, verkoop of levering van een product (artikel 2, 29°, WMPC). Ze zijn verboden indien ze oneerlijk zijn, d.w.z. indien ze strijdig zijn met de professionele toewijding en indien ze het economisch gedrag van de consument wezenlijk verstoren of kunnen verstoren (art. 84, WMPC).
De wet onderscheidt de volgende oneerlijkehandelspraktijken:
verkoopbevordering, verkoop of levering van een product (artikel 2, 29°, WMPC). Ze zijn verboden indien ze oneerlijk zijn, d.w.z. indien ze strijdig zijn met de professionele toewijding en indien ze het economisch gedrag van de consument wezenlijk verstoren of kunnen verstoren (art. 84, WMPC).
De wet onderscheidt de volgende oneerlijkehandelspraktijken:
D. Gemeenschappelijke bepalingen zijn van toepassing op de ondernemingen voor wat in het bijzonder de volgende reclame en handelspraktijken betreft ten opzichte van consumenten: