Skip navigation

Contact Center

FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie
Contact Center

Vooruitgangstraat 50
1210 Brussel

Tel. (gratis nr.): 0800 120 33
Fax (gratis nr.): 0800 120 57
E-mail: info.eco@economie.fgov.be

Onrechtmatige bedingen

Inleidend

Wanneer u als consument een overeenkomst met een ondernemer sluit, zal u doorgaans ook de contractvoorwaarden die door de ondernemer van toepassing worden verklaard op het contract, moeten aanvaarden.

De ondernemer moet u in eerste instantie de behoorlijke en nuttige voorlichting geven, niet alleen over het product die u wilt verkrijgen, maar ook over de algemene voorwaarden. Deze verplichting is vervat in het artikel 4 van de WMPC, de informatieverplichting van de ondernemer.

De contractvoorwaarden dienen bovendien duidelijk en begrijpelijk te zijn. Is een beding of voorwaarde dubbelzinnig, dan geldt in ieder geval de voor de consument gunstigste interpretatie.

Aangezien de consument in de regel geen enkele invloed kan uitoefenen op de toepasselijke contractvoorwaarden of de ‘kleine lettertjes’ van het contract, worden misbruiken wettelijk tegengegaan in de artikelen 73 en volgende van de WMPC.

Wat zijn onrechtmatige bedingen?

De definitie van onrechtmatige bedingen in artikel 2, 28°,van de wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming luidt als volgt: "elk beding of elke voorwaarde die, alleen of in samenhang met een of meer andere bedingen of voorwaarden, een kennelijk onevenwicht schept tussen de rechten en plichten van de partijen ten nadele van de consument".

De onrechtmatigheid van een contractueel beding wordt beoordeeld rekening houdende met alle omstandigheden rond de sluiting van de overeenkomst, met de aard van de producten  die het voorwerp zijn van de overeenkomst, en met alle andere bedingen van de overeenkomst of een andere met die overeenkomst samenhangend contract. Men stelt zich voor deze beoordeling op het ogenblik waarop de overeenkomst is gesloten.

De beoordeling van de onrechtmatigheid van de bedingen heeft

  • noch betrekking op de definitie van het eigenlijke voorwerp van de overeenkomst,
  • noch op de gelijkwaardigheid tussen de prijs en de vergoeding enerzijds, en de goederen of als tegenprestatie te leveren diensten anderzijds,
  • voor zover deze bedingen helder en begrijpelijk zijn opgesteld.

Een beding geldt dus als onrechtmatig als het de ondernemer op juridisch vlak duidelijk bevoordeelt ten koste van de consument. Het beoogt dus niet de economische gelijkheid.

Algemene norm van kennelijk onevenwicht en lijst met op zich verboden bedingen

Naast de algemene definitie van “onrechtmatige bedingen”, in 2, 28°, WMPC, is er ook een lijst met op zich verboden bedingen (artikel 74 WMPC).

De lijst met verboden bedingen bevat een 30-tal onrechtmatig geachte bedingen. Zijn bijvoorbeeld onrechtmatig, en bijgevolg verboden en nietig

  • Bedingen waarbij de ondernemer zich het recht toekent om  in overeenkomsten van bepaalde duur of onbepaalde duur eenzijdig, zonder objectieve maatstaven, de prijs te verhogen,
  • Bedingen waarbij de ondernemer zich het recht toekent om  eenzijdig de leveringstermijn te bepalen of te wijzigen;
  • Bedingen waarbij de ondernemer zijn aansprakelijkheid bij een eventuele wanprestatie al te zeer uitsluit of beperkt;
  • “Schadebedingen”, dit zijn bedingen die een onredelijk hoog bedrag opleggen bij onder meer niet-tijdige betaling door de consument, die niet redelijkerwijze overeenstemmen met het nadeel dat door de ondernemer kan worden geleden.
  • Schadebedingen dienen daarenboven wederkerig en gelijkwaardig te zijn: bedingt de ondernemer bijvoorbeeld een bedrag bij niet-tijdige betaling door de consument, dan moet daartegenover ook een beding staat die een gelijkwaardig bedrag aan de consument toekent bij het niet-naleven van een verbintenis van de ondernemer die hieraan beantwoordt. Bijvoorbeeld de niet-tijdige levering van een product.
  • Bedingen die de rechtbank van (bijvoorbeeld de hoofdzetel van) de ondernemer bevoegd maken in geval van geschil, wanneer er geen enkele band bestaat tussen de plaats waar de overeenkomst is ontstaan of wordt uitgevoerd, en de bevoegd verklaarde rechtbank.

 

Wat is de weerslag ervan op de geldigheid van de overeenkomst?

In Artikel 75 § 1 van de wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming wordt het volgende bepaald:

"Elk onrechtmatig beding in de zin van de bepalingen van deze afdeling is verboden en nietig. De overeenkomst blijft bindend voor de partijen, indien de overeenkomst zonder de onrechtmatige bedingen kan voortbestaan. De consument kan niet afzien van de rechten die hem bij deze afdeling worden toegekend.”

Zoals hoger verduidelijkt, betreffen onrechtmatige bedingen niet de bepaling van het voorwerp van de overeenkomst, noch het vraagstuk of de prijs redelijk is in verhouding tot het voorwerp. Het gaat niet om de economische gelijkheid, maar om de ‘juridische’ gelijkheid van de modaliteiten waaronder het contract wordt aangegaan.

In principe zal dus enkel het betrokken beding buiten beschouwing moeten worden gelaten, en blijft de essentie van de overeenkomst overeind, tenzij de consument kan aantonen dat hij onder die voorwaarden niet gecontracteerd zou hebben. 

Geschillen en klachten

Nuttige Links

Wetgeving