FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie
Contact Center
Vooruitgangstraat 50
1210 Brussel
Tel. (gratis nr.): 0800 120 33
Fax (gratis nr.): 0800 120 57
Stel je vraag via het online webformulier
FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie
Algemene Directie Energie
Dienst Duurzame Energie en Nieuwe Technologieën
Koning Albert II-laan 16
1000 Brussel
Tel.: 02 277 75 45
In België is de principebevoegdheid op het vlak van hernieuwbare energie toegekend aan de gewesten. Dit principe wordt evenwel afgezwakt door het feit dat de gewesten hun materiële bevoegdheid slechts uitoefenen binnen de grenzen van hun territoriale bevoegdheid en bijgevolg niet over de zeeruimte. In overeenstemming met het internationale zeerecht vallen zeeruimten onder de bevoegdheid van de federale overheid.
De minister van Energie van de federale regering kent dus domeinconcessies toe voor “de bouw en de exploitatie van elektriciteitsproducerende installaties op basis van water, stromen of wind op dat deel van de zeeruimte waar België zijn jurisdictie in overeenstemming met het internationale zeerecht kan uitoefenen.”
Het koninklijk besluit van 20 december 2000 (BS 30.12.2000) definieert de procedure en de voorwaarden voor het geven van deze concessies. De criteria om te oordelen over de relevantie van een project zijn met name het al dan niet optimale gebruik van een begrensd openbaar domein dat bestemd is voor diverse, soms concurrerende aanwendingen, en het gebruik van de beste beschikbare technologieën.
Het koninklijk besluit van 17 mei 2004 (BS 29.06.2004) vult het voorgaande besluit aan door een zone van ongeveer 260 km² af te bakenen die bestemd is voor de plaatsing van dergelijke installaties op het Belgische continentaal plat in de Noordzee. Dit besluit kwam er naar aanleiding van de verschillende verzoeken of klachten die werden ingediend tegen de eerste projecten waarvoor een concessie werd gevraagd of verkregen, omdat men dacht dat er te dicht bij de kust zou worden gebouwd en daardoor de visuele kwaliteit van de onmiddellijke omgeving zou verminderen.
Als gevolg van het overleg met alle gebruikers van de Belgische zeeruimte houdt de door het KB van 17 mei 2004 afgebakende zone rekening met de verschillende beperkingen aangaande het veelvuldige en soms onverenigbare gebruik van de Noordzee. Daarom is zij dus ook op een behoorlijke afstand van de Belgische kust verwijderd.
Het koninklijk besluit van 3 februari 2011 (BS 17.02.2011) wijzigt het voorgaande besluit als gevolg van een tweede overleg met alle gebruikers van de Belgische zeeruimte. Deze wijziging houdt rekening met de verschillende beperkingen aangaande het veelvuldige en soms onverenigbare gebruik van de Noordzee ter hoogte van het Noord - Westelijk deel van de concessiezone. Hierdoor is de beschikbare oppervlakte gereduceerd tot ongeveer 240 km².
Momenteel worden alleen aanvragen ingediend betreffende elektriciteitsproductie door windturbines. Andere technieken voor de exploitatie van zee-energie worden evenwel bestudeerd, maar bevinden zich nog in een experimenteel stadium of in een demonstratiefase. In België zijn onderzoeksprojecten lopende om bedrijfszekere productie van elektriciteit mogelijk te maken op basis van golfenergie.
Van alle dossiers die werden ingediend, kregen er tot op vandaag vijf een domeinconcessie, met name de projecten “C-Power” in 2003, “Northwind” (vroeger “Eldepasco”) in 2006, “Belwind” in 2007 en “Rentel” en “Norther” in 2009.
De nv “C-Power” heeft alle andere vergunningen die hiervoor nodig zijn en heeft als pilootfase zes windturbines in de zomer van 2008 gebouwd. De indienststelling gebeurde in mei 2009. Intussen is de nv C-Power begonnen aan een tweede fase van 24 windmolens waarvan de eerste productie is voorzien in de eerste helft van 2012. De eerste productie voor de derde en laatste fase wordt verwacht in de tweede helft van 2013. De nv Belwind heeft ook alle vergunningen gekregen. Een eerste fase van 55 windmolens is in productie genomen in oktober 2010.
Ook de nv Northwind (vroeger Eldepasco) heeft reeds alle nodige vergunningen op zak en begint de bouw van haar windmolenpark in het voorjaar van 2012.
De verwachte productie van de drie eerste parken tegen 2014 zal ongeveer 2,8 TWu.
De andere concessiehouders hebben de nodige administratieve procedures ondernomen of gestart om de andere vergunningen te krijgen en plannen de bouw van hun windturbinepark tussen 2015 en 2017 na de realisatie van het project “Stevin” waarbij Elia, de beheerder van het Belgische hoogspanningsnet, voorziet in een uitbreiding van zijn 380.000 Volt-net tussen Zomergem en Zeebrugge.
Voor de zone boven de Blighbank zijn 3 aanvragen tot het bekomen van een domeinconcessie ingediend. De procedure tot het verlenen van een concessie is in de eerste helft van 2011 opgestart.
Momenteel zijn volgende federale vergunningen vereist:
Deze baanbrekende projecten worden in het bijzonder gekenmerkt door het hoge aantal geplande windmolens, de grote afstand van de kust en de aanzienlijke diepte die nodig is om de fundamenten voor de masten te kunnen leggen. Het zijn dus zeer ambitieuze en innoverende projecten.
De vijf projecten waarvoor er momenteel een concessie is toegekend, vertegenwoordigen ongeveer 344 windturbines en een geïnstalleerd vermogen van 1460 tot 1610 MW op een totale oppervlakte van ongeveer 130 km².
Er wordt verwacht dat de toekomstige projecten een opmerkelijke technische evolutie zullen doormaken: een hogere masthoogte of een grotere rotordiameter voor meer werkingsuren per jaar, een stijging van het eenheidsvermogen van de windmolens en tot slot een mogelijke toename van de vestigingsdichtheid in termen van MW per km2.
Een standaardwindturbine had een vermogen van 2 à 3,6 MW.
De huidige standaard in zee bedraagt 6 à 7 MW. Terwijl de densiteitsreferentie in 2004 9 à 10 MW per km² bedroeg, kan met de optimaliseringssoftware van de windturbineparken deze referentiewaarde op termijn worden overschreden. Er wordt dus beter gebruik gemaakt van de beschikbare ruimte, met een verhoogde elektriciteitsproductie per oppervlakte-eenheid.
Algemeen en onafhankelijk van elke technische beperking of kostenbeperking voor de eindgebruiker en met de huidige beschikbare kennis wordt geraamd dat de bij koninklijk besluit van 17 mei 2004 ( gewijzigd door het koninklijk besluit van 3 februari 2011) begrensde zone een geïnstalleerd vermogen kan hebben van meer dan 2000 MW. Op termijn zou dit een productie van ruimschoots 6,6 TWu moeten opleveren, waardoor zonder C02-uitstoot kan worden voldaan aan ongeveer 7% van het bruto Belgische elektriciteitsverbruik en dus ook onze broeikasgasemissie zal afnemen. Dit is belangrijk in het kader van onze Europese doelstellingen voor 2020.
Het koninklijk besluit van 16 juli 2002 (BS 23.08.2002) betreffende “het opzetten van mechanismen ter bevordering van de elektriciteit die geproduceerd wordt door hernieuwbare energiebronnen” bepaalt dat de beheerder van het transmissienet Elia gehouden is alle groene certificaten terug te kopen die hem voor een gewaarborgde minimumprijs worden aangeboden.
Dit besluit voorziet eveneens in een gewaarborgde minimumprijs voor de groene certificaten die worden uitgereikt voor de productie van elektriciteit uit windmolens die gebouwd worden in de Belgische zeeruimte in de Noordzee. Op basis van de huidige wetgeving worden deze certificaten nog niet aanvaard door de gewesten en kan er dus nog geen rekening mee worden gehouden voor de naleving van de regionale quota’s die aan de elektriciteitsleveranciers worden opgelegd.
De minimumprijs van deze certificaten, zoals bepaald door het besluit gewijzigd door het koninklijk besluit van 5 oktober 2005 (BS 14.10.2005), wordt gedurende 20 jaar gewaarborgd tegen 107 euro per MWu voor elektriciteit die wordt geproduceerd door de eerste 216 geïnstalleerde MW van elke concessie, en tegen 90 euro voor de volgende.
Bovendien bepaalt artikel 7, §2, van de wet van 29 april 1999, ingevoerd door de programmawet van 20 juli 2005 dat netbeheerder Elia de kosten van de onderzeese kabel die de windturbines met de kust verbindt voor één derde financiert, met een plafond van 25 miljoen euro per project.
Deze wet bepaalt eveneens dat, indien een instantie de uitvoering van een lopend project zou stopzetten, de Federale Staat de veiligheid van de toegestane investering waarborgt.
Naar aanleiding van de in juni 2008 door federaal minister Paul Magnette georganiseerde Lente van het Leefmilieu werd er meer bepaald beslist een gedetailleerde analyse te maken van de economische impact van de verwachte ontwikkeling van deze bedrijfstak in België in termen van plaatselijke kwaliteitsjobs, deelnemende bedrijven, industriële en handelsactiviteiten en uitvoer van technologieën en knowhow.